De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prof. dr. Visscher, zijn visie op en zijn strijd om de kerk (3)

Bekijk het origineel

Prof. dr. Visscher, zijn visie op en zijn strijd om de kerk (3)

9 minuten leestijd

Nu gaan wij nader in op de vraag, hoe Visscher de Hervormde Kerk zag. Ook dit vinden wij uitgebreid in zijn rede 'God en mijn recht', in zijn brochure 'Tijd rijpt', 'Gemeente Gods of reglementaire kerk' en in zijn artikelen in het Gereformeerd Weekblad.

Hij plaatst ook hier alles in een breed kader. Allereerst gaat hij uitvoerig in op de doorwerking van de Reformatie in ons land en hoe daarbij de beginselen en de arbeid van Calvijn nader gestalte hebben gekregen.

Volgens Visscher schiep Calvijn 'de gereformeerde kerk'. Déze ijverde voor een organisatie van de kerk, waardoor zij zo zuiver mogelijk als Lichaam van Christus, naar de Schrift, tot openbaring zou komen in gehoorzaamheid aan haar Hoofd, Christus en aan zijn ordinantiën in Zijn Woord. Zo kon - en daarop legt Visscher steeds weer de nadruk - het waarachtige geestelijke leven zich ontwikkelen in de ware vrijheid. Daarom ging het in die kerk ook om de rechte bediening van het Woord en van de Sacramenten. En om de handhaving en uitoefening van de bijbelse tucht over leer én leven.

Deze kerk, zo zag Visscher het, kreeg in ons land gestalte in de verschillende plaatselijke gemeenten. En hij benadrukt dan, dat hier géén sprake was van een 'volkskerk'. Daaronder verstaat hij: een kerk waarin allerlei stromingen kunnen doorwerken. Zonder de rechte tucht.

Daarna schetst Visscher, - breeduit - de verdere ontwikkeling. Nieuwe wijsgerige en theologische stromingen zetten zich door. Het geheel enig gezag van de Heilige Schrift en de geheel enige betekenis van de bijzondere openbaring zijn daarbij in het geding. Deze verdere ontwikkeling der geesten is niet te stuiten. Merkwaardig is in dit verband de inzet van Visschers rede 'God en mijn recht'. 'Gans een eikenwoud slaapt in een enkele eikel'. Wellicht is dit ontleend aan Bilderdijk. Visscher bedoelde: als in de natuur, zó is er ook in de geesteswereld een niet te stuiten ontwikkeling naar verdere ontplooiing én veelvormigheid. In deze ontwikkeling is toch vanwege de zonde veel wildgroei en misgewas? Dit onderkende Visscher ook wel! Met dat al; deze ontwikkeling ging, volgens hem aan de Kerk der Reformatie niet voorbij. Zij echter was eerst nog doordrongen van haar roeping om de bijbelse tucht te handhaven. Echter, dan wijst hij er op, hoe de overheid een negatieve rol in dit alles ging spelen. Zij verhinderde, door de invloed die zij toen had, de uitoefening van de rechte tucht. En zo bleef de kerk, wat dit betreft, in gebreke. Mede hierdoor ontstond 'de volkskerk', volgens Visscher een conglomeraat van meerdere stromingen zonder dat orde op zaken werd gesteld naar de eis van de Schrift en de gereformeerde belijdenis. In die kerk kwamen richtingen op, waaronder er waren, die bewust, onder invloed van bepaalde wijsgerige stromingen, de fundamenten van de gereformeerde en christelijke religie ondermijnden en loochenden.

