De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

7 minuten leestijd

A. G. Honig jr., De kosmische betekenis van Christus in hedendaagse aziatische theologie, Kamper Cahiers 55, 50 biz., ƒ 10, 90, Kok, Kampen 1984.

Op 18 mei sprak de Kamffer missioloog over dit onderwerp zijn afscheidscollege uit. Het spreken over de kosmische Christus werd sterk gestimuleerd op de vergadering van de Wereldraad in New Delhi. Sindsdien heeft de ontwikkeling in de aziatische theologie, in verband met de vragen rondom getuigenis en dialoog, alsmede voor het bepalen van de relatie tussen Christus en de eigen geschiedenis, het eigen religieuze en culturele erfgoed. Soms wordt een nauwe relatie gelegd tussen schepping en vleeswording en komen de volken met hun godsdienstige tradities te staan binnen het kader van de heilsgeschiedenis. Anderen denken meer vanuit de aanwezigheid van Christus in de wereld met zijn Geest en is Christus als de Logos de werkelijkheid als zodanig die aan elk mens zijn eigenlijke bestaan mogelijk maken kan, ook als hij Jezus van Nazareth niet kent. Honig poogt duidelijk te maken dat aziatische theologen geen syncretisme bedoelen tussen christelijk geloof en andere religies, maar veeleer ons verwijten dat we het besef voor het kosmische levensbesef verloren hebben. Men probeert te komen tot een eigen, voor Azië relevante theologie, die het kenmerk draagt van een theologie van de bevrijding, die antwoord geeft op de vragen van het lijden. Bron voor deze theologie is de Bijbel maar ook de aziatische, historische en culturele situatie. De Scheppingsboodschap zegt men verschaft een theologisch kader voor de belijdenis dat God in Azië op een nieuwe wijze de belofte van heil in Christus realiseert voor de hele mensheid. De vraag is dan wel wat het unieke is van Gods heilshandelen via Israël in Christus? Velen willen de religies van Azië zien binnen de ordening van Christus. Honig laat zien hoe in deze

wijze van denken schepping en heil heel nauw op elkaar betrokken worden. Z.i. is de Derde Wereldtheologie van belang voor ons in het Westen die de allesomvattende betekenis van Christus voor natuur en geschiedenis uit het oog verloren hebben. De rede geeft een boeiend stuk informatie, dat men niet zo gemakkelijk verwerkt. Wie gewend is aan de denkkaders van onze theologie stuit telkens op gedachtengangen die hem vreemd zijn. Het is te verstaan dat Honig zich bescheiden opstelt en van zijn lezers vraagt eerst maar eens te luisteren naar deze aziatische stemmen.

Toch dringen zich wel een aantal vragen op. Wat me frappeert is de verschuiving die ik constateer tussen Honig's publicatie over hetzelfde onderwerp in 1968 en dit college. Toen was de auteur veel kritischer dan nu. Waar hangt dat mee samen? De rede geeft daar geen duidelijk antwoord op. Hangen de beschouwingen van de gereleveerde aziatische theologen toch ook niet samen met het al jaren eerder door Bavinck en Verkuyl gesignaleerde Indische levensbesef? En wat is ook in een theologie, die ernst maakt met de situatie waarin men theologiseert, de plaats van de Heilige Schrift? Fungeert deze nog als kritisch 'tegenover' ten opzichte van de. wereld der religies? Wordt in deze visie waarbij schepping en heil haast ineen lijken te vloeien voldoende onderkend de breuk ten gevolge van de zonde? Bij het lezen van deze rede kreeg ik toch keer op keer het gevoel van een theologisch denken dat zich beweegt in de banen van een heilsuniversalisme, waarbij nauwelijks nog ruimte is voor prediking van het kruis als oordeel over de religiositeit van de mensen en als daad van de verzoening met als consequentie in de wereld van de religies dehodiging te laten uitgaan 'Laat u met God verzoenen'. Honig zelf erkent dat er veel vragen overblijven, helaas gaat de auteur daar nauwelijks op in. De kritische vragen die ik bij deze rede heb verhelen niet dat ons hier een hoeveelheid 'huiswerk' wordt opgegeven waar we nog niet mee klaar zijn. Ze raken ten diepste aan de vraag naar de verhouding tussen het ene Evangelie voor alle tijden en volken en de theologische bezinning op een bepaalde plaats en tijd.

A. N.

Nogmaals: Vrede en vrijheid horen samen.

