De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christelijke poëzie: lectuur en literatuur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christelijke poëzie: lectuur en literatuur

10 minuten leestijd

Lectuur

In een dichtbundeltje dat bestemd is voor evangelisatiewerk, trof ik het volgende gedicht aan:

In Zijn voetspoor

Met Christus mag ik smaadheid lijden
en in dit lijden mij verblijden,
omdat ik hierdoor groeien mag.
Groeien mag in kleiner worden,
groeien tot een hoger orde,
in de jongste dag.

Mijn Heiland mag ik 't kruis nadragen,
in stilte gaande, zonder vragen,
de weg die Hij mij banen zal.
Zo mag ik in Zijn voetspoor treden,
en zal Zijn heil. Zijn licht,
Zijn vrede, mij volgen overal.

De naam van de dichter of dichteres ken ik niet, maar deze doet er hier ook niet toe. Het gaat me om het gedicht, niet om de maker ervan. Er behoeft geen enkel misverstand over te bestaan: het is een gedicht met een christelijke boodschap. Het verkondigt dat Jezus de Heiland is en dat Hij de mens de weg wijst. Hij is het Licht der wereld. Alleen van Hem is het heil, de ware vrede te verwachten.

Geen enkele lezer zal zich in die boodschap vergissen. Hoewel ik persoonlijk van mening ben dat het geloofsleven iets problematischer is dan in dit gedicht wordt uitgesproken - ik denk bijvoorbeeld aan Marcus 9 vers 24: 'Ik geloof, Here; kom mijn ongelovigheid te hulp' - , door de eenvoudige zegging kan het vers zeker een middel zijn tot verkondiging van het evangelie. Ik wil deze waarde geenszins wegcijferen.

Maar... hoe zit het met de artistieke waarde van dit gedicht? Kunnen we het rekenen tot de kunst, de kunst met het woord, die we literatuur noemen? Wanneer ik hier de term 'literatuur' gebruik, bedoel ik iets anders dan 'lectuur'. Ik wil vooropstellen dat deze twee categorieën niet altijd scherp te scheiden zijn. Er zijn altijd grensgevallen aan te wijzen. Maar daarmee is de onderscheiding nog niet zinloos. Het is een onderscheiding die een verschil in artistiek niveau wil aangeven.

Bij 'literatuur' denk ik allereerst aan een materiaalbehandeling, die uitstijgt boven het gewone, alledaagse. Dat materiaal is de taal. Een schrijver die literatuur produceert, doet méér met de taal dan een gewone taalgebruiker en een middelmatige schrijver. Met bestaande woorden schept hij iets nieuws: woordkeuze, zinsbouw, beelden hebben 'iets' oorspronkelijks in zich. Cliché's - afgesleten, nietszeggende taal - vermijdt hij. Hij plaatst de lezer voor verrassingen, ook als hij doodgewone woorden gebruikt. Hij plaatst de lezer ook voor moeilijkheden, die pas na herlezen zijn op te lossen. Literatuur doet een beroep op de lezer, zet hem aan het denken. Literatuur levert zich nooit in één keer uit. Herlezend ontdek je nieuwe dingen, want de schrijver buit de mogelijkheden van taal en compositie uit. Literatuur getuigt van vakmanschap op hoog niveau, het vermogen om weg te laten wat overbodig is en te accentueren wat noodzakelijk is, kortom: raffinement in de goede zin van het woord.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik deze dingen niet of nauwelijks aantref in het gedicht 'In Zijn voetspoor'. De boodschap is duidelijk, maar de verwoording vertoont weinig originaliteit. (Behalve misschien de regel: 'Groeien mag in kleiner worden'.) Voor evangelisatorische doeleinden kan het bruikbaar zijn, mede omdat het voor een breed publiek begrijpelijk is, maar het behoort niet tot de kunst. Het zegt oude dingen niet op een nieuwe wijze. Het behoort tot de categorie lectuur, omdat het artistiek gezien, het niveau van literatuur niet haalt. De term 'lectuur' is hier niet bedoeld als een negatieve kwalificatie. Er is veel lectuur geschreven die ik goede lectuur zou willen noemen, boeken die je als ouders en opvoeders kinderen graag in handen geeft, boeken ook die voor oudere lezers waardevol zijn, met name vanwege de strekking. Maar één waarde bezit lectuur niet en daar wil ik in dit artikel op wijzen: de artistieke waarde. Wanneer een op zichzelf waardevolle boodschap op rijm wordt gezet, ontstaat er wel een gedicht, maar zo'n gedicht behoort niet automatisch tot de literatuur.

