Tekenen der tijden (1)
Meer dan ooit horen wij van verschillende zijden zeggen, dat wij in een apocalyptische tijd leven.
Meer dan ooit horen wij van verschillende zijden zeggen, dat wij in een apocalyptische tijd leven. Dus in een tijd waarvan men vermoedt dat het einde van deze wereld zeer nabij is. Deze gedachte wordt niet alleen geopperd door sommige christenen die de wederkomst van de Heere Jezus Christus zeer spoedig verwachten, maar ook door hen die de terugkeer van de Zaligmaker hieraan niet verbinden doch door het zogenaamde doemdenken worden beheerst. Nu zal het waar zijn, dat wij in een apocalyptische tijd leven en dat wij deze tijd moeten verbinden met de komst van de Heere Jezus op de wolken. Niettemin zullen wij ervoor moeten oppassen, dat er onder ons een overspannen toekomstverwachting ontstaat zoals bijvoorbeeld in de gemeente van Thessalonica. Trouwens, ook in de middeleeuwen heeft men zich schromelijk vergist, toen men uit bepaalde rampen meende te kunnen afleiden, dat de Heere zeer spoedig zou terugkeren. Inderdaad mag men van onze tijd zeggen, dat zij apocalyptisch is. Maar is dat niet ten diepste de gehele tijd die valt tussen Pinksteren en de wederkomst? Hiermee wil ik niet zeggen, dat de Heere Jezus ons in het onzekere heeft gelaten ten aanzien van de voleinding der tijden. Niet dat wij alles daaromtrent weten, want niet alles heeft Hij ons over deze tijd meegedeeld. Maar ook al heeft Hij ons niet alles daarover gezegd, toch heeft Hij wel voldoende meegedeeld om te weten, hoe de zaken erbij staan. Vanzelfsprekend niet met de bedoeling, dat wij zullen gaan gissen naar de dag en het uur van Zijn terugkeer als wel om waakzaam te zijn. De mededeling van de voleinding der tijden wordt ons door de Zaligmaker gedaan in de vermelding van de tekenen der tijden. Behalve Christus hebben trouwens ook de apostelen hierop geattendeerd. Te denken valt o.a. aan Paulus, Petrus en niet in het minst Johannes in het boek Openbaring. Op allerlei manieren ontvangen wij vanuit het Nieuwe Testament dus onmiskenbare signalen. Voor de christelijke gemeente vandaag is het van uitermate groot belang om deze signalen op te vangen. Het behoedt haar aan de ene kant voor het gevaar dat zij inslaapt zoals de vijf dwaze maagden, aan de andere kant voor het gevaar van - en dat is een niet minder groot gevaar - een overspannen toekomstverwachten. Ofschoon ik wel eens de indruk krijg, dat dit laatste minder aanwezig is dan het eerste.
Het doel van de tekenen der tijden
Alvorens ik iets over de verschillende tekenen der tijden wil schrijven, moet toch eerst iets over de doel van die tekenen worden gezegd. Het doel is tweeledig. In de eerste plaats brengt God door allerlei barensweeën heen een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarop gerechtigheid wonen zal. God is vrij om deze nieuwe hemel en nieuwe aarde door allerlei verschikkingen heen tot stand te brengen. Hierin hebben wij God vrij te laten. Op Zijn vrijmacht is óók wat dit betreft niets af te dingen. Hij doet wat Hem behaagt en zoals Hij dat doet is het goed. Dat verschillende tekenen te maken hebben met Gods straf op de zonde zal duidelijk zijn. Niet dat wij dit altijd even duidelijk zien of kunnen onderkennen. Wij zien en kennen slechts ten dele. Maar al weten wij straf en zonde niet altijd te combineren en moeten wij hiermee uitermate voorzichtig omgaan als ons hierover geen licht wordt verschaft, toch is er een samenhang al blijft die voor ons verborgen. Dat geldt zowel voor het hele menselijk geslacht als voor een ieder persoonlijk. Hoe het ook zij: God brengt door allerlei verschikkingen Zijn Koninkrijk nabij.
