Studeren in de pastorie (3)
In de tweede plaats: voor de predikanten is de studie nodig omdat wij heden in de praktijk van ons werk te maken hebben met bijzondere uitdagingen.
In de tweede plaats: voor de predikanten is de studie nodig omdat wij heden in de praktijk van ons werk te maken hebben met bijzondere uitdagingen. Dat geldt niet alleen voor de grotestadspredikanten, ook voor de predikanten in de kleinere plaatsen en dorpen..
Er kan nauwelijks een classicale vergadering worden gehouden of wij worden gesteld voor principiële beslissingen. Achter vele kerkorderlijke aangelegenheden liggen bepaalde beginselen. En hebben wij daar voldoende zicht op? Weten wij wat er achter zit? Gaan wij niet vaak, al te argeloos er mee om?
Principia komen ook aan de orde, wanneer wij catechiseren. Er kunnen ons door de jongeren vragen gesteld worden die op dogmatisch of ethisch gebied van zo'n grote draagwijdte zijn, dat wij het zelf slechts met moeite kunnen overzien. In mijn jonge jaren las ik eens de opmerking, dat op de jongelingsvereniging (die had men toen nog) vragen behandeld werden, waarover de grote theologen zich het hoofd breken. Dat was toen dus al zo; en het is er heden zeker niet minder op geworden, dat de jeugd haar vragen heeft.
En laten wij niet denken dat de jongeren het niet in de gaten hebben als de dominee zich met een Jantje-van-Leiden ervan probeert af te maken, of zijn onkunde tracht te verhullen.
Devaluatie
Men spreekt in onze tijd wel van een 'devaluatie' van het woord, met name van het gesproken woord, maar vergeet niet dat woorden toch altijd nog veel kunnen betekenen. Men kan, om zo te zeggen, er mensen mee maken en breken. En al zijn bij de mensen de woorden gedevalueerd, bij God nooit.
Ook in het pastoraat is de kennis - dus de studie - nodig. Waar koersen wij heen in onze gesprekken? Hoe lossen wij 'gewetensgevallen' op? Een training in de zgn. pastorale psychologie kan, volgens mij, nooit vergoeden het gemis aan theologische (en geestelijke) kennis. Vooral de reformatorische theologie biedt heel veel voor het pastoraat. Zij is niet speculatief, maar praktisch van aard. Zij is nog lang niet genoeg vruchtbaar gemaakt voor het (hedendaagse) pastoraat.
Polarisatie
Er is in onze tijd ook de polarisatie. De gemeenten zijn verdeelder dan ooit. Er is bijna geen gemeente meer zonder spanningen. Dat geldt trouwens niet alleen maar voor de Hervormd-Gereformeerde gemeenten. De polarisatie is er ook in de Christelijke Gereformeerde Kerken en in de Gereformeerde Gemeenten en in de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (getuige de jongste scheuringen).
Enerzijds is dat het gevolg van het feit dat men niet meer weet wat de ware bevinding is. De Schrift zal het ons moeten leren! En niet wat deze of gene zegt, of beleefd heeft of méént beleefd te hebben. De reformatoren spraken van een experientia fidei, de ervaring des geloofs. Het gaat om het geloof, het sola fide (alleen door het geloof), maar dan wel een levend geloof. Anderzijds ligt een oorzaak van de polarisatie in het feit dat hoe langer hoe meer allerlei nieuwmodische theologen de geesten in beslag gaan nemen, ook onder ons. Voor menigeen schijnt ineens Karl Barth de redder in de nood te zijn geworden. Nu hij in de middenorthodoxie is 'achterhaald', schijnt hij onder ons, hier en daar, te worden 'ingehaald'. En is het niet Barth zélf dan één van zijn leerlingen. En natuurlijk, de gemeenten merken dat op. De warmte van het reformatorische geloofsleven gaat ontbreken, en dat verwekt spanningen. Zo wordt men vatbaar voor allerlei tegenovergestelde uitersten, voor een ongebreideld subjectivisme, dat duizendmaal meer dopers is dan gereformeerd.
Studie, en dan met name van de reformatorische en oude gereformeerde theologie, is broodnodig, om grond onder de voeten te hebben.
