De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Een zondag op bed

Onder die titel schrijft ds. T. Poot zijn ervaringen neer in Woord en Dienst van 16 febr. tijdens het luisteren naar enkele radiokerkdiensten op een zondag, waarop hij geveld door de griep, op bed terecht kwam. Voor de kerkgang ben je dan aangewezen op de radio. Drie kerkdiensten plus een morgenwijding vormden het aanbod van die zondag:

Luisterend naar naar wat er op me afkomt ontdek ik hoeveel eenstemmigheid er de laatste jaren is gegroeid op liturgisch gebied. Mede dank zij leesroosters als 'Kind en Zondag' en 'De eerste dag', denk ik. In de vier diensten die ik beluisterde werd dezelfde evangeliepericoop gelezen en bepreekt. En ook de liederenkeus vertoonde een verrassende overeenstemming. Of alle aetherheiligen die eensporigheid ook weten te waarderen, weet ik niet, want daarvoor lig ik te weinig zondagen op bed, maar ik troost me met de gedachte dat er wellicht weinigen zo fanatiek zijn als ik om vier diensten op een zondag aan te horen...

Zo verrassend eenstemmig als de liturgie die zondag was, zo verrassend verscheiden was wat de voorgangers naar aanleiding van dezelfde pericoop te berde brachten. Ik begreep ineens wat beter de verwarring van menige kerkganger: kun je dan met de bijbel zoveel kanten uit? Of ik ook gesticht werd die zondag? Ik ben voor die mensen die echt op de radio zijn aangewezen en voor de schare die de drempel van de kerk niet meer overkomt of over durft blij dat de radiokerkdienst er is. En ik neem aan dat je op den duur een soort betrokkenheid kunt ontwikkelen bij het gebeuren ergens in den lande die je toch deelnemer maakt. Maar ik bleef die zondag op bed buitenstaander. Ik lag er bij en ik keek er naar. En miste de dienst in onze kerk. Ik miste nog wat en dat was erger. Ik miste die zondag het evangelie in zijn diepgang en zijn doodsgang. Het ging veel over Jezus de Messias, dat wel. Maar het ging uitsluitend over een Christus-voor-ons-uit en niet over een Christus-in-onze plaats. Ik kreeg voor ogen geschilderd de Voorloper, de Inspirator, de Baanbreker, maar niet de Plaatsbekleder, de Borg, de Middelaar. Daarom bleef ik, nadat ik de knop had teruggedraaid, met mijn dorstige ziel toch wat arm en leeg achter, die zondag op bed.

De laatste zinnen zouden aanleiding kunnen zijn eens langdurig na te denken over het verband tussen preek en dogmatiek. Immers wat Poot signaleert ten aanzien van de preek, komen we ook tegen in allerlei dogmatische beschouwingen, waarin een Christologie 'van Boven' moet plaats maken voor een Christologie die inzet bij de historische Jezus van Nazareth. De belijdenis van de vroege kerk van Chalcedon: Waarachtig God en waarachtig mens wordt als griekse speculatie en strijdig met het zelfverstaan van de mens van nu beschouwd. Niet alleen het historisch-kritisch Bijbelonderzoek, maar ook het beroep op het zgn. 'joodse denken' moet als oorzaak voor deze dogmatische ontwikkeling genoemd worden. En de nadruk op de Man van Nazareth leidt niet zelden tot een overaccentuering van de ethiek: navolging, deelname aan Jezus' strijd tegen armoede en onrecht enz. Het bevrijdende en vertroostende van het 'Hij voor ons', van Christus' plaatsvervangend lijden en sterven voor onze zonden raakt op de achtergrond. Wiersinga's dissertatie over een alternatieve verzoeningsleer heeft wat dat betreft wel doorgewerkt. Dit overaccentueren van allerlei ethische momenten moet wel als gevolg hebben een 'modern' moralisme waarbij wat wij doen belangrijker wordt dan wat Christus voor ons gedaan heeft. Nu weet ik best dat de prediking van Christus' Middelaarswerk ook ontaarden kan in een goedkope genade-prediking. Wanneer we bij Poot's artikel denken aan bepaalde groepen en modaliteiten in de kerk, is het goed ook kritisch aan onszelf de vraag te stellen of de volheid en de rijkdom van het belijden van de kerk in onze preken doorklinkt. Het blijkt altijd weer moeilijk om aan de gehele Schrift recht te doen en het gevaar voor het berijden van 'rechtse' of 'linkse' stokpaardjes is groot. Wie Johannes 13 of Filippenzen 2 leest ontdekt hoe alzijdig het Evangelie is. Christus is allereerst de Plaatsbekleder die ons dient met zijn lijden en sterven. Door genade alleen. Maar Hij roept ons wel tot dankbare navolging. 

