Globaal Bekeken
Er is niets nieuws onder de zon. De Bijbel laat mensen aan het woord die zeggen dat ze nooit iemand kwaad doen, goed zijn voor hun naaste, zelfs 'tienden geven van alles wat ze bezitten'. Ouderlingen op huisbezoek kunnen er ook over meepraten. Een niet mis te verstane uiting van zulk een visie op de mens, of liever op zichzélf is van de VVD-er Geertsema in De Tijd, als hem gevraagd wordt wat er gebeurt wanneer hij 'bij de hemelpoort aankomt'.
'Ik denk dat ik er wel in mag. Ik heb mijn leven lang geprobeerd niemand kwaad te doen en niemand te kwetsen - dat zou ik iets vreselijks vinden. Ronduit gezegd heb ik bij mezelf nooit bespeurd tot kwaad geneigd te zijn. Ik mag wel zeggen: ik heb nog nooit bewust een vlieg doodgeslagen. Ais ik een mier op mijn weg vind, loop ik er omheen. Nee, ik denk niet dat er erg veel aanmerkingen op me te maken zijn. Ik zeg u eerlijk: ik bid nooit om vergeving. Ik zou niet weten waarvoor Nee. Ik bid wel af en toe, maar voor anderen. En dan bid ik tot een idee van almacht. Ik vraag me niet af of die almacht een baard heeft of een jurk draagt. Mijn God is een christelijke, al ben ik niet kerks. Ik ben de kerk uitgepraat door de dominees. Terwijl ik voor mezelf de overtuiging had dat ik een perfect geleefde week achter de rug had en mensen slechts voordeel had gebracht, hielden zij me iedere zondag voor dat ik helaas opnieuw had gezondigd. Daaraan wilde ik me niet blijven ergeren.'
***
Een predikant-lezer reikte me aan een artikeltje in 'Samen op Weg', kerkblad voor Hervormden, Gereformeerden en de Protestantenbond in Driebergen-Rijssenburg. Het is van de hand van ds. J. J. F. van Melle over evangelisatie aan de deur. Er zit veel waars in het artikeltje van deze predikant. Anderzijds kan men zich afvragen of de grote kerken nog wel aan echte evangelisatie-arbeid toekomen, die gericht is op het behoud van de mens met betrekking tot zijn eeuwige bestemming. Hier volgt het stukje.
'De bel gaat. Voorde deur staat een vriendelijke jonge vrouw die me hartelijk uitnodigt voor de evangelieprediking van Lucas Goeree in Ons Centrum. Ik ben een beetje overbluft en aarzel wat, herinner me dan vaag iets gelezen te hebben in de Stichtse en aanplakbiljetten op winkels. De vrouw moet wel merken dat ik niet happig ben. Ze zegt dat evangelisatie hard nodig is in deze donkere wereld en dat niemand verloren mag gaan. Ik krijg een foldertje in de hand en daar stapt ze alweer vief weg naar de buren. Ik merk dat ik niet zo goed over God kan praten bij de deur. Zeker niet op deze manier. Ik word er ook geïrriteerd van.
Ga het foldertje lezen en ontdek dat dit een volkomen vreemde groep is die met een stuk gerichte organisatie even in Driebergen neerstrijkt om daar hun "evangelieprediking" te droppen. Er is geen enkel kontakt geweest met de kerken, en ook niet met de plaatselijke Volle Evangeliegroep. Lucas en Jenny Goeree moeten het evangelie wel zó "vol" brengen dat ze dat onbelangrijk vinden.
In het foldertje lees ik dat ze uit Zwolle komen en over de hele Veluwestreek bijeenkomsten houden. Ook kerkdiensten, op zondag om 10.00 uur. Ze dopen ook in een zwembad. Door onderdompeling. En dan krijg je de gave van de Heilige Geest, lees ik. Het zoveelste privé-kerkje, zoals er momenteel veel groeiend zijn. De onbetaalde rekening van de kerk? - zo klinkt me een zin in het hoofd uit een synodaal rapport. En toch... Ik voel me meer en meer verweven met de traditie van de christelijke kerk. De brede bedding van zinvolle tradities, geloofsoverdracht en moeizaam zoeken naar nieuwe vormen. Van die kerk die bestaat uitzoveel verschillende mensen. Een kerk waar ik veel kritiek op heb maar waar ik ten diepste thuishoor.
