De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ik jaag er naar...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik jaag er naar...

8 minuten leestijd

Een van de kenmerken van de christelijke kerk is dat ze gedenkt én vooruitziet. Op Goede Vrijdag gedenken we de dood van Jezus Christus aan het kruis, op Pasen Zijn glorieuze opstanding: Hij heeft de dood overwonnen.

In het jachtige bestaan komen we vaak aan de stilte, om in verwondering te gedenken en in verwachting vooruit te zien, niet toe. Het leven is zo vaak een jacht. En wat jagen we na in ons leven? Wil het goed zijn, dan zal een christen iets kennen van Paulus' 'gegrepen' zijn door Jezus Christus (Fil. 3). In dit verband spreekt Paulus van 'jagen' naar een doel dat voor hem ligt, de 'prijs der roeping Gods'.

Over het jagen in goede of kwade zin zijn diverse gedichten en liederen geschreven. Wat onze literatuur betreft ligt het begin ervan in de middeleeuwen. Vooral uit de 14e en 15e eeuw zijn ons vele liederen overgeleverd, zowel wereldlijke als christelijke. Het bekende kerstlied 'Nu zijt wellekome', stamt uit de middeleeuwen. Datzelfde geldt voor het paaslied dat begint met de regels:

Christus is opgestanden
uit de doodse banden

De derde strofe ervan luidt:

Christus heeft zeer geleden,
heeft voor ons gestreden.
Hij, die de vijand overwon,
Hij is het, die de dood verslond.
Halleluja, halleluja, halleluja, halleluja!

Dit lied gaat uiteindelijk terug tot de 12e eeuw. De vorm 'opgestanden' laat nog zien dat het zeer oud is.

Johannes Brugman

Lang niet alle middeleeuwse gedichten over de geboorte, het sterven en de opstanding van Jezus waren voor de reformatie aanvaardbaar. Dat geldt ook voor een mid­deleeuws hed dat spreekt van 'jagen' dat op niets uitliep. Het is een gedicht dat geheel past in het rooms-katholieke geloofsklimaat van de 15e eeuw. Vele eeuwen later echter heeft een protestants dichter dit oude gedicht gebruikt om er een lied van te maken dat staat in de lijn van de reformatie.

Allereerst het middeleeuwse lied. In het begin van de 16e eeuw, toen de boekdrukkunst ongeveer een halve eeuw oud was, verschenen er ook diverse liedboeken. Zo verscheen in 1508 Dit is een suverlijc boecxken en in 1539 Een devoot ende profitelijck boecxken. In beide komt een 'jachtlied' voor dat zeven coupletten bevat en is geschreven door Johannes Brugman (plm. 1400-1473). Ik laat hier de eerste strofe volgen. Taal en spelling heb ik zoveel mogelijk hedendaags gemaakt.

Ik heb gejaagd mijn leven lang
Al om een jonkvrouw schone.
De allerzoetste wijngaardrank.
Die daar is in 's hemels trone.
Met engelen is zij om bezet, (= omgeven)
Ik en kan daar niet bij komen;
Mijn zonden hebben 't mij belet.
Dies ik mij mag bedroven. (=bedroeven)

Het is direct duidelijk dat dit géén reformatorisch gedicht is. Dat hoeft ons ook niet te verwonderen: Brugman was een Franciscaner monnik, die heeft geijverd voor een zuiver kloosterleven, wat hem verbindt met de Moderne Devotie van Geert Groote. Zeer bekend is hij geworden als volksredenaar. Onder ons leeft hij nog voort door de uitdrukking 'praten als Brugman'.

Waarschijnlijk heeft Brugman dit hed geschreven toen hij reeds oud was en terugkeek op zijn voorbije leven. De 'jonkvrouw' is Maria. Het merkwaardige in zijn gedicht is dat Maria niet volgens de gangbare r.k. opvatting een soort middelares is tussen de mens en Jezus Christus, maar dat Christus de middelaar is tussen de mens en Maria. In de vierde strofe wordt Hij genoemd 'de rechte weg' naar de maagd Maria!

Contrafacten

Het gedicht van Brugman is waarschijnlijk een contrafact. Boven een van de overgeleverde teksten staan de woorden: 'Op de wijs: Ach, die daar jaagt', wat vermoedelijk een wereldlijk lied is geweest. Brugman heeft, zo mogen we aannemen, op basis van een wereldlijk lied een geestelijk lied gemaakt. In zo'n geval spreken we van een contrafact.

Onze christelijke literatuur kent vele andere voorbeelden van contrafacten. De meeste 17e-eeuwse dichters beschouwden Hooft als een groot dichter, en terecht. Diens lyrische gedichten waren zo bekend dat ook dichters als Revius en Van Lodenstein ze kenden. Ze bewonderden de vorm - woordkeuze, ritme, strofenbouw, beelden en melodie - maar zelf wilden ze gedichten schrijven met een andere, niet-wereldse inhoud. Zo ontstonden ook bij hen contrafacten. Schreef Hooft bijvoorbeeld een liefdesliedje dat begint met de regel 'Vluchtige nimf, waarheen zo snel?', in de Over-ysselsche Sangen en Dichten van Revius vinden we een gedicht waarin het lied van Hooft als het ware meeresoneert en dat als beginregel heeft: 'Bloedige wolf, waarheen zo snel?' De 'bloedige wolf' is Saulus van Tarsen die vóór zijn bekering de christenen vervolgde. Revius' christelijke gedicht is dus een contrafact van een wereldlijk gedicht van Hooft en zo heeft hij er meer gedicht. Ook Jodocus van Lodenstein, die als piëtistisch dichter meer buiten de cultuur stond van Revius, schreef contrafacten op gedichten van Hooft en Vondel. Men kan ze vinden in zijn bundel Uytspanningen.

