De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijden en lijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijden en lijden

8 minuten leestijd

Niemand in ons land behoeft vandaag te lijden om het geloof en dus om de belijdenis van het geloof, zoals dat het geval is met broeders en zusters in andere landen van de wereld.

Martelaarschap in directe zin kennen wij niet. Evenwel is het goed ons telkens te realiseren hoe vaak in de geschiedenis de kerk in de wereld, dan hier en dan daar, kerk onder het kruis was. Hoevelen zijn de eeuwen door niet om het geloof gedood, gemarteld, gevangen gezet of ontheemd, omdat ze leefden onder een (godsdienst-)onderdrukkende overheid.

Het is ook goed ons telkens te realiseren dat in het boek Openbaring de situatie getekend wordt van de 'heiligen' in de eindtijd, wanneer het beest uit de zee macht krijgt de heiligen de oorlog te verklaren (vs. 7). We lezen er intussen wel ter bemoediging bij, dat wie in de gevangenis werpt zélf in de gevangenis gaat, terwijl eveneens ter bemoediging wordt gezegd dat dan de lijdzaamheid der heiUgen blijken zal.

Gods heiligen, Gods ge kenden onder het kruis komen er dóór; nochtans, ondanks alles!

Maar, zulk een lijden om de Naam van Christus, als het leven niet veilig is omdat het beest zich verheft, is ons nog bespaard gebleven. Toch zeggen we dat belijden, ook vandaag, niet zonder lijden is. Lijden is zelfs aan het belijden eigen.

Paulus schrijft in de Romeinenbrief: En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus, indien wij tenminste met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden' (Rom. 8 : 17).

Het is zelfs genade als een christen niet alleen in Christus gelóven mag, maar ook voor Hem mag lijden. (Fil. 1 : 29).

Lijden aan (in) de kerk

Het is misschien wat vreemd om hier met het lijden in of aan de kerk te beginnen. Maar wie van harte de Naam des Heeren in de gemeente mag belijden zal, naast de vreugde, die het behoren tot de gemeente als gemeenschap met zich meebrengt, ook iets van lijden ervaren. Alleen al omdat lijden - hchamelijk en geestelijk - aan het leven eigen is. En Paulus zegt dan dat wanneer één lid lijdt alle leden meelijden; evenzogoed als wanneer één lid 'verheerlijkt wordt' alle leden zich mee verblijden (2 Cor. 1:6). De gemeenschap van de gemeente zal onder andere kenbaar zijn in het meelijden en in het mee verblijd zijn met elkaar. Dat schept praktische verplichtingen voor leden der gemeente t.o.v. elkaar.

Maar het gaat nog dieper. Een 'goed' lid van de gemeente zal ook lijden aan de onvolkomenheid van kerk en gemeente, waartoe hij overigens zelf behoort. Hoever leeft de kerk vaak van haar gestalte, zoals de Schrift die tekent, een gemeente, die Christus zich voorstelt zonder vlek en rimpel.

Dan kunnen we natuurlijk denken aan ketterijen, die zich door de tijden heen en ook vandaag in de kerk vertonen. We kunnen denken aan beleidsbeslissingen in synodevergaderingen, die de toets van het Woord niet kunnen doorstaan. We kunnen (vooral) denken aan onenigheid, die zich telkens weer in de kerk manifesteert, soms om onbelangrijke zaken, soms om wezenlijke kwesties met betrekking tot geloof en belijden. Hoeveel lijden is er niet aan de kerk als gemeenten verscheurd worden door twist en tweedracht. Het kan zo hoiBgi^oplopen dat het maar beter lijkt om heen te gaan. En toch, mensen blijven, want het is mede hun gemeente.

Er wordt geleden aan de gemeente in haar onvolkomen gestalte. Het ergst is^eèfttgr misschien nog de lauwheid, de ongeïnteresseerdheid, die soms in de gemeente voor-komt. Vorige week woonden ds. L. J. Geluk en ondergetekende de synodevergadering bij van de kleine evangelisch-gereformeerde kerk van Frankrijk. In een toespraak tot de synode sprak de voorzitter, ds. M. Longeiret, o.a. over de noodzaak om de gelovigen en de gemeente te bevestigen op bijbels en geestelijk niveau. Hij zei toen dat, wanneer de ouderen niet trouw zijn aan hun roeping héél de kerk lijdt. Dat ondervinden vandaag jonge mensen, die toetreden als belijdende leden der gemeente. Ze doen het - hopelijk; als het goed is - met dankbaarheid en ook met iets van een heilig ideaal. Wat kan het dan soms tegenvallen als er zoveel lauwheid in de gemeente geconstateerd wordt. Mensen, die ook ooit hun ja-woord gaven, zijn allang weer heengegaan, of hun meeleven met de gemeente is mager. Ontrouw in de kerkgang of weinig echt meeleven met de (activiteiten) van de gemeente kan zo ontmoedigend werken. Jonge predikanten, die ook met een heilig ideaal hun werk beginnen, stuiten al spoedig op de realiteit van de gemeente, die uit Adamskinderen blijkt te bestaan. En wat het afleggen van de belijdenis des geloofs betreft, hoevelen constateren vandaag niet dat ze dit doen met slechts enkele anderen.