Hoe heeft nu Zijn gemeente hiertegenover te staan? Wat is het doel van de tekenen der tijden voor haar? Moet zij zich door al die tekenen angstig laten maken? Dit laatste in geen geval! Dat is het doel niet van de tekenen! Maar het doel is, dat zij waakzaam zal zijn. Het doel is niet minder, dat zij in de tekenen de voetstappen van de naderende Christus zal horen. De tekenen worden aan Gods gemeente daarom geschonken tot troost en bemoediging. In de eerste plaats dus tot waakzaamheid, maar niet minder mag het troostevolle in de tekenen worden opgemerkt. Voor de goddelozen zijn zij tot angst, maar voor Gods Kerk tot bemoediging om het nog even vol te houden. De strijd nog even vol te houden, want Jezus komt! Ik meen derhalve, dat wij het aspect van bemoediging en troost in de tekenen niet over het hoofd mogen zien. Anders is het gevaar niet denkbeeldig, dat men bij het zien en opmerken van de tekenen zich aan defaitisme (onverschilligheid) overgeeft óf in het doemdenken van deze tijd terechtkomt. En niets is gevaarlijker dan dit laatste. Immers, dan laten wij ons meer imponeren door wat momenteel gebeurt dan door wat de Heere begoogt met al die tekenen nl. de realisering van Zijn Koninkrijk. Zijn komst die ons heil volmaken zal. Het zien en opmerken van de tekenen bevat dus troost en bemoediging voor Gods gemeente, maar zal ook tot gevolg hebben, dat zij - naamate de komst van Christus naderbij komt - meer en meer een lichtend licht en een zoutend zout dient te zijn. Wie kennis heeft van de nabije komst des Heeren, zal een woord voor de wereld hebben. Hiermee bedoel ik, dat men met het Woord in de wereld zal staan, opdat jongeren en ouderen die ten dode toe wankelen gegrepen worden. Wie doordrongen is van het feit, dat de komst van de Heere Jezus eeuwige zaligheid voor de gelovigen, maar eeuwige rampzaligheid voor de ongelovigen zal meebrengen, zal het licht niet onder een korenmaat laten schijnen, maar dit in woord en daad midden in een wereld laten schijnen, die - indien zij niet gelooft - haar eeuwige ondergang tegemoet snelt. En als wij van mening zijn dat wij in een apocalyptische tijd leven en dat de wederkomst des Heeren aanstaande is, dan mag het evangelisatie- en zendingswerk wel geïntensiveerd worden. Het is - naar ik meen - van Luther die ooit eens heeft gezegd, dat hij vandaag nog een boom zou planten als hij wist dat de Heere morgen terug zou komen. Met andere woorden: wij hebben te werken zolang het dag is. En dat geldt zéker voor alle arbeid in Gods Koninkrijk. Wie trouwens door de tekenen der tijden waakzaam is, maar ook bemoedigd en vertroost wordt, zal het niet kunnen nalaten om van de Heere Jezus als Zaligmaker en Redder voor zondaren goed te spreken. Want wat is dat voor toekomstverwachting van de christelijke gemeente als zij nalaat goed te spreken van haar komende Heere die door de tekenen der tijden spreekt? Gelijkt zij dan toch niet veelal op de vijf dwaze maagden?
Meerdere tekenen
Doorgaans worden de tekenen der tijden beperkt tot die dingen die momenteel gebeuren. Wanneer men van een ernstige natuurramp of van een oorlog hoort zal men die al heel snel onder de tekenen rekenen. Dat is juist, als door ons maar niet vergeten wordt dat er meerdere tekenen zijn waarvan de zojuist genoemden er twee zijn. In Mattheüs 24 wordt ons althans een heel scala van tekenen genoemd. In dit en de volgende artikelen willen wij deze tekenen successievelijk eens nagaan. In de hoop en de verwachting, dat wij ze zullen zien en opmerken.
