De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijden en arbeiden !

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijden en arbeiden !

8 minuten leestijd

Het is een verheugende zaak dat in deze weken door jongeren én ouderen belijdenis van het geloof wordt afgelegd. Verheugend voor de kerk, voor de gemeente en niet minder voor de lidmaten zelf. Zij geven immers hun ja-woord aan de Heere en Zijn gemeente. En al zal dat ja-woord wellicht heel schroomvallig gegeven worden, niettemin wordt er een ondertoon van vreugde in gevonden vanwege de genade Gods. En de vreugde wordt toch wel zeer groot als de nieuwe lidmaten met hun hart in dat jawoord tot uitdrukking willen brengen dat de dienst van God een liefdedienst voor hen is, zodat de Heere de God der blijdschap hunner verheuging is. Wanneer zó belijdenis wordt afgelegd, mag er van de lidmaten veel verwacht worden voor de kerk, voor de gemeente en voor de wereld. Belijdenis van het geloof afleggen houdt immers niet zozeer in dat een bepaalde periode van catechese is afgesloten, maar vooral dat men een taak en roeping heeft in de kerk, de gemeente en de wereld. De bedoeling van dit artikel is dat ik hierop enigszins inga en dit pastoraal uitwerk.

De Nederlandse Hervormde Kerk

Ofschoon God en de kerk niet zijn te vereenzelvigen, mag men die beiden toch ook niet van elkaar losmaken. Dat er een kerk is hebben wij aan God te danken. Wie daarom in deze weken zijn ja-woord aan de Heere geeft, legt vanzelfsprekend ook getuigenis af van de verantwoordelijkheid die men draagt voor de kerk. En dan in 't bijzonder voor de kerk waarin men is geboren en opgegroeid. In ons geval: de Nederlandse Hervormde Kerk. Aan deze kerk - dóór God in deze lage landen geplant - hebben wij zeer veel te danken. Deze kerk heeft ons véél gegeven en gééft ons nog altijd zeer véél. In deze kerk ontvingen wij immers de doop. Ook gaf zij ons de catechese en de prediking naar Schrift en belijdenis. Het zou te ver voeren om alles op te sommen wat wij in de kerk hebben ontvangen. Maar het is zéér véél en als wij via de catechese en de prediking van de kerk Christus hebben gevonden, dan zullen wij niet anders kunnen zeggen dan dat wij in de kerk 'alles' hebben ontvangen, want Christus is alles. Terecht kan opgemerkt worden, dat de kerk ons meer heeft gegeven dan wij ooit aan de kerk kunnen geven. Maar zouden wij ons juist dan niet voor deze kerk, de Nederlandse Hervormde Kerk, inzetten? En dat niet zozeer vanwege een nevelig hervormd gevoel, maar omdat God ons juist in die kerk zóveel heeft geschonken? In één van de belijdenisvragen - zoals die in het 'Dienstboek voor de Nederlandse Hervormde Kerk' staan - wordt het welzijn van de kerk ons op het hart gebonden, opdat wij onze krachten en gaven tot welzijn van déze kerk zullen aanwenden. In het geven van ons ja-woord verbinden wij ons aan God, maar niet minder aan Zijn kerk. Met dit laatste wordt wel eens bitter weinig rekening gehouden. Tot die conclusie kom ik als ik zie dat men soms heel gemakkelijk een overstapje maakt van de ene naar de andere kerk. Soms om héél middelmatige zaken en zonder pijn in het hart. Cyprianus heeft eens gezegd dat de kerk onze moeder is. Welnu, als de kerk onze moeder is dan moeten er toch wel bijzonder gegronde redenen zijn om moeder in de steek te laten. Dan moet dit toch écht een conflict in het hart geven. Van kerk veranderen kan dus niet zomaar. Wij leggen belijdenis af in de kerk en geven onder ede plechtig getuigenis van de band die ons aan én in de Nederlandse Hervormde Kerk bindt. Ons grote voorbeeld om de kerk niet te verlaten is: de Heere Jezus Christus Zelf. Wat had Hij veel aan te merken op de tempel(dienst) van Zijn dagen. Het was ook toen bepaald niet alles in overeenstemming met de wil van Zijn Vader. Toch heeft de Heere Jezus deze tempel(dienst) nooit verlaten, hoe verworden deze dienst in Zijn dagen ook was.

