De Geest uitblussen (1)
Thessalonica, tegenwoordig Saloniki, was de hoofdstad van Macedonië, gelegen op de plaats van het vroegere Therma, waarvan de naam nog bewaard was gebleven in de 'Thermaeïsche Golf, zoals de tegenwoordige Golf van Saloniki toen heette. Komt u van zee uit de stad nader, dan ligt ze als een amphitheater tegen de bergen opgebouwd. Een oude heirweg, die dwars door de stad heenloopt, verbond de stad met de overige plaatsen en markten in Macedonië. De verbindingen te land en overzee maakten de stad tot het handelscentrum en het strategisch middelpunt, dat zij nog altijd is. Thessalonika droeg haar naam naar de zuster van Alexander de Grote. Onder het Romeinse bewind ontwikkelde zich de stad tot een knooppunt van allerlei verkeer. Er was een marinebasis, met een hoofdkwartier. Dank zij een speciaal voorrecht ontving de stad een vrij bestuur. In kort bestek hebben wij hier al aangegeven enkele zaken voor het verstaan van de beide brieven aan Thessalonica. Vooreerst een centrale positie. Altijd heeft de zee met de handel invloed op het geestesleven van de man. De horizon is er wijd. De belangstelling levendig. Daarbij een beschaafde burgerij. Men kan er wat kwijt. Het gehoor weet iets te verstouwen.
Immers - Paulus volgt de tactiek om in de regerings- en handelscentra brandpunten van het christendom te stichten. Heeft het eenmaal daar wortel geschoten, dan verbreidt het zichzelf wel. Dank zij de grote handelsmogelijkheden hadden zich vele Joden in deze stad gevestigd. Dat zij macht, rijkdom en invloed bezaten, kan worden opgemaakt uit hun synagogen en het aantal Grieken, dat het Joodse geloof had aanvaard of althans de synagoge bezocht. Voeg daarbij nog de factor van het gemak, waarmee de Joden het volk van de stad in beweging wisten te brengen. Drie weken prediking in de synagoge en veel persoonlijke arbeid hadden tot gevolg dat een grote menigte Grieken en tal van voorname vrouwen overtuigd werden. Uit al deze trekken wordt de lezer al wel duidelijk welk een geweldige beweging het Woord Gods in de stad veroorzaakte. Op zichzelf reeds is het Griekse volk open van geest, uiterst gevoelig voor indrukken. Maar hier wordt die ontvankelijkheid nog versterkt door de aard van het publiek, dat in de synagoge kwam. Krijgen wij bij het lezen van de brieven aan Korinthe de gedachte aan een bonte haven met het gedwarrel van het havenvolk. Thessalonica bezorgt ons het portret van een ontwikkelde, spontane gemeente in goede doen - maar ook in staat zich willoos over te geven aan allerlei gestook.
Hoe dan ook - Paulus' arbeid werd rijk gezegend in die stad. Er openbaarde zich leven uit de Geest. De Heilige Geest woonde in het woord der prediking in. En zo bleef de prediking van Paulus niet enkel woord, er kwam ook kracht en in de Heilige Geest veel geloofsbetoon. Daar was naast de uitwendige roeping een inwendige. Het Evangelie was onder hen een kracht Gods. Daar was in sprekers en hoorders werking van de Heilige Geest. De uitwerking van Paulus' woord was in vele verzekerheid. Daar staat in het Grieks eigenlijk een uitdrukking, die betekent: 'in volle bloei'. Het Evangelie stond volop in bloesem onder hen. De gemeente weet zelf heel goed, hoe verrukkelijk die tijd was. Ja, zo diep was de uitwerking van het Goddelijk Woord op de gemeente geweest, dat er vanzelf een uitwerking kwam naar buiten. Ze is geworden tot een lichtend voorbeeld voor alle gelovigen in geheel Griekenland. De roem van deze jonge modelgemeente verbreidde zich allerwege als de klank van een bazuin. Als drukke handelsplaats vormde Thessalonica een verbindingsschakel tussen Griekenland en Klein-Azië. De gemeente grijpt deze gunstige ligging aan. Zij helpt het Evangelie verbreiden. Het gevolg is, dat overal van hun geloof in de ene ware God gesproken wordt. Zo is de gemeente werkelijk al een stad boven op een berg gelegen. Elk is er ook vol van en men is Paulus al lang vóór geweest om te spreken over zijn triomftocht onder hen met het Evangelie. In één woord aangeduid: in deze gemeente moet een veelvormig rijk leven van de Geest hebben bestaan. Er werden velerlei krachten en werkingen openbaar. Wij weten uit verscheidene plaatsen in het Nieuwe Testament hoe de Geest zich openbaarde in verschijnselen, die de mensen meesleepten, tot zij in een soort bovenaardse verheldering boven zichzelf uitgevoerd werden en ontrukt aan de vormen en taal van het gewone leven; met vreemde geluiden getuigden zij van hun ervaringen, voor de gewone toeschouwer onverstaanbaar. Anderen spraken in meer begrijpelijke termen, maar toch duidelijk niet uit kracht van het gewone menselijk begrip, doch onder hoger invloed en in die bezieling konden zij ook anderen iets mededelen van hun blijdschap. Zelfs wie als ongelovige de vergadering binnenkwam, kwam onder de indruk, voelde zich overtuigd en doorgrond tot in zijn binnenste en werd meegesleept in de aanbidding en erkenning van Gods aanwezigheid.
