Rentmeesterschap en internationale hulpverlening
De wereld is klein geworden. De noden in de wereld worden vlak bij ons gebracht.
Toen enige tijd geleden de 'Reformatorische Hulpaktie Woord en Daad' tien jaar bestond is voor die gelegenheid een boekje uitgegeven, getiteld 'Rekenschap van ons rentmeesterschap'. Tot heden hebben wij in ons blad nog geen aandacht aan dit boekje gegeven. De inhoud is het echter alleszins waard om het voor het voetlicht te halen.
De wereld is klein geworden. De noden in de wereld worden vlak bij ons gebracht. En in de tien jaar van haar bestaan heeft 'Woord en Daad' een brede plaats verworven, met name in de Gereformeerde Gezindte, op het terrein van de internationale hulpverlening. Wat nu aan bezinning op het waarom en hoe van deze hulpverlening wordt aangereikt verdient brede aandacht. Het is onmogelijk de hele inhoud van het boekje te behandelen. Uiteraard wordt veel aandacht gegeven aan de concrete invulling van het werk door 'Woord en Daad'. Maar daarnaast is er sprake van principiële bezinning op de uitgangspunten. In dat verband noem ik met name de bijdragen van ds. A. Beens (Huizen), voorzitter van 'Woord en Daad' en die van J. Dankers, de secretaris.
Bijbelse grondlijnen
Ds. Beens geeft 'enkele grondlijnen ten aanzien van christelijke hulpverlening'. 'Wij moeten ervoor op onze hoede zijn - zegt hij - dat het niet gevoelsmatig bepaalde motieven zijn die ons drijven.' 'Een dergelijk getint beroep wordt heden ten dage nogal eens op de mensen gedaan. Wij kennen allemaal de hartverscheurende beelden van kinderen met hongerbuikjes die ons aanstaren. Soms gaan dergelijke beelden gepaard met pakkende, dringende oproepen om er wat aan te doen. Een beroep wordt gedaan op medelijden en vrijgevigheid...' Het gaat echter om bijbelse motieven. Het gaat om het rentmeesterschap. Ds. Beens gaat dan ook in op de bijbelse noties barmhartigheid, gerechtigheid en koninkrijk Gods.
Met betrekking tot de barmhartigheid zegt hij: 'Wie "ootmoedig wandelt met God" (vgl. Micha 6 : 8) komt op die weg ongetwijfeld de naaste tegen'. 'Barmhartigheid is niet alleen een zaak van het hart maar dient ook gestalte aan te nemen in daadwerkelijk handelen.'
Het is echter een goede zaak dat ds. Beens de bijbelse motivering voor hulpverlening niet beperkt tot barmhartigheid - in onze tijd intussen helaas bijna een vergeten of afgedaan begrip - maar dat hij ook aandacht geeft aan de gerechtigheid. De Schrift verstaat onder gerechtigheid allereerst 'de gerechtigheid van God'. En al staat die gerechtigheid niet los van Gods toorn en gericht, ze mag niet tegen de liefde worden uitgespeeld. Ik citeer nu letterlijk wat ds. Beens schrijft over 'gerechtigheid en belofte':
'Er zit nog een bijzonder aspect aan het begrip gerechtigheid. Voor Israël geldt, dat het rechtvaardig behandeld wordt als het krijgt, wat het naar Gods beloften toekomt (F. J. Pop). Het ziet Gods gerechtigheid, daarin, dat Hij erover waakt, dat Zijn beloften vervuld worden en Zijn Woord in de daad wordt omgezet. Gerechtigheid is Gods trouw aan Zijn eigen Woord. Heeft Hij aan Israël het land Kanaän beloofd, welnu. Hij zal ervoor zorgen dat Zijn volk de erfenis ontvangt. Wie het waagt om aan Israël het land te ontnemen kan erop rekenen, dat de God van Israël Zich tegenover hem posteert. Dat is de Heere verplicht aan Zijn eigen gegeven belofte. Gerechtigheid Gods is een uiterst actief begrip. God gaat tot handelen over. Hij redt en bevrijdt, wat wederrechtelijk onder de voet wordt gelopen. Maar ook een gebeuren als de Babylonische ballingschap is een uitvloeisel van Gods gerechtigheid. Daarin krijgt ook het oordeel de ruimte, over allen, die tegen Hem en Zijn gebod ingaan. God heeft daarentegen de rechtvaardigen lief. Dat zijn zij, die de Heere liefhebben en in Zijn wegen gaan. Zij mogen rekenen op de bescherming van de Heere. Lijden zij onrecht, worden zij vertrapt door de goddelozen, de dag van hun eerherstel, waarop hun recht zal worden verschaft, breekt zeker éénmaal aan. Ook dat is belofte van God. We stuiten hier op één van de belangrijkste uitzichten van de oudtestamentische toekomstverwachting (Habakuk 2 : 4). De rechtvaardigen zullen dankzij Gods gerechtigheid leven.'