***

De Raad van kerken, Israël en de Palestijnen

Er is de laatste maanden veel geschreven over de houding van de Raad van Kerken ten opzichte van Israël en de Palestijnen. Met name de ontvangst van een afgevaardigde van de P.L.O. en het verzoek om een hoorzitting van de Kamercommissie over de schending van de mensenrechten door Israël hebben bij velen binnen de Kerken, maar ook uiteraard bij de joodse gemeenschappen reacties opgeroepen van woede, droefheid en verbijstering. Gemeenschappelijk is bij allen de overtuiging dat het in het tragische conflict tussen Israël en de Palestijnen gaat om recht tegenover recht. Maar dan komen de verschillen. Zo vraagt ds. G. H. Cassuto in het blad In de Waagschaal van 2 februari zich af of de radikale solidariteit met Israël wel genoegzaam door de kerken gepeild wordt.

Wat velen, ook in de kerken, niet zien is de radikale eis tot solidariteit, die allen die zeggen Jezus te volgen, hebben te betrachten jegens het volk, dat van af het begin van het bestaan van de niet-joodse christelijke kerken het slachtoffer van die kerken is geweest, van het wanbegrip, van de verachting en van de haat van die kerken. Ik bedoel: het joodse volk.

Wij mogen van leiding gevende christenen uit West-Europa die in het midden-oosten rondreizen, zoveel inzicht in de materie verwachten, dat zij met alle begrip voor de nood van de arabische christenen, immers geloofsgenoten, toch niet in de 'kuil der selektieve verontwaardiging' zullen vallen! En laten we klaar en duidelijk stellen: in zo goed als alle sektoren van het christendom , met name in de kerken in het oosten, waartoe de arabische christenen behoren, is de zgn. 'substitutie-leer' nog steeds de enige gezaghebbende: de joden zijn het verworpen volk, het jodendom zou er eigenlijk niet meer moeten zijn. Helaas, in nog maar weinig sektoren is deze verwerpelijke en verderfelijke leer verworpen en uitgebannen! Het is voor joden die Jezus volgen extra pijnlijk dit zo te moeten stellen. Ik schaam mij dan ook dat de kerken joden nog zó pijn kunnen doen, en dat na alles wat zich eeuwen lang én nog in deze eeuw heeft afgespeeld! Ik publiceer deze regels, omdat het geluid van zich in kerken bevindende joden, het is bekend, nauwelijks wordt gehoord: wij komen hoogst zelden in de publiciteit.

Terug tot de zaak zelve: van de kerken wordt gevraagd een radikale solidariteit met de joden die nog in leven zijn. Natuurlijk: kerken zullen solidair zijn met allen die verdrukt worden, met allen die onrechtvaardig worden behandeld. Maar met de joden zijn de kerken verbonden door meer dan dat!

De solidariteit met de joden zal altijd wel een kritische solidariteit moeten zijn, juist ook met hen die zich buiten de staat Israël, maar vooral ook met hen die zich binnen de staat Israël inzetten voor het beoefenen van recht en gerechtigheid jegens de arabieren, in het bijzonder die in het bezette gebied.

Kritische solidariteit met de joden, maar niet zonder hen, nooit meer buiten hen om, nooit meer tegen hen, maar met hen, in kritische verbondenheid. En dan kan en moet alles kunnen worden gezegd, zeker ook wanneer het de staat Israël betreft.

In Evangelisch Commentaar van 22 febr. gaan drie scribenten in op de kwestie. Spijkerboer wijst de handelwijze van de Raad van Kerken ondubbelzinnig af.

Ik zou me kunnen voorstellen dat de kerk tegen de PLO zegt: uw volk is onrecht aangedaan, maar zolang u dit handvest hebt en zolang u niet breekt met uw moorddadige praktijken kunnen wij niet met u praten. In zekere zin praat je dan ook met de PLO, maar je schept van meet af aan duidelijkheid. Die duidelijkheid heeft de Raad van Kerken niet geschapen. Meer nog: door de vertegenwoordiger van de PLO in Den Haag te ontvangen, daarna een perscommuniqué uit te geven en dan daarin ook nog eens te zeggen dat de PLO de enige organisatie is die namens de Palestijnen kan onderhandelen, heeft de raad de PLO politiek opgewaardeerd. Je moet je niet verbazen dat er een schreeuw van verontwaardiging uit de Joodse gemeenschap hier te lande opging toen dit bekend werd. Van een PLO met dit handvest en met deze praktijken hebben de Joden niets anders dan een nieuwe nationale ramp te verwachten, en dan gaan de kerken zo'n PLO status verlenen! Daarom konden de goede woorden van de raad tegen de terreur van de PLO en voor het goed recht van de staat Israël ook geen enkele indruk meer maken. Je kunt niet tegelijk een vriend van het Joodse Volk zijn en de vijanden van het Joodse volk de bal toespelen.