Stelt u zich dus vóór, een gemeente in de volle weeldebloesem van het geestelijk leven der genade. Alles geurt en zingt van het leven der barmhartigheid Gods. Maar laat nu de vrieskou eens komen! Och, dan is die pracht in een paar uren verflenst. Zie, met deze beeldspraak komen wij aan de wezenlijke betekenis van het Woord van Paulus: blust de Geest niet uit! (1 Thess. 5 : 19). De apostel geeft hier een vermaning ten opzichte van de werkingen des Geestes in de gemeente. Uitblussen van de Geest kan iemand bij zichzelf doen en men kan het bij anderen doen. De stille gloed der Geestes, die zich aan de leden der gemeente meedeelt in de werking des Geestes kun je verkillen en verdoven. Het doelt op het tegenstaan van de werkingen van de Heilige Geest of het verwaarlozen daarvan, het niet acht nemen daarop. Met name hebben wij nu hier het oog op de uitblussing van de bijzondere gaven en werkingen van de Geest, maar wij sluiten de werkingen des Geestes die direct het zieleheil van de mensen spraken niet geheel en al uit. De Heilige Geest in zijn werkingen bij ons en bij anderen wordt hier vergeleken bij een vuur dat onderhouden moet worden, dat niet uitgedoofd mag worden, dat een koesterende, weldadige warmte in hart en leven van de mensen heeft. Wanneer die werkingen inzinken, wanneer het vuur uitgaat, dan blijft er een koude kille haard over. Of wilt ge - dan is de kandelaar van zijn licht beroofd. Daarom worden wij gewaarschuwd niet zo ons te gedragen ten opzichte van die werkingen des Geestes bij ons en bij anderen, dat wij die tegenwerken, tegenstaan, gering achten, niet zoeken op te wekken. Dan zouden wij uitblussend werken; dat legt een ontzettende en verschrikkelijke verantwoordelijkheid op ons ten opzichte van de werkingen van God de Heilige Geest.
Integendeel - wij worden veelmeer vermaand, gelijk onze catechismus ook zegt in de verklaring van het vierde gebod: God de Heere door Zijn Geest in ons te laten werken en ook in anderen. Geen koude waterstralen aan te dragen om het vuur te blussen. Daarentegen juist de gloed te bevorderen, te koesteren wat God schenkt, 't vuur te onderhouden of anderszins ook in het aangestoken licht ons te verblijden en te wensen, te zoeken en te bevorderen, dat het moge blijven branden en steeds helderder uitkomt. Ja, met alle geoorloofde middelen er toe bijdragen dat die gloed bestendigd zal blijven.
Twee dwalingen moeten wij in dit verband afwijzen. In de eerste plaats de gedachte van de mensen, die gezegd hebben: hier worden wij vermaand de Geest niet uit te blussen. Derhalve, men kan dus de Geest uitblussen. Zie maar: het werk Gods is afhankelijk van de houding van de mens! Dat is door alle tijden heen de redenering van mensen, die de zaligheid toeschrijven aan de vrije wil van de mens. Ze maken God van de mens afhankelijk. Ze onderwerpen God en heel de toekomst van het koninkrijk Gods aan de beschikking van de mens en wel van ieder mens afzonderlijk. Er is geen vreselijker leer dan dat men het werk van de Geest afhankelijk stelt van het werk van de mens.
Zulk een leer kan slechts mensen behagen, die alle diepte van innerlijk leven missen, die alle warmte van vreze Gods ontberen, die alleen verstandsmensen zijn en dan nog wel zeer oppervlakkig.
Nu is er evenwel ook een andere, vlak daartegenover staande, dwaling, waarvoor gereformeerd denkende mensen immer weer vatbaar zijn geweest. En dat is deze, dat wij onze verantwoordelijkheid niet krachtig genoeg gevoelen. De geestelijke roeping, die er voor ons ligt, om bij onszelf en bij anderen het werk des Geestes te achten, te eren, te beminnen, te bevorderen laat ons vaak koud. Uiteraard is geheel de loop van het werk van de Geest in ieder persoon en in de gemeente en over heel de aarde en voor alle tijden door God afgebakend. Maar wij zijn ook in geheel dat onverbrekelijk raadsplan Gods mee opgenomen als tweede oorzaken. Daarom zal ieder van ons er verantwoordelijk voor staan, in welke geest hij voor zichzelf en voor anderen werkzaam geweest is, ten goede often kwade. De levenstijd van de drenkeling is bepaald. Geen uur komt er af of bij. Maar wanneer u hem verder in het water duwt, zal hij sterven; daarentegen wanneer u hem helpt, zal hij leven.
En dat is nu voor uw verantwoording.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's