Me dunkt dat hier wezenlijke noties worden aangereikt, die ons in herinnering brengen dat bijbelse gerechtigheid nooit los staat van rechtvaardig zijn, van rechtvaardiging. Daarom val ik ds. Beens ook geheel bij als hij met betrekking tot het koninkrijk Gods het bijbelwoord aanhaalt dat blinden ziende worden, doven horen, kreupelen en verlamden lopen, maar dat de cimax is dat aan armen het Evangelie wordt verkondigd. In de kerkelijke hulpverlening gaan daarom woord en daad samen. Nog één keer citeer ik letterlijk:
'In onze gereformeerde gezindte is men lang niet altijd ervan doordrongen (geweest) dat het niet aangaat om de teksten, waarin sprake is van de armen en de verdrukten, louter geestelijk op te vatten. Wij kunnen immers niet ontkennen, dat Jezus Zich in Zijn liefde en ontferming wendde tot degenen, die in de maatschappij aan de onderkant zich ophielden: tollenaren en zondaren. En de armen, de bedelaars en de verschopten, trekt Hij keer op keer in de lichtkring van Zijn opzoekende liefde. Wij mogen niet zeggen, dat dat gebeurde omdat zij arm of verschopt waren. Wel dat de barmhartigheid Gods in Hem zoekt, datgene en diegene, waarover niemand zich bekreunt. Dat is één van de tekenen van Zijn Koninkrijk. Gods gerechtigheid wordt in Christus openbaar, omdat het Gods belofte is en blijft, dat Hij een Man der weduwen en een Vader der wezen wil zijn, de Rechter der armen (denk aan de gelijkenis van de rijke man en Lazarus en die van de onrechtvaardige rechter (resp. Luk. 16 en 18). God bevrijdt in geestelijk èn in materieel-tijdelijk opzicht. Vele geschiedenissen in de Evangeliën laten ons zien hoe vergeving der zonden en verlossing van ziekte en nood hand in hand gaan. Als onbedrieglijke kenmerken dat in Jezus Gods heerschappij in barmhartigheid en gerechtigheid is opgericht. Het woord van de vergeving wordt menig keer onderstreept door de daad, het teken der genezing (vgl. Markus 2 : 1-11). Maken wij het teken, de daad, los van het Woord, dan wordt ontkoppeld wat wezenlijk ineen ligt en bij elkaar behoort. Dan worden de tekenen van genezing, verlossing etc. losgescheurd van hun voedingsbodem in het vrijsprekende, van zonden verlossende Woord van de Koning van het Rijk. Tenslotte heeft het teken, los van het Woord geen betekenis.'
Kerkelijke hulpverlening in de wereld zal - gegeven het bovenstaande - dan ook bij voorkeur via kerken in de derde wereldlanden moeten plaats vinden. Het moet hèn mogelijk worden gemaakt hun diakonale taak te vervullen in relatie tot de verkondiging van het Evangelie. Anderzijds wordt in een andere bijdrage ook terecht het bijbelwoord onderstreept dat we (hoewel allereerst aan de huisgenoten des geloofs) wél moeten doen aan allen. 'De concentratie van de liefde tot de "huisgenoten" kan de gemeente van de wereld afsluiten en haar beneden de maat van de perspectieven van de Bergrede doen blijven.'