Literatuur

De kenmerken van literatuur die ik hiervoor noemde, tref ik wél aan in een ander gedicht:

Vragenderwijs

Ik vroeg het aan de vogels
de vogels waren niet thuis

ik vroeg het aan de bomen
hooghartige bomen
ik vroeg aan het water
waarom zeggen ze niets
het water gaf geen antwoord

als zelfs het water geen antwoord geeft
hoewel het zoveel tongen heeft
wat is er dan

wat is er dan
er is alleen een visserman

die draagt het water onder zijn voeten
die draagt een boom op zijn rug
die draagt op zijn hoofd een vogel.

Dit gedicht komt voor in de bundel Vogels en vissen van Guillaume van der Graft (pseudoniem voor ds. W. Barnard).

De titel heeft meteen al twee 'lagen'. Je kunt erin lezen: 'op de wijze van vragen' (iets aan de orde stellen) én: 'al vragend wijs worden'. Ook de eerste regel is uitermate verrassend: 'Ik vroeg het aan de vogels . Wat betekent dit 'het'? De inhoud van dit woordje wordt niet uitgelegd. Dat zet je als lezer direct aan het denken. Blijkbaar is dat 'het' iets dat eigenlijk bekend wordt verondersteld, iets dat vanzelfsprekend is. Ook als je het hele gedicht hebt gelezen en herlezen, kun je als lezer alleen maar vaststellen dat nergens de inhoud van 'het' uit de eerste - en derde - regel onder woorden wordt gebracht. Die inhoud moet daarom wel iets zijn dat zowel de dichter als de lezer betreft, iets dat ieder mens aangaat. Dit 'het' moet te maken hebben met de diepste levensvragen van een mens, zoals: Wat is de zin van mijn leven? Of: Waar kan ik als mens met de meest wezenlijke vragen naar toe? Zo raakt dit 'het' de kern van het bestaan van de mens op aarde.

En op deze diepste levensvragen geeft Guillaume van der Graft in dit gedicht het volgende antwoord: ik kan met die vragen niet terecht bij de vogels, noch bij de bomen, en zelfs niet bij het water. Samen omvatten die drie de hele schepping. Maar de hele schepping geeft géén antwoord op die primaire levensvragen. Welke weg blijft er dan nog over? Het lijkt de 'ik' tot wanhoop te voeren. Tot twee keer toe - een zeer functionele herhaling - lezen we de wanhoopsvraag: 'wat is er dan', die zoiets moet betekenen als: Waar kan ik dan nog naar toe? Wat blijft er dan nog over? En dan volgt het verlossende antwoord: 'er is alleen een visserman'.

Hier hebben we de kern van het gedicht te pakken:

wat is er dan er is alleen een visserman

Deze tweeregelige strofe heeft de dichter door diverse verstechnische middelen apart gezet: het is de kleinste strofe van het hele gedicht, de beginregel is een herhaling van de slotregel van de vorige strofe, het is de enige strofe die rijmt (dan - visserman). Bovendien wijst het herhaalde 'die' in de laatste strofe nadrukkelijk terug naar de 'visserman'.

Het woord 'visserman' is ongetwijfeld een verwijzing naar het Ichthussymbool, de vis, het teken van Jezus Christus in de Oudchristelijke kerk, dat bijvoorbeeld vele malen is aangebracht op de wanden van de catacomben in het oude Rome. Het woord verwijst ook naar de bekende woorden van Jezus, gericht tot Zijn discipelen: 'Ik zal u vissers der mensen maken' (Matth. 4 : 19). De visserman, het moge duidelijk zijn, is Jezus Christus.

Ook de laatste strofe is verrassend. De 'visserman' heeft over het water gelopen. Hij heeft de boom (het kruishout) gedragen en de vogel, de Heilige Geest, is op Hem neergedaald, zo weten we uit de evangeliën. Het valt op dat de volgorde van 'water', 'boom', en 'vogel' precies tegengesteld is aan die van het begin van het gedicht. Zo ontstaat het volgende schema:

1. vogels
2. bomen
3. water

3. water
2.3-boom
1. vogel

Daardoor heeft het gedicht een prachtige compositie gekregen: er wordt vooruitgewezen én teruggewezen naar een centraal punt in het vers. Dat centrale punt is de vierde strofe en daarin staat het woord 'visserman'. Zo staat de 'visserman' - op de plaats van het kruis in het schema hierboven - in het centrum van het gedicht. Die 'visserman', Jezus Christus, vormt ook het centrum van de boodschap van de dichter. Zo vallen boodschap en vormgeving samen. Hier zijn vorm en inhoud één, een prachtig staaltje van vakmanschap.

