De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Calvijn aan Koning Sigismund  August van Polen (2)

Bekijk het origineel

Calvijn aan Koning Sigismund August van Polen (2)

Brief d.d. 9 december 1552

10 minuten leestijd

Calvijn over het bisschopsambt

'Daarom wanneer vandaag in het zeer doorluchte koninkrijk van Polen een aartsopziener (bisschop) aan het hoofd zou staan, niet om over de anderen te heersen, of een recht, dat aan de anderen ontroofd is, zich toe te eigenen, maar die terwille van de orde in de synoden voorzitter te zijn, en de heilige eenheid tussen zijn collega's en broeders te koesteren. Er zouden dan wel bisschoppen in de provincie's en steden moeten zijn, die zich bijzonder zouden moeten inspannen om de orde te bewaren. Zoals de natuur dit voorschrijft, moet er uit ieder college een uitgekozen worden, op wie vooral deze zorg aankomt. Maar het is iets heel anders, een gematigd ereambt te bekleden, zover de menselijke mogelijkheid zich uitstrekt, dan de hele wereld in een onmetelijk rijk te verenigen. Het is dus een onbeduidendheid hetgeen de roomsen over het ene hoofd (van de kerk) ten beste geven, aangezien het geen heilige ordinantie van God is, noch een gebruik van de Oude Kerk geweest is, om aan Christus, die de Hemelse Vader als enige boven allen gesteld heeft, een tweede hoofd toe te voegen.'

Niet de paus maar de zuivere prediking is de ziel van de kerk

'Ook, laat nu op grond van een of ander recht de hoogste eer aan de romeinse overpriester toekomen, zo heeft hij zichzelf daarvan toch beroofd, omdat hij van het apostolisch geloof is afgevallen en de plaats verlaten die hem dan van godswege opgedragen was. Want om de eerste onder de opzieners te zijn, moet hij zelf een opziener zijn. Verder, wanneer vaststaat, dat hij de titel van opziener onwaardig is, die het leerambt niet uitoefent, wat moet men dan van hem denken, die niet alleen de taak van het leren aflegt en in onheilige praal rond dartelt, maar die de leer van Christus even wreed als goddeloos tracht uit te roeien? Wil de paus iets aan Paulus ontlenen, laat hij een dienaar van Christus zijn en een beheerder van de geheimenissen Gods! (1 Cor. 4.1). Als hij zich wil sieren met de spraak van Petrus, laat hij een getrouwe herder van zijn kudde zijn en een getuige van het lijden van Christus! (1 Petr. 5.1). Omdat hij zich echter opzettelijk daarvan vreemd houdt, en zelfs niet veinst, dat hij een van de dienaren van het Woord van God is, laat hij dan verder afstand doen van het primaat, als hem ooit zo'n ambt gegeven is. Daarbij, hoe kan Rome moeder van de kerken zijn, daar deze kerk geen ander oordeel verdient dan Babel? De zuiverheid van de leer is de ziel van de kerk; het is meer dan zeker dat deze zuivere leer te Rome geheel vernietigd is, zo volgt dat slechts een dood lichaam daar overblijft. Tenslotte, er is niets onzinnigers, dan dat diegene als voorstander van de dienst van God vereerd wordt, die een verklaarde vijand is van het ware en echte christendom.'

Van het pausdom is geen reformatie te verwachten

'Verder bedriegt Uw Majesteit zich zeer, als hij verwacht, dat het gezag van een secte, die vreugde heeft in een woeste en verschrikkelijke verwarring, de toestand in het koninkrijk van Polen op de rechte wijze kan hervormen. Want de romeinse paus met zijn bende kan niet regeren, hetzij dat de kerk onderdrukt, de dienst van God bezoedeld, de orde verscheurd, ja elke vreze Gods vernietigd word. Of kan men derhalve hopen, dat hij die zich verlustigt in de ondergang van de kerk, zelf een geneesmiddel om de kerk van haar kwalen te genezen zal aandragen, of instemmen, dat het aangewend wordt? Wanneer dus een godvrezende en christelijke Vorst het in zijn hart heeft, de verwarde toestanden te verbeteren, zo mag de traagheid van de herders hem geen ogenblik doen aarzelen, wanneer zij met hun taak ophouden. Nog minder mag de brutale trots van hen, die ten onrechte herders genoemd worden, hem belemmeren in zijn heilig pogen. Het is dus een ijdel spookseltje, dat er niets tot de hervorming van de kerk gedaan of geprobeerd mag worden dan alleen op bevel van de paus. Veeleer moet ook vandaag vervuld worden, hetgeen de apostelen bij de eerste opgang van het evangelie ervaren hebben: Christus wordt door de bouwlieden verworpen, dat betekent door hen die zich indringen met de titel van voorzitters; aangezien Hij toch gesteld is tot Hoofd des hoeks, zou het allerminst billijk zijn, dat Hij voor hun goddeloze tegenstrevingen zou moeten wijken.'