Samenhangende benadering
In een uitvoerige bijdrage gaat de heer J. Dankers in op (de samenhang van) 'diakonaat, zending, ontwikkelingssamenwerking' . De heer Dankers haalt in deze bijdrage de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan en de geschiedenis van de rijke jongeling aan als bijbelse motieven voor hulpverlening. Hij waarschuwt intussen terecht voor 'ineenvloeiing van zending en werelddiakonaat' op een zodanige wijze dat het Evangelie opgaat 'in een streven naar maatschappelijke verbetering'.
Het mag er niet in opgaan zou ik willen zeggen, het mag er echter ook niet van los staan. Dankers schrijft één en ander onder het kopje 'allesomvattende benadering' (comprehensive approach); een term, die gebruikt is op de Internationale Zendingsconferentie in Jeruzalem in 1928. Een benadering, die gegeven de uitgangspunten in dit boekje, dunkt me echter alleen maar als juist gezien mag worden, mits dan ook maar alle bijbelse begrippen tot hun recht komen.
Vanuit die 'allesomvattende benadering' kan het niet anders of men moet voor het bezig zijn van de kerk in de derde wereldlanden twee taken onderscheiden, namelijk zending èn werelddiakonaat. Zoals binnen de gemeente verkondiging en diakonaat bijeen horen, zo voegt zich bij de opdracht tot zending in de wereld die van werelddiakonaat, wil de kerk verantwoord in de wereld bezig zijn. En hoewel ik geen enkele moeite heb om met de heer Dankers in te stemmen dat internationale hulpverlening evenzeer op het terrein van particuliere stichtingen kan liggen als van het kerkelijk diakonaat, wil ik toch graag een streep zetten onder de primaire ambtelijk-kerkelijke verantwoordelijkheid.
Er zijn gelukkig tal van instellingen op bepaalde deelterreinen werkzaam (Oost Europa, Zuid Oost Azië, Israël). Woord en Daad zelf is zo ook een particuliere stichting, die binnen de Gereformeerde gezindte duidelijk stimulerend werkt met betrekking tot een hoge roeping van de kerk vandaag. Dat neemt niet weg dat de éérste verantwoordelijkheid toch die van het kerkelijk diakonaat is. Laat het één het ander echter niet uitsluiten. In een andere bijdrage in deze bundel lees ik 'een gevaar dat ons bij geldwerving bedreigd is concurrentiezucht of naijver'. Welnu, er is zóveel nood in de wereld dat er nooit teveel gedaan kan worden. Alles wat gedaan wordt is nog slechts een druppel op een gloeiende plaat. Maar laat dan ook het werk van particuliere stichtingen, hoe respectabel ook, niet in concurrentie staan ten opzichte van het niet minder respectabele werk, dat officieel door de kerken geschiedt.
Twee thema's voor verdere doordenking
Het zal duidelijk zijn dat ik de brochure van 'Woord en Daad' een goede aanzet acht tot doordenking van de vragen op het terrein van de internationale hulpverlening door de gemeente. Twee zaken blijven in de brochure echter onbesproken of onderbelicht. Die wil ik ter afsluiting nog kort noemen. In de eerste plaats het politieke diakonaat. Tussen de regels door valt te lezen een kritische instelling tegen verpolitisering van de hulpverlening. We denken dan aan hulpverlening in ideologische kaders. Ik deel die kritische instelling. Een uitglijdertje acht ik intussen wél dat de heer Dankers in zijn bijdrage, zonder concretisering spreekt over het mogelijk maken van 'het moorden op onschuldige burgers en kinderen uit diakonale fondsen'. Wat aangetoond dient te worden! Maar, kort en goed, het is intussen wél zo dat alle internationale hulpverlening in politieke kaders staat.
Wie in Oost Europa helpt met het opknappen van kerken en pastorieën doet wat de overheid zou moeten doen.
Hulpverlening in Israël betreft projecten, die door de overheid onderbedeeld worden. Hulpverlening aan christenen in het Midden Oosten staat niet los van de visie, die men daar heeft op het Midden Oosten conflict.
Wie in Transkei/Ciskei hulp verleent treedt in de thuislandenpolitiek.
