De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tekenen der tijden (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tekenen der tijden (3)

10 minuten leestijd

In het vorige artikel heb ik geprobeerd aan te tonen, dat het in onze tijd gonst van allerlei profetieën onder de naam van Christus, alsmede ook dat er mensen zijn die zeggen 'de Christus' te zijn. Het zal ons wel duidelijk zijn geworden, dat de profetieën in wezen valse profetieën zijn en de zogenaamde Christussen niets van doen hebben met de Christus der Schriften. Door dit alles moeten wij ons niet van ons stuk laten brengen, maar vasthouden aan de Schriften die ons voorzegd hebben en óók nu nog voorzeggen dat dit alles zal worden aangetroffen. Tot onze troost en bemoediging klinkt erin door dat de dag des Heeren nabij is. Aan de andere kant dat wij alert (waakzaam) zullen zijn, opdat wij ons daardoor niet laten verleiden.

Andere tekenen

Behalve het teken van de verleiding, treffen wij in Mattheüs 24 nog andere tekenen aan. In de versen 6 en 7 van dit hoofdstuk lezen wij: 'En gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen: ziet toe, wordt niet verschrikt; want al die dingen moeten geschieden, maar nog is het einde niet. Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen zijn hongersnoden, en pestilentiën, en aardbevingen in verscheidene plaatsen'. De in deze versen genoemde tekenen zijn de voorboden van Jezus' komst. Nu is het niet uitgesloten, dat men in onze tijd aan de ene zijde deze tekenen onderwaardeert, aan de andere zijde over accentueert. Ik wil van beiden een enkele voorbeeld geven.

Onderwaardering

Wanneer er ergens ter wereld een oorlog losbarst of een hongersnood uitbreekt zoals recentelijk in de Sahellanden is gebeurd, dan is men al heel snel geneigd om te zeggen dat dit altijd al zo is geweest. De geschiedenis van de mensheid laat niets anders zien dan oorlog na oorlog, ramp na ramp. Dankzij de moderne communicatiemiddelen weten wij hiervan meer dan vroegere generaties. Hele werelddelen waren immers een paar honderd jaar geleden ontoegankelijk. Nu evenwel niet meer, want er is vrijwel geen plekje ter wereld meer, dat ons niet bekend is. Neen, het is nooit anders geweest en het zal ook nooit anders worden. Schrijf ik teveel als ik stel, dat men de ogen sluit voor deze tekenen der tijden zoals die ons door de Heere Jezus zijn voorzegd? En moeten zij die zo gemakzuchtig redeneren niet gerekend worden onder de spotters van de laatste dagen over wie door de apostel Petrus wordt gesproken? Van deze spotters lezen wij in 2 Petrus 3:4: 'Waar is de belofte Zijner toekomst? want van dien dag, dat de vaders ontslapen zijn, blijven alle dingen alzo gelijk van het begin der schepping'. Met andere woorden: alle dingen die zich voordoen zijn er altijd geweest; wij behoeven daarvan niet onder de indruk te komen.

Nu zal het juist zijn, dat er ten alle tijden oorlogen en andere calamiteiten zijn geweest. De Schrift en de eigentijdse geschie denis geven hiervan duidelijk verslag. Zij zullen tot aan het einde blijven. Met de regelmaat van de klok - geen wetmatigheid , - horen wij nu eens van een ramp hier, dan weer van een oorlog daar. Hierin schuilt een groot gevaar nl. dat er een gewenningsproces ontstaat en wij niet meer zien wat de Heere Christus ons met dit alles te zeggen heeft. Ook J. van Sliedregt wijst hierop in zijn 'Catechetisch Leerboekje'. Met nadruk stelt hij, dat rampen etc. voorboden zijn van het eeuwig gericht. Wij hebben daarin de voetstappen van de naderende Christus te horen. Oorlogen, aardbevingen, hongersnoden en welke rampen er nog meer zijn verkondigen ons: Jezus komt! Wanneer? Dat weten wij niet. Naar een tijdstip behoeven wij daarom niet te gissen. Het gaat er voor ons om dat wij de naderende voetstappen van de Heiland vernemen, en niet defaitistisch onze weg gaan en ons daarmee in het zelfschap van de spotters scharen.

