Tekenen der tijden (4)
Zoals wij in de voorafgaande artikelen hebben kunnen lezen worden in Mattheüs 24 als tekenen der tijden verleiding en catastrofale rampen opgesomd. Ik toonde aan, dat wij erg voorzichtig moeten zijn om de wederkomst alléén met de rampen te verbinden alsof de calamiteiten de énige tekenen van de eindtijd zouden zijn. De Schrift noemt er ons nog wel meer, o.a. de geweldige afval. Wij lezen nl. in 2 Thessalonicensen 2 vers 2 en 3: 'Dat gij niet haastelijk bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief, als van ons geschreven, alsof de dag van Christus aanstaande ware. Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs'.
De openbaring van de antichrist
De tijd vlak vóór de wederkomst zal niet turbulent zijn. Integendeel zelfs! In de schrift wordt ons deze tijd getekend als een tijd van algemene rust. De mensen zullen geestelijk ingeslapen zijn en zich de toekomst des Heeren niet meer bewust zijn. Met andere woorden: de toekomst des Heeren zal helemaal buiten het gezichtsveld van de mensen liggen. Aller gedachten en verlangens zullen gericht zijn op het hier en nu. Meer dan de beslotenheid van dit leven zal er niet zijn. Een kenmerk van die tijd zal zijn: de grote afval. En de bewerker van die grote afval zal zijn: de mens der wetteloosheid. In 2 Thess. 2 : 3 wordt hij genoemd: de mens der zonde, de zoon des verderfs. Ik meen, dat wij hier wel degelijk aan een persoon zullen moeten denken. En wel aan de persoon van de antichrist die te indentificeren valt met het beest uit de afgrond zoals die ons in de Openbaring van Johannes getekend wordt. Deze persoon zal de bittere en felle tegenstander zijn van de Heere Jezus Christus. Al de goede woorden van Christus zal hij omdraaien, al het werk van de Zaligmaker als niets achten. En zijn werkterrein zal niet zozeer de wereld als wel de christelijke gemeente in het bijzonder. Van deze mens der wetteloosheid zegt H. Ridderbos dat hij het eschatalogisch tegenbeeld van Christus is. Men zal hem als de verwachte Christus begroeten en als zodanig ook de eer geven. In hem (de mens der wetteloosheid) zal men degene zien die het heil volkomen zal realiseren. Velen, zeer velen zullen hem navolgen! En let wel... zeer velen uit de christelijke gemeente. Schijn zullen zij van wezen niet kunnen onderscheiden. Het 'beest' (Daniël 7 en Openbaring 13) zal er zeer velen in zijn greep krijgen en houden.
De antichrist zal dus op het wereldtoneel verschijnen. Dat wil niet zeggen, dat men met zijn verschijning de dag van de wederkomst van de Heere Jezus kan gaan berekenen. Néén, ook de verschijning van de zoon des verderfs zal een teken moeten zijn waardoor de waakzaamheid toeneemt. Tegelijkertijd zal zijn verschijning een teken van bemoediging en troost zijn. Zijn presentatie op het wereldtoneel wil immers zeggen: de dag des Heeren is nabij!
De voorbereiding van de grote afval
De grote afval komt, maar alvorens deze afval er zal zijn, wordt deze voorbereid door de bewerker van de afval nl. de antichrist. Ook hiervan is wel iets te lezen in 2 Thess. 2. Wellicht kunnen wij zeggen, dat aan de tijd van de grote afval een tijd van verval voorafgaat. Het verval is dan een teken dat de grote afval aanstaande is. Nu moeten verval en afval niet als twee verschillende zaken worden gezien, zelfs zullen wij voorzichtig moeten zijn om het in twee afzonderlijke tijdperken te laten vallen. Verval en afval mogen wij wel onderscheiden, maar niet scheiden. Het één loopt ongemerkt in het andere over. Beiden staan dus in nauw verband met elkaar.