De zogenaamde successio apostolica

'Blijft nu nog een tweede vraag over: of er een wettige opvolging (van ambtsdragers) is, om de herders aan te stellen? Daar ik het zeer belangrijk acht, dat niets in de kerk onordelijk geschiedt, opdat niet aan iedere willekeur de teugels vrijgelaten worden, ook omdat ons door de Geest van God door middel van de mond van Paulus uitdrukkelijk is voorgeschreven, dat alle dingen betamelijk en in goede orde moeten geschieden, (1 Cor. 14.40), meen ik, dat de geordende dienst des Woords steeds met eerbied onderhouden moeten worden. Dat brengt reeds het gezond verstand met zich mee, en ook het gebod van God, dat niemand zich vrijpostig mag indringen en niet een of andere prive-persoon zich van het ambt van herder mag meester maken, maar dat iemand door het oordeel van de herders gekozen, wordt aanvaard die ook de insteming van het volk zelf heeft. Daar komt de plechtige oplegging der handen bij, die men de bevestiging noemt. Omdat de papisten alleen daarover met ons zo moeilijk doen, tonen zij daarmee voldoende aan, dat zij veronachtzamen wat het voornaamste is, nl. de verkiezing. En stellig is bij hen de zorg voor een onderzoek zo koud, dat het gewoon een spel is gepaard gaande met een bespotting van God. Zij staan alleen op de praal van de ceremonie; niet tevreden met het oude gebruik van de handoplegging, wijden zij hun priesters met een zalving, die in de Schrift niet vermeld wordt, en ook niet in de kerk van de apostelen gebruikelijk was. Daar zij deze zalving toch uit de droesem van de Joden opgediept hebben, zal deze, waar de zuivere dienst van God kracht zal doen, met de andere misbruiken van het pausdom afgeschaft worden.'

De roomse ambtsopvatting is onbijbels en een smaad van Christus

'Maar een ander bijgeloof is nog veel erger, dat zij hun priesters niet ordineren tot het ambt van pastoraat en prediking, maar om in onheilige brutaliteit het recht en het ambt van Christus aan zich te trekken en zich aan te matigen, terwijl zij hen aanstellen om het misoffer op te dragen, waarmee zij verzinnen God te behagen. Daarom is het hele paapse priesterschap niet alleen een goddeloze ontheiliging van het ware ambt van de dienst des Woords, maar ook een vervloekte smaad van Christus, zodat wie een paapse priester is geen dienstknecht van Christus zijn kan totdat hij deze titel wegwerpt. Daarom moet hun ambts­karakter, hoewel het volgens hen onvergankelijk is, uitgerukt en vernietigd worden, opdat de kerk van God zuivere priesters heeft. Ook nog door een ander kenmerk van schande is het paapse priesterschap terecht voor de godvrezenden afschuwelijk. Want wie volgens de oude regels van het kerkrecht van ketters of scheurmakers een wijding verkrijgt, maakt zich aan dezelfde misdaad schuldig, zo weet Uwe Majesteit hoedanig de zalvers met hun hoornen sinds vele eeuwen zijn. Wie nu verlangt in hun orde opgenomen te worden, stemt hij niet op bedekte wijze in met de verschrikkelijke verwoesting, waarvan zij voor God en zijn engelen getuigen zijn? Toch is daarmee de vraag niet opgelost; aangezien het niet zonder onderscheid ieder toegestaan is tot het ambt van herder te geraken, is het noodzakelijk dat zij die zich tot het ambt gewettigd en zich dit waardig willen betonen, op de rechte wijze geroepen en bevestigd worden. Hier zou te wensen zijn - ik beken het - dat een voortdurende opvolging kracht zou hebben, zodat het ambt als het ware van hand tot hand overgedragen zou worden. Maar dit moeten wij blijven bedenken, zoals ik al eerder heb besproken, dat de zuiverheid van de leer de ziel van de kerk is, en dat die eigenschappen van de kerk, die de ongeschonden staat van de kerk uitmaken, tevergeefs bij die mannen gezocht worden, van wie vaststaat, dat zij openlijke vijanden van het evangelie zijn.'

