De Geest bedroeven (1)
De gelovigen van Efeze stonden in meer dan één opzicht bij ons achter. In de eerste plaats leefden zij niet in een omgeving, die tot op een zekere hoogte van de zuurdesem van het Evangelie is doortrokken.
De gelovigen van Efeze stonden in meer dan één opzicht bij ons achter. In de eerste plaats leefden zij niet in een omgeving, die tot op een zekere hoogte van de zuurdesem van het Evangelie is doortrokken. Zij leefden in een volop heidense omgeving. Wanneer Paulus toch zijn brief aan Efeze schrijft, richt hij zich tot lezers, die midden in het antieke klimaat van het heidendom hun leven leidden. Efeze althans was de hoofdstad van de Romeinse provincie Asia. Het behoorde met het Syrische Antiochië en het Egyptische Alexandrië tot de drie grootste steden in het oostelijke Middelandse-Zeegebied. Het was de verbindingsschakel door zijn goede ligging tussen het Oosten en het Westen, een knooppunt van land- en zeewegen. Onder het liberale Romeinse bewind, dat omstreeks 190 voor Christus een aanvang nam, werd Efeze een smeltkroes der volken, één der kosmopolitische brandpunten van het Romeinse rijk en een ontmoetingspunt der godsdiensten. Sinds de dagen van de rijke koning Croeses, die leefde in de zesde eeuw voor Christus, werd de stad beheerst door een Lydische vruchtbaarheidsgodin, die verwant was aan de Foenicische Astarte. Deze werd door de Grieken vereenzelvigd met hun Artemis en door de Romeinen met hun Diana. Zij werd vereerd in een prachtige tempel, waarin de prostitutie werd gewettigd en waardoor velen hun brood verdienden. De stad was de tempelbewaarster van de godin. De magie had vele aanhangers in Efeze en er waren vele mensen, die er hun voordeel mee deden.
Met deze eenvoudige aanduidingen proeven wij reeds de sfeer van de stad. Het is de geur van zeewind, de klank van velerlei talen. Vanzelf komt u dan, al voortdenkend, aan de idee van een bonte, wisselende bevolking. Men leefde in Efeze ruim, maar vooral ruig. Het riekt er naar de volop vleselijke cultuur van het lichamelijke leven. Het leven van de ellebogen. Neen, de zachte schaaf van het Evangelie was er in Efeze nog niet overheen gegaan en dat is toch een krachtige steun om in de wegen des Heeren te blijven. Onze zeden en gewoonten immers hebben bijna alle enigermate de invloed van het christendom ondergaan. Natuurlijk zijn wij ook niet uitsluitend door oprecht gelovigen omringd, er zijn ook onder ons pure wereldse mensen. Wij staan daarmee in doorlopend kontakt. Maar - en dat in de tweede plaats - in het algemeen gesproken, is het geestelijk klimaat onder de gedoopte volken tot dusver nog zuiverder dan in de heidenwereld, waar de gemeente van Efeze zich moest handhaven. Het openbare leven van die wereldstad kenmerkte zich door uitleving van de natuurlijke mens. Wanneer wij het levensklimaat van onze tijd goed inschatten, dat wijst er alles op, dat wij daarheen terugkeren. De stutten en klampen van de christelijke beschaving worden in snel tempo afgebroken. Maar toch, hoeveel verzet zich ook voordoet tegen het christelijk karakter van ons werelddeel, de invloed van eeuwen christendom is niet met een handomdraai weg te werken. Uiteraard was het dus voor de gemeente van Efeze dubbel gevaarlijk zich door de machtige stroom van heidense gebruiken en begrippen weer te laten meevoeren en waar zij met de Geest begonnen waren, toch nog met het vlees te eindigen. Paulus vermaant hen en ons allen daarom met diepe ernst, om de Heilige geest Gods niet te bedroeven en als drangreden voor die waakzaamheid voegt hij er de herinnering aan toe, dat wij door die Heilige Geest verzegeld zijn tot de dag der verlossing.
Wat bedoelt de apostel met de verzegeling door de Geest? Hij geeft er een rijke genade mee te kennen. De koningen en andere groten der aarde plachten eertijds hun zegel te drukken, niet alleen zoals wij op plechtige acten of stukken, maar op allerlei voorwerpen, die in hun rechtmatig bezit gekomen waren. Denk maar eens aan oude wapenschilden van de adel of van de koning zelf. U vindt ze in de gevels van, kastelen of buitenhuizen; op postpapier dat zij gebruiken; soms ook geweven in het tafeldamast. Het zegel is dus vanzelfsprekend zoveel als eigendomskenmerk geworden. Het duidt aan, dat het verzegelde uitsluitend voor de dienst van de rechtmatige bezitter bestemd is, omdat hij alléén er een onvervreemdbaar recht op kan doen gelden. En wordt het op een schriftelijke mededeling gedrukt of er ook aangehangen, dan is het een bevestiging, dat de inhoud wis en waarachtig is en dat de schrijver die voor zijn rekening neemt. Een zegel diende dus voor beveiliging tegen schending.
