De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

G. G. de Kruijf, Het diepste woord. Theologie na Golgotha 104 blz., ƒ 14, 50, Ten Have Baarn 1984.

Twee centrale vragen uit de geloofsleer komen in dit boekje ter sprake, nl. de belijdenis van de verzoening en de belijdenis van de voorzienigheid. In een gelukkige koppeling van dogmatiek en pastoraat wil de schrijver twee voor moderne mensen moeilijk verteerbare zaken aan de orde stellen, nl de dood van Jezus en het leed van mensn. Wat betekent de verkondiging van het kruis anno 1984? Wat is de boodschap van het boek Job in een door leed geteisterde wereld. Vanuit de belijdenis der verzoening stelt de Kruijf het ethos aan de orde. De voozienigheid draagt het karakter van een belofte. Maar hoe brengen we het zo ter sprake dat het landt in de leefwereld van de mens van vandaag. Daartoe neemt de schrijver een duik in de theologiegeschiedenis. Na een korte paragraaf over enkele paulinische noties komen momenten uit de dogmooschiedenis en de hedendaagse theologie aan de orde: Alselmus, Gunning, Barth, Sölle, Wiersinga. De behandeling van deze figuren uit de gescheidenis en uit eigen tijd is positief-kritisch. De schrijver probeert het motief van Sölle en Wiersinga recht te doen, maar laat niet na te laten zien waar de breuk ligt met het apostolich getuigenis. Onopgeefbaar blijft voor hem dat in het gebeuren van Golgotha God zijn diepste woord heeft gesproken. We kunnen om de notie van de plaatsbekleding niet heen. De Kruijf wil de reformatorische belijdenis voluit honoreren, zonder de systematisering van Anselmus en daarbij geleerd door Earth's verbondsvisie. Het tweede deel gaat in op de uitleg van het boek Job. Ook hier komen allerlei stemmen ter sprake. Terecht waarschuwt de schrijver voor een verdogmatisering van wat in dit boek aan de orde is. Wie gewapend met een theologie Job bezoekt dreigt in het spoor van de vrienden van Job terecht te komen. Hoewel de Kruijf het mocht van God als de lijdende Bondgenoot een plaats wil geven, neemt hij heti.t.t. een vroegere publicatie op voor zondag 10 van de Catechismus, althans voor de bedoeling van dit belijden. Het gaat wel op het scherp van een snede, maar ten diepste gaat het om een belijdenis waarin de vragen van het lijden doorgesproken worden tot op God. Ik heb dit boekje met belangstelling gelezen. Het is m.i. een voorbeeld van theologiseren in de lijn van de gereformeerde traditie, zonder te vervallen in traditionalisme, maar in een open gesprek met tijdgenoten, ook 'rebelse' tijdgenoten. Natuurlijk is zo'n gesprek een waagstuk. Men kan sw vraag stellen: Zag Barth ten aanzien van Sölle toch niet iets scherper dan De Kruijf? Zit er, bij alle erkenning van de bewogenheid met de mens van nu, in dit denken toch niet een modernistisch denken dat een volstrekte breuk betekent met het geloof der gemeente? Jammer, dat de schrijver in z'n theologische verkenningen van Ruler's uiteenzettingen over Christus, de Middelaar niet er bij betrekt. M.i. geeft de wijze waarop Van Ruler het geheimenis van de verzoening pseumatologisch doordenkt toch een antwoord op de vragen waarmee de m.i. massieve visie van Barth ons laat zitten, met name als het gaat om de realisering van de verzoening in het leven van de enkele mens en de gemeente. Komt het 'Laat u met God verzoenen' bij Barth voldoende tot zijn recht? Ten aanzien van de firguur van de satan, de boze meen ik dat de Kruijf iets te snel Barth bijvalt. Spreekt ht Nieuwe Testament toch niet realistischer over de macht van de Boze 'tussen de tijden'. 'k Meen dat de kritiek van Berkouwer op Barth in dit opzicht nog altijd hout snijdt. De opmerkingen mogen de schrijver tot bewijs dienen met hoeveel waardering ik kennis nam van dit goed geschreven boekje.

A.N.

A. A. Spijkerboer, 't Is niet te hoog, 't Is niet te diep, 103 blz., ƒ 14, 90, Kok, Kampen 1984.

De amsterdamse predikant, leerling van de reformatoren, Kohlbrugge en Barth, bekend door zijn vele publicaties in tal van periodieken, probeert in dit boek voor hen die er meer van willen weten te verwoorden waar het in het christelijk geloof op aankomt. Het is geen systematisch opgezette geloofs leer voor 'randkerkelijken'. Al ziet de schrijver wel kans veel in kort bestek aan de orde te stellen. Het is ook geen bijbels ABC, al geeft de schrijver op vele bladzijden bijbelse kernwoorden aan en verwijst hij naar centrale bijbelgedeelten. Het boekje laat zich prettig lezen. Wie enigermate ervaring heeft om met mensen aan de rand, bij wie men weinig Bijbelkennis aantreft en nauwelijks nog sporen van catechese, te spreken over de inhoud van het christelijk geloof, weet hoe moeilijk het is om zo te spreken dat de drempel net te hoog is en anderzijds dat de vertaling geen verraad betekent. Evangelisatietoespraken, evangelisatiebladen blijken vaak voor de buitenstaander toch nog te moeilijk te zijn. Dat dient een lezer op voorhand bescheiden te maken wanneer iemand een poging waagt zoiets te ondernemen. Spijkerboer is er m.i. uitnemend in geslaagd een aantal zaken helder en eenvoudig te formuleren. En hij aarzelt niet knopen door te hakken, zo b.v. ten aanzien van Israel, de absoluutheid van het Evangelie t.o.v. de rehgies, de beslissende betekenis van het geloof. Het sympatiek geschreven boekje verdient een ruime lezerskring.

A. N.

O. Mooiweer, Geschenk en opdracht. Bijdragen over de prediking, de eredienst en het gemeenteleven, 104 blz., ƒ 14, 50 van denBerg, Kampen 1984.

Een verzameling artikelen en lezingen rondom de gemeente en de opbouw van de gemeente. De inzet van Mooiweer's beschouwingen ligt in een korte schets over Pinksteren. De gemeente dankt haar leven aan de dynamiek van de Geest. De Reformatie stelde de verkondiging van het Evangelie centraal. In een tweetal opstellen, nl. 'Gemotiveerd preken' en 'Wat is aktuele prediking' komen allerlei vragen rondom de preek aan de orde. Bijbelse prediking, christologischpneumatologisch, is actueel. Opmerkelijk is het pleidooi voor catechismusprediking als actuele prediking, 'k Meen dat dit betoog van betekenis is. Geen verdogmatiseerde prediking over het belijden, maar een prediking die naar de Schriften de samenhangen laat zien in de heilsfeer. In een opstel over Liturgie onderstreept de schrijver de samenhang tussen eredienst en dagelijks leven. Goede, pastorale opmerkingen worden gemaakt in de hoofdstukjes over het gebed in de kerkdienst en in de kerkeraadskamer. In de laatste hoofdstukken komen het pastoraat en het leven van de gemeente aan de orde. Een eenvoudig boekje, dat met name geïnteresseerde gemeenteleden zal aanspreken. De schrijver weet eenvoudig en duidelijk te schrijven. Wie wat thuis is in de literatuur over pastoraat, liturgiek en gemeente-zijn zal niet zoveel nieuw tegenkomen. Maar dat was ook niet de opzet van de auteur. Hartelijk aanbevolen.

A. N.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's