De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Studeren in de pastorie (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studeren in de pastorie (2)

11 minuten leestijd

Dominees moeten steeds vechten voor hun tijd. Niet één van hen kan er op rekenen dat hij dagenlang aanéén ongestoord op zijn studeerkamer kan zitten. Dié tijd is voorbij. Maar: het behoeft ook niet! De tijd moet 'uitgekocht' worden. Dat betekent: men moet er voor betalen! Studie kost de predikant zijn gemak, het luieren in de tuin, het veelvuldig uitgaan met zijn vrouw, het langgerekt zitten op een receptie, het drentelen in de studeerkamer of in de keuken (wij zijn geen 'hulp in de huishouding'). Studie eist zelf tucht, discipline. Zij vereist een harmonisch huwelijksleven. Zij vereist orde in het gezin.

Het niet-studeren van een predikant is, naar mijn vaste overtuiging, niet in de eerste plaats te wijten aan gebrek aan tijd, zelfs niet al heeft men een nog zo drukke gemeente, en al is het waar dat steeds voor de tijd gevochten moet worden. Wie niet tot studie komt, slaapt in, verbeuzelt ettelijke uren, hij wordt met het jaar trager, passiever. Zijn geest blijft niet levendig! Zijn geestelijke vitaliteit vermindert. Hij wordt een 'gevestigd' man. Alle frisheid is er af. Hij behelpt zich met cliché's.

In geen wetenschap kan men het zich veroorloven niet 'bij' te blijven. Wat zeggen wij van een arts die ons zou willen behandelen met een therapie van 25 jaar geleden? De wiskunde die onze kinderen nu krijgen verschilt nogal wat van die wijzelf eens kregen. Zo is het op alle terreinen. En zou de dominee het dan nog altijd mogen doen met wat hij eens hoorde, 25 of 30 jaar geleden van bijvoorbeeld Van Ruler, of Van Rhijn, of Serverijn? Alle achting voor deze mannen, maar er is méér. Wat wij op de collegebanken hebben opgepikt slinkt per jaar weg tot een restje van slechts een paar lucide, aardige of ook wel heel wijze uitspraken van onze leermeesters.

Dagindeling

Het niet studeren in de pastorie is zogoed als altijd te wijten aan de verstrooing. De geest is te verward, te verstrooid, teveel in beslag genomen met allerlei. Men kan niet meer echt denken, méé-denken, zich verdiepen, men is een dwarrelgeest geworden. Men leeft van een hap en een snap. Men kan, ook al begint men aan een boek, het niet meer uit krijgen. Zeker niet als het een pittig boek is. De geest is verslapt. Men is eigenlijk oud vóór men oud is.

Er zijn altijd wel uren, in elk predikantsbestaan, die 'productief' voor de studie kunnen worden gemaakt. Bijvoorbeeld de vroege morgenuren. Dan zit nog niemand op ons te wachten.

In zijn boek Hemels Belegh (begin 17e eeuw) beschrijft Godefridus Udemans, predikant te Zierikzee, hoe hij zelf zijn dag indeelde. 's Morgens kon men hem vinden op de studeerkamer. Al vroeg. Daar legde hij een basis. Zijn raad aan aanstaande dienaren des Woords was, hetzelfde te doen. Ik geef dat alleen maar door. Waarlijk, de kerk, de gemeente vaart er wel bij.

Een paar raadgevingen. Laten de predikanten er zorg voor dragen dat alle gehandicapten en bejaarden in de gemeente kerktelefoon hebben. Dan kunnen zij, als zij willen, Gods Woord elke zondag horen, en ook bijbellezingen etc. Breng ze verder samen op 'bejaardenmiddagen', en bezoek hen verder al naar gelang zij het nodig hebben. Wees in uw bezoek rustig, maar vergeet de tijd niet. Vluchtige bezoekjes betekenen gewoonlijk niet veel, maar lange bezoeken dienen alleen maar de gezelligheid, niet de zaak, waarvoor u kwam.

De ernstigste aanslag die tijdens een bezoek op onze tijd gepleegd kan worden is die van het koffie- en theezetten. Als uw gastvrouw (goed bedoeld) naar de keuken verdwijnt, is uw morgen of uw middag voor een groot deel foetsie. Veel koffie is bovendien een verslaving. Zij doet uw gezondheid geen goed, alleen maar kwaad. Een dienaar van het Evangelie, zegt Paulus, moet 'matig' zijn. Zijn dienst vereist ingetogenheid. Hoe matiger hij leeft, des te helderder is zijn hoofd. En: het spaart u tijd uit!

