Wat is er aan de hand met de hervormde archieven?
In het Nederlands Archievenblad (1984, nr. 4) wijdt prof. dr. J. L. van der Gouw, oud-algemene rijksarchivaris, een in-memoriam aan dr. J. P. van Dooren, overleden op 1 september 1984, die vanaf 1 september 1964 archivaris is geweest van de Nederlandse Hervormde Kerk. In dat in-memoriam schrijft prof. Van der Gouw enkele zwaarwegende beschuldigingen neer, terwijl één en ander eigenlijk onderstreept wordt door een éénregelig onderschrift bij het stuk, van mevr. M. van Dooren-Hensen, de weduwe van de overledene. Prof. Van der Gouw schrijft: 'Dat Jan van Dooren moest werken onder een bestuur, dat geen belangstelling had voor de zaak en dat hem nimmer de middelen verstrekte om zijn taak naar behoren te vervullen, behoort tot de gewone ervaringen van vrijwel elke archivaris. Sinds 1844 kunnen wij van Schopenhauer leren: (vertaald, v. d. G.) "wie een zaak die niet tot materieel nut voert, ernstig neemt en bedrijft, moet op deelname van de tijdgenoten niet rekenen". En ook voor een kerk geldt van wat Schiller van Londen zei: "en er heerst de god der aarde, geld".'
En een tweede uitspraak van Van der Gouw: 'daarbij komt dat de wijze, waarop in de Hervormde Kerk is omgesprongen met het materieel erfdeel der vaderen, geheel evenredig is aan de staat, waarin het geestelijk erfdeel is gebracht'.
Uitspraken die ernstig genoeg zijn om aan de kwestie aandacht te geven!
Het archief
Het hervormd archief, tot voor kort bewaard in het gebouw Javastraat 100 in Den Haag, bestaat uit drie delen.
Er is allereerst het 'oud synodaal archief', afgesloten bij het jaar 1816. Dit deel beslaat 'slechts' vijftien meter, maar bevat onder meer de authentieke stukken van de nationale synode van Dordrecht, met die van Wezel (1568), Emden (1571), Middelburg (1581) en de stukken betreffende de Statenvertaling. Dan is er het 'nieuw-synodaal archief' (1816-1945), het nieuwste archief (1945-1975) en tenslotte het semi-statische archief, dat de jaren 1975-1982 omvat. Het is duidelijk dat naarmate de tijd voort schreed het archief enorm groeide, omdat we nu eenmaal steeds meer in een tijd van papier-lawines terecht kwamen.
In de tweede plaats zijn in het archief ondergebracht een aantal gedeponeerde archieven, dat zijn archieven van instellingen, organisaties, verenigingen, personen (o.a. van dr. K. H. E. Gravemeyer), gemeenten, classes. Het beheer, de bewaring, de rubricering is dan opgedragen aan de archivaris van de Hervormde Kerk.
De heer Van Booma stelt dat het hier om een aantal van 750 gaat. Mevr. W. de Ru-Schouten zegt in een artikel in 'Woord en Dienst' ('Rumoer rond kerkelijke archieven en bibliotheek') dat het slechts om een aantal van 150 gaat. Hoewel het aantal niet beslissend is, werpt de heer Van Booma tegen dat er mogelijk 150 gemééntelijke archieven op Javastraat 100 lagen ter inventarisatie, maar dat als men samen neemt wat daar bewaard werd en in de veel grotere hulpdepots in Amsterdam, Wierden en in het synodegebouw, men aan 750 komt.
In de derde plaats was de archivaris van de Hervormde Kerk tevens de beheerder van de Centrale Bibliotheek, een unieke bibliotheek met een boekenbestand van 568 meter, waarvan 310 meter is gecatalogiseerd. De heer Van Booma meent dat nergens in Nederland een bibliotheek te vinden is, die zó gespecialiseerd is op vaderlandse kerkgeschiedenis en kerkrecht. Verder bevat de bibhotheek vele zeldzame werken.
Wat gaat er gebeuren?
Ten aanzien van het beheer van het landelijke hervormde archief zijn nu ingrijpende beslissingen genomen.
Het semi-statische archief (1975-1982) is overgebracht naar Leidschendam, waar met ingang van 1 februari van dit jaar de kerkelijke kantoren zijn ondergebracht.
Het oude, nieuwe en nieuwste archief zijn ondergebracht bij het Algemeen Rijksarchief in Den Haag. Ze blijven uiteraard 'eigendom' van de Nederlandse Hervormde Kerk, maar dat is iets anders dan 'bezit'.
En de bibliotheek tenslotte wordt in bruikleen gegeven aan de Utrechtse theologische faculteit.
Wel is het zo - aldus mevr. De Ru in Woord en Dienst - dat de toegankelijkheid van het oud-archief wordt vergroot omdat men in Leiden (bij de Inter Documentation Company B. V.) bezig is de oude stukken op micro-fiche te zetten en het archief in Leidschendam (bij de kerkelijke kantoren) daar één set van krijgt.
De heer Van Booma heeft daarover een geheel andere lezing. Genoemde B.V. verfilmt inderdaad oud materiaal en ook een gedeelte van het oud-archief wordt verfilmd, maar de aanleiding daartoe was de in het verschiet liggende herdenking van de nationale synode van 's-Gravenhage (1586-1986).