De liefde tot de kerk is een taak die iedere dag met ons meegaat. Wij zijn verantwoordelijk voor het 'reilen en zeilen' van de kerk. Wij mogen het ook opnemen voor de kerk omdat zij ons zoveel heeft geschonken. Dit opnemen voor de kerk houdt weliswaar niet in dat wij al haar ondeugden goedpraten tegenover leden van andere kerkgenootschappen. Neen, wij behoeven de scheuren en breuken in onze kerk niet te verdoezelen, maar wij behoeven ze ook niet tegenover anderen breed uit te meten. Dwaling mag dwaling genoemd worden. En helaas... dwaling wordt er in onze kerk gevonden. Maar de wijze waarop hierover wordt gesproken is van uitermate groot belang. Het dient door ons te gebeuren met een grote bewogenheid voor de kerk die toch immers het lichaam van Christus is, althans een openbaring daarvan. Ook behoren wij aan de breuken en de scheuren die er in de kerk geslagen zijn te lijden. Dat lijden aan de kerk behoort zéker tot de roeping en de taak van alle belijdende leden. Kennen wij dat lijden? Wie zijn hand gelegd heeft op de belijdenis van de kerk zal hiervan toch iets weten en ook verstaan dat het een heilige roeping is om de belijdenis weer in het geheel van onze kerk te laten functioneren. Alle krachten en gaven - van Godswege ons geschonken - mogen wij niet voor onszelf houden, maar dienen wij aan te wenden tot de opbouw van het kerkelijk leven. Wij mogen ons inzetten voor de kerk. In gebed en in getuigenis! In 'Licht over uw pad' schrijft ds. J. van Sliedregt, dat men zondags met een gevulde mand uit de kerk kan komen en daaruit zelf mag leven, maar dat men uit die gevulde mand ook dient uit te delen. Wat ontvangen is mag men dus niet alleen voor zichzelf houden, maar daarvan mag een ander delen.

De gemeente

Constateerden wij in het bovenstaande dat alle belijdende lidmaten een taak en roeping hebben in het geheel van de kerk, dat geldt niet minder voor de gemeente waarin wij van Godswege een plaats kregen. De gemeente moet en mag ons even lief zijn als de gehele kerk. Nu kan het zijn dat de gemeente een beroep doet om ons in te zetten voor allerlei arbeid die in haar midden gedaan dient te worden. Deze roepstem van de gemeente moet men maar niet uit te weg gaan. Integendeel zelfs, iedere roepstem dient bevestigend beantwoord te worden.

Er is doorgaans heel veel werk in een gemeente te doen en voor een ieder is daarin wel een taak, al naar gelang de gaven en de krachten. Het is daarom een grote eer als wij worden geroepen tot een bepaalde taak. Wij worden immers door Gods gemeente geroepen? Dan moet men toch wel heel sterke argumenten hebben om 'neen' te zeggen. Een negatief antwoord gegeven mag eigenlijk alléén als werkelijk duidelijk is dat God dit verhindert. Maar indien dit niet het geval is moet men altijd maar positief reageren. Ik denk hier niet alleen aan het zitting nemen in een kerkeraad, maar niet minder aan het meedoen in evangelisatie- en jeugdwerk. Ook in deze laatste takken van kerkelijk werk is men dringend om mensen verlegen.

Taak en roeping is voorts ook dat wij als belijdende lidmaten naar elkaar in gemeente omzien. Niet alleen in allerlei aangename omstandigheden, maar ook in crisis-situaties. Te denken valt o.a. aan ziekte, problemen, angsten, eenzaamheid, geestelijke nood en aanvechtingen. Het is een apostolisch bevel om elkaars lasten te dragen. Aandacht, oprechte aandacht voor elkaar in de gemeente Gods mag zéker in onze tijd wel onderstreept worden. Door het ontbreken daarvan kan het wel eens zó koud en kil zijn in de gemeente. Wie evenwel bij het belijdenis doen zijn hand heeft gelegd op de zuivere leer doet dat eveneens op het zuivere leven. En in een zuiver leven voor Gods aangezicht zal er zéker iets van warme belangstelling aanwezig zijn voor het gemeentelid dat in nood verkeert. Onder de zuivere en onbevlekte godsdienst verstaan wij wel eens heel spectaculaire dingen. Laten wij het echter maar bij het apostolische woord houden als er staat geschreven: 'De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld'.

Onze roeping is om vanuit het Woord met woord en daad jegens elkaar te bewijzen dat wij leden van Christus zijn. Ik denk dat juist in onze tijd er een echte behoefte is aan gemeenschap (koinonia) waarin men geborgenheid vindt bij Christus én bij elkaar.

Duidelijk zal zijn dat wij een taak en roeping hebben binnen de gemeente, maar niet minder buiten de gemeente. Het getuigenis in woord en daad moet ook uitgaan naar onze buurman die buiten- óf a-kerkelijk is. Geen belijdend lidmaat mag zich ooit het verwijt maken wat in een bepaald gedicht onder woorden is gebracht: 'mijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1985

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's

Belijden en arbeiden !

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1985

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's