Familiebezoeken kunnen tot het uiterste worden beperkt. Vader en moeder moet men de kinderplicht bewijzen. Voor broers en zusters ligt de zaak anders. Er valt vaak het een en ander te combineren. Gezelligheidsbezoeken slokken tijd op, en wat heeft men er aan? Wij hebben niet tien levens, maar slechts één. Wij lezen van de duivel dat hij 'weinig tijd' heeft, maar hij benut ze wel; laten wij hem trachten daarin te overtroeven.

Roeping

Uw vrouw stelt misschien eisen. Zij heeft haar réchten. Maar praat met haar eens over uw roeping, over de nood van de kerk, over de ernst der zaak, en over uw serieuze plannen. Dan staat men samen voor één zaak.

Studie is geen hobby, , studie is roeping. De gemeente eist het, de kerk eist het, de Koning der kerk eist het. Wij zijn er niet voor onszelf, maar voor Hem en zijn gemeente. Aan deze roeping kunnen man en vrouw samen, in de pastorie, veel vreugde beleven.

Trouwens, studeren behoeft niet ongezelligheid te betekenen. Wees niet de 'meneer' die door 'mevrouw' nooit gestoord mag worden. Als u hart voor de studie hebt, kunt u er uw hoofd toch wel bijhouden, al zit uw vrouw op uw kamer, bijvoorbeeld op een 'vrije avond'.

Op Luthers studeerkamer zat Käthe pal tegenover Maarten; de knieën moeten elkaar geraakt hebben - dat zagen wij met onze eigen ogen in het Lutherhuis te Wittenberg. En Hansje en Leentje, enz. kropen over de houten vloer, zonder dat Luther er ook maar een ogenblik over klaagde, integendeel, hij genoot ervan.

Van belang is ook dat u de avonden niet langer rekt dan nodig is. Niet te laat naar bed, dan kan men vroeg beginnen.

Vergaderingen hebben de neiging zich de vorm van een lintworm aan te meten. Weet dat zelfs de Dordtse Synode veel te lang geduurd heeft, en dat de voornaamste oorzaak daarvan lag bij de Remonstranten. Blijft men, bijvoorbeeld in een kerkeraadsvergadering, te lang zeuren over één en hetzelfde onderwerp, maak er dan een eind aan. Zorg voor een agenda en houd u daaraan. De rondvraag moet ge niet stellen aan het eind van de vergadering, maar aan het begin, want: o die rondvraag! Ziet ge een ouderling of diaken geeuwen, weet dan dat het hoog tijd is om op te houden, de man is morgen al weer vroeg op. Wees dus niet onbarmhartig. Vergader ook niet meer dan nodig is. U weet: de vergaderitus is een der ergste kwalen van onze tijd.

Thuisgekomen behoeft ge uw vrouw niet alles te vertellen wat er ter vergadering besproken is. Dat bespaart u minstens een uur. Vertel - met mate - wat u kwijt wilt de volgende morgen tijdens het ontbijt.

Vrij voor studie

Sommige predikanten vragen van hun kerkeraad één dag per week vrij voor studie. Ik zie er niet veel heil in. Negen van de tien keer wordt het een 'uitgaansdag', en bovendien: na een week is men de draad kwijt. Het boek op het bureau moet open blijven, de pen moet nat blijven; elk verloren uurtje moet worden benut. Elke dag wat is beter dan één dag alles en op de andere dagen niets. En aanpakken. Niet treuzelen. Niet tijd verliezen met een half uur of langer alleen maar met het boek in handen te zitten. Ik ken predikanten die wat hun studie betreft gelijken op de oude stoomtreinen uit mijn jeugd: veel gepuf, veel lawaai en pas na een heel lange aanloop hadden zij er de gang in; en dan ging het nog met horten en stoten.

Studeren moet een gewenning worden. Dan raakt men er ook niet meer uit. Eerst pakken wij het onderwerp, op de duur pakt het onderwerp ons. Wij krijgen er zicht op. Er komt een terrein waarop wij, min of meer, 'deskundig' zijn. En dat heeft de kerk nodig.

Maar wij moeten er wat voor doen. Sportmensen proberen steeds in conditie te blijven. Zij ontzeggen zich het drinken, het roken en nog veel meer. Zij doen het om wereldse roem. Christenmensen, zegt Paulus, zijn te vergelijken met sportlui, hardlopers, renners - en daar kunnen wij allen wellicht mooi over preken, maar: zélf moeten wij het ook doen.

Het leven is kort, de jaren vliegen voorbij - hoe hebben wij ze besteed? Hebben wij onze gaven benut, al onze gaven? De man met het ene talent, in de gelijkenis van de talenten, is er niet om berispt, dat hij maar één talent had, wél dat hij dat ene niet goed besteed had, het niet gebruikt had.

