De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Mens Jezus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Mens Jezus

7 minuten leestijd

'Ziet, de Mens!' (Joh. 19 : 5)

Dit is de tweede keer dat we luisteren naar de woorden die Pilatus geschreven heeft toen hij als rechter betrokken raakte bij 'de zaak Jezus'. Voor hem was deze zaak niet meer dan één van de vele die hij als Romeins rechter had te behandelen. Toch heeft Jezus een bijzondere indruk op Pilatus gemaakt. Hij doet tenminste alles om Hem te redden. Als hij Jezus heeft laten geselen brengt Hij hem naar buiten en zegt: 'Ziet, de Mens!' In de vorige meditatie hebben wij in deze woorden een vonkje medemenselijkheid gezien. Dat was het hoogste wat Pilatus als Romein kon opbrengen.

Toch is dat vonkje medemenselijkheid niet het enige wat in die woorden op te merken valt. Het vreemde is dat mensen soms méér zeggen dan ze bedoelen. Daar had vooral de evangelist Johannes gevoel voor. Dat laat hij verschillende keren uitkomen in zijn Evangelie.

Ik noem één voorbeeld: het woord van de hogepriester Kajafas 'dat het nuttig is dat één mens sterft voor het volk, en het gehele volk niet verloren gaat' (11 : 51). Dat was voor de Joodse leider niet meer dan een politieke opmerking. Beter één man opofferen dan dat het hele Joodse volk moeilijkheden krijgt met de Romeinen. Maar de hogepriester zegt méér dan hij zelf bedoelt. Johannes hoort in die woorden ook iets van Gods bedoeling klinken. Jezus die zichzelf opoffert voor Zijn volk.

Zo zit in Pilatus' woorden ook meer dan hij zelf bedoelt. Zonder het te weten vat hij in Zijn woorden het hele Evangelie samen - zoals Johannes de Doper gezegd had: 'Ziet, het Lam van God!' (1 : 36).

Die woorden: 'Ziet, de Mens!' wijzen naar Jezus - precies zoals Hij daar op dat moment staat. Met de sporen van de geseling aan zich - een krans van stekelige takken op zijn hoofd gedrukt - de purperrode mantel die de soldaten Hem hadden omgehangen om de spot met Hem te drijven. Precies op dat moment zegt Pilatus: 'Ziet, de Mens!' Pilatus had bedoeld: en medemens. Maar zonder het te weten zegt hij meer. Jezus is de Mens die door God zelf is aangekondigd. In deze gestalte staat Hij uitgetekend bij de profeten. Zo had de profeet Jesaja Hem al eeuwen tevoren zien aankomen: veracht - de onwaardigste onder de mensen - een Man van smarten - wij heb­ ben Hem niet geacht - Hij deed zijn mond niet open - Hij is met de overtreders geteld... (Jes. 53:3, 7, 12). Dat was de Mens die door God zelf was aangekondigd. Die mens was nu ook door God gezonden: Ziet, de Mens!'

Pilatus bedoelde niet meer dan een woord van medemenselijkheid. Maar door de stem van Pilatus klinkt de stem van de profeet mee - de stem van Johannes de Doper - en de stem van de hogepriester Kajafas. Die stemmen klinken - bedoeld of onbedoeld - samen in één Evangelie. Het Evangelie van de Messias Jezus. Een Evangelie dat blijft - zelfs temidden van een krijsende mensenmassa: 'Ziet, de Mens!' In de Nederlandse Geloofsbelijdenis lezen we dat Gods 'macht en goedheid zo groot en onbegrijpelijk is, dat Hij zeer wel en rechtvaardig Zijn werk beschikt en doet, ook wanneer de duivelen en de goddelozen onrechtvaardig handelen' (artikel 13). Daar zien we iets van in mannen als Kajafas en Pilatus. Tenslotte moeten ook zij - onbedoeld - eraan meehelpen dat het Evangelie blijft. God heeft zo Zijn eigen manieren om de waarheid te verbreiden, te verdedigen...

