Prof. dr. H. Visscher, zijn visie op en zijn strijd om de kerk (5)
Na zijn bedanken als lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond zette prof. dr. Visscher zijn strijd om de kerk voort.
In 1915 ondernamen 6 hoogleraren - onder wie prof. dr. Visscher - van de theologische faculteit in Utrecht, en van verschillende richting, een poging om te komen tot een modus vivendi voor de hervormde kerk. Een modus vivendi is een minnelijke schikking tussen twee partijen, om in vrede samen te leven.
Deze professoren zonden een schrijven naar de synode, waarin zij verzochten, dat er een commissie benoemd zou worden die de mogelijkheid moest bestuderen van een modus vivendi voor de verschillende richtingen in de hervormde kerk. De naam van de initiatiefnemer werd niet vermeld. Maar stellig had Visscher er een groot aandeel in. Het verzoek werd als volgt gemotiveerd: 'Ten einde de eenheid en de bloei van de kerk te bevorderen en allerlei conflicten, die daaraan schade doen, te voorkomen - en opdat er een einde kome aan de onverkwikkelijke kerkelijke partijstrijd.'
Opmerkelijk is, dat tevens wordt opgemerkt, dat de te benoemen commissie bij de bestudering erkennen moet, wat in de hervormde kerk historisch is gegroeid. In het verzoek staat verder, hoe de indieners daarvan zich die modus vivendi dachten: 'Volgens welke het voor de verschillende richtingen mogelijk zal zijn in onderling administratief verband, maar tevens naar de volle eis van hun eigen beginsel, samen te blijven in de hervormde kerk, die zij liefhebben, als de kerk van hun vaderen waarin, zo wij hopen, ook een plaats en een zegen zullen zijn voor hun kinderen'.
Verzoek
De synode reageerde met een verzoek aan de 6 hoogleraren, of deze zelf - met anderen eventueel - de zaak van de modus vivendi in studie wilden nemen. Zij aanvaardden dit. Zo kwam er een ontwerp van de modus vivendi met een memorie van toelichting. In deze toelichting wordt weer de toestand in de kerk uitvoerig uiteengezet. Hierbij wordt dan opgemerkt, dat door de oorlog - de eerste wereldoorlog - en haar ernstige gevolgen, economisch - ook voor ons land - de politieke partijen, tot een soort godsvrede waren gekomen. Maar de ernst van de wereldhistorische ontwikkelingen vermochten de richtingen- en partijstrijd in de kerk niet te stillen.
In zijn rede, 'God en mijn recht' had prof. dr. Visscher ook gezegd: 'Als de staat niet ingrijpt, is er, wat de synodale organisatie betreft, nog één hoop en verwachting, nl. dat zij met opoffering van zichzelf, een modus vivendi in het leven zou roepen, waarbij aan alle groepen, ook aan ons, gereformeerden, recht op volledige vrijheid wordt verleend'. Vinden wij in het ontwerp van de modus vivendi niet een concretisering hiervan?
In verband hiermee valt ook op, wat verder in de memorie van toelichting stond: 'De behoefte aan nieuwe en betere toestanden is onafwijsbaar. Wij hebben ons reken schap gegeven van tot nu toe andere aanbevolen wegen om het heersende kwaad weg te nemen. Bijvoorbeeld de invoering van een zgn. reorganisatie, waardoor op enigerlei wijze de oude classes en classicale vergaderingen in hun rechten hersteld zouden worden'. Dit laatste was immers naar voren gebracht door anderen, met name de Confessionelen. Later vinden wij dit terug bij Kerkopbouw en Kerkherstel.
De toelichting vervolgde: 'Het kwam ons echter voor, dat zulk een reorganisatie juist het tegendeel zou brengen van wat men zich er van voorstelt. Zij zal voeren tot een leggen van de macht in de handen van de helft plus één. En daarom zal zij leiden tot een partijstrijd, zeker niet minder bitter, dan die nu de kerk verwoest, zelfs tot een uiteenspatten van de kerk. Zulk een losmaken van de huidige bestuursbanden zou bij de verscheidenheid van de heersende richtingen, ongetwijfeld een allergevaarlijkste proefneming zijn'.
Hier waren 6 hoogleraren, van verschillende richting, aan het woord. Maar wij hoorden duidelijk de stem van prof. dr. Visscher!
Vrijheid
In de toelichting stond ook nog dit: 'Zal er ontspanning komen, dan kan deze er alleen zijn door een modus vivendi, die met behoud van een - administratieve! - eenheid aan alle richtingen de vrijheid waarborgt om naar eigen beginsel, onder synodaal verband, hun kerkelijk leven tot zijn recht te doen komen'.
Het beginsel van de modus vivendi was dus: onder handhaving van een administratieve eenheid, een vreedzaam samenleven van de verschillende richtingen.
Het ontwerp bevatte meerdere artikelen. Het eerste luidde: 'Het ontstaan van de gemeente-kerken. Lidmaten van een gemeente kunnen zich aaneensluiten tot gemeenschappen, die de naam dragen van gemeente-kerken'. Daarna volgden artikelen, die handelden over de constituering en erkenning van die gemeente-kerken, hun financiële rechten, het gebruik van de kerkgebouwen, de rechtspositie van de predikanten, het stemrecht enz.
