Een koninklijke onderscheiding
'Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden.' (Filippenzen 1 : 29)
Trots wees hij naar de ingelijste oorkonde aan de muur: Ridder in de orde van Oranje-Nassau. Op koninginnedag stond hij op het bordes van het gemeentehuis. De eremedaille op de revers. Een koninklijke onderscheiding, daar was hij o zo blij mee.
Per brief deelt de apostel Paulus de Filippenzen mee, dat ook zij een koninklijke onderscheiding hebben ontvangen. Van niemand minder dan de Koning der koningen. Deze onderscheiding is niet uitgereikt op grond van verdiensten, maar uit genade. Door ze daarop te wijzen, wil de apostel hen een hart onder de riem steken. Dat hadden ze immers hard nodig. Ze leefden temidden van een Godevijandige wereld. Hun christen-zijn riep felle tegenkanting op. Dat gaf een moeizaam en moeilijk leven. Ze dreigden de moed te verliezen. Wellicht herkent u dat. U wordt uitgelachen ja tegengewerkt op de zaak of misschien zelfs in uw eigen familie of gezin. Nu dan wordt u net als de Filippenzen opgeroepen tot standvastigheid.
Volhouden. U moet zich door de tegenstanders geen schrik laten aanjagen (vers 28). Niet schrikachtig reageren als paarden, die plotseling een hindernis voor zich zien opdoemen, wil Paulus zeggen volgens de grondtekst. Laat u niet overbluffen door de vijand. Niet door hun getal, noch door hun brutaliteit, noch door hun geleerdheid. Laat de moed niet zakken, u hebt immers een dubbele genade ontvangen.
U is uit genade gegeven in Christus te geloven. Het is u gegeven. U hebt het niet zelf geproduceerd. Dat is een gave van God. Hij heeft het gewerkt door Zijn Woord en Geest. Rijker geschenk is niet denkbaar. Dat beaamt u toch, u die ontmaskerd werd door de Heilige Geest als zondaar en Christus werd ingelijfd? Ja dan jubelt u mee met de apostel: Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave.' (Efeze 2:8).
Wat zijn we dan rijk bevoorrecht boven zovele anderen, die nog dood zijn in de zonden en misdaden. Dat geloof dat is het mooiste geschenk dat u ooit kreeg in uw leven. Niets is heerlijker dan die gemeenschap met Christus, die u mag smaken in de geloofsoefeningen. De Heilige Geest is zogezegd de therapeut die dat stijve onbuigzame hart oefent in ootmoed en vertrouwen op onze goede Heere en Meester. Dat geeft dagelijks meer stof tot verwondering. Dat drijft aan tot een Godvrezende levenswandel. Maar dat roept dan ook verzet op.
Dat noopt de apostel te wijzen op die tweede weldaad, nl. dat lijden voor Christus. Laten we dat eens bedenken in deze lijdenstijd. Jezus lijdt, maar de zijnen ook. We zijn in deze weken druk met Zijn lijden en terecht, want de gelovigen danken er alles aan.
Maar er is ook een lijden voor Hem. Wie leeft uit dat Borgtochtelijk lijden van Hem, die zal ook lijden voor Hem. Gemeenschap met Hem in het geloof brengt ook met zich gemeenschap aan Zijn lijden. Daarom zegt Paulus in Colossenzen 1: 'Ik vervul in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus.'
Christus is het Hoofd, de zijnen Zijn lichaam. Het Hoofd is boven onbereikbaar voor de vorst der duisternis. Daarom keert zich de vijand tegen Zijn lichaam dat hier nog op aarde is. Wel is er verschil tussen Christus' lijden en dat van de zijnen. Hij leed plaatsvervangend tot verzoening van de schuld. De zijnen lijden in navolging. Ondertussen is dat lijden wel vaak zwaar en pijnlijk. Daarom is Gods Woord hier zo verrassend. Paulus zegt niet: 'Jullie arme Filippenzen, jullie zijn te beklagen omdat je zo zwaar voor Hem moet lijden.' Nee, hij zegt: 'Jullie zijn te benijden omdat jullie mogen lijden voor Hem. Het is een voorrecht, een genadegave, waarvoor jullie dankbaar mogen zijn. Het is een Koninklijke onderscheiding.'
Lijden om Christus' wil, de apostel kan erover meepraten. Was het niet juist in Filippi, dat hij werd afgeranseld en met bebloede rug in de kerker geworpen. En wat dacht u van de martelaars in de tijd van keizer Nero? Ze werden als voedsel voor de wilde dieren geworpen in de arena. Of ze werden met pek besmeerd en in brand gestoken om zo te dienen als tuinverlichting bij de feesten van de keizer. Wat dacht u van de christenvervolging achter het ijzeren gordijn. Wat dacht u van die man die ontslagen werd omdat hij weigerde op zondag werk te verrichten, dat niet noodzakelijk was. Wat dacht u van die verpleegster, die de laan uit werd gestuurd, omdat ze weigerde mee te werken aan abortus provocatus?
Laten we niet de hoon, de smaad, de verachting vergeten, die je als christen ten deel kunnen vallen. Nee, daar moet u niet vreemd van opkijken. Het hoort erbij. Dat is de keerzijde van de medaille. Het geloof is munt, het lijden is kruis, zo schreef iemand. Kruis en munt, die twee horen bij elkaar. Het is een dubbele genadegave. Een onderscheiding van de Koning der kerk. Daar kun je intens blij mee zijn. Daarom schrijft Petrus: '. . . gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzo verblijdt u.' Het gaat immers door lijden tot heerlijkheid. En dan nog iets. Het versterkt de geloofszekerheid. Calvijn: 'Zo dan, het lijden zelf is een getuigenis der genade Gods. Hieruit hebt gij een bewijs der zaligheid ... Zo is dan dit een bijzondere vertroosting, dat wij, als wij van tegenstanders gezocht en gekweld worden, een bewijs hebben van onze zaligheid. Zo versiert de Heere ons met Zijn tekenen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's