Overaccentuering

Kan men aan de ene kant oorlogen en andere rampen onderwaarderen, aan de andere zijde kan men daarop ook te zwaar accent leggen. Dat wordt nogal eens gedaan in tijden dat men er direkt mee te maken krijgt. Ik denk hier onder andere aan de watersnood in 1953 tengevolgde waarvan honderden mensen verdronken. Bij het zien van deze ramp, trok men in bepaalde kringen de voorbarig conclusie dat de Heere Jezus weldra zou komen. Men liet zich evenwel meer door de angst leiden en door allerlei wonderlijke speculaties dan dat men eenvoudig en nuchter te rade ging bij de Schrift: ziet toe, wordt niet verschrikt. Het gevaar is altijd aanwezig dat wij meer onze direkte situatie laten spreken dan de Schrift en ook wel dat wij onze direkte situatie op de Schrift toepassen en niet de Schrift op de situatie. Ofschoon met dit laatste ook wel voorzichtigheid geboden is, omdat zéker niet ieder Schriftwoord direkt op een bepaalde situatie toegepast kan worden. Voorzichtigheid en een bijbelse nuchterheid zij ons geboden én ons parool. Wij moeten zien te ontkomen aan het gevaar van allerlei bespiegelingen.

In dit verband denk ik met name ook aan een man als Hal Lindsey. Wat hij aan publicaties op de markt brengt is op zichzelf boeiend en stemt ons zeker tot nadenken. Zeker zou ik niet alles wat hij heeft geschreven zomaar van de tafel willen vegen als niet terzake doende. Niettemin is hij naar mijn mening niet aan het gevaar ontkomen de 'leer van de laatste dingen' tot een compleet stelsel om te werken. Wie in dit stelsel enig inzicht wil hebben, leze zijn boek 'De planeet die aarde heette'. Men krijgt daaruit de indruk, dat de Schrift meer een legpuzzle is dan een openbaringsbron. Voor mij is het althans een bewijs dat Hal Lindsey wat de 'leer der laatste dingen' betreft de zaken overaccentueert en niet aan het gevaar van 'inlegkunde' ontkomen is. Op de manier zoals hij dat doet mag men in geen geval met de Schrift omgaan. De Schrift bestaat niet uit duizenden stukjes die men na veel passen en meten tot één geheel kan maken. Wij behoeven de zaken die erin staan ook niet te gaan bewijzen en met die bewijzen in de hand te zeggen: de Bijbel heeft toch gelijk. De Bijbel heeft altijd gelijk! Het is werkelijk niet nodig, dat wij allerlei tekenen tot in de kleinste details gaan napluizen of die gaan plaatsen in onze tijd. De Schrift bewijt zichzelf. Dat is een goed reformatorisch standpunt en hierbij wil ik het graag houden.

Wat Hal Lindsey schrijft is fascinerend en zeer velen - óók in ons eigen land - worden hierdoor geboeid, toch geloof ik niet dat wij na deze 'profeet' zoveel kunnen leren, althans niet wat de 'leer der laatste dingen' betreft. Bij mij kwam althans te weinig de eerbied voor de Schrift over. Een eerbied voor de Schrift wil toch in de eerste plaats dit zeggen: de Schrift de Schrift laten. Wij kunnen allerlei zaken wel graag willen gaan vergeestelijken, maar dan is de eerbied voor Gods openbaring voor een deel weg. Bovendien maak ik de opmerking, dat de Schrift geestelijk is en dat Gods Woord door ons dus niet geestelijk behoeft gemaakt te worden noch vergeestelijkt behoeft te worden. Aan dit grote gevaar is de kerk door de loop der eeuwen eigenlijk nooit ontkomen. Ook vandaag niet! Daarom is het wellicht goed om bovenstaande dingen nog eens met nadruk te stellen.

