De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerkelijke tegenstellingen en maatschappelijke ontwikkelingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkelijke tegenstellingen en maatschappelijke ontwikkelingen

10 minuten leestijd

Op voor hem ongemeen scherpe wijze heeft prof. dr. W. van 't Spijker - hoogleraar aan de theologische hogeschool van de Christelijke Gereformeerde Kerken - in de Wekker gereageerd op berichtgeving aangaande de Christelijke Gereformeerde Kerken in verschillende persorganen. Het ging over de kwestie, die thans in de Christelijke Gereformeerde Kerken de gemoederen danig bezig houdt, met name in de classis Amersfoort, te weten het standpunt, dat de predikanten T. Harder (Amersfoort) en dr. J. J. Rebel (ziekenhuispredikant aan de Lichtenberg te Amersfoort) hebben ingenomen inzake de aanvraag van vergunning tot aborteren door de Lichtenberg. De kwestie is - naar de mening van prof. Van 't Spijker - dat een zaak, die tóch wel op de classis aanhangig zou zijn gemaakt in feite door journalisten is opgeklopt, en door hen al in de openbaarheid kwam toen de zaak nog kerkelijk behandeld moest worden of kerkelijk in behandeling was.

Intussen zijn de zaken in de pers - nadat beide predikanten een classicale vermaning kregen - verder geëscaleerd. En het laatste 'nieuws' is, dat een zestal prominenten uit de Chr. Geref. Kerken - waaronder prof. dr. M. Boertien en dr. C. Boertien - in een brief hebben opgeroepen tot een 'binnenkerkelijke actie om de mensen attent te maken op wat er aan de hand is' (geciteerd uit de dagbladpers). Zij steunen de predikanten Harder en Rebel in hun conflict met de classis.

Een tweede zaak, die de gemoederen danig bezig houdt en in de pers brede aandacht krijgt, is het aftreden van ds. H. G. Abma als voorzitter van de S.G.P. Het punt, waarom het gaat, is dat ir. B. J. van der Vlies lijsttrekker wordt bij de komende verkiezingen. Abma vindt dat er sprake is van een onjuiste procedure. En ook deze zaak is nu in de pers erg aan het escaleren, met tegengestelde meningen. Het R.D. meldde terzake in de kop van een artikel - kennelijk doelend op controverses vier jaar geleden - dat ir. Van der Vlies snel het vertrouwen van de hele partij gekregen heeft.

Intussen verschijnen uitgebreide interviews met de afgetreden partij-voorzitter waarin woorden vallen als 'Van Dis was diep gegriefd, dat gaf de doorslag' (Barneveldse Courant) en 'als je een dier zo behandelt krijg je met de dierenbescherming te maken' (Trouw).

Beide kwesties, de zaak Harder-Rebel in de Chr. Geref. Kerken en het aftreden van Abma, hebben natuurlijk niets met elkaar te maken. Ze geven echter wel aanleiding tot een tweetal overwegingen mijnerzijds.

Wanneer komt een zaak aan de orde?

Allereerst staan we, naar aanleiding van deze kwesties, voor de vraag wanneer een zaak aan de orde komt, althans móet komen. Het is mijns inziens volstrekt duide­lijk, dat het in beide gevallen om een diepere kwestie gaat dan datgene wat nu concreet naar boven komt. In de Christelijke Gereformeerde Kerken gaat het niet alleen om de abortuskwestie maar om een richtingskwestie. Eén van de genoemde 'prominenten', die het voor de Amersfoortse predikanten opnemen, liet zich voor de NCRV uiterst bezorgd uit over de situatie, die in deze kerken is gegroeid. Eigenlijk was tussen de regels door te lezen dat er zorg mag zijn over de vraag of men de vleugels nog bijeen kan houden; met andere woorden of er niet een kerkelijke splitsing in de lucht hangt.

De nú aan de orde zijnde kwestie over de abortusaanvraag van de Lichtenberg is het puntje van een ijsberg. Maar opeens is dan ook de vlam volledig in de pan geslagen. En daarom moet gevraagd worden: moet het zó? Moet het zó gaan dat de pers zich op een zaak werpt, waardoor opeens het hele zijn van een kerk in de schijnwerpers staat?