Prof. dr. W. van 't Spijker en dr. W. Balke namen om deze redenen tot deze verfilming het initiatief en niet het moderamen van de synode.
De bedoeling van deze in wezen commerciële instelling is uiteraard tevens kopieën van de vervaardigde micro-fiches in de verkoop te brengen.
Van essentieel belang is intussen dat de kerk geen opvolger voor dr. Van Dooren heeft benoemd. In een brief - waaruit gepubliceerd mag worden - schrijft prof. dr. Van der Gouw: 'hoewel ik de opheffing van de synodale archiefbewaarplaats een droevig feit vind, symptomatisch ook voor het geestelijk verval binnen onze kerk, is de bewaargeving van de synodale archieven aan de algemene rijksarchivaris het sluitstuk van een al jaren op gang zijnde ontwikkeling'.
Wat dan wel?
Ik citeer nu letterlijk de heer Van Booma uit een nota 'archiefdienst van de Nederlandse Hervormde Kerk - een analyse en gedachten'.
'De thans ontstane, maar nog meer de in de toekomst gedachte situatie is volstrekt hopeloos en uitzichtloos, zowel met betrekking tot het personeel als ook met betrekking tot de ruimte.
Er zal grote en onherstelbare schade voor de Kerk uit voortvloeien, ook voor haar aanzien. Het enige zou zijn, te elfder ure van deze heilloze weg terug te gaan, flink in de taken te snoeien en de zaak onder efficiënte "garanties voor de nabije toekomst" zonder dralen aan te pakken. Dit zal improvisatie, maar vooral overtuiging vereisen. Het gaat om zaken, die raken aan het wezen van onze Kerk!
Uitgaande van een mijns inziens verantwoorde aanpak, zou de taak van de archivaris in de toekomst uit de volgende onderdelen moeten bestaan:
- beheer van het oud-synodaal archief, dat van vòòr 1816 (15 m);
- beheer van de sterk in omvang en rubrieken "besnoeide" centrale bibliotheek;
- verstrekken van informatie (alleen mogelijk met een bibliotheek);
- toezicht op het beheer van kerkelijke archieven (opdracht ingevolgde de Generale Regeling voor het Toezicht).' .
Wat te zeggen?
Onze conclusie is dat het hier om een uiterst gewichtige zaak gaat. In de kerkelijke archieven vinden we 'een neerslag van het handelen Gods met Zijn gemeente'. En het gaat derhalve om het levend houden van de geschiedenis van de kerk. Ongetwijfeld zal de bewaring bij het Rijks Archief in goede handen zijn. Maar is de kerk het niet aan haar eigen historie verplicht om geld beschikbaar te stellen voor één deskundige uit haar midden, die met een hart voor de kerkelijke historie ook het beheer van het landelijk archief en het toezicht op de plaatselijke archieven in handen heeft? Er wordt aan minder-nodige functionarissen geld uitgegeven!
Het is duidelijk dat instanties, die hun archieven gedeponeerd hebben bij het kerkelijk archief, niet gedwongen kunnen worden hun stukken nu mee af te staan aan het Rijksar chief. In het verleden zijn gemeenten - met name in Zuid-Holland - gestimuleerd hun archief in bewaring te geven. Men zal er nu al of niet in toe moeten stemmen dat het archief mee verhuist. Intussen heeft de classis Harderwijk - terecht - de stukken teruggevraagd. Op de synodevergadering van november ll. hebben dr. W. Balke en dr. S. Meyers kritische en bezorgde vragen gesteld omtrent het beheer van het archief in de toekomst. De beantwoording - 'alles sal reg kom', we hebben een nieuwe commissie van deskundigen aangesteld - vermocht niet de zorg weg te nemen.
Kerk let op uw zaak en stel alsnog een archivaris aan! Het gaat om het levend houden van het verleden en het heden ligt nog altijd in dat verleden opgesloten. Voor velen is een kerkelijk archief 'oude rommel'. Voor ons is het het levende bezit van de kerk.
Bijgaand artikel is tot stand gekomen na een uitvoerig onderhoud met de heer J. G. J. van Booma te Gouda. Deze was van 1967 tot 1976 adjunct-archivaris van de Nederlandse Hervormde Kerk, bij dr. J. P. van Dooren die als archivaris verantwoordelijk was voor het beheer van de kerkelijke archieven. Toen in 1976 werd besloten tot 'inkrimping van de dienst' heeft de heer Van Booma zijn werkzaamheden bij het archief beëindigd. Wel bleef hij als landelijk archiefconsulent actief in het belang van de hervoimde archieven.
In april 1984 werd hij vanwege ernstige ziekte van de heer Van Dooren (die op 1 september 1984 overleden is), belast met de waarneming van de zaken van het archivariaat en met het secretariaat van de Commissie voor de Archieven van de Nederlandse Hervormde Kerk. Op 5 juli 1984 bedankte hij voor deze functies 'uit protest tegen de inmiddels ingezette afbraak van de archiefdienst'. We menen dat een belangrijke zaak als die van het beheer en het toezicht van de kerkelijke archieven een open bezinning vraagt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's