Kort nadat de Raad van Kerken de vertegenwoordiger van de PLO in Den Haag ontvangen had bleek de raad ook nog iets anders gedaan te hebben: hij heeft de Tweede Kamer gevraagd een hoorzitting te houden over de schending van de rechten van de mens door Israël op de bezette westelijke Jordaanoever. Het heet dat de raad met dit verzoek 'inspeelde' (zo zeg je dat geloof ik) op het beleid van minister Van den Broek, maar dat maakt op mij geen enkele indruk. Ik had juist begrepen dat het zo mooi was dat kerk en staat bij ons niet meer twee handen op één buik waren en dat de kerk zich 'profetisch' tegenover de staat stelde. Afgezien daarvan is er, ook wanneer de verhouding tussen de kerk en de staat goed is, geen enkele reden waarom de kerk de staat de bal toe zou spelen.

Spijkerboer is van mening dat de Raad ook ten aanzien van de schending van de mensenrechten zeer selectief te werk gaat. Waarom geen vraag om een dergelijke zitting ten aanzien van de Arabische landen? prof. dr. D. C. Mulder verdedigt de handelwijze van de Raad. Hij wijst er op dat de Raad Israel's recht op een staatkundig bestaan voluit erkent. Maar om der wille van de toekomst van Israeli's en Palestijnen moet er naar een oplossing en naar verzoening gezocht worden.

Een moeilijk punt in deze problematiek is de positie van de PLO. Velen zeggen: de PLO is een terroristische organisatie die volgens haar handvest Israël wil doen verdwijnen en dus kan daar niet mee gepraat worden. Israël kan er niet mee praten en de Raad had niet met een vertegenwoordiger van de PLO mogen praten. Dat is een duidelijk standpunt. Het houdt echter geen rekening met twee factoren. In de eerste plaats heeft de PLO een lange en bittere geschiedenis doorgemaakt die ten gevolge heeft gehad dat er thans in de PLO een belangrijke gematigde stroming is die bereid is de staat Israël te aanvaarden mits Israël een Palestijnse staat in Westbank en Gazastrook accepteert.

In de tweede plaats beschouwt de grote meerderheid der Palestijnen de PLO als hun spreekbuis. Wie met Palestijnen onderhandelen wil, kan niet om de PLO heen. Dat ligt precies zo als indertijd met Nederland dat niet om Soekarno heen kon al had hij met de Japanners gecollaboreerd of met Rhodesië dat niet om Mugabe heen kon of met de Republiek Zuid-Afrika die naar allerlaatste berichten begint te beseffen dat zij niet om het ANC heen kan. Nu had de Raad van kerken in februari 1984 een verzoek om een ontmoeting ontvangen van de heer Khoury, de vertegenwoordiger van de PLO in Nederland. Na lange aarzeling heeft de Raad met dat verzoek ingestemd, maar wel gemeld dat hij op de agenda wilde plaatsen: 1) de morele verwerpelijkheid van alle terrorisme en 2) de hoop dat de PLO officieel besluiten zal om Israël te erkennen en de artikelen in het PLO-handvest die daarmee strijden in te trekken. In het gesprek dat op 14 november 1984 heeft plaatsgevonden zijn die punten naar voren gebracht.

Men kan met prof. K. A. Schippers de derde gesprekspartner zich afvragen of de gesprekspunten niet in de lucht hangen als men niet vooraf duidelijk stelling neemt: De Raad had het gesprek kunnen aangaan, aldus Schippers, vanuit een vooraf duidelijk aangegeven standpunt: het recht van het bestaan van de staat Israël en de afwijzing van terreur. Anders dan Spijkerboer acht Schippers een gesprek met de P.L.O. niet op voorhand uitgesloten.

Wat me altijd weer treft in de discussie rond dit soort politieke vragen is dat aan Israël morele eisen gesteld worden die men overigens aan geen enkele andere staat stelt. Nu zeg ik niet dat men geen morele eisen mag stellen in de politiek. Maar ik kan het gevoel niet geheel en al van me afzetten dat velen redeneren als volgt:

'Israel is Gods uitverkoren volk. Welnu, dan moet men het moreel en politiek ook waarmaken. En anders verspelen ze hun rechten op een zelfbestandig bestaan en een toekomst'. Wordt op die wijze de verkiezing van Israel en de toekomst van land/volk/ staat niet afhankelijk gemaakt van demorele kwaliteiten? En is dat niet volstrekt het tegendeel van wat Paulus in Romeinen 9 : 11 bedoelt?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's