Kan ík er wat aan doen?
Impressies van een legerdominee
Menselijk lijden is iets wat zich aan ons opdringt. Het komt uit de verte op ons af - in een stroom van persberichten - foto's, televisiebeelden. Het lijden van oorlog, honger, ziekte, natuurrampen. Daar voegt zich een stroom bij van geruchten en berichten van lijden binnen de grenzen van het land waar we leven - de plaats waar we wonen. Tenslotte komt het vlak in onze buurt. Dan zien we lijden - vlak naast ons. Dan lijdt - letterlijk - onze naaste. Er komt een stroom van lijden op ons aanrollen - en je dreigt erin te verdrinken.
De eerste reactie is er onwillekeurig één van afweer. Een dam opwerpen - om die stroom tegen te houden. 'Kan ik er wat aan doen? Je kunt toch niet overal van wakker liggen? Ik wil gewoon mijn eigen leven leiden!' Achter de dam - in strikte neutraliteit. En je wast je handen in onschuld... Onschuld? ...De dam kán breken...
Een gesprek
Een keer bood een korporaal me iets te drinken aan. Nog geen twintig. Hij had al in verschillende legerplaatsen gewerkt. Hij moet al heel jong in dienst gegaan zijn. Dienst - dat was het enige waarover hij vertelde - met een hese, wat rauwe stem. Ik verwachtte van hem niet veel diepzinnige opmerkingen. Hij had ook in Duitsland gediend.
'Bent u daar ook wel eens geweest', vroeg hij. 'Ja, tijdens mijn opleiding heb ik daar een weekend doorgebracht om de legerplaatsen daar te bekijken. Ik heb zelfs het concentratiekamp Bergen-Belzen gezien. Dat 4 mei 1981 - tijdens mijn opleiding.' Hij had het ook gezien - een jaar daarvoor. 'Dat ben ik nooit meer vergeten. De heuvels met al die doden eronder - 7000 doden - 10.000 doden... Ik wist niet dat het zo erg met ons was.'
Zijn stem werd even zachter.
Ik zei: 'Je zegt: met óns - niet: met die Moffen'.
'Ik ken mezelf wel' - zei hij toen.
Als de dam doorbreekt - dan kun je je handen niet meer in onschuld wassen. Dan gaat er een andere grondtoon door je leven klinken: de erkentenis schuldig te staan. Dat was de grondtoon die door het hese stemgeluid van de korporaal heenklonk. Het water breekt door de dam héén. Je dacht veilig te zitten in je neutrale positie - het menselijk lijden veilig achter het glas van je televisie - en plotseling word je overspoeld. Andermans schuld wordt mijn schuld. Tienduizenden doden in Bergen-Belzen - het wordt mijn schuld. De schuld blijft niet bij de anderen: 'zij' - die schuld blijkt ook op mij te liggen: 'ik'. Ik ben één met al die anderen: 'wij'. Zij—ik—wij...- de stroom vloeit heen en weer - als de wateren van de zondvloed. De erkentenis schuldig te staan loopt uit op een brede solidariteit: 'wij'. Een brede solidariteit - een verbondenheid met alle mensen. Samen onder de wateren van de zondvloed. Dat is de grondtoon die doorklinkt in het zinnetje van de Heidelbergse Catechismus: 'Wij maken ook de schuld nog dagelijks meerder' (antw. 13). Wij - samen onder de dagelijks aanzwellende watervloed.
'Mijn schuld'
Hij had zich over haar ontfermd. Ze was geslagen en mishandeld in haar vorige relaties. Haar léven had blessures opgelopen - en die waren nog niet genezen.
'Telkens als ze depressief is - dan denk ik: Het is mijn schuld dat dit allemaal met haar gebeurd is - en toch voel ik het zo. Het is mijn schuld.'
Zijn vrienden hadden hem niet begrepen. 'Je moet het van je afzetten' - vonden ze. 'Kun jij er wat aan doen?' Behalve één oude man bij wie hij wel eens een pilsje ging drinken. Die had zelf ook veel meegemaakt. En die had gezegd: 'Jij moet jezelf blijven. Jij moet vergeving vragen - ook voor de dingen die jij niet gedaan hebt'.
'Vergeving?', had hij gevraagd.
'Ja - aan God.'
Sindsdien wist hij zeker dat God bestond. Hij had er maar één gevonden die hem begreep. Een oude zonderling. Niemand lette op de man.
Ja - het zijn er maar een paar die dit verstaan. Zij leven als vreemdelingen in een wereld waar iedereen zich verschanst achter een dam die hij opwerpt - waar iedereen zijn handen in onschuld wast. 'Je moet het van je afzetten' - dat krijgen ze zelfs van hun beste vrienden te horen. Ze mogen geen gelijk hebben - want dan is het uit met de neutraliteit. Neutraal voor je televisie - dat is toch veel gemakkelijker? Het zijn een paar vreemdelingen. Ze dreigen onder te gaan in de vloed. Maar alleen omdat zij er zijn kan de mensheid nog bestaan na de concentratiekampen van het Derde Rijk.
Alleen omdat zij er zijn is er nog te leven als relaties kapot gegaan zijn en het leven geblesseerd is. Want zij wassen hun handen niet in onschuld. Zij omarmen alle mensen in de breedte van hun solidariteit.
Vreemdelingen
Jezus zei tegen Zijn leerlingen: 'Gij zult met de doop gedoopt worden waar Ik mee gedoopt word' (Mark. 9 : 39). Gedoopt worden - dat is ondergaan in de wateren van de zondvloed. Maar leerlingen van Jezus - dat zijn vreemdelingen. Hij stuurt Zijn leerlingen in het verborgene de wereld in - incognito. Wie let er op een korporaal die nooit iets anders dan de dienst heeft gezien? Of op een jongen en oude man bij een glas pils? Inderdaad - de vreemdelingen reizen incognito. Maar aan hen heeft Jezus Zijn geheim geleerd - terwijl de wereld zijn handen wast in onschuld. Onschuld?
J. van Eek jr.
legerpredikant te Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's