De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prof. dr. Visscher, zijn visie op en zijn strijd om de kerk (2)

Bekijk het origineel

Prof. dr. Visscher, zijn visie op en zijn strijd om de kerk (2)

7 minuten leestijd

Nu gaat het dus om Visschers visie op en strijd om de kerk. De volgende vraag en het antwoord daarop zijn niet overbodig: om welke kerk is het hem nu eigenlijk begonnen?

Het antwoord vinden wij o.a. in zijn rede, gehouden op de eerste algemene vergadering van de Gereformeerde Bond in 1906, 'God en mijn recht'. Op deze rede komen wij nog terug. Verder moeten hier worden genoemd een later verschenen brochure, 'Tijd rijpt', met ondertitel: 'Gemeente Gods of reglementaire kerk', en zijn uitgebreide artikelen over reorganisatie of reformatie in het Gereformeerde Weekblad. Op deze brochure en artikelen moeten wij eveneens nog nader terugkomen. Nu gaat het er ons om, dat daarin naar voren komt, wát Visscher onder dé kerk verstaat en wáár hij die vooral zoekt.

Wij hebben eigenlijk geen bredere uiteenzetting van hem, van wat de Schrift en met name het Nieuwe Testament over de kerk zeggen, én van de betekenis van het oorspronkelijke woord voor 'gemeente' daarin. Uitvoerig citeert hij echter - als gereformeerd theoloog - wat de Nederlandse Geloofsbelijdenis in de artikelen 27-29 van de kerk belijdt. Met nadruk zegt hij daarbij, dat hij dat met nog zovele anderen belijdt! Hij citeert dan letterlijk artikel 27: 'de kerk is een heilige vergadering van de ware Christ-gelovigen, al hun zaligheid verwachtende van Jezus Christus, gewassen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en bezegeld door de Heilige Geest. Deze kerk is geweest van het begin der wereld af en zal zijn tot het einde toe. Als daaruit blijkt, dat Christus een 'eeuwige Koning' is. Dewelke zonder onderdanen niet zijn kan'.

Eveneens uit art. 28 citeert hij letterlijk: 'Aangezien deze heilige vergadering is een verzameling dergenen, die zalig worden, en buiten dezelve geen zaligheid is, zo behoort niemand zich, van wat staat of kwaliteit hij is, op zichzelf te houden, om op zijn eigen persoon te staan. Maar allen zijn schuldig, zichzelf daarbij te voegen en zich daarmede te verenigen, onderhoudende de enigheid van de kerk, zich onderwerpende aan haar onderwijzing en tucht, de hals buigende onder het juk van Jezus Christus en dienende de opbouwing der broederen, naar de ga­ ven die hun God verleend heeft, als onderlinge lidmaten van éénzelfde lichaam'. Hierop volgt dan nog eveneens voluit geciteerd, art. 29 over de 'merktekenen' van de ware en van de valse kerk en van de ware christenen.

Geloof

Ten diepste is deze kerk een zaak van geloof, onzichtbaar, doch zij treedt ook in de zichtbaarheid. Waar, met name in ons land, meent Visscher nu die kerk te moeten zoeken en vinden. Dit wordt ons duidelijk in zijn inaugurele rede. Daarin heeft hij het over de confessie van de oud-vaderlandse kerken. Hij gebruikt hier niét de uitdrukking 'vaderlandse kerk', waarmee anderen de hervormde kerk, zoals die reilde en zeilde, aanduidden. Hij bedoelt met de oud-vaderlandse kerken iets anders. Hij heeft dan op het oog de gemeenten die tot openbaring en instituering kwamen, als vrucht van de doorwerking van de reformatie. Hij noemt ze ook wel 'de Gereformeerde Kerk', zelfs 'Gods kerk' of 'kerken onder het kruis'. Hij ziet ze wel als samen verbonden door de band van éénzelfde geloof en belijden, doch vooral als plaatselijke, locale openbaringen van de gemeente Gods, en als zodanig als het Lichaam van Christus.

Plaatselijk

Hier raken wij aan het punt, dat in het Nieuwe Testament stellig met gemeente eveneens de plaatselijke gemeente wordt bedoeld. Het woord voor gemeente komt vaak in het meervoud voor. Maar het Nieuwe Testament getuigt ook van de gemeente in haar eenheid als de éne algemene christelijke kerk onder haar ene Hoofd, Jezus Christus.

