De ouderen van tegenwoordig
Met het oog op de jongeren
'De jeugd van tegenwoordig'... daar is al veel over gesproken en geschreven. Over welke 'tegenwoordigheid' het hierbij steeds ging en gaat, laten we nu in het midden.
Het is altijd het 'voorrecht' van de ouderen geweest om het over 'de jeugd van tegenwoordig' te hebben. Ouderen hebben de mogelijkheid om te vergelijken, terugblikkend naar hun eigen jeugd, althans... naar wat in de herinnering daaraan voortleeft. Jongeren hebben die mogelijkheid m.b.t. ouderen niet. Zij kunnen de ouderen van nu niet met de ouderen van vroeger vergelijken. Zij verkeren daarom in het gesprek met ouderen over verschillen tussen 'vroeger' en 'nu' in het nadeel. Daarom hoeven wij van de jongeren niet te verwachten, dat zij het hebben over 'de ouderen van tegenwoordig'. En vanwege de kritische klank in deze uitdrukking hoeven we dit van de ouderen zelf ook niet te verwachten.
Of valt er soms niets te zeggen over de ouderen van tegenwoordig? Of wordt er niets gezegd, omdat er gewoon niemand is die dat doet? De ouderen van tegenwoordig...
Mischien valt er toch iets over hen te zeggen?
Als we 'vroeger' en 'nu' gaan vergelijken, dan is één van de belangrijkste verschillen dat de ouderen van tegenwoordig heel anders denken over relaties dan de ouderen van vroeger.
Misschien dat u me nu in de rede wilt vallen, zo van: 'Ho, ho, stop eens even, want dat is wel erg algemeen gesteld. Ik denk helemaal niet anders'.
Het is waar dat de aanduidingen 'de jeugd van tegenwoordig' en 'de ouderen van tegenwoordig' veralgemeniserende aanduidingen zijn. Bij zo'n aanduiding gaat het om een bepaalde meerderheid, een meerderheid waar u misschien niet toe behoort. Als ik het over 'de ouderen van tegenwoordig' heb, dan bedoel ik inderdaad de meerderheid van ouderen. Bij mijn beoordeling van deze meerderheid ga ik af op wat wel de 'publieke opinie' wordt genoemd. Dat is de mening van de meerderheid (of is het de mening van de meerderheid van degenen die een mening hebben?). De publieke opinie is voornamelijk de mening van ouderen (onder 'ouderen' vat ik in dit verband jong-volwassenen en volwassenen samen). Als we dan letten op wat de publieke opine is over relaties, dan zien we dus een enorm verschil met vroeger. Was vroeger het huwelijk de enige samenlevingsvorm, nu is er sprake van allerlei alternatieve samenlevingsvormen.
Opvallend bij de alternatieve samenlevingsvorm is, dat wat in het huwelijk altijd in één (beschermend) verband aan de orde is gesteld nu apart gewogen, gewaardeerd en be-'leefd' wordt. Zo wordt t.a.v. twee personen die elkaars partner zijn gesproken van een emotionele, een seksuele en een financiële relatie. Je kunt bijv. met elkaar een emotionele en seksuele relatie hebben, maar dat hoeft - volgens een bepaalde mening - niet in te houden dat er ook een financiële relatie is. Hierbij zien we de toenemende individualisering van het relationale leven, die op deze wijze vorm krijgt. De mens wordt vandaag meer en meer los van enige relatie gezien en behandeld. Dat gaat in tegen de aard van de mens als schepsel van God en als sociaal wezen. De mens is niet geschapen om als puur individu te leven. Wij zijn geschapen tot gemeenschap... met God... en ook met elkaar.
Die toenemende individualisering gaat gepaard met een afnemend verantwoordelijkheidsbesef. Individualisme is: jezelf los zien van relaties, jezelf boven de gemeenschap stellen. Dat betekent: op jezelf gericht zijn, je niet verantwoordelijk weten voor anderen. Hoe lang kan het individualiseringsproces eigenlijk doorgaan om nog van 'samen-leving' te kunnen spreken?