Ik zal nu 3 redenen noemen waarom studie voor een predikant nodig is. Ik doe dat terwille van de predikanten zelf, maar ook met de hoop dat kerkeraden dit zullen lezen.

Onderzoeken

In de eerste plaats, ik zie daarin een bevel Gods. Houd aan in het lezen, zo vermaande Paulus zijn leerling Timotheüs. Is het niet erg als predikanten er zelfs niet meer aan toe komen om aan 'bijbelstudie' te doen? Al zou alle studie verzuimd worden, dan mag déze toch in geen geval verzuimd worden. Dan is men trouweloos. Gods Woord moet worden onderzocht. En dan niet alleen maar om er uit te spreken, al mag wel alles gericht staan op de prediking. De Bijbel is niet alleen maar een 'arsenaal' voor preekteksten.

De Schrift moet heel ons denken bevruchten en vormen. Zij moet ons geven het juiste zicht op God, op onszelf, op Jezus Christus en het Evangelie, op de kerk en op de wereld. Er is in de hand van de christen, en dus ook van de dienaar des Woords, geen geduchter en machtiger wapen dan het Woord Gods.

Het is niet voldoende dat wij slechts enkele losse teksten kennen, wij moeten ook de verbanden in de Schrift kennen. Alle ware theologische kennis berust op de Schrift. Predikanten heten in het Nieuwe Testament 'schriftgeleerden' in het koninkrijk Gods. Zij dienen de gemeente te voeden, niet met een paar leuzen of kreten, maar met het zuivere Woord Gods.

Dat vereist studie, nauwgezette exegese. Men schrikt er weleens van bij het lezen van meditaties, hoe slordig met de exegese omgegaan is. Men zit binnen de kortste keren op het oude stokpaardje. De veelkleurige wijsheid Gods wordt verduisterd door dat ene punt waarop men zich blindstaart. Het lijkt wel of de Bijbel, hoewel hij toch geïnspireerd is door de Heilige Geest, niet geestelijk genoeg is, men gaat de tekst ombuigen totdat zij zegt hetgeen de predikant pas echt voor 'geestelijk' of 'bevindelijk' houdt. En dat heet dan schriftuurlijk-bevindelijke prediking!

Hoeveel ruimte er in de prediking ook moet worden ingeruimd voor de 'toepassing', immers een preek is niet theologische verhandeling, maar levende verkondiging, de exegese zal de grondslag moeten zijn. En het exegetiseren is een veel moeilijker werk dan doorgaans beseft wordt. Het is een voorzichtig aftasten van de woorden der Schrift, waarbij ook rekening gehouden wordt met het verband waarin zij voorkomen, en met de eerste hoorders of lezers en tot wie ze gericht zijn. '

Luther heeft in het vertalen van het Oude Testament soms dagenlang geworsteld om de zin van een bepaald Schriftwoord te ontdekken. Vertalen betekent namelijk altijd ook exegetiseren. Laten ook wij niet slechts heel braaf in de inspiratie en de goddelijkheid van de Schrift belijden met de mond, maar als exegeet er ook naar handelen. Wij moeten met een goed geweten kunnen zeggen: Alzo spreekt de Heere.

Belijdenisgeschriften

In verband hiermee wil ik ook graag wijzen op de betekenis van de belijdenisgeschriften en onze kerkelijke formulieren. Zij kunnen ons helpen. Wij hebben ze zelfs hard nodig. Zij houden ons bij de waarheid Gods, bij de kerk en bewaren ons voor dwaling en ketterij.

Die belijdenissen en formulieren moet men bestuderen tegen de achtergrond van de theologie der reformatoren.

Ik raad het jonge predikanten af, zich dadelijk te werpen op het bestuderen van de werken van Barth, Brunner, Miskotte, Van Ruler, Noordmans of welk van de moderne theologen ook. Als het in mijn macht lag, dan zou ik elk predikant vóór hij zich begaf tot welke studierichting ook, dwingen een scholing te ondergaan in de oude reformatorische theologie. En pas daarna zou hij zich in het een of ander mogen specialiseren. Omdat de ondergrond van de kennis der reformatorische theologie ontbreekt, komt menig jong predikant in onze tijd of bij het Gekrookte Riet terecht of bij de barthianen, zodat hij op zijn best genomen een half-gereformeerd man wordt. Men kan de zojuist genoemde theologen niet aan, de basis ontbreekt, te weten van de gezonde gereformeerde theologie. Een levensbelang van de kerk staat hiermee op het spel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1985

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Studeren in de pastorie (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1985

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's