Dat Evangelie is gebleven - dwars door al die andere geluiden die ook gebleven zijn. De harde kerkpolitieke taal van de Kajafassen. De diplomatieke taal van Pilatus. De fanatieke speeches van godsdienstige leiders. Het geschreeuw van wild geworden mensenmassa's. Die stemmen zijn gebleven. Je hoort ze soms zeer dichtbij... Maar daar tussendoor blijft het Evangelie van Jezus Christus: 'Ziet, de Mens!' Maar wie hóórt dat? Zelfs de Joden die dagelijks de profeten lazen hoorden het niet. Ze gebruikten Gods wet om anderen te veroordelen: 'volgens onze wet moet Hij sterven'. .. Je kunt je afvragen of wij verder gekomen zijn. Het is een verschil van leven of dood of je naar een ander wijst of naar jezelf... Het Evangelie roept: 'Ziet, de Mens!' Maar om de mens Jezus te zien - daar moet God zelf je ogen voor openen. De stem van het Evangelie blijft. Zo zijn er ook altijd mensen gebleven die de Mens Jezus gezien hebben. Daar zorgt God zelf voor. Je vindt ze meestal zelden in de buurt van de Kajafassen of de godsdienstige voormannen met hun meeslepende woorden. Je vindt ze ook zelden in de buurt van schreeuwende mensenmassa's die hun tegenstan­ ders aan het kruis willen hebben. Je vindt ze meestal op plaatsen waar je ze niet verwacht. Ook in dit opzicht gaat God Zijn eigen weg.

Eén voorbeeld uit het Evangelie van Johannes - de geschiedenis van de vrouw bij de put in Samaria. Niemand verwachtte iets van Samaria - een half-heidens gebied waar de goede Jood zoveel mogelijk vandaan bleef. In Samaria zelf keek geen mens haar aan - vanwege haar levenswijze. Als ze water put doet ze dat op het heetst van de dag als niemand buiten komt. Bij de put spreekt Jezus haar aan. De vrouw is verbaasd - niet gewend om aangesproken te worden - zeker niet door een Jood. In de loop van het gesprek legt Jezus de hele ellende van haar bestaan bloot: 'Gij hebt vijf mannen gehad, en die gij nu hebt is uw man niet' (4 : 18). Terug in de stad spreekt ze de woorden waar het mij om te doen is: 'Komt, ziet een Mens!' (4 : 29). Dat was haar in geen jaren overkomen. Geen mens die naar haar omkeek. 'Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles wat ik gedaan heb'. Die Mens had op een tere manier heel haar leven blootgelegd. Dat was de Mens die door de profeet aankondigd was: 'Hij heeft onze krankheden op Zich genomen - en onze smarten heeft Hij gedragen' (Jes. 53 : 4). Alles wat zij gedaan had - en dat was heel wat... Deze Mens wees niet met de vinger. Hij nam dat alles op Zich. Zo'n ontmoeting had ze nog nooit gehad. Ze zegt: Is deze niet de Christus? (4 : 29). Zij had het geheim gezien. Het geheim van de Mens Jezus.

Zo gaat God Zijn weg langs plaatsen waar niemand iets van verwacht. Ineens kun je mensen tegen komen die de Mens Jezus gezien hebben. Het zijn de onwaardigsten onder de mensen die de onwaardigste onder de mensen gezien hebben. Die Mens leer je zien als je niet meer naar anderen wijst maar naar jezelf. Een mens - een zondaar - en niet meer dan dat. Je ziet genoeg bij jezelf om te zwijgen over anderen. Je bent zondaar tot in het merg van je botten. Dan raakt het uit met harde kerkpolitieke of godsdienstige taal. Je leert zwijgen. De hand op de mond. Je leert zwijgen - en het Evangelie gaat spreken: 'Ziet, de Mens!'

Dan zie je Hem ook zoals Hij door de profeten is aangekondigd en zoals Hij daar gestaan heeft in Jeruzalem. En je stemt in met de profeet - in stille verwondering - : Waarlijk!' - ja, echt! - 'Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen' (Jes. 53 : 4). En als je je mond weer opendoet - dan is het over Hém: 'Is deze niet de Christus?'

Lexmond

J. van Eek jr., legerpedikant te Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Mens Jezus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's