Hulpverlening aan de zwarte bevolking van Zuidelijk Afrika loopt tegen de (anti-)apartheid op.
In Zuidelijk Amerika duikt de tegenstelling rijk-arm op, met consequenties voor alle bestaande verbanden.
Het is onmogelijk internationaal hulp te verlenen en de politieke kaders, waarin men gaat werken (en toegestaan wordt te werken) te vermijden. Maar bovendien, gerechtigheid - door ds. Beens terecht ook doorvertaald naar de materiëel-armen - vraagt om politieke doorvertaling. En ook wie daarbij alle ideologie of bevrijdingstheologie schuwt, staat toch voor de vraag: wat is dan, daar bijbels, gereformeerd? Ik denk dat het zelfs nodig is onszelf de spiegel voor te houden en ons af te vragen of we, wat de politiek betreft, enerzijds niet gemakkelijk accepteren wat we anderzijds verwerpen. Ik bedoel, er is voldoende kritische afweer tegen marxistische regimes, die de mens onderdrukken. Is er ook voldoende kritische afweer tegen andere dictaturen, noem het rechtse, noem het de kolonelsregimes die evenzeer onderdrukkend zijn? Naar mijn diepste overtuiging heeft bijbelse gerechtigheid ook alles te maken met een overtuigd nee zeggen tegen welke onderdrukkende overheden dan ook. Intussen zal leniging van nood plaats (moeten) vinden zónder aanzien des persoons.
Projecten
Tenslotte had in de brochure het hoe van projectmatige hulp beter tot uitdrukking kunnen komen. Het is duidelijk dat elke instantie voor hulpverlening op projecten gericht is en daarvoor ook de volle verantwoordelijkheid aanvaardt. Maar het aanreiken van projecten aan de gemeente kan een versluierering zijn van de problemen, die hier liggen.
Laat ik het maar aan een concreet voorbeeld duidelijk maken. Aanvaard wordt b.v. de verantwoordelijkheid voor een (bouw)project van ƒ 100.000, —. Men zal dat project helemaal moeten aanvaarden. Komt er minder dan ƒ 100.000, — binnen dan zal men toch uit de algemene middelen moeten bijpassen. Men kan niet slechts tot zover gaan als men geld ontvangen heeft. Dat zou betekenen, dat men met de bouw van een gebouw moet ophouden als b.v. het fundament er ligt.
Zodra er echter meer binnen komt dan ƒ 100.000, — dan gaat men het teveel ook niet weggooien. Dat te veel wordt dan gewoon gebruikt voor andere aanvaarde projecten.
Altijd wéér wordt de vraag gesteld: komt ons geld wel bij het betreffende project terecht? Hoewel men die vraag bij het ene orgaan voor hulpverlening (zég werelddiakonaat) eerder stelt dan bij het ander, waarvoor men in de gemeente sneller bereid is in algemene zin te collecteren, is hier toch sprake van een fundamentele misvatting. Want projectmatige hulpverlening door de gemeente is een sprookje. Wanneer men hulpverlening tenminste alléén als een financiële zaak ziet en projecten niet 'oeverloos' zijn. Maar het gaat toch om véél meer? Het gaat naast de gaven om gebed, meeleven, desnoods om uitwisseling van mensen. Ook wat de aard van de hulpverlening betreft gaat het om een alles-omvattende benadering. Welnu, zó kan er best door de gemeente een project worden gekozen. Maar de realisering ervan vraagt nu eenmaal een centraal beleid, gericht op een totaal van projecten.
Ik citeer tenslotte daarom met instemming de heer Dankers: 'Heel concreet gesteld is het toch niet doenlijk dat elke afzonderlijke diakonie onderzoekt waar in de Derde Wereld hulpverlening noodzakelijk is'. Welnu dat heeft consequenties voor de projectmatige aanbieding aan de gemeenten. Intussen lezen men de brochure van Woord en Daad. Er zit veel stof in tot brede(re) bezinning.
N.a.v. 'Rekenschap van ons rentmeesterschap', uitgave van de 'Reformatorische Hulpaktie Woord en Daad', Arkelsedijk 24, 4206 AC Gorinchem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's