De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verklaring Kerkvoogdijen met vrij beheer of oud toezicht in classis Harderwijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verklaring Kerkvoogdijen met vrij beheer of oud toezicht in classis Harderwijk

Samen op weg

12 minuten leestijd

Onderstaande verklaring is voorgelezen op de vergadering van de classis Harderwijk van 6 februari jl. De hieronder opgenomen verklaring is - voor zover mogelijk - verzonden aan alle kerkvoogdijen met vrij beheer of oud toezicht in Nederland, met het verzoek hieraan adhesie te willen betuigen. Deze adhesiebetuigingen zullen aan de Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk worden overhandigd. De commissie is van mening, dat door een duidelijk 'neen' van zoveel mogelijk kerkvoogdijen met vrij beheer of oud toezicht, een extra dimensie aan de bezwaren die tot op heden al tegen de ontwerpregeling zijn geuit, kan worden toegevoegd. Kerkvoogdijen die door omstandigheden niet persoonlijk konden worden benaderd, worden opgewekt om ook hun stem te laten horen. Hun adhesiebetuigingen worden gaarne voor 10 maart a.s. ingewacht bij de secretaris van de commissie (mr. H. W. Westerink, Kuntzestraat 22, 8071 KN Nunspeet). Ook 'aangepastekerkvoogdijen' kunnen uiteraard reageren. Het feit, dat zij niet persoonlijk benaderd worden, berust uitsluitend op financiële en organisatorische gronden.

Allereerst willen wij u hartelijk dankzeggen voor het feit, dat u positief gereageerd heeft op ons verzoek, als kerkvoogdijen met vrij beheer of oud toezicht in de classis Harderwijk, deze classicale vergadering te mogen bijwonen. De omstandigheid dat wij hier aanwezig zijn, vereist enige toelichting. De oorsprong ligt in een op 21 november 1984 te Putten gehouden voorlichtingsavond, belegd door de afdeling Gelderland van de Vereniging van Kerkvoogdijen en de Provinciale Kerkvoogdij Commissie Gelderland. Drs. J. van Heijst te Bunnik sprak daar over 'Beheer en toezicht in de Nederlandse Hervormde Kerk, nu en in de toekomst'. Na deze vergadering werd het initiatief geboren, om als kerkvoogdijen met vrij beheer of oud toezicht binnen de classis Harderwijk eens bijeen te komen. Aldus geschiedde. Op 11 december 1984 kwamen 17 kerkvoogdijen te Nunspeet bijeen: 12 met 'vrij beheer' en 5 met 'oud toezicht'.

In deze vergadering werd een commissie benoemd, bestaande uit de heren E. Boeve, kerkvoogd te Oldebroek, K. A. Gort, hoofd van het Kerkelijk Bureau van de Hervormde Gemeente te Putten en mr. H. W. Westerink, kerkvoogd te Nunspeet. Als opdracht kreeg de commissie onder andere mee: aan het moderamen te vragen, de classicale vergadering waarin de 'Regeling voor gezamenlijke verzorging van stoffelijke aangelegenheden van hervormde gemeenten en gereformeerde kerken die een brede interkerkelijke samenwerking (federatie) zijn aangegaan' wordt besproken, bij te mogen wonen om aldaar onze visie naar voren te kunnen brengen. Nu wij als kerkvoogdijen met vrij beheer of oud toezicht, in tegenstelling tot de zogenaamde 'aangepaste kerkvoogdijen', niet vertegenwoordigd zijn in classes, provinciale kerkvergaderingen en synode, kunnen wij over deze zaken officieel met meepraten en meebeslissen. Aangezien er echter grote bezwaren bestaan tegen de voor ons lijggende ontwerpregeling, hebben wij als kerkvoogdijen gemeend onze stem te moeten 'aten horen. Hiermee moge ons verzoek en onze aanwezigheid dan ook verklaard zijn.