Eenvormigheid

Temidden van de steeds verder gaande ontwikkelingen en ontplooing in meerdere stromingen openbaarde zich echter, ook aldus Visscher - een streven naar uniformiteit, eenvormigheid. Dit streven kreeg een bepaalde gestalte in de franse revolutie. Hij zag het eveneens doorwerken in het kerkelijk leven. En een concretisering daarvan was de synodale organisatie van 1816, door koning Willem I opgelegd, met haar reglementen. Daaraan en daarin werden toen de gemeenten gebonden. Ook na 1852 bleef de toestand wezenlijk dezelfde. In artikel 11 van het reglement stond nog wel, dat de belijdenis erkend moest worden. Doch, gezien in het geheel, hield dit in, 'naar geest en hoofdzaak'. Er kwamen besturen, om de rust en de orde, doch niet de tucht te handhaven en niet om te regeren naar de Schrift en de belijdenis. Een man als dr. Noordmans zou later schrijven: 'Kenmerk van de kerk onder die synodale organisatie was dat zij duur had, doch ze maakte geen geschiedenis'.

Prof. Visscher noemt deze kerk de 'reglementaire kerk'. Hij kon haar als zodanig niet meer beschouwen als openbaring van de kerk, zoals die in de Schrift en in de gereformeerde belijdenis verschijnt, dus als het Lichaam van Christus en de vergadering van de ware christgelovigen. Zijn oordeel over de reglementaire kerk en haar organisatie is scherp negatief. Die alzo opgelegde organisatie noemt hij een dwangbuis. Allerlei stromingen laat ze ongehinderd doorwerken, doch anderzijds bindt ze alles samen in een niet te verantwoorden uniformiteit en éénheid. 'Ze is als een stolp, gezet op een plant, die het leven, dat er nog is en zich ontwikkelen wil, af snoert en verstikt. Ze geeft aan allerlei richtingen, zelfs aan de meest afwijkende - vrijheid. Doch die is tegengesteld aan de ware vrijheid, omdat de rechte gebondenheid ontbreekt. Ze is ook als een masker, dat getrokken is over een onrechtmatige situatie. De kerk verkommert onder haar'.

Reorganisatie?

Nu had niet alleen Visscher ernstige critiek op de bovengenoemde organisatie van de kerk en op haar gevolgen. Die hadden ook mannen als Hoedemaker, Gunning, Kromsigt en vele anderen, en zij, die de weg van de scheiding kozen. Binnen de kerk kwamen er bewegingen én voorstellen tot reorganisatie. Echter, Visscher zag in deze laatste geen heil tot oplossing van het kerkelijk vraagstuk. De huidige organisatie, als een stolp op de plant gezet, zou moeten worden getransformeerd in een andere organisatie, waarin een leven uit en naar de Schrift en naar de belijdenis weer zou kunnen opbloeien? Doch Visscher het hier de situatie binnen de kerk zwaar wegen! Daar waren die verschillende stromingen en richtingen en hun principiële afwijkingen. En hoe stond het met hét geestelijk leven in de kerk, globaal genomen? Wederkeer, reformatie, was vóór alles nodig! Daarvan zag hij te weinig, - helemaal niet - de tekenen. En hij kon niet verwachten dat die reorganisatie die brengen zou. Wat zou ze dan wél brengen? Als er dan weer tucht geoefend zou worden, hoe zou die dan uitvallen? Zou het dan inderdaad gaan om de waarheid of om de doorslaggevende helft plus één? Visscher is overtuigd van het tweede. Hij maakt zich geen illusies. Het zal dan tegenvallen, vooral voor de gereformeerde belijders en gemeenten. Hier wordt hij heel scherp in zijn oordeel. Volgens hem zal die reorganisatie een veelkleurige massa willen samenbinden in één kerkverband. zonder de rechte tucht. Ze zal 'een handhaven van de belijdenis' willen doorvoeren, echter naar de schijn. Het zal, zo betoogt hij, een schijnheilige revolutie worden, die beide verkracht, de belijdenis en het recht!