Wel meen ik te mogen opmerken dat het verval overal om ons heen is op te merken en derhalve waakzaamheid geboden is. Op allerlei terreinen van het leven wordt door de mens zelf bepaald wat goed en kwaad is. Goede bijbelse normen worden als achterhaald gezien óf totaal genegeerd en ontkend. Vooral de zestiger en zeventiger jaren hebben een omkeer te zien gegeven van verschillende bijbelse normen en waarden. Vele voorbeelden zouden te noemen zijn, maar ik denk nu bijvoorbeeld aan de legalisering van de abortus-provocatus. Het leven door God gewild, door om allerlei redenen door mensen niet meer gewild en op grond van de Schrift dus niet meer beschermd. Ik denk, ook aan geheel andere samenlevingsvormen dan het huwelijk waarmee wij de laatste jaren toch ook veelvuldig in de christelijke gemeente worden geconfronteerd. De autonomie van de mens daarin is een teken van verval én van de eindtijd. Ook in de kerk zouden trouwens wel tekenen van verval op te sommen zijn, ofschoon ik direkt opmerk dat de Heere ons in de kerk ook nog héél véél goeds heeft gelaten. Wij mogen maar niet zeggen, dat de Heere uit de kerk is geweken en daarin niet meer werkt. De Heere woont er én werkt er nog altijd. Hij is present in de zuivere bediening van het Woord en in die van de sacramenten. Het zou trouwens wel eens een teken van verval kunnen zijn, als er wordt gezegd dat de Heilige Geest niet meer onder ons zou wonen en werken, of als wij het zouden gaan beperken tot zo hier en daar. Laten wij aan dat 'doemdenken' vooral niet meedoen.
Ofschoon ik staande houd, dat de Heere in ons midden is, zal toch ook niemand kunnen ontkennen, dat in het grote geheel van de kerk tekenen van verval zijn aan te wijzen. Te denken valt aan de veranderde normen inzake het Schriftgezag alsmede ook aan een prediking die het heil op deze aarde zoekt te realiseren doch niet minder aan een prediking die ten diepste geconserveerde lijdelijkheid bevat. Want niet vergeten moet worden dat men zowel links als rechts van de weg kan afdwalen. Ook is het een teken van verval dat tengevolge van radicalisering van bepaalde Bijbelse begrippen er een onbekende polarisatie is waardoor de broederlijke liefde ver te zoeken is. Men verbijt en eet elkaar op vanaf de kansels en in allerlei publicaties. En dat soms onder heel zwaargeladen woorden. Laten wij hieraan niet meedoen! Laten wij juist in een tijd van ernstig verval elkaar vasthouden. In de hoofdzaken elkaar vasthouden en in de bijzaken elkaar niet verbijten. Het gebod der liefde is bepaald geen klein gebod in de Schrift. Hiermee beweer ik evenwel niet dat alles in de kerk óf in de christelijke gemeente zoetsappig en oppervlakkig toegedekt moet worden. Neen, als er dwaling wordt geconstateerd, mag de bel geluid worden. De apostolische vermaning luidt immers: dwaalt niet, mijn geliefde broeders. Wie de broeders op een dwaalweg laat voortgaan, verstaat niet wat de ware broederschap inhoudt. Ten diepste is die mens alleen maar uit op eigen gelijk of eigen groep. Daarom zegt de Schrift: waakt!