Inleiding

Vooropgesteld dient te worden, dat het ons niet gaat om het samengaan met de gereformeerde kerken op zich. Als zodanig past ons als kerkvoogdijen geen oordeel. Dit is een zaak van de kerkeraden en in breder verband van de gemeenteleden. Wanneer wij de ontwerp-regeling nader bestuderen, moet geconstateerd worden, dat er maar weinig van het hervormde kerkrecht in terug te vinden is. De regeling is in feite geheel geschoeid op de gereformeerde leest; alle bevoegdheid, ook in de stoffelijke aangelegenheden, aan de kerkeraad. Slechts op enkele onderdelen, onder andere op het punt van het toezicht, is nog iets van de hervormde regeling(en) terug te vinden. Uit de mond van een hervormde predikant - overigens een voorstander van 'Samen op Weg' - viel de opmerking te noteren, dat de regeling kon zijn samengesteld door enkele gereformeerde predikanten, die er hun eigen werkwijze in verwerkt hebben. Het mag dan ook merkwaardig genoemd worden, dat van gereformeerde zijde is gesteld, dat in deze wel heel erg veel van de gereformeerden gevraagd wordt. Met dergelijke opmerkingen komen we echter niet veel verder. Nu is het enerzijds zo dat, wanneer, twee personen of instellingen en dus ook kerken gaan samenwerken, er gegeven en genomen moet worden en anderzijds, dat men altijd bereid moet zijn een bepaald 'systeem' in te ruilen voor een beter 'systeem'. Voor wat dit laatste betreft, is het echter de vraag of dat hier ook het geval is. Wij menen deze vraag ontkennend te moeten beantwoorden. Wij hopen een en ander in de loop van ons betoog duidelijk en aannemelijk te kunnen maken.

Principiële aspecten

In de toelichting door de raad van deputaten 'Samen-op-weg' bij het voorstel gegeven, staat onder meer te lezen: 'De hele regeling is gebaseerd op het uitgangspunt dat in een kerkelijke gemeente, vanuit de gedachte van de eenheid van de gemeente, bestuur en beheer in één hand behoren te zijn en wel in de hand van de kerkeraad'. Een nadere motivering ontbreekt echter in het geheel.

1. Verscheidenheid in gaven

Vanuit de Heilige Schrift zijn er onzes inziens geen aanknopingspunten voor de visie dat be­stuur en beheer in één hand behoren te zijn. In de Bijbel wordt juist gesproken over een verscheidenheid der gaven in de gemeente (Romeinen 121:6 en 1 Corinthe 12 : 4 e.v.). Deze verscheidenheid in gaven leidt tot verschillende taken en verantwoordelijkheden; de predikanten en de ouderlingen hebben de zorg voor het pastoraat in de ruimste zin van het woord, de diakenen de zorg voor de armen en wat daar verder in de loop der jaren bij is gekomen en de kerkvoogden hebben de zorg voor de stoffelijke aangelegenheden voorzover van niet-diaconale aard.

Wij hechten er aan te stellen, dat kerkvoogden, evenals de leden van de kerkeraad, een geestelijke taak en verantwoordelijkheid hebben. De verwerving en de besteding van gelden zijn geen stoffelijke maar geestelijke zaken, die door geestelijke mensen dienen te worden behartigd. Hiermee wil intussen niet gezegd zijn, dat wij aan de kerkeraad niet de verschuldigde eer en waardigheid zouden willen toekennen. Wij beseffen zeker wel, dat de regeermacht bij de ambten berust. De bijzondere aard van de regering in de christelijke gemeente blijkt uit de omschrijving 'zorgdragen voor de gemeente Gods' (1 Timotheüs 3:5).

Maar dient nu ook het financieel beheer aan het ambt gebonden te zijn? Moet dan niet gezegd worden, dat de Heilige Schrift hierop geen eenduidig antwoord geeft en dat er derhalve geen noodzaak hiertoe is?

Vanuit het oogpunt, dat zowel kerkeraad als kerkvoogdij één gemeente dienen, behoort het echter wel te komen tot een goede relatie tussen de kerkeraad en het college van kerkvoogden. Overleg en samenwerking tussen beide colleges is dan ook vereist voor een goed functioneren van de gemeente. Een ideale regeling wil overigens geen garantie zijn voor een goede samenwerking. Ten diepste hangt hier alles samen met de liefde, die onder broeders van hetzelfde huis moet wonen. Ds. C. Vonk heeft in zijn parafrase van 1 Corinthe 13 : 7 geschreven: 'Onderlinge liefde is de moeder van twee dochters: wederzijds vertrouwen en goede verwachting van elkaar'. Als dat vertrouwen er is zal de verscheidenheid de waarachtige eenheid in de Heere niet verstoren.

2. Het moderne denkklimaat

Wordt de gedachte die aan het uitgangspunt van de regeling ten grondslag ligt soms gevoed vanuit het moderne denkklimaat? Er is immers in onze tijd een afkeer van onderscheidingen en verdelingen waar te nemen.

