Globaal bekeken
Veranderen de tijden, dan veranderen de zeden. Wie wat terugtreedt in de tijd en leest wat toen, nog niet zo heel lang geleden soms, geschreven werd, ontkomt niet aan een glimlach, In de Kampioen, het orgaan van de A.N.W.B., de Algemene Nederlandsche Wielrijders Bond, lazen we het volgende over de 'damesrubriek anno 1895'.
'"Foei Kampioen", schrijft NOL in 1895 in de Damesrubriek van het officieei orgaan "dat u het artikel zou maken voor wielrijdende dames met drie vraagteekentjes. Dat had ik nooit gedacht." Auteur Nol nam het eind vorige eeuw duidelijk voor de wielrijdende dames op, maar hij ging niet over één nacht ijs. Boze redactionele tongen beweerden, dat twee of drie zogenaamde dames de wielersport als "reclame" gebruikten. In spanbroek, sigaret in de mond, zo reden zij door het bos. Dus toog Nol enkele middagen achtereen naar het bos. Tevergeefs, geen zogenaamde dames. Aangezien je in die tijd al wandelend duidelijk kon zien wie een dame was en wie niet, kwam Nol in zijn artikel wel met een paar voorstellen, opdat de wielrijdende échte dames onmiddellijk herkend zouden worden. Voorstel nummer 1: "De Bond wake er met de meeste nauwgezetheid voor, dat alleen nette meisjes of vrouwen lid van de Bond kunnen worden en stelle een onderzoek in door middel van consuls of correspondenten bij den minsten twijfel". Voorstel nummer 2: "Dames Bondsleden gelieven haar insigne op een zoo zichtbaar mogelijke plaats te dragen, bijv. vlak van voren op den hoed op of de borst van een donkerjacquet of blouse. Het Bondsinsigne wordt alsdan zoowel talisman als eeremetaal". Voorstel nummer 3: "Dames Bondsleden op het hart te drukken, zich zoo gedistingueerd mogelijk op een vélo te gedragen en gekleed te zijn, en indien eenigszins mogelijk begeleid door een heer. Dames moeten vooral niet denken: ach, op die kar, kan ik best dat grijze rokje van verleden jaar aantrekken en die halfverschoten blouse. Je zit toch maar in de stof en in de zon. Dat is verkeerd. Een amazone maakt toilet, alvorens haar paard te bestijgen en een Wielamazone moet hetzelfde doen, alvorens op het wiel plaats te nemen".'
***
We zouden het haast vergeten zijn. Maar in 1905 hebben de Gereformeerde Kerken uit art. 36 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis 21 woorden geschrapt met betrekking tot de taak van de overheid, namelijk 'om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valse godsdienst'. Tot twee maal toe werd ik er echter dezer dagen aan herinnerd. In het Hilversumse kerkblad van de hervormde en gereformeerde gemeente samen schreef mr. D. Schaafsma kennelijk (n.a.v. bezwaren in onze kring tegen het pausbezoek) dat de Gereformeerde Bond ook de weg van het terzijde stellen van die woorden maar moet gaan. Men leze echter de reactie daarop van de heer W. Otten in hetzelfde kerkblad.
'De paus is welkom. Onder deze titel werd in het kerkblad van 25 januari jl. een ingezonden stuk van mr D. Schaafsma geplaatst. Deze constateert daarin intolerantie en legt daarbij een relatie met het feit, dat de gereformeerde bond (secretaris ir J. van der Graaf) nog niet is overgegaan tot inkorting van artikel 36 der Nederlandse geloofsbelijdenis. De heer Schaafsma suggereert hiermee - misschien ongewild of onbewust - een bevoegdheid van de bond tot het vaststellen en wijzigen van een kerkelijk belijdenisgeschrift. Uit een oogpunt van kerkrecht mag deze suggestie niet onweersproken blijven.
De gereformeerde kerken hebben bedoeld artikel 36 in 1905 gereduceerd door de "theocratische zinsnede" daaruit te schrappen. A. J. Rasker merkt op, dat deze kerken daarmee, volgens een lang gekoesterde wens van Kuyper, tot in de formulieren van enigheid toe, afscheid van de volkskerkgedachte hebben genomen. Zijn ambtgenoot Th. L. Haitjema spreekt zelfs overeen "gewelddadige inkorting" van artikel 36. De gereformeerde bond, noch de confessionele vereniging, is echter competent om te bepalen wat de Nederlandse hervormde kerk belijdt of haar belijden weerspreekt. Bonders en confessionelen enz. zijn in de eerste plaats lidmaat van de Nederlandse hervormde kerk en pas daarna lid van bond of vereniging. De generale synode, welke voor de gehele Nederlandse hervormde kerk spreekt, heeft geen wijziging aangebracht in het desbetreffende artikel. Daaruit mag worden afgeleid, dat de "theocratische zinsnede" naar het oordeel van de synode niet het belijden weerspreekt.