Vrijmaking

Visscher meende, dat de oplossing van het kerkelijk vraagstuk langs een andere weg gezocht moest worden. Het was zijn diepe overtuiging, dat die lag in de vrijmaking van de kerken, waarbij hij dan vooral op het oog had de plaatselijke gemeenten, die begeerden te leven uit en naar de Schrift en naar de belijdenis. Wat was dan nader de weg volgens hem? De staat had aan de kerk een verkeerde organisatie wederrechtelijk opgedrongen. Zij moest recht doen door intrekking van het Koninklijk Besluit, indejtijd. Deze weg zou een moeilijk begaanbare, maar toch de aangewezen weg zijn!

In dit verband citeert Visscher meerdere malen Groen van Prinsterer, die volgens hem, wat betreft het kerkelijk vraagstuk, in éénzelfde richting dacht. Deze schreef in zijn 'Het regt van de Hervormde Gezindheid': 'Gij hebt niet het recht, de gereformeerde kerk door de kerkorganisatie, die haar oorsprong dankt aan de staat, te dwingen tot een godsdienstig syncretisme - vermenging - , dat haar verwoest. Wij hebben op te eisen de historische rechten van de gereformeerde kerk. En dit is de kerk naar de belijdenis! Het gaat niet om enig overwicht of voordeel voor die kerk in de verhouding met de staat. Slechts om de ware vrijheid van die kerk en van allen, die uit en naar die belijdenis begeren te leven'.

Uit Visschers geschriften en referaten blijkt, dat hij hoopte, dat, als die vrijmaking van de kerken - zoals hij zich die dacht - , zou gebeuren, dit mede zou kunnen leiden tot een hereniging met de kerken van dezelfde belijdenis, ontstaan door de Afscheiding en de Doleantie. Hij keurde de scheiding af, doch voelde zich in meerdere opzichten door een geestelijke band met de afgescheidenen verbonden. Hoewel hij zich ook wel op een andere wijze daarover heeft uitgelaten. Eerst vielen zij echter zeker niet buiten zijn gezichtsveld.

Hier blijkt dus, dat het hem uiteindelijk toch ook ging om de éne gereformeerde kerk! Wij zagen reeds, hoe hij in één van zijn stellingen bij zijn proefschrift dit ideaal al onder woorden bracht: 'De verschillende gereformeerde groepen in ons vaderland moeten krachtens hun gemeenschappelijk beginsel streven naar hereniging op één kerkelijk erf. Hij noemt dit elders zelfs een tweede tempelbouw.

Vragen

Wij kunnen inkomen in zijn ideaal: een gereformeerde kerk, levend uit en geregeerd naar de Schrift en de belijdenis. Wel stellen wij hier weer enkele vragen. Was Visschers oordeel over de reglementaire kerk niet te negatief waarbij de bestaande ontwikkelingen een te zwaar accent kregen? Ook binnen die kerk was de Heere God toch nog bezig Zijn gemeente te vergaderen? Moeten wij dan niet voorzichtig zijn met onze begrenzingen?

Bovendien, de kerk rust in de verkiezende genade God, maar, en daar viel die reglementaire kerk toch nog niet buiten, - het behaagt Hem immers, om, waar de kerk werd geplant, die genade de realiseren in de weg van Zijn genadeverbond? Hier is sprake van een bijzondere spanning. In dit verbond worden bijzondere eisen gesteld. En als dan de gehoorzaamheid in het persoonlijk en kerkelijk leven daaraan, almeer, gaat ontbreken, wat dan... ? Doch in dit verbond liggen ook rijke beloften opgesloten. Die vragen wel om geloof en bekering. Zo wordt er een ernstig appèl gedaan op de mens in zijn verantwoordelijkheid. Terwijl toch de Heere God ook dat geloof en die bekering werkt door Zijn geest. Dit kan niet verborgen blijven. Maar: hoever reiken die beloften en Zijn trouw en geduld?

In de organisatie van de reglementaire kerk lag tevens een groot gemeenschappelijke schuld. Visscher noemt en erkent dit in zijn artikelen. Lag toch in die vrijmaking, evenals in de scheiding - niet het gevaar om wat onder die schuld weg te kruipen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prof. dr. Visscher, zijn visie op en zijn strijd om de kerk (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's