Me dunkt dat het beter is om, wanneer er spanningen zijn, vooràf zelf grote(re) openheid naar buiten te betrachten, naar de eigen leden toe en in het gehéél naar buiten toe. Anders gaat de ijzerharde wetmatigheid gelden, dat de pers het wel doen zal (op grond van zeer gedeeltelijke of eenzijdige informatie) en onvermijdelijk voor oneigenlijke effecten zal zorgen.

De Hervormde Kerk is een kerk met grote tegenstellingen. Maar de vergaderingen van de synode zijn openbaar en het Hervormd Persbureau geeft nauwkeurig bericht over alles wat zich in de kerk, ook aan tegenstellingen, afspeelt. Dat geeft toch ook weer een zekere ont-spanning, al gaat dat soms langs de weg van ont-ladingen. Men versta mij goed, niet de tegenstellingen op zich zijn gezond binnen een kerk, maar het geven van openheid wel. Verdringingen moeten tot barsten lijden.

Ook binnen de SGP gaat het natuurlijk niet alleen om een procedurekwestie. Het gaat om smeulende tegenstellingen. In de pers wordt in verband met Abma's aftreden b.v. gesproken over ook de 'Landelijke Stichting tot Handhaving van de Staatkundig Gereformeerde Beginselen', die zich in deze partij als kritische vleugel profileert. Hoe dan ook, in deze partij zijn duidelijk vleugels ontstaan in de loop van de jaren. Dat blijkt ook uit de thans gevoerde discussies over het vrouwenkiesrecht, waarvoor tot heden geen plaats was in het statuut van de SGP.

Veel bleef bedekt. Maar op een bepaald moment breekt de zaak naar buiten op een heel concreet punt en escaleert één en ander in de pers. Zo ook hier. 

Omgaan met tegenstellingen

De vraag is kennelijk hóe we binnen de Gereformeerde Gezindte met tegenstellingen omgaan. Worden ze bespreekbaar gemaakt, open en eerlijk naar elkaar toe, maar ook in openheid naar buiten? We leven in een tijd van (ook kerkelijke) mondigheid. Mensen laten zich de mond niet meer snoeren. Bedekken van tegengestelde visies zal daarom de spanningen vergroten. En moet het nu écht zo zijn dat altijd weer, met name in de gereformeerde wereld, tegengestelde inzichten tot breuken moeten leiden?

De conclusie, die ik dan ook aan dit gedeelte van mijn overwegingen wil verbinden is dat openbaarheid van vergaderingen een goede zaak kan zijn. We moeten niets te verbergen hebben. Wanneer ik dat zeg in de richting van anderen dan zien we onszelf niet over het hoofd, al is het wel zo dat momenteel alle vergaderingen van de Gereformeerde Bond voor de pers toegankelijk zijn. Daarom ook staat de Gereformeerde Bond naar buiten toe vaak op de tocht. Daarover behoeven we m.i. nog niet direct te treuren.

Wat bepaalt ons gereformeerd zijn?

Het tweede, dat ik zou willen zeggen rondom genoemde kwesties, is dat het uiterst riskant wordt als maatschappelijke opstelling van leden van de kerk tot een criterium wordt voor het al of niet volwaardig lid zijn van de kerk, of - om het toe te spitsen - voor ons gereformeerd zijn.

Het zou - dit even vooraf - een beetje halfslachtig zijn als ik in bovengenoemde tegenstellingen niet zou zeggen hoe ik erover denk. Welnu, de opstelling van de predikanten Harder en Rebel in de abortuskwestie is de mijne niet. En over de tegenstellingen in de SGP meet ik me, wat procedures en personen betreft, geen oordeel aan maar moet ik wel zeggen dat ik de discussie over het vrouwenkiesrecht achterhaald acht, of liever nog dat ik me niet voor kan stellen dat daar in een partij, die voor zestig procent op vrouwelijke kiezers drijft, nog lang over gepraat moet worden.

Maar het gaat toch om een wezenlijker dimensie. Er is sprake van maatschappelijke ontwikkelingen door de tijden heen, en vandaag wel in héél sterke mate, op snelle wijze. De echte discussies over het vrouwenkiesrecht zijn al in het begin van deze eeuw gevoerd. Als ze nu in bepaalde kring wéér gevoerd worden is dat omdat de trein allang veel verder is en vandaag de 'wet gelijke behandeling' zich aandient en daarbij de man-vrouw verhouding en het gelijke recht van vrouwen en mannen (dus ook gelijk kiesrecht) aan de orde komt.