Lijden aan onszelf

Laat ik het verder niet al te zeer concretiseren. Want de kerk, de gemeente zijn we zelf. Gestrande schepen zijn bakens in zee. Iemand zei eens dat kerkeraadsleden van nu, de onkerkelijken van morgen zijn. En spreekt de Schrift niet van Demas, die de tegenwoordige wereld lief kreeg. Wij mensen hebben ons hart niet mee voor de dienst des Heeren. De lauwheid en de laksheid kan bij ieder toeslaan, als de zorgvuldigheden van het leven vermeerderen of als de eerste liefde verkoelt.

Toegegeven, wie éénmaal door de Heere gegrepen is, die is voorgoed gegrepen. Afval der heiligen is er niet. Maar er kan wel verkilling en verdorring komen. Daarom, een christen, een belijdend christen lijdt vooral aan zichzelf. De allerheiligste heeft maar een klein beginsel van de volkomen gehoorzaamheid. De liefde tot God is onvolkomen, de liefde tot de gemeente eveneens.

Lijden aan kerk en gemeente is vooral lijden aan onszelf. Maar intussen worden we geroepen ons steeds weer op het bijbels niveau van de gemeente te laten bevestigen. Dat vraagt om daadwerkelijk meeleven met de gemeente: trouw zijn onder de verkondiging, in de opvoeding van de kinderen naar-de-gemeente-toe; staan naar het afsterven van de zonde, in het beoefenen van de levensheiliging.

Christen zijn vraagt geestelijke oefening.

Lijden aan de wereld

Daar is nog een aspect aan het lijden van een belijdend christen. Het ganse schepsel zucht en is in barensnood, zegt Paulus in zijn brief aan de Romeinen. Maar ook zij, wij, die de eerstelingen des Geestes hebben, zuchten in onszelf (Rom. 8 : 23). Een christen is een zuchtend mens, omdat hij deel uitmaakt - mét de gemeente - van de wereld, waarin her en der het geklaag en gekerm opklinken.

Een christen lijdt aan het lijden in de wereld, het lijden in oorlogen, rampen, armoede, discriminatie, geweld, onrecht. De lijdende mensheid gaat een christen ter harte, omdat hij door de Geest een (nieuw) hart ontving.

Maar dan is er ook het lijden omdat het schepsel niet leeft tot eer van de Schepper; om het feit dat de mensen zich niet laten verzamelen onder het heilbrengende Woord des Heeren, om het feit dat de zonde, het kwaad huishoudt in de wereld en daardoor mensen geestelijk en lichamelijk ontwricht raken; om de tegenkanting, die de christen, als hij echt als christen wil leven, in de wereld, bijv. in zijn werkkring, ondervindt. Zulk een lijden is een zaak het christen-zijn eigen. Het heeft zelfs de belofte van God mee. Petrus zegt: maar indien gij ook lijdt om de gerechtigheid, zo zijt gij zalig'. (1 Petrus 3 : 14). Vóór deze tekst wordt gesproken over 'wijken van het kwade', het 'goede' doen, terwijl ook gezegd wordt dat de ogen des Heeren over de rechtvaardigen zijn. En na de 2é tekst zegt Petrus dat we bereid moeten zijn tot verantwoording aan ieder, die rekenschap vraagt van de hoop, die in ons is.

Lijden aan de ongerechtigheid staat in de context van het leven in een wereld waarin het kwaad huist, maar ook van het leven in hoop.

Het christen-leven is een zuchtend leven, maar intussen wel ook een verwachtend leven, namelijk gericht op de verlossing van ons lichaam (Rom. 8 : 23).

Bemoediging

'Welkom in de strijd', is een veel gebezigde uitdrukking bij het afleggen van de belijdenis des geloofs. Wie durft zeggen: elkom in het lijden? Toch is dat een wezenlijk aspect van de strijd des geloofs. 'Wie hier bedrukt met tranen zaait, zal juichen als hij vruchten maait'. Er is tweeërlei soort lijden in de wereld. Allereerst lijden als een 'kwaaddoener' (1 Petrus 4 : 15). Het (leven in het) kwaad brengt zijn eigen lijden met zich.

'Maar' - laat Petrus daarop volgen-'indien iemand lijdt als een christen, die schame zich niet maar verheerlijke God daarin' (vs. 16).

Het christen-leven is een leven van lijden en tranen. Maar óók van lachen door de tranen heen. Want, 'de God nu aller genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, nadat wij een weinig tijds zullen geleden hebben. Die volmake, bevestige en fundere u'. Het gaat om lijden met verwachting.

Belijdenis doen heeft immers ook te maken met het gelijkvormig worden aan het beeld van Christus! Dat is: van lijden tot heerlijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1985

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's

Belijden en lijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1985

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's