Verleiding
In Mattheüs 24 : 2 voorzegt Christus de ondergang van Jeruzalem. Niet een steen op de andere steen zal gelaten worden, die niet afgebroken zal worden. De discipelen zijn van deze voorzegging diep onder de indruk. Zij komen hiermee voor zichzelf niet klaar. Daarom vragen zij aan de Heere Jezus, wanneer Hij op de Olijfberg is gezeten: 'Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welke zal het teken zijn van Uw toekomst en van de voleinding der wereld?' In deze vraag verbinden de discipelen twee zaken nl. de ondergang van Jeruzalem én het einde van alle dingen. Zoals wij uit de geschiedenis weten vallen die twee in geen geval samen. De ondergang van Jeruzalem heeft zich alreeds voltrokken nl. in het jaar 70 na Christus. De stad werd toen vrijwel volledig verwoest. De enige herinnering aan deze schone stad is in onze tijd nog de zgn. klaagmuur. Opvallend is dat de Heere Jezus op de eerste vraag van de discipelen - de ondergang van Jeruzalem - althans in het Mattheüs-evangelie niet direkt ingaat. Deze ondergang behoort hij het einde aller dingen, toch zijn er blijkbaar belangrijker zaken te vermelden dan het tijdstip waarop de verwoesting zal plaatsvinden. Tekenen die voor de Heere op dat moment belangrijker zijn. Wel, als dat voor Hem zo is, dan is dat ook zo voor Zijn discipelen én voor ons. Een van de eerste tekenen die de Heere noemt is: de verleiding. In Mattheüs 24 : 4 en 5 lezen wij: 'Ziet toe, dat u niemand verleide. Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden!' Hiermee is niet bedoeld, dat iemand letterlijk altijd zal zeggen: ik ben de Christus, maar wel dat men dit meer of min bedekt in zijn woorden en werken zal laten uitkomen. Men kan hier dus evenzeer denken aan Schriftwoorden die door iemand worden gehanteerd, maar worden gevuld met een eigentijdse inhoud. Ik denk nu in het bijzonder aan de bevrijdingstheologie onder welke vlag trouwens heel veel theologieën vallen. In de bevrijdingstheologie gaat het - zoals het woord reeds zegt - om de bevrijding van de mens. Maar dan niet zozeer om de bevrijding van de zonde zoals de Schrift ons dit voorhoudt, een verlossing naar lichaam en ziel zoals dat in zondag 1 ons helder en klaar voor ogen wordt gesteld, als wel een verlossing van de mens die vastzit in allerlei verkeerde structuren waardoor hij door machthebbers wordt vastgehouden. Het gaat om zijn bevrijding in het hier én nu. Deze wereld, deze aarde is het één en al. Welzijn slechts voor het heden is van belang, niet het welzijn naar lichaam en ziel voor tijd en eeuwigheid. De verlossing van de heerschappij des duivels moet niet tot uiting komen in het persoonlijk leven, maar in de structuren. Met andere woorden: de bevrijdingstheologie ziet als voornaamste doel het koninkrijk Gods hier op aarde te realiseren. En dat met messiaanse woorden vermengd met allerlei uitspraken van Marx en anderen. Met woorden uit de Schrift zoekt men ten diepste aansluiting bij het leef- en denkklimaat van deze wereld, men mag ook zeggen: van de hedendaagse mens. Hiermee verdwijnt wel de voluit bijbelse visie, dat Christus als Redder én Rechter op de wolken des hemels zal verschijnen. Alsmede ook iedere bijbelse visie omtrent wedergeboorte, bekering en geloof. Kortom: in de bevrijdingstheologie gaat het om dit leven. Verder wordt niet gekeken. Deze wereld moet én voor ons én voor onze kinderen leefbaar zijn. En nu zegt de Heere Jezus: 'ziet toe, dat u niemand verleide'. Een aansporing, een bevel dat inderdaad in onze tijd terdege ter harte genomen moet worden. Want hoevelen laten zich door de schoonschijnende beloften van de bevrijdingstheologie niet verleiden. Ik noem Latijns-Amerika, maar ik kan ook ons eigen land, onze eigen kerk noemen waarin sommigen zich door deze 'menselijke' theologie hebben laten verleiden. Wellicht vraagt u zich af óf wij dan geen gerechtigheid hebben te doen en de tekenen van het komende Koninkrijk hebben op te richten? Inderdaad zal dat gedaan dienen te worden. Wij mogen maar niet lijdelijk toezien, hoe vele miljoenen op deze wereld kreperen én gebukt gaan onder een wreed geweld. Echter... het maakt wel een verschil van dag en nacht uit, hoe wij in deze wereld bezig zijn. Gedreven door Gods Geest met het zicht op het komende Godsrijk óf dat wij ons laten leiden door menselijke idealen met daarover een bijbels sausje gegoten. Heel eenvoudig gezegd: Christus en Marx gaan niet samen. Of het is Christus alleen óf Marx alleen. Maar in geen geval beiden.
Dat u niemand verleide! Velen worden helaas verleid. Christus als persoonlijke Borg en Zaligmaker is uit het gezichtsveld verdwenen en daarmee ook de eeuwigheid. Voor alle theologieën buiten de Schrift om geldt: Christus is hooguit een goed voorbeeld. Het trieste is dat met veel lawaai deze theologie die eigenlijk geen theologie meer mag heten op de markt en aan de man wordt gebracht, en miljoenen verslaat. Laten wij ons hierdoor echter niet laten ontmoedigen, want het is één van de tekenen die de Heere ons heeft voorspeld. Laat ons tegenover deze dwaalleer maar de goede leer van het Woord Gods, het gehele Woord Gods zetten. Met Kohlbrugge zeg ik: 'werp het gehele Woord er maar in'. Een volgende keer hoop ik op dit teken van de tijd nog verder in te gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's