Wij moeten met deze gedachten rekening houden, wanneer wij de tekst uit Efeziërs begeren te verstaan: bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door welke gij verzegeld zijt tot de dag der verlossing. Wanneer wij deel aan de Heilige Geest Gods ontvangen, en er mee verzegeld worden, verkrijgen wij daarmee het innerlijk getuigenis van het kindschap Gods, waardoor wij het Abba Vader in stil vertrouwen leren zeggen. De Heere betuigt er door in onze ziel: u bent van Mij, van Mij alleen! Tot Mijn dienst gewijd, geroepen en bekwaamd om Mij te verheerlijken al de dagen van uw leven, ja, ook tot in der eeuwigheid toe.
Deze betuiging van de Heilige Schrift is de persoonlijke ondervinding van geloofszekerheid. Op hope tegen hope klemt onze ziel zich vast aan het Woord des Heeren - ofschoon ons hart wel eens er tegen indruist en louter neen zegt, wij kunnen niet anders dan Gods ja gewis erkennen, omdat de Heere dat onuitwisbaar in ons hart indrukt. Daarnaast bevestigt de Heere ons door de verzegeling van de Geest, dat wij Zijn onvervreemdbaar eigendom zijn. Zonder dit zegel zouden wij telkens moeten vrezen de zaligheid, die wij aanvankelijk reeds door het geloof in Christus verkregen hebben, toch nog eens te zullen verliezen, en in weerwil van al het geestelijk genotene toch weer voorgoed uit de genade te zullen uitvallen.
In ons eigen binnenste wordt het nieuwe leven fel door de bijblijvende zonde bestreden. Om ons heen lokt veel ons tot afval van Christus. Bovendien zijn wij gedurig het mikpunt voor de aanvechtingen van de satan. Er is oorzaak te over om benauwd te vragen, of wij ooit de kroon des levens zullen verkrijgen. Maar de verzegeling door de Heilige Geest is ons een waarborg, dat de genade niet van ons zal wijken en dat niemand ons uit de hand des Heeren zal rukken. Wij liggen onder Gods onschendbare zegel. Daar zijn wij veilig bewaard. Dat zegel is niet te breken. De Heere zal gewis Zijn ééns begonnen genadewerk aan ons voleinden. Paulus zegt het immers: gij zijt verzegeld tot de dag der verlossing. Tot de dag, waarop wij naar ziel en lichaam beide tot de eeuwige tabernakelen op de nieuwe aarde onder een nieuwe hemel zullen worden ingeleid. Wij komen daarmee aan een rustgevende gedachte. Het is wel zaak, dat wij ons daaraan optrekken, wanneer wij bij het gezicht op onze. eigen zwakheid en ontrouw aan onze genadestaat beginnen te twijfelen. Laten wij niet vergeten, dat de onaantastbaarheid van Gods zegel, die ons een waarborg van onze uiteindelijke verlossing in het rijk der heerlijkheid is, geen zorgeloosheid bij ons mag wekken, alsof wij het nu niet zo nauw met de zonde zouden behoeven te nemen. Het legt ons integendeel een ernstige verantwoordelijkheid op, want juist die innerlijke verzegeling is bij Paulus de grond der vermaning, die in de genoemde tekst voorop staat: Bedroeft de Heilige Geest Gods niet!
Het zegel, waaronder de gemeente van Christus ligt en veilig geborgen is, is geen zegel van dode was of lak, dat de beeltenis van de grote koning draagt, het is integendeel een levend zegel, een persoonlijk zegel, bovenal een goddelijk heilig zegel..., het is de Geest des Heeren zelf, die eenmaal in het midden der gemeente uitgestort is, en niet voor niets de Heilige Geest genoemd wordt en wat gemeenschap kan er dan zijn tussen Zijn heiligheid en uw zondelust? Die twee staan onverzoenlijk tegenover elkaar..., bedroeft de Heilige Geest Gods daarom niet door uw zonde! Immers, de Geest moet naar de Schrift niet als blinde en onbewuste, maar als persoonlijke kracht en mogendheid Gods worden voorgesteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's