Vorig jaar werd door mij in een artikel onder bovenstaande titel het boek besproken: Wat Charta '77 werkelijk gezegd heeft. In dit artikel werd er door mij op gewezen, dat de stichting Geen Kerkegeld voor Geweld verschillende instanties (IKV, Stichting Charta) beschuldigde zonder hen vooraf gehoord te hebben. Informatie van de zijde van de schrijvers leerde mij, dat zij wel kontakt met deze organisaties hebben gehad en daarover documentatie kunnen tonen. Dit punt wil ik graag als aanvulling vermelden bij mijn artikel. Wel blijft het jammer, dat de schrijvers dit niet in hun boek vermelden. Het had de kracht van hun argumenten kunnen versterken en de verkeerde indruk die bij mij gewerkt werd door het ontbreken van documentatie kunnen voorkomen.

A. W. v. d. P.

M. R. V. d. Berg, Over God gesproken, Wat doet Hij? 86 blz., ƒ 12, 90, J. N. Voorhoeve, Den Haag 1984.

Na de publicatie van deel I, handelend over de vraag 'Wie is God? ' stelt de schrijver aan de orde de vraag: 'Wat doet God?'. Ter sprake komen dan de bijbelse boodschap aangaande God de Schepper, de schepping van de mens als beeld van God, de boodschap aangaande engelen en duivelen, de zondeval, alsmede een hoofdstuk over 'God en de ellende in de wereld'. De betoogtrant is helder en verantwoord populair. Van den Berg luistert naar de Schriften, maar eveneens naar de vragen dip er leven in onze tijd. Dat geeft aan dit werkje een actuele spits. Gespreksvragen maken het geschikt voor bespreking. In de bespreking van de gegevens over de schepping miste ik een behandeling of vermelding van de teksten die spreken over een 'strijd bij de schepping' (JH Kroeze), of dat althans volgens velen doen. Mij trof de exegese van Gen. 3 : 16, vaak zo verkeerd geduid, ook onder ons. Galaten 3 : 28 heeft betrekking op het heil, maar dat raakt alle verhoudingen binnen de gemeente. Een opmerking die m.i. consequenties heeft, waar we te weinig mee rekenen. Boeiend is het hoofdstuk over God en het lijden. Voorzichtig en pastoraat behandelt de auteur de vragendie altijd weer opkomen. Tegelijk geeft hij niet toe aan de zucht van vele moderne theologen om God exclusief aan de kant van de lijdenden te plaatsen. De bijbelse prediking is breder. De samenhang van de souvereiniteit van God en onze verantwoordelijkheid blijft een voor ons denken moeilijk vraagstuk. Wij kunnen er alleen maar over spreken op de toonhoogte van de belijdenis en de aanbidding. Aanbevolen lectuur. 

A. N.

Drs. K. Exalto; Kerkgeschiedenis; uitg. Boekencentrum, 's Gravenhage; 184 bIz.; ƒ 25, 90.

Wie ds. Exalto kent weet dat hij een man is met een verbazende feitenkennis op kerkhistorisch gebied. Daarnaast weet hij ook allerlei theologische opvattingen uit de dogmengeschiedenis treffend te typeren. Er is nu een boek verschenen dat een neerslag vormt van door hem gegeven cursussen (catechetencursus en cursus 'Theologische vorming van gemeenteleden'). Het is goed en nodig om als meelevende gemeenteleden enig inzicht te hebben in de weg die God de eeuwen door met Zijn Kerk gehouden heeft. Breder is daarvan bijv. te lezen in het vierdelig werk van wijlen dr. L. Praamsma. Maar dan kan dit rijk geïllustreerde werk van Exalto heel goed daarnaast dienen ter snelle oriëntatie. Het is naar de bedoeling van de auteur inderdaad leerboek en leesboek tegelijk geworden. Eén bedenking: waarom zo summier en zo selektief geschreven over de twintigste eeuw? Ik weet wel dat de kerkgeschiedschrijving al moeilijker wordt naarmate de aktualiteit wordt genaderd. Maar er zou toch een bredere schets van trends gegeven hebben kunnen worden. Nu is de behandeling al te selektief. Het is onvermijdelijk bij een dergelijke uitgave dat iedere lezer wel wat mist of het een en ander breder aan de orde gesteld had willen zien. Juist in de beperking van deze nog geen 200 blz. toont zich de meester! Van harte aanbevolen.

J. Hoek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1985

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1985

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's