De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

Zuid-Afrika, een christelijk land. Of het ook een kerkelijk land is, in de zin van kerkelijk meelevend? Dat leert ons onderstaand stukje in een artikel in Hervormde teologiese studies, uitgegeven vanuit de Universiteit van Pretoria.

'Geloof en lewe het vir baie mense so ver uitmekaargedryf dat hulle van mening is dat die geloof as 'n resultaatlose aanhangsel van hulle lewens goedskiks afgewerp kan word. Hiervan is die toenemende buitekerklikheidsprobleem 'n stawende bewys.

Statistieke van buitekerklikheid.

In 1960 was 10,78% Blankes inSuid-Afrikabuitekerklik. In 1970 groei dit tot 13,93%. In 1980 ontplof dit tot 22,26%. (Vgl Bevolkingsensus 1970; Steekproef: Bevolkingsensus 1980.)

In die Nederduitsch Hervormde Kerk van Afrika het daar in die tydperk 1979-1981 ong 11 000 lidmate vermis geraak. (Vgl JA Beukes, 1983, p 15.) In een stadsgemeente van dié kerk is daarin 1981 344 lidmate opgespoor wat nie by die gemeente ingeskakel was nie (vg JA Beukes, 1983, p 14). In die Nederduits Gereformeerde Kerk was dié kerk van 300 000 lidmate minder bewus as wat op die Staatsensus verskyn het, hoogs waarskynlik omdat baie lidmate nog as lidmate bekend wil staan, maar nie soos lidmate wil lewe nie (vgl IJ van Eeden, 1982, p 13).

Erediensbywoning

Slegs 1,05% lidmate van die Nederduits Gereformeerde Kerk woon meer as 40% eredienste by, 21,8% woon tussen 20 en 40% by en 77,15% woon minder as 20% by. (Vgl Agenda vir die Sesde Vergadering van die Algemene Sinode van die Nederduits Gereformeerde Kerk, Okt. 1982, p.23.)

Bogenoemde statistieke is slegs die simptome van 'n dieperliggende probleem en die aktualiteit van die probleem of die rede waarom die Kerk so indringend na hierdie saak moet kyk, is gesentreer rondom die vraag of die Kerk nie self hierdie probleem aangehelp het deur die swak handhawing van die opsig en tug nie. Hier kan ons verskeie vrae vra. Het die eredienste nie leweloo geraak nie; het die ampte nie in 'n krisis beland nie; het die gemeenskap van die gelowiges nie afgewater geraak nie; het organisasie en strukture nie onfunksioneel geraak nie; het die Skrif nie dalk sy gesag verloor nie, ens, ens?'

***

In het blad Opbouw van de Nederlands Gereformeerde Kerken schreef ds. A. H. Algra te Maassluis een stukje over 'preekvoorziening', dat iedere 'preekvoorziener' op bepaalde punten wel zal herkennen.

'In het rijtje van ondergewaardeerde functies binnen de kerk moet ook een plaatsje ingeruimd worden voor de preekvoorziener, resp. de preekvoorzienster. Vroeger zorgden de scriba 's voor de preekvoorziening, maar het is zo 'n moeilijke klus dat de kerkeraden er een broeder of zuster apart voor gevraagd hebbien. Welke zijn de problemen die zich voordoen? Ten eerste: de chaotische administratie die vele predikanten erop nahouden. Ik denk hierbij aan vroeger, toen we als studenten in de leeszaal van de Kamper school in het week-end nagin­gen waar prof Schilder 's zondags preken moest. We vonden dan op dezelfde zondag 2x in Zaamslag èn 2x in Uithuizermeeden; prof dr. K. Schilder. Hij was een goedig man, hij kon moeilijk iets weigeren. Hij moest echter toch één van de twee kerken afzeggen, maar zo'n kerk eiste dan een andere zondag ervoor terug. Ik had met hem te doen. De man had al zoveel aan z'n hoofd en dan nog elke zaterdag met de trein op weg, z'n vertrouwde gezin en huis verlaten, naar vreemde mensen toe, in een koud logeerbed slapen en 's maan­dags pas terug. Dominees hadden toen nog geen auto 's ­ en op zondag reizen met de trein werd niet goedgevon­den. Als je er zelf geen bezwaar tegen had, liet je het na om der wille van de gemeente. Zo kom ik tot het tweede probleem van mijn zegsvrouwe, die preekvoorzienster is. Zij aarzelt om een predikant op te bellen die huis en haard zal moeten verlaten om haar ter wille te zijn met de inwilliging van een preekverzoek. Als zo'n man een gezin heeft met zorgen en al, mag ik het hem dan aandoen, vraagt ze zich af, om ook 's zondags nog van huis te zijn?

Een derde probleem is: hoe krijg ik de dominees te pakken. Om te beginnen zijn ze zelden thuis en bovendien worden hun agenda's bewaakt door hun vrouw. Het mag onbehoorlijk heten, als je iemand belt en z'n vrouw neemt op, om dan niet te zeggen, waarover je haar man had willen spreken. Je behoort dat aan zijn vrouw te zeggen, ook al zou zij je geen antwoord kunnen geven; maar in het geval van een preekverzoek moet je die fatsoensregel overtreden. Je moet niet zeggen, waarover het gaat, want dan zegt z'n vrouw: 'O, dan kan ik u wel zeggen, dat dit niet zal gaan, mijn man heeft namelijk geen vrije zondagen meer'. Annex aan dit derde probleem is, dat menige predikant antwoordt op een preekverzoek per telefoon, dat hij z'n agenda niet bij zich heeft of de agenda van '86 of '87 nog niet ­ heeft en of je over een paar dagen terug wilt bellen. Doe je dat, dan blijkt hij geen vrije zondagen te hebben omdat hij geheel en al gebonden zit aan die akelige ruilschema's van tegenwoordig.

Het vierde probleem is van geheel andere aard. Je hebt enkele predikanten kunnen strikken, maar dan maakt de kerkeraad bezwaar, omdat de reiskosten de pan uitvliegen bij die en die, of de gemeente maakt bezwaar: Hoe kon u dié nou uitnodigen. En als dit vierde probleem zich niet voordoet, en er dus geen bezwaar is, dan moe de je "ds" nog onderdak zien te krijgen, maar bij wie? In e welk gezin past hij een beetje ? Tenslotte, na al die moeite, vraagt de preekvoorziener zich af of hij/zij niet overbodig werk doet, want waarom zou een ouderling niet voorgaan? Een broeder uit eigen midden? Maar dat wordt altijd met minachting een leesdienst genoemd, alsof vele predikanten niet evenzeer hun preek voorlezen. Niet alleen de preekvoorziener wordt onderschat, de eigen ouderling ook.'

***

Pinchas Lapide Is een bekend (wordend) joods theoloog. Hij heeft - zegt het blad Aktie van 'Youth for Christ' - geschreven dat de kerk nooit zou zijn ontstaan bij de huidige wijze van geloven. Men leze:

'De theorieën die men heden ten dage ontvouwt omtrent de opstanding van Jezus uit de dood, zouden de twaalf discipelen nooit hebben begrepen. Theologen van nu hebben kennelijk moeite met het feit en verklaren de opstanding als 'de zaak van Jezus gaat verder'. Eigenaardig, want voor de God die hemel en aarde schiep is het opwekken uit de dood maar een kleinigheid. Als mensen ten tijde van Jezus' verrijzenis ook zoveel moei­te hadden gehad met dit feit, zou de kerk vast nooit t ontstaan zijn. Deze woorden zijn van een Joods theoloog, Pinchas Lapide, die sprak voor Duitse jongeren die een konferentie in München bezochten.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's