Dit heeft tot gevolg, dat men ook gemakkelijk de grenzen tussen bepaalde zaken die onderscheiden dienen te worden, uitwist. Zo laat men het zogenaamde 'charismatische ambt' wel samenvallen met het ambt van alle gelovigen en het officiële ambt en stelt dan vast: er bestaat tussen deze drie 'ambten' geen principieel verschil!

3. De voortgang van het Evangelie

De apostel Paulus schrijft in 1 Corinthe 9 over zijn apostelschap. De macht die dit apostelschap met zich meebrengt, bestaat met name uit het recht op levensonderhoud. In vers 12 zegt hij evenwel, dat hij deze macht niet heeft gebruikt 'opdat wij niet enige verhindering geven aan het Evangelie van Christus'. Wij willen hiermee stellen, dat kerkeraden zeer kwetsbaar zijn als het om het beheer gaat.

Zijn er gemeenteleden bijvoorbeeld niet tevreden over de bouw van een nieuwe kerk, dan komt bij een scheiding tussen bestuur en beheer de kritiek neer op de hoofden van de kerkvoogden, maar kunnen de leden van de kerkeraad vrijuit gaan. Bevinden bestuur en beheer zich beide in handen van de kerkeraad, dan richt men zijn kritiek - terecht - op de leden van dit college. Uit de Gereformeerde Kerken zijn voorbeelden bekend dat predikanten hierdoor in hun werkzaamheden belemmerd werden en soms zelfs naar een andere gemeente moesten vertrekken. De structuur binnen die kerken bracht deze gang van zaken met zich mee. Ook wat dit betreft heeft het in één hand leggen van bestuur en beheer bepaald geen denkbeeldige schaduwzijden. Het zijn nadelen die de voortgang van het EvangeHe belemmeren.

Praktische aspecten

1. Taakverzwaring van de kerkeraad

Men kan zich de vraag stellen, of de primaire taak van de kerkeraden - de geestelijke zorg - niet in het gedrang dreigt te komen door een vermeerdering van werkzaamheden.

Wanneer we met name voor wat betreft de hervormde gemeenten denken aan het onderhoud van monumentale kerkgebouwen en het beheren van landerijen, dan kan men zich afvragen of dit niet te veel van de kerkeraden gaat eisen. Uit diverse publicaties blijkt, dat ook vele predikanten zich afvragen of de kerkeraden al niet genoeg te doen hebben. Bij hen gaat echter - als beleidsbepalend orgaan - wel de verantwoordelijkheid berusten en deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat er goede aandacht - en dat zal dikwijls betekenen: veel tijd - aan beheerszaken zal moeten worden geschonken.

2. Onvoldoende aandacht voor kerkvoogdelijke zaken

Aan de andere kant bestaat het gevaar, dat kerkeraden door overvolle agenda's, onder meer door de vele stukken die hen van hogerhand worden toegezonden, niet voldoende aandacht kunnen geven aan beheerszaken. Er komt weliswaar een college van beheer, maar dit college heeft slechts een voorbereidende en uitvoerende taak en staat derhalve in feite onder curatele van de kerkeraad. Het beleid wordt bepaald door de kerkeraad. Daarbij is het een bekend gegeven, dat veel predikanten en ouderlingen niet (graag) willen praten over de financiële positie van de gemeente. Hiermee zal in het licht van de ontwerp-regeling en met het oog op een goed beheer rekening moeten worden gehouden.

Juridisch aspect

Er komt blijkens hoofdstuk IV (art. 11-13) een wijziging in de rechtspersoonlijkheid. De rechtspersoonlijkheid namens de gemeente die nu nog bij de kerkvoogdij berust, gaat naar de kerkeraad. De vraag rijst of aan dit voorstel wel voldoende juridische toetsing ten grondslag heeft gelegen. Wat bijvoorbeeld is de oplossing voor de kadastrale tenaamstelling en wat voor testamentaire beschikkingen ten behoeve van de kerkvoogdij? Het gevaar is reëel aanwezig, dat er door een wijziging van de rechtspersoonlijkheid een chaos ontstaat in het juridisch verkeer. Een chaos die voor de kerk wel eens zeer nadelig kan zijn. Wij willen verder stellen, dat de rechtspersoonlijkheid nimmer verhandelbaar is; men bezit rechtspersoonlijkheid of men bezit deze niet.