De vraag komt op wie verantwoordelijk is voor wie. Is de man verantwoordelijk voor de vrouw met wie hij een relatie heeft? En omgekeerd? Is het een hele of een gedeeltelijke verantwoordelijkheid? Emotioneel? Financieel? Geestelijk? (Over geestelijke waarden horen we nauwelijks iets.) Wie is er verantwoordelijk voor de kinderen? Ja, wie?
'Je ziet dat de wetgeving haaks staat op de toenemende individualisering in de maatschappij', aldus een krantebericht. Gepleit wordt voor aanpassing van de wetgeving. Waaraan? Aan de publieke opinie. Zo gaat dat. Als je een toelichting leest op een voorontwerp van wet, dan wordt de publieke opinie wel als grond aangevoerd. Zo krijgen we een wetgeving die aangepast is aan het individualiseringsproces maar die daarmee haaks staat op het Woord van God... een wetgeving waarvan het anker wordt uitgeworpen in de subjectieve menselijke opinie. Zo wordt het ik-gerichte denken gelegaliseerd.
Maar deze vormgeving van het ik-gerichte denken gaat ten koste van de aandacht voor de kinderen.
Er wordt veel gesproken en geschreven over mannen en vrouwen, en waar men recht op heeft, en over alle mogelijke samenlevingsvormen, maar hoe gaat het met de kinderen in die samenlevingsvormen? Hoe staat het in die vormen met de samenleving? Waar blijven de kinderen in deze discussie? Wie zorgt er voor de kinderen? Wie komt er voor de kinderen óp? De kinderen... die zo dringend dat warme nest van het gezin nodig hebben waarin zij liefdevol gekoesterd en opgevoed worden? De jeugd van tegenwoordig...
We horen in toenemende mate schokkende dingen over jongeren van tegenwoordig die er niet meer willen zijn. Veel jongeren voelen zich in de steek gelaten. Veel jongeren worden ook in de steek gelaten. Op verschillende wijzen... vooral geestelijk.
Er zijn ook veel jongeren die op een luidruchtige wijze aandacht vragen door hun vandalistisch en crimineel gedrag, vaak ten prooi zijnde aan innerlijke explosieve gevoelens die zij niet geleerd hebben te hanteren vanwege het ontbreken van een liefdevolle sfeer van geborgenheid en veiligheid.
Laten de ouderen van tegenwoordig niets zeggen van de jeugd van tegenwoordig! Wat voor wereld bieden wij de jongeren? Wat voor perspectief laten wij hen zien? Hebben wij wel een hart voor hen? Spannen wij ons er voor in om hen met onze zorgen te omringen en hen op handen te dragen - bij wijze van spreken - zolang ze zelf nog niet kunnen lopen?
Er is alle reden - zeker voor ons als christen-ouderen - om ons te bezinnen op onze verantwoordelijkheid voor onze jongeren... onze kinderen. Hoe staan wij met hen in deze wereld? Wat geven wij hen mee? Laten wij hen zien, dat wij in het Evangelie de beste, de mooiste, de meest verheugende boodschap hebben die in deze wereld gehoord wordt? De enige boodschap die perspectief biedt? Leven wij zelf van die boodschap... van genade? Wordt ons leven daardoor ook verwarmd? En leven onze jongeren, onze kinderen in deze warmte?
Er wordt gesproken van alternatieve samenlevingsvormen naast het huwelijk.
Maar voor het christelijk huwelijk zijn geen alternatieven. Het is onze taak (met name van ouders) om dat, tegen de publieke opinie in, ook duidelijk te maken. Laten wij daarbij maar voorzichtig zijn met onze woorden. Want zou het niet zo zijn, dat het meest sprekende getuigenis uitgaat van de wijze waarop wij binnen de christelijke gemeente met elkaar, binnen het huwelijk als man en vrouw en binnen het gezin met onze kinderen omgaan?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's