Welnu, mensen zoeken hun weg in die maatschappelijke ontwikkelingen, in de politieke keuzen die ze doen. Het wordt echter een bedenkelijke zaak als een bepaalde politieke opstelling - binnen een partij of wat betreft een partij - criterium wordt voor kerkelijke 'betrouwbaarheid'. Dat daarvan telkens sprake is is evenwel duidelijk.

Zo is het dunkt me ook in de abortusproblematiek. Men versta mij goed. Dat er een wetgeving ter legalisering van abortus provocatus is gekomen, zoals die er is gekomen, acht ik een gruwel. Maar - de zaken zo liggende - de problematiek slaat nu over naar de ziekenhuizen, die de één voor de ander tot aanvrage van een vergunning tot aborteren overgaan. De besturen van de ziekenhuizen gaan nu de pijn van de discussies ervaren, die politici al eerder hebben gehad. Een christenbestuurder van een ziekenhuis zal, naar mijn diepste overtuiging 'nee' moeten zeggen tegen zo'n aanvrage. De praktijk leert echter al wèl, dat ziekenhuisbesturen net zo zijn samengesteld als het parlement. Maar - om nu duidelijk te maken waarom het me gaat - nadat besturen van ziekenhuizen hebben beslist staan vervolgens de werkers (de verpleegkundigen, de directies van de ziekenhuizen) voor hùn verantwoordelijkheid; hoewel óók de bestuursleden, die zich anti hebben opgesteld. En moet de kerk dan - dat is de volgende vraag - haar leden gaan beoordelen op die keuze, ik bedoel wat betreft blijven of niet blijven, als personeelslid of als bestuurder?

Daarmee bagatelliseer ik intussen de Amersfoortse kwestie niet en kies ik niet de zijde van Harder en Rebel.

Om op de Amersfoortse kwestie nog even in te gaan, het lijkt me bovendien onjuist dat de predikanten Harder en Rebel zich beroepen op een publicatie van W. H. Velema van meer dan tien jaar geleden, waarin hij zegt dat abortus geoorloofd is wanneer de nood van de vrouw dit eist. Hij heeft toen inderdaad niet in die zinsnede aangegeven 'biologische noodzaak' maar latere publicaties van hem, toen het in de discussies echt ging spannen, zijn niet onduidelijk dat hij dit bedoelde.

Post-christelijk

Intussen vallen beslissingen, de één voor de ander, waarbij gehoorzaamheid aan het gebod Gods op het maatschappelijk en pohtiek terrein in het geding is. Anders dan in een nog niet zo ver van ons liggend verleden, toen onze samenleving, hóe dan ook, nog onder de beademing lag van het Woord Gods en politiek althans nog gebaseerd was op besef van het goede van de tweede tafel van de wet des Heeren voor mens en samleving. Oók de zaken van de tweede tafel staan in politiek opzicht, in wetgeving helemaal op de tocht.

In het blad 'Opbouw' heeft dezer dagen drs. H. de Jong artikelen geschreven over de post-christelijke overheid. Hij schrijft daarin heel scherp, dat christelijke politiek thans goeddeels bestaat uit het anoniem bevorderen van typisch christelijke verworvenheden, zonder dat de Naam van God of Christus er nog aan te pas komt; en dat intussen óók anoniem typisch christelijke waarden worden 'uitgevent'. Nogmaals de Jong: 'We leven in een post-christelijke samenleving, waarin het leven de trekken gaat vertonen van de randstad Sodom eertijds. Een tijd waarin ook de laatste vruchten van het evangelie met wortel en tak zullen worden uitgeroeid'.

We zullen ècht moeten leren wat het betekent van meerderheid minderheid te zijn geworden; niet als denominatie-christenen maar als christenen in de samenleving. We zullen weten wat dit betekent. Intussen staan we wèl voor de vraag waar en hóe we als christenen (nog) verantwoordelijkheid kunnen dragen, ook in (christelijke) ziekenhuizen vandaag. Het zou een bedenkelijke zaak worden als we eikaars christen-zijn of elkaars gereformeerd-zijn aan het al of niet (kunnen) dragen van maatschappelijke verantwoordelijkheden in absolute zin zouden gaan afmeten.

De Heere helpe ons verantwoordelijkheden te dragen in onze God-loze tijd, die alle trekken ook gaat krijgen van godde-loosheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kerkelijke tegenstellingen en maatschappelijke ontwikkelingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's