De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prof. dr. Visscher, zijn visie op en zijn strijd om de kerk (4)

Bekijk het origineel

Prof. dr. Visscher, zijn visie op en zijn strijd om de kerk (4)

8 minuten leestijd

Als wij Visscher volgen in zijn strijd om de kerk, komt hij bij ons over als een geharnast strijder, die scherp, soms te scherp, kon zijn tegenover hen, die hij bestreed. 

Als wij Visscher volgen in zijn strijd om de kerk, komt hij bij ons over als een geharnast strijder, die scherp, soms te scherp, kon zijn tegenover hen, die hij bestreed. Echter - toch ook als een gedrevene, die zijn strijd streed uit bewogenheid met de kerk én uit zorg over de geestelijke ontwikkelingen en sociale noden in het bredere volksleven. Als theoloog, en wijsgerig geschoold, doorzag hij die ontwikkelingen scherp en zag hij ook in zijn dagen het loslaten van het Woord Gods, het materialisme en het marxisme al wijder om zich heengrijpen. Op zeer bewogen wijze legde hij er de nadruk op, dat de kerk temidden van het volk een zoutend zout en een licht op de kandelaar moest zijn. Op het gebied van de christelijke barmhartigheid bekleedde hij in meerdere organisaties bestuursfuncties.

1906

Zijn ideaal: de vrijmaking van de Gereformeerde Kerken, bracht hij helder en concreet naar voren, rondom en op de eerste ledenvergadering van de Gereformeerde Bond in 1906. Enige tijd hiervoor had een zekere dr. Bahler een brochure geschreven over: 'Het christelijk Barbarendom in Europa'. Hierin haalde deze het christendom neer en verheerlijkte het Boeddhisme. Men procedeerde tegen hem, maar de synode reageerde negatief. Zover ging de leervrijheid in de Hervormde kerk. Er verscheen een geschrift van een zekere Amo Nesciri: 'Ik wens onbekend te blijven'. Deze riep de christelijke politieke partijen op om samen te werken tot de vrijmaking van de kerken. In het Gereformeerde Weekblad betuigde Visscher zij n instemming. Dit was zijn visie! Op de genoemde ledenvergadering van de Gereformeerde Bond hield hij toen zijn bekende rede: 'God en mijn recht'. Wij zagen reeds, hoe deze rede begon. Daarin tekent hij dan eveneens heel uitvoerig de ontwikkeling van de geesten en de zich doorzettende differentatie en veelvormigheid daarin, als een niet te stuiten proces, dat aan de kerk niet voorbij ging. Hij doet dit bijna op een 'evolutionistische' wijze, hoewel hij het opkomende evolutionisme juist bestreden heeft, én in die ontwikkeling wel onderkende de geesten, in strijd met het Woord en met de gereformeerde belijdenis. In deze rede vinden wij dan vervolgens een brede uiteenzetting van de kerkelijke situatie rondom en na 1816. Maar ook dit kwam al aan de orde in een vorig artikel. Van deze situatie zegt hij nog in zijn rede 'God en mijn recht': De ontwikkelingen der geesten gingen voort, in het volksleven en in de kerk. Fundamentele waarheden en feiten, waarin de kerk het leven vindt, werden verdraaid en geloochend, zoals het gezag van de Schrift, de Godheid van Christus, Zijn verzoenend werk en Zijn lichamelijke opstanding, de Godheid van de Heilige Geest, de Drieëenheid én de uitverkiezing. En tenslotte is daar nu de zaak dr. Bahler! Daar zijn, zo vervolgt hij, nog wel de gereformeerde belijders en gemeenten. Doch die komen in een steeds moeilijkere positie. Het leven dat zij kennen, wordt afgesnoerd. Dit leidde reeds tot verscheuring van het gereformeerde volk, tot Afscheiding en Doleantie. En tot versplintering en verstrooiing van dit volk. Men vluchtte dan ook in de conventikels.

Finale oplossing

Tenslotte brengt Visscher dan met nadruk naar voren, dat het nu tot een finale oplossing moet komen! Hier noemt hij eveneens anderen, die ook reeds wegen gewezen hadden om tot die oplossing te komen, die van reorganisatie van de Hervormde Kerk in haar geheel dus. Gezien de situatie in de kerk, en de stromingen die daarin doorwerkten, had hij - zo zagen wij eveneens reeds en zo betoogt hij hier uitvoerig - geen verwachting van een gaan op deze weg. Wat zal, zo zegt hij ook hier, reorganisatie uithalen zonder dat er tekenen zijn, die wijzen en doen hopen op een reformatie? Besturen zullen plaats maken voor meer kerkelijke vergaderingen? Wat zal er alsnog terecht komen van de handhaving van de rechte 'leer' en van de rechte tucht? Hier spreekt Visscher weer van een schijnherstel, van een fictie en van een teleurstelling, vooral voor de gereformeerde belijders, die het nog moeilijker zouden krijgen. Wij stellen hierbij wel weer de vraag: bedoelden en hoopten anderen, die reorganisatie voorstonden, in die weg niet te komen tot een volkskerk, die anders zou moeten zijn dan Visscher zich die voorstelde? Toch positiever? Maar hij had daar geen fiducie in. Integendeel! Volgens hem - en daarvoor had hij toch ook weer zijn redenen, die niet licht te achten waren - zou door reorganisatie de kerk niet worden een waarlijk gerefoïmeerde kerk naar de Schrift en naar de belijdenis.