Een Réveil-dichter

Terug naar het gedicht van Brugman, dat zo duidelijk roomse trekken vertoont. De reformatie kent uiteraard een andere visie op Maria dan in dit lied doorklinkt. Alleen Jezus, Gods Zoon, is de Middelaar tussen God en de mens. Hij heeft de pers alléén getreden.

Toch heeft het lied van Brugman een rol gespeeld in het protestantse lied sinds de reformatie. Ik denk aan dr. Hendrik Pierson (1834-1923), die voortkwam uit het 19e-eeuwse Réveil, de zo boeiende en sympathieke stroming die de vroomheid van het hart benadrukte tegenover dorheid en verstandelijkheid, maar tegelijkertijd wilde komen tot vroomheid in de praktijk: het lenigen van de nood in de samenleving. In de kring van het Réveil is veel gezongen en er zijn vele liederen gemaakt, onder meer door Isaäc da Costa. Hendrik Pierson werd de opvolger van ds. Heldring als directeur van de Heldringgestichten in Zetten. Ook hij heeft liederen gedicht en deze zijn uitgegeven onder de titel Vluchtheuvelzangen (1904; 2e dr. 1912).

In die bundel staat een lied dat hij het opschrift meegaf: 'Vergeefs gejaagd'. Het is daarna in diverse andere bundels terecht gekomen. Ik laat het gedicht hier in zijn geheel volgen.

Vergeefs gejaagd!
Ik heb gejaagd wel jaren lang,
om goed en vroom te leven,
maar 't werd mijn ziele toch te bang,
mijn werken kon niets geven.
Ik had mijn hart er toegezet,
om alles te beproeven,
mijn zonden hebben 't mij belet:
dit doet mij zeer bedroeven.

Ik ben verdoold op deze jacht,
en werd door waan bedrogen.
'k Had van mijn deugden veel verwacht,
't Heeft alles mij belogen.
Ik had mij zelven slechts bemind
en ijdelheid verkoren.
Dit jagen heeft mij zo verblind,
dat alles is verloren.

O Jesu, Heer, ik bid tot U
uit al mijns harten gronde:
verlos mij van mijn zonden nu
en voortaan t' aller stonde,
opdat ik met een zuiver oog
in Uw genade schouwe,
en dat Uw Geest mij leren moog',
hoe ik U dien' met trouwe.

Het zal duidelijk zijn: Pierson heeft het lied van Brugman herdicht. Opnieuw hebben we dus een contrafact: een r.k.-lied - dat zelf waarschijnlijk reeds een contrafact was van een wereldlijk lied! - is hier omgewerkt tot een protestants lied. De inhoudelijke verschillen zijn groot, maar de overeenkomsten in de vorm - woorden en zelfs hele regels - zijn goed herkenbaar. Juist daarom is het een goed voorbeeld van een contra­fact. Drie strofen van Brugman heeft Pierson herdicht tot een reformatorisch lied. Maria is verdwenen als middelares. Alleen Jezus is Middelaar. Alleen Hij brengt verzoening door Zijn offer aan het kruis. Alleen Hij kan verlossen van zonde en schuld. Het hart van het evangelie is de verzoening: Gods genade in Jezus Christus. Het gaat de dichter Pierson om die genade, die de Heilige Geest ons wil en kan 'leren'. Menselijke deugden kunnen die genade niet doen verwerven. Dat zou een verkeerde 'jacht' zijn: 'Vergeefs gejaagd!' Ook de mens die 'vroom' wil leven, blijft een zondaar. Zondaren kunnen alleen verlost worden door het sola gratia.

Wie de kern van de reformatie wil zien, kan dat op een eenvoudige wijze doen door het lied van Pierson te leggen naast het lied van Brugman.

Anno 1985

De vraag wie Jezus is en wat de betekenis is van Zijn opstanding is anno 1985 nog even actueel als in de begintijd van de Reformatie. Hoevelen - zowel binnen de R.K.-kerk als binnen de kerken der reformatie - schilderen ons Jezus af als de Voorloper, de Inspirator en Baanbreker, waarbij voor de Plaatsbekleder en Middelaar hoogstens nog op het tweede plan een plaatsje is? Hoevelen komen nauwelijks verder dan dat Jezus een groot mens was? Illustratief is de grote invloed van een joods theoloog als Lapide. Hij verslaat zijn duizenden en tienduizenden. Lapide wil zelfs wel geloven dat Jezus van Nazareth is opgestaan, omdat - zo stelt hij - God immers ook in de periode van het Oude Testament mensen uit de doden heeft opgewekt. Maar Jezus blijft voor hem slechts een mens, een Rabbi, die in zijn tijd verkeerd is begrepen. Anno 1985 is nog steeds - of zo men wil: opnieuw - de kern van het evangelie in het geding: de verzoening door Jezus Christus, die gerechtigheid voor zondige mensen verwierf, door voor hen in de plaats te treden. Wie deze kern, deze parel van grote waarde, is kwijt geraakt, is ook de diepste betekenis van Goede Vrijdag en Pasen kwijt geraakt. Wie daarentegen mag en wil leven uit de verzoening door Jezus Christus, Gods Zoon die mens is geworden, zal het gebed in het lied van Pierson graag beamen:

O Jesu, Heer, ik bid tot U
uit al mijns harten gronde:
verlos mij van mijn zonden
nu en voortaan t' aller stonde.

Na Goede Vrijdag en Pasen is dit gebed ~ Gode zij dank! - mogelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1985

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Ik jaag er naar...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1985

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's