De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wanneer is kwetsen nog geloofwaardig?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wanneer is kwetsen nog geloofwaardig?

5 minuten leestijd

De weigering van de regering om de P.C. Hooft prijs toe te kennen aan de heer Brandt Corstius heeft vele pennen in beweging gebracht. 

De weigering van de regering om de P.C. Hooft prijs toe te kennen aan de heer Brandt Corstius heeft vele pennen in beweging gebracht. Dat is begrijpelijk. Het komt immers niet elke dag voor dat het kabinet een zo principiële beslissing neemt, die - al wordt dit uiteraard niet zo gezegd - toch wel de vrijheid van meningsuiting raakt. De regering heeft een deugdelijk argument voor de weigering. De heer Brandt Corstius heeft - zo luidt de toelichting - kwetsen tot zijn methode gemaakt in zijn 'literaire' produkties. En het gaat hier om het toekennen van een staatspriis. De regering wil terecht niet de indruk wekken om zulk een kwetsen ook nog eens met een prijs van de staat te honoreren.

Maar intussen gaat het wel om produkten van een auteur, die naar de mening van een gekwalificeerde jury het predicaat literair verdienen. En dan gaat het niet - zo zegt de jury - om opvattingen of methoden op zich maar op de vraag of pennevruchten literair zijn. Rest dus de vraag wat de naam literair mag dragen in onze tijd. Want in ieder geval zijn we in de naoorlogse jaren overvoerd met zogeheten literaire produkten die in allerlei opzichten kwetsend waren, zo niet in zedelijk opzicht dan in godsdienstig opzicht. En niet zelden zijn moderne schrijvers - die óók kwetsen tot hun methode maakten - van overheidswege gesubsidieerd. De leerlingen van onze middelbare scholen hebben bovendien veel literair gif tot zich moeten nemen, omdat leraren - ook op christelijke scholen - de één niet voor de ander wilde onderdoen om toch vooral het meest moderne, ook al was dat het meest stuitende, van lauwerkransen te voorzien. Wil men als neerlandicus vandaag voor 'vol' worden aangezien dan moet men het toch vooral houden bij de avantgarde van de hedendaagse literatoren.

Jaren geleden reeds stelde wijlen dr. H. AIgra in de Eerste Kamer, toen subsidie aan literatuur en kunst aan de orde kwam, dat veel van wat vandaag voor kunst, waaronder literatuur, doorgaat niet anders is dan het met faecaliën werpen naar het kruis van Christus. Een en ander neemt echter niet weg dat we in onze samenleving al jaren lang zó ver gaan met erkenning van het recht van vrije meningsuiting, dat produkten die de naam van kunst of literatuur niet mogen dragen - als we daaraan tenminste de norm 'al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaarding is, al wat rein is, liefelijk is, al wat wel luidt' uit Fil. 4 : 8 ten grondslag leggen - desalniettemin van overheidswege gesubsidieerd worden.

Een stap verder

Intussen heeft nu de regering een duidelijke daad gesteld. Het ging hier dan ook om nóg een stap verder dan subsidie. Een staatssprijs houdt ook waardering van de zijde van de overheid in. Bij het toekennen van een subsidie kan men zich nog verschuilen achter het recht op vrije meningsuiting; al is hier met het oog op de geestelijke volksgezondheid de vraag onontkoombaar tot hoever? Maar bij een staatsprijs beloont de overheid. De overheid wilde terecht dit kwetsen niet belonen. De overheid heeft dus een grens getrokken. Maar waar die grens eigenlijk al ligt wordt niet gezegd.

Intussen is het onvoorstelbaar hoe velen de beslissing van minister Brinkman aanvechten, juist vanwege het argument dat kunst, ook literatuur, vrij moet zijn. Voor hen is kwetsen kennelijk een bepaalde methode om met de samenleving te communiceren. Zolang het maar literair of artistiek heet te zijn mag veel, of alles. Het kan verkeren, denkt men dan. Wie vandaag in onze samenleving durft spreken over een 'jodenstreek' of over 'kaffers' loopt kans voor de rechtbank gesleept te worden. Men moet vandaag geducht oppassen voor sexistisch taalgebruik, wil men niet de kans lopen aangepakt te worden voor discriminatie. Het moet niet ondenkbaar worden geacht dat in de nabije toekomst ooit nog eens boekjes uit de handel genomen moeten worden omdat ze onder het odium van zulk een discriminatie vallen. Maar de erkende literator mag alles. Want zijn kwetsen is literaire methode. Brandt Corstius in casu, mag het woord onbenul gebruiken voor leden van het koninklijk huis; hij mag minister Ruding van financiën een hedendaagse Eichmann noemen notabene. En de kritici lopen te hoop om te zeggen dat de vrijheid van meningsuiting en van kunstbeoefening is aangetast door de beslissing van minister Brinkman.

Geloofwaardig?

Blijft recht overeind staan de vraag in hoeverre kwetsen in de literatuur geloofwaardig moet worden geacht. Als vandaag in een samenleving als de onze, waarin zo allergisch wordt gereageerd op al wat maar enigszins naar discriminatie reikt, uitgerekend het honoreren van kwetsende literatuur wordt bepleit, wil men dan eigenlijk zeggen dat men dit kwetsen niet zo bloedernstig moet nemen; alleen maar literairernstig? Maar daarmee ondergraaft men de kwetsende methode op zich. Wie een staaatsprijs bepleit of wil aanvaarden voor kwetsende literatuur overvraagt de overheid of maakt het kwetsen 'ongeloofwaardig' door het te vergoelijken.

De andere kant

Ik houd het er evenwel op dat kwetsende literatuur symptomatisch is voor een tijdsbeed. Het grove, mens-onterende en (daarmee ook) God-onterende is in en vraagt om publieke erkenning, tot erkenning van staatswege toe. Een overheid evenwel, die hier overstag gaat, krijgt trekken van het beest uit de afgrond, in stede zich dienaresse Gods te tonen.

Hulde aan het kabinet dat grenzen stelde aan de verdraagzaamheid. Voor ons allen de vraag waar in onze samenleving de eigenlijke grenzen liggen. Want de Naam des Heeren wordt reeds allerwege straffeloos gelasterd, ook in de kunst, ook in de literatuur. Wie maalt daar nog om? Daar mogen we echter vooral wel van wakker liggen. Terecht wordt een halt toegeroepen aan het kwetsen, zeg maar gerust het uitschelden van mensen: politici, leden van het koninklijk huis, dienaren van de kerk. Maar achter deze vorm van kwetsen ligt het onteren van de Naam van Hem, die mensen schiep en die van hen vraagt liefde tot Hem en de naaste. Waar het eerste met voeten wordt getreden is het tweede in feite uitgesloten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wanneer is kwetsen nog geloofwaardig?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's