Verkeerde interpretatie

Duidelijk zal zijn uit het bovenstaande dat wij ons dus moeten hoeden voor een onderwaardering, maar niet minder voor een overaccentuering van de tekenen der tijden zoals deze ons in Mattheüs 24 : 6 en 7 worden voorzegd. In dat verband is er nog een zaak waarop wij dienen te letten. In sommige kringen leeft de gedachte dat de terugkeer van de Heere Jezus op de wolken des hemels zal samenvallen met allerlei calamiteiten. Ik denk hier o.a. aan een kern-oorlog. Er zijn christenen die hiermee de wederkomst van de Zaligmaker verbinden. Afgezien van de geweldige verwoestingen die tengevolge van een kern-oorlog op aarde aangericht zullen worden, moeten wij toch uitermate voorzichtig zijn door een verbinding aan te brengen tussen een nucleaire oorlog en de wederkomst. Men verbindt de wederkomst met een kern-oorlog wat al te snel en te gemakkelijk als men daarvoor aanhaalt 2 Petrus 3 : 12 alwaar wij lezen: 'Verwachtende en haastende tot de toekomst van de dag Gods, in welken de hemelen, door vuur ontstoken zijnde, zullen vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten'. Neen, zo mag men met de woorden van de Schrift niet omgaan. Bovendien is het nog maar de vraag of de wederkomst zal samenvallen met grote wereldrampen. Want als de Heere Jezus heeft gesproken van de tekenen als oorlogen, aardbevingen en hongersnoden, dan zegt Hij: 'wordt niet verschrikt, want nog is het einde niet'. Al die calamiteiten zijn nog maar een beginsel der smarten. Wij zouden wat de grondtekst betreft ook mogen zeggen: een beginsel van de barensweeën. Zoals de geboorte van een kind met barensweeën gepaard gaat, zo ook de komst, de geboorte van het Godsrijk. Door deze barensweeën heen gaat de belofte in vervulling: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. Echter... van een samenvallen van de wederkomst en allerlei rampen is althans in Mattheüs 24 geen sprake. De dag des Heeren komt als een dief in de nacht d.i. als niemand het verwacht. Er wordt nog op heel andere dingen in dat hoofdstuk geattendeerd die in geen geval aan onze aandacht mogen ontsnappen. In een volgend artikel wil ik hierop nader ingaan. Voor goed begrip schrijf ik wel neer, dat al vallen wederkomst en rampen niet samen daarmee niet gesteld is dat er bij de wederkomst geen enkele ramp meer zal zijn. Niettemin zal er een nog groter teken zijn nl. de geweldige afval door toedoen van de mens der wetteloosheid. Doch daarover - zoals reeds gezegd - een volgend keer.

De nood lenigen

Tot de tekenen der tijden behoren oorlogen, hongersnoden, pestilentiën etc. Het zijn allen voorboden van het, gericht. Al deze barensweeën moeten er zijn alvorens de Heere een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid wonen zal, brengen zal. Wij worden met deze tekenen in onze tijd geconfronteerd. Tekenen die nood, grote nood veroorzaken. Het spreekt vanzelf, dat wij niet koud en koel al deze nood aanzien, maar doen wat onze hand vindt om te doen. Wij mogen maar niet zeg­gen: die tekenen behoren bij de eindtijd en die veroorzaken noden, en daarom doen wij maar niets. Neen, dat in geen geval. Dat zou liefdeloos zijn en geconserveerde lijdelijkheid (passiviteit) inhouden. Naarmate een christen opmerkt dat de tekenen der tijden hoog opgericht worden en de nood, geestelijk én materieel, daardoor groter wordt, naar die mate zal hij zich inzetten om die nood, geestelijk én materieel, te lenigen. Want wat is dat voor een christen, die zijn naaste in nood alle steun onthoudt? Wat is dat voor een christen die zijn medemens laat kreperen? Zo'n christen is toch wel heel ver van de Christus der Schriften verwijderd als hij zijn ogen sluit voor de noden van de ander. Waar door genade Christus beslag heeft gelegd op ons leven, daar doet Hij een beroep op ons hart, hoofd en hand. Anders gezegd: de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof, houdt tevens de heiliging van het leven in d.i. dat de christen ver weg en dichtbij in Woord en daad tekens opricht van het komende Godsrijk. En al zullen het doorgaans slechts tekentjes zijn, niettemin zijn ze er!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tekenen der tijden (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's