Dit wist Visscher natuurlijk ook wel. Tóch valt bij hem wel heel sterk het accent op de plaatselijke gemeente. Hij voert een sterk pleidooi voor hun 'zelfstandigheid', wat wél iets anders is dan 'autonomie'. Niet ten onrechte wijst hij hierbij op het feit, dat ook in de dogmatische verhandelingen van de gereformeerde theologen na de reformatie de plaatselijke gemeente als de 'grondvorm' van de kerk wordt gezien, en dat de historische ontwikkeling daarmee in overeenstemming is.

Toch, zo kunnen wij hier vragen, was men zich toen ook niet bewust van het feit, dat inderdaad de gemeente des Heeren allereerst tot openbaring komt in de plaatselijke gemeente en dat haar leden in het geloof deel hebben aan 'dé goederen' van de kerk, doch dat dit eveneens geldt van andere gemeenten in een zelfde provincie en land? Er was toch een geestelijke band, die de gemeenten samenbond? Dit gaf men toch gestalte in de classicale, provinciale en nationale vergadering van de kerk? Op deze vergaderingen werden de zaken van de kerk gemeenschappelijk behandeld en behartigd. Zelfs de nog wijdere éénheid, over de landsgrenzen heen, verloor men niet uit het oog. Kwam dit laatste niet tot uitdrukking in het feit, dat op de Dordtse Synode buitenlandse afgevaardigden tegenwoordig waren?

Hierbij is ook van betekenis, dat in de kerk de zeggenschap en het gezag berusten bij Christus, haar enig Hoofd. Deze oefent Hij Zelf - rechtstreeks - uit in de harten door Zijn Woord en Geest. Maar Hij maakt daarbij gebruik van de organen, die Hij daartoe heeft verordend, de bijzondere ambten. Daarom is het toch het meest bijbels, om de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente te nemen in deze zin, dat geen gemeente of ambtsdrager zal heersen over de andere. Zij dragen ieder een eigen verantwoordelijkheid. Wat dan echter niet uitsluit, dat zij geroepen zijn om ook met elkaar te leven in een kerkelijk verband, als leden van éénzelfde Lichaam. Dit behoort dan toch ook in de regering en organisatie zo duidelijk mogelijk tot uitdrukking gebracht te worden. Zo is daar, wat dit betreft, het gereformeerde-presbyteriaal synodale stelsel.

Independentisme

Daarnáást is er echter o.a. ook het zgn. independentistische stelsel. Hier berust de zeggenschap in de kerk toch teveel en te éénzijdig bij de leden van de plaatselijke gemeenten, die als de gelovigen allen gelijke rechten hebben. De ambtsdragers zijn dan te veel hun dienaren. Wij schreven het reeds: Amesius had neigingen tot dit independentisme. Vinden wij hiervan niet iets terug bij Visscher?

Nog eens vragen wij nu, waar Visscher dan met name in ons land die gemeenten, als openbaring van het Lichaam van Christus meende te moeten zoeken en vinden? Het is duidelijk, dat hij daarbij in zijn dagen vooral het oog had op die gemeenten, waarin nog geleefd werd uit en naar de Schrift en naar de gereformeerde belijdenis, die immers op geheel enige wijze de onaantastbare inhoud in de Schrift vertolkt!

Is er hier toch niet het gevaar van een éénzijdig subjectivisme? Dat de gemeente tevéél gezien wordt als de gemeenschap van de daar vergaderde gelovigen en uitverkorenen, die daarvan de kenmerken vertonen? In de Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt in artikel 27 voor 'vergadering' in het Latijn gebruikt het woord 'coetus' in het Frans 'assemblee'. Deze woorden wijzen in dezelfde richting. Maar daarvoor staat in het Latijn het woord 'congregatio' en in het Frans 'congregation'. Deze woorden doelen meer op een gemeenschap, die 'vergaderd wordt'. Iemand is daar nog steeds mee bezig! En wie is die Iemand anders dan Christus, het Hoofd van Zijn gemeente, de grote Herder der schapen? De Heidelbergse Catechismus wijst ook in Zondag 21 over de kerk direct op Hém en Zijn handelen! Dit waarschuwt ons voor een eenzijdig subjectivisme en voor een te licht 'uitpeilen' van bepaalde gemeenten uit het geheel van de kerk.

Wij voegen hier wel aan toe dat Visscher in zijn referaten en brochures en artikelen toch ook nadruk legde op de betekenis van Woord en Sacrament en op de réchte bediening en het réchte gebruik daarvan. Hier zijn wij dan toch weer bij de vergadering van de gemeente in de zin van congregatio, en bij het handelen van Christus, Die bezig is Zijn gemeente te vergaderen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1985

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Prof. dr. Visscher, zijn visie op en zijn strijd om de kerk (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1985

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's