De gereformeerde bond is een vereniging, welke blijkens de statuten ten doel heeft "te arbeiden tot verbreidingen verdediging der Gereformeerde Waarheid in het midden van de Nederlandse!! Hervormde (Gereformeerde) Kerk". De Heilige Schrift, opgevat in overeenstemming met de drie formulieren van enigheid, vastgesteld door de nationale synode van Dordrecht in 1618/1619, vormt daartoe de grondslag. De Nederlandse geloofsbelijdenis is één van bedoelde formulieren. Zij wordt in artikel X van de kerkorde der Nederlandse hervormde kerk genoemd bij de geschriften, waarin de belijdenis der vaderen is vervat. In de vergaderingen, waarin de ambten bijeen zijn (kerkeraad, classicale vergadering, provinciale kerkvergadering en generale synode) hebben ook zitting ambtsdragers van gereformeerde bond en confessionele vereniging enz., welke zich - soms tegen wil en dank - houden aan de (huidige) kerkorde.
G. Groen van Prinsterer heeft-gestreden voor de handhaving van het onverkorte artikel 36 van de Nederlandse geloofsbelijdenis, dat ook voor Haitjema behoort tot het wezen van de gereformeerde belijdenis in Nederland.
Hoewel in de christelijke gereformeerde kerk al sedert de jaren dertig over de formulering van artikel 36 wordt gediscussieerd, heeft de synode van die kerk nog geen korting toegepast. A. A. van Ruler zei in 1969 in een interview met G. Puchinger o.m.: "Allessamenvattend is nog nooit de wens bij mij bovengekomen om te gaan functioneren in de Gereformeerde Kerken. Ik voel me dan, geloof me, toch nog meer senang in de vergaarbak van de Hervormde Kerk; vooral ook omdat zij artikel 36 van de Nederlandse geloofsbelijdenis nooit heeft gecastreerd".'
***
Verder stuurde de heer A. J. Mast, hulpprediker te Dalen, een gedicht van zijn hand over dezelfde kwestie, onder de titel 'Middenmoot - art. 36 der Ned. Geloofs-Belijdenis - Het ambt der overheid'. Hier volgt het.
'Art. 36 van 't Nederlands belijden,
Gelijkt veel op een Paard, gans toegerust ten strijde.
Zijn potental van vier, bestemd voor 't verdergaan
Kan vier-maal twee, is acht-maal worden juist-verstaan.
't Viervoetig dier heeft vóór, maar ook twee achterpoten,
Die evenzeer als rechts en links worden genoten.
Het linkerstel is min en heet dus negatief.
Het rechterstel is plus en heet dus positief.
Het linkerstel is min; heeft met het kwaad te maken.
Het rechterstel is plus; dat stuurt de goede zaken.
Het voorstel schouwt natuur; belicht dit aards terrein.
Het achterstel 't voornaamst, dat kan slechts geest'lijk zijn.
De linker-voorpoot duidt op 't straften van de bozen.
De rechter op 't bescherm' der burger-kwadelozen.
De rechter-achterpoot: 't bevord'ren van Gods Rijk.
De linker geeft van strijd met Satans woeden blijk.
De linker-achterpoot heeft 't meest moeten ontgelden.
De Kerkhistorie heeft daar veel over te vermelden.
De neeg'ntien honderd zes, dolf men het Paard zijn graf.
Men hakte toen, ontaard, zijn achterpoot maar af.
Dit was het werk van Kuypers dolle kuyprianen.
Zij lieten zich, helaas, daarover nooit vermanen.
Het eenentwintig-tal, der vaad'ren recht en wet.
Werd tussen kram en haak, in schuine stand gezet.
Zo heeft in Utrecht men U 't artikel doen ontkrachten.
Wat kan van d'Overheên men nu dan nog verwachten?
Een poot geamputeerd, geneest niet in 't gehéél!
Dra wordt het vurig ros des bonkenslachters deel.
't Gevolg van dat beleid, dat kan men nu bespeuren.
Een valse godsdienst praalt, in alle geur' en kleuren.
Bij velen heeft de kerk der vaad'ren afgedaan.
Men ziet in meen'ge stee reeds lege kerken staan.
De Overheid moet steeds, zoals de vaad'ren leren,
D' afgoderij en alle valse godsdienst weren.
Het nederwerpen van het rijk des anti-christ -
Geen vroeg're reformant, die daarvan toen niet wist.
O gij, van "Saam op weg", die toch Hervormd wilt blijven.
Laat uw belijden toch, diep in uw hart beklijven.
Ga niet op weg met hem, die dit als niet en acht.
Neem hem met u op weg, dat wordt van u verwacht.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's