Ik vrees dat een aantal predikanten onder ons, door gebrek aan kennis, waggelend door de gemeente gaat. Zij worden heen en weer geslingerd, kunnen hun eigenlijke koers niet vinden. Zij kijken nu eens naar deze kant en dan weer naar die kant. Zij leven, in theologisch opzicht, bij flarden van de theologie van die of van die: een woord van Van Ruler, een spreuk van Miskotte, een aforisme van Noordmans, een machtspreuk van Barth of ook wel bij een gepaald gezegde van een of andere 'oude schrijver'. Maar: het is uitsluitend de reformatorische theologie die ons sterk doet staan, niet afhankelijk van theologische moden, en ook niet van subjectivistische grillen.
Katholiek
Deze theologie is het, die ook het meest katholiek is, dat wil zeggen tracht aan alle waarheidselementen recht te laten wedervaren. Aan de verkiezing en aan het ver bond, aan het Woord en aan de Geest, aan het objectieve en aan het subjectieve. Zij is tegelijk breed en diep. Zij loopt niet een smal piëtistisch paadje, maar gaat ook niet de brede heerbaan van een geseculariseerde theologie. Zij houdt de christen bij het hart van de zaak, maar opent ook zijn ogen voor zijn brede taak.
In de derde plaats: de studie is nodig omdat wij als gereformeerde predikanten ook een theologische taak en opdracht hadden. Persoonlijk èn gezamenlijk. Niet iedereen kan alles doen. Het was eertijds de droom van prof. Hugo Visscher, dat de Gereformeerden in de Hervormde Kerk zóveel bekwame theologen zouden hebben, dat zij zonder enige moeite meer dan één Theologische Faculteit zouden kunnen bemannen. Kunnen wij dat heden? Is de kring van hen die daartoe bekwaam zijn niet erg klein? Komen wij, zodra het gaat over het presteren van enige theologische arbeid, niet steeds weer bij dezelfde mensen uit?
Kennis van zaken
Om ter zake kundig te zijn, op een bepaald gebied, is niet strikt nodig dat men gepromoveerd is, en zelfs niet dat men doctoraal examen gedaan heeft, maar wél dat men althans op één gebied zich wat gespecialiseerd heeft, zodat men met kennis van zaken en gezag kan spreken.
De kerk heeft altijd bekwame theologen nodig gehad. De Hervorming in de 16e eeuw had nooit een voldongen feit kunnen worden, als zij niet door excellente theologen geleid was. Ik kan u verzekeren dat Luther, Calvijn, Zwingli, Bucer en zovele anderen bekwame theologen zijn geweest. Het is eigenlijk pas in de 19e eeuw geweest dat men in bepaalde kringen binnen het Gereformeerd Protestantisme, namelijk aanvankelijk binnen de kring der Afgescheidenen, en nog veel meer binnen de kring van de Kruisgezinden en Ledeboerianen zich tevreden ging stellen met niettheologisch gevormde dienaren des Woords. De ene boeren- of bakkersknecht na de andere werd tot 'dominee' gepromoveerd. Van de 'godzaligheid' van deze mensen blijf ik af, maar niet alwie God vreest, is bekwaam voor het ambt. Velen van hen hadden een minimum aan kennis en een maximum aan flair. Menigeen van hen zag met minachting neer op de 'geleerde dominees'. Zelf heb ik, zelfs in onze eigen tijd, in die kring nog wel met spot horen spreken over de 'fabrieksdominees'. Ledeboer, hoewel zelf een 'fabrieksdominee' ging later opzettelijk slordig om met het schrijven van zijn 'stukjes' of brieven. Alsof onkunde en slordigheid een kenmerk van godzaligheid zijn!
Van oefenaar naar dominee
In de Afgescheiden kring is men al spoedig erop terug gekomen. Hendrik de Cock bevorderde dat er 'oefenaars' tot 'dominees' werden gemaakt. Simon van Velzen, die in de praktijk ondervond tot hoeveel ellende en onderlinge rivaliteit en twist dat leidde, stak er weldra een stokje voor. Er groeide een opleiding, eerst heel simpel, maar gaandeweg uitgebreider en steviger. Al de mensen die zo graag predikanten willen hebben, zonder enige studie, zouden eens moeten lezen wat Guido de Brès, de opsteller van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis, geschreven heeft in zijn boek over de Wederdopers, aan het adres van de onbestudeerde 'predikanten'.
Van Calvijn is het een stuk levenswerk geweest in Geneve een Academie te stichten. Hij zei eens: Stuur ons hout, en wij maken er pijlen van. Tientallen jonge mannen hebben onder zijn bekwame leiding, en die van Beza, gestudeerd en zijn de kerk tot rijke zegen geworden. Luther was hoogleraar aan een universiteit, waar predikanten werden opgeleid.