Het gezin
Constateerden wij in het bovenstaande dat de antichristelijke tijdgeest zich meester niaakt van maatschappij en kerk, helaas moet ik opmerken dat ook het gezinsleven hierdoor ernstig aangetast wordt. Iemand heeft ooit eens gezegd, dat het gezin een 'ecclesiola in ecclesiam' is: een kerkje in de kerk. Naar mijn mening terecht! Maar kan dit van ieder gezin nog wel terecht gezegd worden? En dan bedoel ik niet het gezin buiten de kerk, maar juist het gezin in de kerk. Zien wij niet allerwege dat juist dat gezinsleven wordt aangevreten door een antichristelijke tijdgeest tengevolge waarvan allerlei gezinsnormen op z'n kop worden gezet? En dan gaat het mij maar niet alleen om enige algemeen geldende normen waaraan een gezin zéker behoort te voldoen. Neen, ik denk meer aan allerlei bijbelse normen, hoe wij als ouders met onze kinderen en omgekeerd als kinderen met onze ouders hebben om te gaan. In het pastoraat komt het wel voor, dat je denkt: in dit huis geldt blijkbaar de regel 'gij zult uw kinderen nederig eren' in plaats van omgekeerd: 'gij zult uw ouders nederig eren'. Kinderen maken uit wat goed is, niet alleen voor zichzelf maar ook voor anderen. Alle gezagsverhoudingen zijn soms ver te zoeken. En om de lieve vrede te bewaren zwijgen de ouders maar. Een vraag: is het niet een teken van verval - en dus behorend tot de eindtijd - dat het christelijke gezinsleven van binnenuit wordt uitgehold? Wie mocht denken, dat ik een autoritaire opvoeding - christelijke opvoeding - voorsta, vergist zich. Een christelijke opvoeding in overeenstemming met de normen van de Schrift is nooit in de eerste plaats autoritair, maar zal allereerst gedragen worden door de liefde. En wel: liefde tot God én tot elkaar. En als het nodig is, zal men ook zijn autoriteit - van Godswege ontvangen - mogen laten gelden. Autoriteit die echter niet gedragen wordt door de liefde dwingt geen enkel respect af, maar is koud, dictatoriaal waardoor men de kinderen van zich vervreemdt. Het christelijke gezinsleven mag en moet worden gedragen door de liefde van Christus en Zijn hoge autoriteit. Dat vraagt dan zowel van ouders als van kinderen dat zij zich voegen naar de normen van de Schrift. En allereerst dat wij als ouders onze kinderen hierin een voorbeeld zijn, opdat zij zullen navolgen. In onze tijd wordt er op allerlei terrein gesproken over een 'voorbeeldfunctie'. Nu, een voorbeelfunctie hebben de ouders in het gezin. Middelijkerwijze worden kinderen aangetrokken door 'leer en leven' van de ouders. Wil dat dan altijd zeggen, dat wij dan een echt christelijk gezin vormen en dat er nooit iets mis kan gaan? Neen, dat niet. 'De praktijk van het leven laat ons ook zien, dat kinderen van ouders vervreemden en soms een geheel andere weg gaan dan de ouders in 'leer en leven' hun zijn voorgegaan. Ten diepste is het altijd Gods genade die een christelijk gezin tot een christelijk gezin maakt en bijeenhoudt en bewaart. Echter... dat ontslaat de ouders niet van de 'voorbeeldfunctie' zoals ik hierboven even aanstipte.
Het kan in het gezin soms heel moeilijk liggen. Vooral als kinderen groter gaan worden en meer en meer met een antichristelijke tijdsgeest in aanraking komen. De beste stuurlui staan ook doorgaans aan wal door te zeggen: men moet zus óf zo doen. Het beste kan men bij het Woord Gods te rade gaan en allerlei noden die er zijn, tekenen van verval, voor de Heere neerleggen. Er staat ook nog zoiets van een belofte in de Schrift. Een belofte uit Gods mond en dus vast en ongebroken nl. 'en indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere. Die een iegelijk mildelijk geeft en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden'. Ik ga hierop nu niet verder in, omdat ik in het kerstnummer van ons blad (1984) hierover reeds in een ander verband het een en ander heb geschreven. Wel moeten wij er goed opletten, dat het uithollingsproces, de saecularisatie, niet stilhoudt bij de gezinnen van de gemeente, maar zich ook daarin doorzet. De tijd vóór de grote afval zal door de antichrist juist gebruikt worden om een aanslag te plegen op die gezinnen. Om als gezin niet verleid te worden, zal daarom de levende Christus gekend dienen te worden. Want de levende Christus heeft gezegd, dat niemand die door de Vader aan Hem gegeven is, uit Zijn hand gerukt kan worden! Een volgend keer hoop ik nog nader in te gaan op de antichrist en wat hem nu nog weerhoudt tot volle onplooiing te komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's