Een gemeente-kerk kon zijn een gemeente in één plaats. Waren er in een plaatselijke gemeente meerdere richtingen, dan konden er meerdere gemeente-kerken in één plaats gevormd worden.
Kritiek
Dit ontwerp ontmoette in de kerk van meerdere kanten, ook van de zijde van de Gereformeerde Bond, felle kritiek. De synode besloot tenslotte met 10 tegen 9 stemmen 'aan de uitwerking van de beginselen van de modus vivendi geen verdere voortgang te geven'.
Terwijl de procedure aan de gang was, schreef Visscher zijn brochure 'Tijd rijpt - gemeente Gods of reglementaire kerk'.
Hierin verdedigde hij, vooral tegenover het gereformeerde volk, waar zijn meedoen bij velen niet gunstig werd ontvangen, dat meedoen.
Ook in deze brochure tekende hij eerst weer de ontwikkelingen buiten en in de kerk tot in zijn dagen. En de huidige synodale organisatie beschreef hij hierin wederom als één, die bijeen bond, wat niet bijeen behoorde en die het leven naar en uit de Schrift en naar de belijdenis afknelde.
De lange weg tot vrijmaking van de gereformeerde kerken was afgesloten. Nu was er een andere weg. Die vond hij niet onbegaanbaar voor een gereformeerde belijder. Zou dat wel het geval zijn 'dan zou hij zeker niet meedoen en zijn eerstgeboorterecht niet voor een schotel linzenmoes verkopen'. Het ging toch om een waarlijk gereformeerde kerk, die in haar ontwikkeling en leven niet verhinderd wordt. En dat was nu onmogelijk. Doch dat kon dan mogelijk worden, volgens hem.
Reorganisatie?
Ook hier schreef hij, dat hij van reorganisatie niets verwachtte. Die zou een hallucinatie blijken te zijn. Hij erkende, dat de modus vivendi met moeilijkheden gepaard zou gaan. Aan andere groepen en richtingen zou eveneens de vrijheid moeten worden gegeven.
Echter, uiteindelijk was voor hem de modus vivendi op zichzelf niet het einddoel! Zijn doel en hoop waren, dat langs deze weg de gereformeerde kerk weer uit het stof zou herrijzen. Hierbij citeerde hij weer bepaalde uitspraken van Groen van Prinsterer, waarin deze ook reeds suggesties deed in de richting van een modus vivendi. Hoe scherp én geestig Visscher kon zijn, blijkt ook in deze brochure. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond kon niet meegaan met deze oplossing van het kerkelijk vraagstuk. Ds. Van Grieken schreef in de Waarheidsvriend, dat hij hoopte op andere voorstellen bij de begrafenis van de modus vivendi. Visscher reageerde daarop, dat hij benieuwd en bevreesd was. Wat hij tot nu toe bij ds. Van Grieken had opgemerkt, was volgens hem confessionele koek, verkocht in een papier uit de winkel van de Gereformeerde Bond. Hij moest tevens denken aan een sage van de oude Grieken. De Danaïden moesten als straf van de goden, een bodemloos vat vullen. Moderne Grieken meenden dit te kunnen!
Er kwam dus van meerdere kanten kritiek op het voorstel van de modus vivendi. O.a. schreef dr. Woudstra een brochure: 'Reorganisatie en boedelscheiding'. Hij en anderen zagen de modus vivendi als een boedelscheiding in de kerk. Door de modus vivendi zou het kerkelijk vraagstuk in déze zin worden opgelost, dat de kerk zelf zou worden opgelost, opgeheven!
Wij zeggen hier weer: ook al hebben wij ten volle begrip voor wat Visscher uiteindelijk voor ogen stond, wij kunnen in verband met de voorgestelde modus vivendi dezelfde kritische vragen stellen als bij zijn vorige strijd om de vrijmaking der kerken.
Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond distantieerde zich van het voorstel. Het keurde afscheiding van de kerk af, maar ook 'dit delen', zo zag het dit voorstel, binnen de kerk. Bij het hoofdbestuur leefde de overtuiging - die wij delen - dat de kerk niet gemaakt mag worden tot een federatie van verschillende richtingen-gemeenten. De Schrift en de belijdenis kennen immers wel zelfstandige gemeenten, doch die hebben in een organische verbondenheid de algemene kerk te vormen.
Bovendien, zou de modus vivendi niet betekenen een uitoefening van de tucht in een verkeerde zin, en een onmogelijk maken van de uitoefening daarvan in de rechte zin? Zou ook bij de vorming van de gemeente-kerken aan de eigen, wilskeuze van de leden niet een onverantwoorde ruimte worden gegeven?
Wij plaatsen bij dat alles nog wel deze opmerking: hoe is thans in onze kerk, na de invoering van de nieuwe kerkorde en bij de ontwikkehng daarna, in de grotere plaatsen, vaak concreet de situatie? Lijkt ze niet veel op een modus vivendi? Dit maakt ons wel voorzichtig in onze vragen en in onze critiek, in verband met het voorstel tot een modus vivendi in het verleden!
Woerden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's