Natuurlijk, de kerken mogen de geloofsverkondiging niet monopoliseren, voor zichzelf houden. En de Geest van God waait gelukkig heel fris en kreatief ook buiten de soms wat verstofte kerkmuren, maar dit soort vlinderachtige evangelisatie met zoveel pretentie daar heb ik diepe twijfels over Ik maak me bezorgd over al die buitenkerkelijke mensen die op deze manier worden benaderd en die de zoveelste frustrerende ervaring met het christendom kunnen beleven.'
***
De Stichting Bachkoor Holland, (voorzitter dr. M. Oudkerk, dirigent Charles de Wolff) is na moeilijkheden binnen de Nederlandse Bachvereniging rondom de Mattheüspassion, die traditiegetrouw in Naarden gegeven werd, recent op de voorgrond getreden en heeft de adhesie ontvangen van de volgende personen: ds. A. J. Kret, dr. F. H. Bremmer, prof. dr. J. Douma; ir. J. V. d. Graaf, dr. F. de Graaft, prof. dr. H. Jonker, mr. P. R. Mees, mevr. C. Mees-Coolidge, dr. W. J. Ouweneel, ds. A. de Reuver, prof. dr. ir. E. Schuurman, dr. C. A. Tukker, prof. dr. W. H. Velema, ir. L. v. d. Waal en ds. C. v. d. Wal.
In een kleine brochure, waarin het programma voor 1985 wordt aangekondigd (met o.a. uitvoeringen van de Mattheüspassion en de Johannespassion in de Pieterskerk te Leiden) schrijft dr. W. J. Ouweneel (Bilthovenjover 'Het geloof van Bach'. Hier volgt zijn sprekende stukje.
Het is algemeen bekend, dat Bach zijn geloof heeft geput uit de Bijbel. Bach was tot zijn dood toe een even vanzelfsprekend als bewust lid van de lutherse kerk. Onderzoekers hebben aangetoond dat de (lutherse) biecht en avondmaalgang voor Bach meer geweest zijn dan louter gewoonte. Bachs geloof blijkt uit verschillende uitspraken die van hem bewaard zijn gebleven en die o.a. aantonen dat hij vast geloofde aan de Goddelijke leiding in het leven van de mens. Zo schreef hij dikwijls over die leiding, bijv. bij zijn positieverandering van Muehlhausen naar Weimar, bij een eventueel beroep naar Halle (1714), bij zijn beroep naar Leipzig, en ook zag hij deze Goddelijke leiding blijkens zijn brieven in het leven van zijn medemensen.
Interessant zijn de verbindingen die Bach legde tussen zijn geloof en zijn muziek. Zo schreef hij op zijn ' 'Orgelbuechlein'' - een collectie van 46 koraalbewerkingen - als titel: Orgelboekje (..) de Allerhoogste alleen ter ere, (en) om de naaste daaruit te leren". Hieruit blijkt waartoe volgens Bach het kerklied dient, namelijk om God erdoor te verheerlijken en tot opbouwing van de mens. In zijn muziekonderricht aan de Thomasschool in Leipzig liet Bach zijn studenten optekenen dat "in alle muziek (...) doel en eindoorzaak niets anders dan slechts ter ere Gods en recreatie van het gemoed zijn. Waar dit niet in acht genomen wordt, daar is het geen eigenlijke muziek, maar een duivels gekerm en gejank". Bachkenners schrijven dat "recreatie van het gemoed" hier niet alleen maar verstrooiing betekent, maar troost en verkwikking, herstel van de ziel en "herschepping" (recreatie). Ook uit de bibliotheek van Bach wordt zijn geestesrichting heel duidelijk: e Bijbel, opgevat in de zin van Luther en zijn geestverwanten, vormde de cantus firmus (de vaste hoofdmelodie) van zijn geestelijke wapenrusting; uit de diep doorleefde geesteswereld van de Schrift ontstonden de composities van Bach. Sinds 1968 heeft men ook de driedelige Duitse Bijbel van Bach kunnen bestuderen. Het betreft (uiteraard) een luthervertaling, die Bach heeft voorzien van aantekeningen in de marge. Een van de opmerkelijkste notities plaatste hij bij 2 Kron. 5:13 (over de muziek die gemaakt werd bij de inwijding van de tempel): Bij een andachtige muziek is altijd God met zijn genade tegenwoordig". Het moeilijk te vertalen duitse begrip