Maar er is nog meer op te merken. Van de 'visserman' lezen we: 'die draagt het water/ onder zijn voeten'. Dit klopt toch niet? Toen Jezus over het water liep, droeg het water Hem toch? Hier blijkt opnieuw het superieure 'spel' van de dichter: Jezus is de Zoon van God en daardoor heeft 'draagt' hier, naast de normale betekenis, nog een andere, diepere betekenis. Als Zoon van God 'draagt' Hij de hele schepping, d.w.z. Hij houdt die in Zijn machtige hand. Zó 'draagt' Hij ook het water.

De boodschap van de dichter is nu duidelijk geworden: met de diepste vragen van je leven, kun je niet terecht bij de natuur, maar alleen bij Hem aan Wie de natuur onderworpen is. Met allerlei middelen - taal, beeldspraak, rijm, strofenbouw en compositie - heeft de dichter deze boodschap onder woorden gebracht. Hij plaatst de lezer steeds voor verrassingen en zet hem aan het denken. Je moet er als lezer wel het een en ander voor doen om die boodschap te achterhalen. Dit gedicht is zeker niet geschikt voor evangelisatorische doeleinden. Het is niet geschreven voor een breed publiek, eerder voor fijnproevers, zeg maar liefhebbers van literatuur. Maar één ding is zeker: het gedicht is een originele verwoording op hoog artistiek niveau van een diepe 'waarheid', die behoort tot de kern van het christelijke belijden.

Conclusie

Er verschijnen in onze tijd diverse bundels met christelijke gedichten die, veelal op eenvoudige en begrijpelijke wijze, het evangelie van Jezus Christus verkondigen. We mogen dankbaar zijn voor het feit dat die boodschap nog steeds, ook in een tijd van voortgaande secularisatie, dichters en dichteressen naar de pen doet grijpen en dat deze poëzie wordt gelezen en kan worden uitgegeven. Maar dat mag ons niet de ogen doen sluiten voor het niveauverschil dat er in artistiek opzicht bestaat. Het ene christelijke gedicht is het andere niet.

Ik hoop dat duidelijk te hebben gemaakt aan de hand van de twee hiervoor besproken gedichten. Over het verschil tussen wat ik 'lectuur' en 'literatuur' heb genoemd had ik een zwaarwichtig artikel kunnen schrijven. Dat heb ik willen vermijden. Het leek mij beter om uit te gaan van twee duidelijke voorbeelden, die méér zeggen dan welke zware theoretische verhandeling ook. Het onderscheid tussen 'lectuur' en 'literatuur' geldt evenzeer voor de grote hoeveelheid verhalen en romans die geschreven en gelezen worden. Een derde categorie die men zou kunnen onderscheiden - ik gebruik daarvoor meestal de term 'leesvoer', een etiket dat voor zichzelf spreekt - moet ik hier buiten beschouwing laten.

Wat leren ons nu die twee gedichten? De boodschap van beide is christelijk: beide gaan over Jezus Christus, het Licht der wereld. Maar een op zichzelf waardevolle boodschap of strekking is niet voldoende om van 'literatuur' te spreken. Alleen het tweede gedicht, het vers van Guillaume van der Graft, is in zijn totaliteit verrassend en origineel. Alleen dit vers vertoont artistiek niveau. Een gedicht als 'In Zijn voetspoor' behoort tot de zogenaamde getuigenispoëzie: getuigen van Jezus Christus, die redden kan en wil van zonde en verderf. Deze poëzie kan troost en bemoediging geven, kan het geloof versterken en kan een middel zijn in het evangelisatiewerk. Dat zijn geen geringe waarden. Maar... we moeten deze poëzie niet als literatuur gaan beschouwen, literatuur in de zin zoals ik het hiervoor omschreven heb.

Artistiek gezien is er een groot niveauverschil tussen 'In Zijn voetspoor' en 'Vragenderwijs'. Alleen 'Vragenderwijs' staat op het niveau van de kunst, alleen bij dit gedicht is er sprake van 'literatuur', en wel op grond van de originele en functionele verwoording en vormgeving. Alleen 'Vragenderwijs' is een christelijk gedicht dat de vergelijking met vele niet-christelijke poëzie die we tot de literatuur rekenen, glansrijk kan doorstaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Christelijke poëzie: lectuur en literatuur

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's