Openbare eredienst
'...en de Naam des Heeren aanroepen!' (Psalm 116, 13b)
Wanneer wij onze psalm nog eens overlezen, bemerken wij dat in de eerste helft vooral de zieleworsteling van de dichter onder woorden gebracht wordt. Zijn verborgen omgang met God. Zijn verborgen strijd voor het aangezicht van de Heere. Inderdaad was dat een diepe weg door een dodelijk tijdsgewricht. Maar hij mocht er doorkomen en er ook uitkomen. De Heere heeft hem uit grote nood en dood verlost. Een ogenblik had hij zich gerekend bij degene, die in de grafkuil nederdaalden. Deze worsteling werd doorgemaakt in de stilte, in de eenzaamheid? Waarschijnlijk wel! Kent u iets van deze strijd? Een uur, een dag, een tijd in uw leven, waarin u in grote nood de Heere aanriep en de Heere u optrok uit de diepe nood? Daar loop je zeker op datzelfde moment niet mee te koop. Dan heb je genoeg aan jezelf. Zie er nu eens op terug. De Heere is groot en in de Heere Jezus Christus is Hij een God van menigvuldige verlossing. De vraag is echter: Moeten wij dit nu altijd voor onszelf houden? Is dat nuttig? Is dat Gode tot eer? Leidt dat altijd wel tot een gezond geestelijk leven? Denk alleen maar eens aan de bloedvloeiende vrouw die van achteren tot de Heere Jezus kwam en in haar grote nood genezen werd. De Heere riep haar vervolgens met heel haar bestaan voor de dag opdat zij in het openbaar gesterkt zou worden door het woord van de Meester: 'Uw geloof heeft u behouden'. Zo verkwikte de Heere Jezus haar ziel eh behoedde haar voor vrees en twijfel.
Na de persoonlijke zielestrijd komt de dichter van onze psalm met al zijn uitkomsten voor de dag in een openbare eredienst. De vraag werd wakker: Wat zal ik de Heere vergelden voor al de weldaden aan mij bewezen? Ja... ik zal de Naam des Heeren aanroepen. Hij gaat vanuit de beslotenheid de openbaarheid in: Geloften betalen in de tegenwoordigheid van al Zijn volk.
In de voorhoven van het huis des Heeren, In het midden van u o Jeruzalem! Zie, dat is zijn openbare eredienst! Hebt u uw geloften betaald? Nee het gaat niet om een show, maar om oprechte openbare godsvrucht zodat ook anderen kunnen horen en merken wat God aan uw ziel deed. Ons licht moet immers schijnen voor de mensen opdat de Vader er door verheerlijkt worde? Waar geloof is, is ook deze openbare eredienst. De Naam des Heere aanroepen. We lezen daarvan al in het begin van het oude testament. In de dagen van Enos... toen begon men de Naam des Heeren aan te roepen. Openbare eredienst. Godsdienstoefeningen zijn dus zo oud als de bijbel zelf. In de hele Heilige Schrift zien wij de menigten optrekken naar de tabernakel, synagoge en tempel, naar de altaren en naar de priesters. Kom ga met ons en doe als wij. Waar geloof is, daar roept men de Naam des Heeren aan. Zijn Naam aanroepen is Zijn Naam verkondigen. Dan maak je anderen door het geluid van de stem op deze God opmerkzaam. Zijn Naam lofprijzend vermelden en Zijn werken en woorden proclamerend bekendmaken. Zullen wij eens zien wat deze openbare eredienst voor ons nu inhoudt?
Ten eerste. Zijn Naam aanroepen is de Naam van Christus hoog opheffen in de gebeden. Dat is immers de vrucht der lippen, die Zijn naam belijden. In het gebed op Hem pleiten en roemen in Zijn offer. Vertrouwen op Zijn genade en over deze verse en levende Weg nl. Christus, tot de Vader gaan. Hij is de grond van de dank en daarom ook in het gebed Zijn Naam aanroepen. Ten tweede is Zijn Naam aanroepen ook van Hem zingen. Zijn Naam, Jezus, mag langs de wolken ruisen en door lucht en wolken dringen. Zijn Naam moet kerk en huis, hart en leven vervullen. Waar hoort men in deze tijd 'der vromen tent weergalmen van hulp en heil ons aangebracht'? Sinds dat het harmonium ingeruild is voor ander huisraad is de lofzang steeds meer verstild. Zij die in de nood van hun leven de Heere hebben leren kennen, zingen eeuwig van Gods goedertierenheden, waarmee zij hier op aarde al een begin mogen maken. Komt maakt God met mij groot. Openbare eredienst!
In de derde plaats mag Zijn Naam aangeroepen worden en luid geroemd worden in de openbare verkondiging van het evangelie. Dan willen wij Jezus zien in de prediking en alleen nog horen van Hem. Dan houden wij ons aan de eenvoud van de prediking van Jezus Christus en die gekruisigd. Daar ook wordt door ons Zijn Naam beleden. Wij vragen ons af en u uzelf: Ken ik deze openbare eredienst of gaat dit langs mij heen en ben ik daar innerlijk niet bij betrokken? Wilt u eens onderzoeken of u in dit geloof bent en of Jezus Christus zo in u is. Waar wij immers de bruidegom kennen in Zijn schoonheid, daar zal onze mond overlopen vanwege Zijn onuitsprekelijke liefde en trouw. Offeranden der dankzegging, de vrucht der lippen. Zijn Naam belijdend.
Maar de openbare eredienst heeft nog een andere kant. Zijn Naam, dat is de Naam van Hem, Die in ons midden was als een die diende. Zijn Naam aanroepen mag dan ook gestalte krijgen in het feit dat wij de roeping hebben om een levend dankoffer voor de Heere te zijn. Christenen van de daad. Als de Heere iets, ja veel aan onze ziel gedaan heeft, zullen de zieken dat merken, omdat de liefde Gods in zulke harten uitgestort is, ja toch? Daar merken de armen en ellendigen in deze in barensnood verkerende wereld iets van omdat het de Heere behaagd heeft Christus in ons te openbaren. Ja toch? Daardoor worden de dorstigen te drinken gegeven en daardoor worden de hongerenden gevoed, ja toch? Wat gij hen doet, doet gij aan Christus. Is er iets van deze openbare eredienst te merken in uw leven als ouders, zullen de kinderen dat vernemen? Merkt u hier iets van bij uw kinderen? Zijn Naam aanroepen heeft te maken met een eerlijke handel en wandel bij degenen die buiten zjn. Eerlijk op de markt, eerlijk achter uw belastingformulier, eerlijk bij sociale zaken, eerlijk bij uw werkgever, eerlijk achter de regeringstafel of in de Tweede Kamer. Dankbaarheid door zo de Naam des Heeren hoog te, houden. Bent u in uw leven een levend dankoffer voor de Heere? Wat zal ik met Gods gunsten overladen, die trouwe Heere voor Zijn genade vergelden. Ik zal bij de kelk des heils Zijn Naam vermelden. Een leesbare brief van Christus. De Heere heeft bij mij wat groots yerricht en daarom: Ik zal Uw naam met dankerkentenis verheffen, U al mijn geloften brengen; 'k zal liefde en lof voor U ten offer mengen, in 't heiligdom, waar 't volk vergaderd is.
F. van Roest
Rectificatie: de tekstaanduiding bij de meditatie van 31 januari jl. moet zijn Psalm 116 : 7.
v. R.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1985
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1985
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's