Inhoud van de ontwerp-regeling

Gezien het fundamenteel verwerpen van de grondgedachte van de regeling, achten wij het op dit moment niet noodzakelijk om in concreto in te gaan op de verschillende artikelen van de ontwerp-regehng. Slechts twee opmerkingen:

a. In artikel 2 wordt gezegd, dat de kerkeraden een regeling opstellen ten behoeve van de verzorging van de gezamenlijke stoffelijke aangelegenheden, na overleg met onder meer het college van kerkvoogden. D.w.z. het college van kerkvoogden mag meepraten maar heeft geen meebepalende stem. De vraag is of dit kan en mag. Alleen wanneer het college van kerkvoogden instemt met een nieuwe regeling, die voor haar verstrekkende gevolgen heeft, kan ze van kracht worden. M.a.w. niet 'na overleg met', doch slechts 'in overleg met', kan de regeling recht van bestaan geven.

b. De bepaling (art. 7) dat de kerkeraad geen beslissingen neemt waaraan financiële gevolgen zijn verbonden 'zonder overleg met en advies van het college van beheer', is niet meer dan een vriendelijke geste. Deze omschrijving is immers volstrekt vrijblijvend. Overeenstemming behoeft er niet te zijn en ook niet te komen.

Met het oog op de toekomst

Geconstateerd kan worden, dat het 'Samen-op-wegproces' in vele gemeenten - ook in de onze - tot op heden weinig weerklank heeft gevonden. Of dit in de nabije of verdere toekomst anders zal gaan worden, moet worden betwijfeld. Dit kan gemakkelijk leiden tot de gedachte, dat hetgeen waar we ons nu mee bezig houden, niet zo van belang is. Ook wanneer we de ontwerp-regeling bezien, lijkt alles mogelijk niet zo urgent. Artikel 1 bepaalt namelijk, dat in de overeenkomst tussen een hervormde gemeente en een gereformeerde kerk die een federatie aangaan, wordt vastgelegd dat en in hoeverre zij hun stoffelijke aangelegenheden samen zullen verzorgen. Het is derhalve ook mogelijk het beheer volledig gescheiden te houden. Gelet op de fase waarin het 'Samen-op-wegproces' zich nu bevindt, is het ook ten zeerste aan te bevelen het beheer gescheiden te houden, met name wanneer men hierbij denkt aan een eventuele samenvoeging van de bezittingen. Regeren is echter vooruitzien; ook in deze zaken. Wanneer het in de toekomst tot een hereniging van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken komt, dan is het niet irreëel te veronderstellen, dat deze regeling als blauwdruk zal gaan gelden voor een regeling in de kerk die na de fusie zal ontstaan. Prof. dr. G. P. van Itterzon heeft in een artikel in het Hervormd Weekblad opgemerkt: 'We lopen immers de kans, dat de dingen later niet teruggeschroefd kunnen worden en dat de Kerk in haar totaliteit dan gedwongen zou zijn al die incidenteel-bedoelde bepalingen met huid en haar te slikken'. Ds. P. van de Heuvel, voorzitter van de Werkgroep voor Kerkordelijke Aangelegenheden, heeft er op gewezen, dat er van de tussenorde-regeling onvermijdelijk een prejudiciërende werking op het toekomstige kerkrecht zal uitgaan.

Conclusie

Dit alles brengt ons er toe, reeds nu ernstig bezwaar te maken tegen de voorgestelde regeling. Wij spreken de wens uit, dat er wegen gevonden mogen worden om de regeling inzake het beheer van stoffelijke aangelegenheden in een andere baan te brengen. Voorts hopen wij dat ons standpunt ook uw standpunt is, zodat een en ander kan doorklinken in de door u uit te brengen consideratie en ook door de afgevaardigde uit uw classis in de gecombineerde vergadering van de beide generale synoden kan worden geventileerd.

Tenslotte

Een oud gezegde luidt: Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald. Echter ook bij dit alles geldt: Uw wil geschiede. Moge de Heere allen die bij het 'Samen-op-wegproces' betrokken zijn - kerkeraden, kerkvoogdijen, classes en synode - de weg wijzen die gegaan moet worden, opdat het zal zijn tot Zijn eer, tot opbouw van de gemeente en tot heil van onze zielen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verklaring Kerkvoogdijen met vrij beheer of oud toezicht in classis Harderwijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's