Vrijmaking

Zo brengt hij dan in 'God en mijn recht' naar voren, welke weg hem een betere, de juiste, toeschijnt: die van de vrijmaking van de gereformeerde kerken dus! Dit houdt immers in, dat er recht moet geschieden van de zijde van de overheid. Het koninklijk besluit moet ongedaan worden gemaakt , en de onrechtmatig opgelegde synodale organisatie opgeheven. De mogelijkheid moet worden geschapen dat aan de gereformeerde kerken - gemeenten - de vrijheid wordt gegeven, zó dat zij zich naar hun wezen en belijdenis kunnen organiseren en ontwikkelen onder een daarbij passende regering. In een grotere gemeente moeten de gereformeerde belijders dan tot één of meerdere gemeenten worden verbonden.

Als eis van rechtvaardigheid moet dan ook aan andere gemeenten en groepen de vrijheid worden gegeven om zich op hun wortel te ontwikkelen. De kerkelijke goederen moeten op een eerlijke wijze worden verdeeld. Hierbij wijst Visscher dan weer naar uitspraken van Groen van Prinsterer en verder gaat hij breedvoerig in op de noodzaak van die vrijmaking, ook in verband met de vervulling van de roeping der kerk in het midden van het volksleven en van wat daarin gist.

Hij acht de tijd rijp, dat de gereformeerde belijders zich inzetten voor deze oplossing van het kerkelijk vraagstuk en de mogelijkheden daartoe aangrijpen. Opdat daaruit werkelijk iets goeds zou voortkomen voor het kerkelijk en heel het volksleven. Het nageslacht zal niet mogen zeggen, dat door onze traagheid een rechtvaardige zaak is ondergegaan. Zo moet de strijd gestreden worden onder de oude wapenspreuk: 'God en mijn recht!' Wij zeggen hier wel: het is nogal wat om die twee zo nauw te verbinden, vooral als het gaat om het kerkelijk vraagstuk. Hoewel men anderzijds een recht van God gegeven, niet licht mag prijsgeven!

Kritiek

Deze rede van prof. Visscher ontmoette ook veel kritiek. Buiten de Gereformeerde Bond, doch ook daarbinnen. Wel leefde de gedachte van 'vrijmaking' eveneens eerst op de achtergrond bij de oprichting van de Bond. In de statuten stond: 'Tot vrijmaking van de Nederlands Hervormde Kerk(en)'. Maar deze doelstelling en de rede van Visscher brachten grote beroering en onenigheid, zodat zelfs het voortbestaan van de Bond bedreigd werd. In 1909 werd besloten tot voortzetting. Maar de doelstelling werd veranderd. 'Tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Nederlandse Hervormde Kerk', zo werd het toen!

Men wilde geen Afscheiding of Doleantie. Evenmin een reorganisatie, zonder dat de handhaving en de functie van de gereformeerde belijdenis veilig waren gesteld. Echter, men wilde in meerderheid ook niet de vrijmaking. Er zijn, wat die vrijmaking betreft, niet ten onrechte weer kritische vragen te stellen. Ze werden ook binnen de kring van de Gereformeerde Bond gesteld. Het zijn de vragen, die wij eigenlijk al noemden. Spelen hier de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeenten en de idee van vrije kerken niet een te grote rol, terwijl aan de betekenis van de 'algemene kerk' tekort wordt gedaan? Is de kijk op de Hervormde Kerk onder de organisatie van 1816 en 1852 niet te negatief? Mogen wij, als het gaat om de organisatie van de kerk, onderscheiden tussen het wezen en het welwezen van de kerk? Nog was er de ruimte voor de rechte bediening van het Woord en van de Sacramenten. Nog 'lag' er de belijdenis! En weer zijn wij hier bij de spanning tussen Verkiezing en Verbond. En bij de spanning, die zit in de tweeërlei betekenis van het woord 'vergadering' voor de kerk. Zelfs tussen de rechtvaardiging en de heiligmaking!

Volgorde

De doelstelling van de Gereformeerde Bond werd dus 'de verbreiding en verdediging' - wij letten op deze volgorde - 'van de Waarheid in de Hervormde Kerk'. Visscher legde aan het eind van zijn rede 'God en mijn recht', eveneens met betrekking op wat hem voor ogen stond grote nadruk op de rechte bediening van het Woord en van de Sacramenten, - ook dit laatste! - en op de opleiding tot dienaren des Woords. Dit zag hij als één van de voornaamste taken van de Gereformeerde Bond. Dit heeft de Bond overgenomen. En dit dan tot welzijn van de gehele kerk!

Genenraal Duymaer van Twist gebruikte in verband hiermee het beeld van de spin: 'Gelijk de spin zijn web bouwt, hebben wij rondom ons pionierswerk te verrichten. Op Gods tijd hebben wij te wachten en intussen biddend te werken en werkend te bidden. Ir. Van der Graaf schreef: 'Niet delen, maar helen'. Helaas meende prof. Visscher te moeten bedanken als lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Toch bleef hij in zijn hart verbonden aan de arbeid van de Bond. En vooral door zijn prediking en meditaties bleef er een innerlijke band tussen hem en de gereformeerde belijders in de Hervormde kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prof. dr. Visscher, zijn visie op en zijn strijd om de kerk (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's