andachtig heeft te maken met een vrome, eerbiedige houding jegens God, in gebed of aanbidding of luisterend naar zijn Woord. Andachtige muziek betekent dan voor Bach die muziek die deze eerbiedige houding ondersteunt, bevordert. Als muziek en tekst (Woord) samen harmoniëren. Is God met zijn genade bijzonder werkzaam, zegt Bach eigenlijk. En zelfs als we van oordeel zijn dat instrumentale muziek in de eredienst niet thuishoort, zalmen inzien dat de muziek . in zoverre belangrijk is dat de melodie en tekst van een geestelijk lied op elkaar afgestemd moeten zijn. Daarom was voor Bach de tekst van zijn geestelijke muziek van uiterst groot gewicht. Steeds meer begint men zelfs te vermoeden dat Bach een groot deel van zijn kerkmuzikale teksten (o.a. van vele cantates) zelf gedicht heeft. In ieder geval staat wel tamelijk vast dat Bach de vrije hand heeft gehad in de keuze en samenstelling van zijn cantateteksten en zich daarbij door bijbelse gezichtspunten liet leiden. Het is trouwens ondenkbaar dat een muzikaal zo geniaal en radikaal man als Bach het grootste deel van zijn leven en werken besteed zou hebben aan de toonzetting van teksten waarmee hij zich niet geestelijk nauw verbonden zou hebben gevoeld! Alleen al zo 'n klein gegeven, dat Bach in de netschrift-partituur van de Mattheüspassion de teksten van het bijbelwoord en de koralen met rode, en de overige teksten (vrije dichtwerken) met zwarte inkt schreef, is veelzeggend. Het is deze h/lattheüspassion ook die Bach als een van zijn belangrijke levenswerken heeft beschouwd. Hierin komt ook de samenhang van tekst en muziek duidelijk naar voren. Luisteren we bijv. alleen al naar het openingskoor, waarin Bach een boodschap verkondigt zoals alleen een gelovig componist die kan weergeven.
De tekst van Bachs Leipziger tekstdichter Picander verbindt op piëtistische wijze het lijden van Christus met de bruid uit het Hooglied: 'Komt, o dochters (van Sion), helpt mij klagen; ziet - (en het andere koor vraagt: wie? ) - de bruidegom; ziet Hem - (en de vraag klinkt: hoe? ) - als een lam" (vgl. Hoog). 5:8, 16 en Joh. 1:29, 36).
Bach heeft daarbij een zo indringende muziek geschreven - in machtige golvende bewegingen en op monotoon als een doodsklok kloppende bastonen - dat de hele schepping in beroering lijkt te komen nu de mensgeworden Schepper als het Lam Gods zal sterven.
Maar dan, midden in deze vertwijfelde beroering, breekt een helle straal door, wanneer Bach een deel van het koor (tegenwoordig een apart jongenskoor) het koraal "O Lam van God, onschuldig" laat inzetten, als een reddingsschip op een door storm geteisterde smartezee. Bovenop het stemmenweefsel van de klaagzang klinkt zo, na het mineur van de dochters van Sion, ineens in een stralend majeur het aloude "Agnus Dei", dat de zonde der wereld wegneemt, de zee tot stilte brengt, de wereld heil brengt en vrede verkondigt. Terwijl de hele mensheid, ja, de hele schepping nog in haar smartelijke klachten volhardt, breekt in het koraal de door Christus bewerkte verzoening reeds door.
Zulke gelopfsvoorbeelden in Bachs muziek zijn er te over, vooral ook in zijn cantates. Het zou nu te ver voeren daarvan voorbeelden te noemen; ik verwijs daarvoor liever naar het cantateprogramma op Hilversum4, elke vrijdagavond van 19.15 tot 20.00 uur. Nimmer stelt Bach zich tevreden met een "mooie" toonzetting van de tekst, alsof de tekst hem verder niets doet; altijd vraagt hij zich af hoe zijn muziek de boodschap van de tekst kan schragen, verduidelijken, hoe hij in zijn muziek zelf verkondiger kan worden. En hij is het geworden, muzikaal prediker. Godgeleerde, als een der weinige componisten.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's