De Gereformeerden van het eerste uur in ons land waren wat blij, toen Prins Willem I, Leiden een Academie schonk, in 1575, dus op een tijdstip waarop ons land nog lang niet geheel en al bevrijd was.
In de 17e eeuw kozen onze gereformeerde vaderen voor bijna elke stad óf een Academie of een Illustre School, waaraan predikanten werden opgeleid. Tot ver uit het buitenland kwam men naar ons land, onder andere om er Oosterse Talen te bestuderen. De vaderen waren dus niet tevreden met alleen maar de 'tale Kanaäns'. Het van God geleerd-zijn en het geleerd-zijn aan een Hogeschool of Universiteit mag niet als een tegenstelling worden gezien.
Ik ben ervan overtuigd dat de gereformeerde theologie nog lang niet dood is. Als er één theologie is die nog toekomst heeft, dan is het deze. De dwaling overleeft altijd zichzelf. De moderne theologie is in feite uitgeput. Alle mogelijkheden heeft zij afgetast en nu is zij aan het eind. Er verschijnt op de boekenmarkt niets 'nieuws' meer. Met alle grondgegevens heeft men geëxperimenteerd. In het schudden der kaarten zitten geen nieuwe gegevens meer. Men 'vlucht' in de sociale wetenschappen. Men heeft zich een God voorgesteld in ons, een God die in de diepte is, of die de kern van het bestaande is, of die met ons mee optrekt in een dynamisch wereldproces, of die ons al vooruit is, dat is allemaal uitgeprobeerd; wat nu nog?
Wij staan voor een immense taak. Sommigen onder ons zijn doodsbenauwd voor repristinatie, een herhahng van hetgeen vroeger geleerd is.
Maar ik vraag: is al wat in het verleden gegeven is, al afgetast?
Sommige theologen zijn als vacantiegangers: zij houden wel naar China willen, maar zij kennen nog niet eens de paadjes in hun eigen dorp.
Laten wij eerst eens graven in hetgeen ons in het verleden geboden is, en, voor een groot deel, onder het stof is geraakt; daarna kunnen wij, heel nuchter, eens kijken of wij verder moeten gaan. Dat altijd verder willen gaan, komt bij mij over als een louter menselijke arrogantie.
Dienen
Studie moeten wij niet zien als een leuk tijdverdrijf, of een zich heerlijk onttrekken aan de verantwoordelijkheden in het heden. De dominee die heerlijk op zijn studeerkamer zit en niets dóet met hetgeen hij verworven heeft, is ontrouw. Hij zou beter de gemeente kunnen ingaan. Al wat wij doen, ook de studie, moet disponibel zijn. Het moet de gemeente dienen. Wij zijn er voor de gemeente.
Studeren is zelfs een vorm van kruisdragen. Wie kennis vermeerdert vermeerdert smart. De kennis schept grotere veranwoordelijkheden. Wie meer weet, zal ook meer moeten verantwoorden. De studie is een vorm van ascese. Zij verteert zelfs de krachten. Zij zet u misschien op een post die ge niet begeerd hebt en die u zwaar valt. Zij brengt u in een strijdpositie. Wie de Bijbel en de reformatorische theologie bestudeert, krijgt in de duivel een geduchte tegenstander. Je wordt dan voor hem extra belangrijk. Het kan zelfs zo ver komen, dat hij je uit de weg wil ruimen. Dat was eens bij Melanchton zo, en toen heeft Luther, met al de gebedskracht die in hem was, hem tot het leven, het werk en de studie teruggeroepen, vanaf de grenzen van dood.
Wij mogen ook niet alles bestuderen. Het doel moet voor ogen gehouden worden. Lukraak studeren en lezen leidt maar af. Dat is tijdverdrijf en vermaak, maar niet christelijke studie. Wij moeten, in navolging van onze Heibelbergse Catechismus, steeds vragen naar het nut. Wat is nuttiger: het bestuderen van de Kirchliche Dogmatik van Barth (een werk van jaren) óf de Institutie van Calvijn? Dat acht ik in de pastorie een legitieme vraag, en het zal wel duidelijk zijn, welk antwoord ik geef op deze vraag. De tijd is kort, wij moeten keuzen maken. Wie weinig tijd heeft dient zich te concentreren op het meest wezenlijke en het allernuttigste; anderen die meer tijd hebben of meer kunnen, kunnen breder om zich heenzien.
Ik ga eindigen. De psalmdichter zegt: Uw gebod is zeer wijd; hoe lief heb ik uw wet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's