Door het verzaken van de zuivere leer heeft de paus de successio apostolica verbroken

'Omdat echter de ware rij van ordening door de tyrannie van de paus verbroken is, is nu een nieuw hulpmiddel nodig voor het herstel van de kerk. Tevergeefs pronken de papisten met deze keten, die toch, zoals ik zei, door hen verboken is. Want wat is het pausdom anders dan afval van Christus? Met welke onbeschaamdheid beroemen zij zich als opvolgers van een afvallige?'

De reformatoren hebben een bijzondere en wettige roeping door het bewaren van de zuivere leer

'God Zelf verschaft toch een geneesmiddel, doordat Hij geschikte en goede leraren der Kerk verwekt, die de kerk, die door het pausdom in schandelijke puinhopen geworpen is, weer opbouwen. En dit ambt, dat God ons heeft opgelegd, is helemaal niet buitengewoon, wanneer Hij onze arbeid gebruikt om de kerken te vergaderen. De roeping van hen, die derhalve tegen alle menselijke verwachting in op een ongebruikelijke manier zijn verschenen als handhavers van de oprechte vreze Gods, moet niet naar de gewone reden beoordeeld worden. Overigens werden zij van Godswege geroepen met dit gebod, dat zij wanneer de kerken Weer recht geordend zijn, andere herders in hun plaats aanstellen.'

De roeping van de koning tot het herstel van de kerk

Derhalve, edelste Koning, wat de pauselijke geestelijkheid ook babbelt over het erfelijk recht van het priesterschap, zo mogen deze ijdele onbeduidendheden Uwe Majesteit niet verhinderen, onder hemelse bescherming dit allervoortreffelijkste en voor God en Zijn engelen lofwaardige werk aan te vangen, opdat Christus alleen verhoogd wordt Zijn Rijk door de zuivere leer van het evangelie. Dit is de goede en nuttige wijze van handelen: aangezien nu wolven de plaats van de herders innemen en het een al te gewelddadig middel kan lijken, wanneer de herders alleen door het gezag van de Koning aangesteld en geen andere roeping zouden hebben, dat Uwe Majesteit slechts leraren zou aanstellen, die overal het zaad van het evangelie uitstrooien. Echter zou dit een tijdelijk ambt zijn, zolang de toestanden ongeordend en onzeker zouden blijven. Want de algemene regering van de kerk kan niet met een slag veranderd worden. Maar dit begin, zoals ik gezegd heb, zou een voorspel of een gemakkelijke overgang tot de vernieuwing van de kerk kunnen worden. Kortom het zou geen hervorming van de kerk zijn, maar alleen een voorbereiding. Zijn de zaken tot rijpheid gekomen, zou door het koninklijk gezag en de instemming van de rijksstanden een meer bepaalde wijze om herders aan te stellen voor de toekomst vastgesteld kunnen worden. Overigens, aangezien de vijanden van de gezonde leer met alle macht zullen proberen, de deur te sluiten voor godvrezende en oprechte leraren, zal het noodzakelijk zijn, dat door Uw Majesteit een helpende hand geboden wordt aan hen, opdat zij ongehinderd het volk van de bijgelovige dwalingen tot de rechte baan van de vreze Gods kunnen leiden. Maar omdat het mij voorkomt, dat ik al verder gegaan ben dan ik in het begin gesteld heb, maak ik hier een eind aan mijn schrijven om Uwe Majesteit niet te vervelen. De Here en hemelse Vader leide Uwe Majesteit door de hand van Zijn eniggeboren Zoon, beware hem in Zijn bescherming, ondersteune hem door Zijn kracht en leide hem, edelste Koning, door Zijn Geest!

Geneve, 9 december 1554.'

Vertaling dr. W. Balke, Den Ham

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Calvijn aan Koning Sigismund  August van Polen (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's