Pasen: vervulling - verhulling
U kent wellicht het verhaaltje over die Joodse rabbi.
Op een dag kwamen vrienden zijn studeervertrek binnen met het grote nieuws waar de rabbi dagelijks om bad: 'De Messias is verschenen'. Hij sprong op en snelde naar het venster. Het eerste waar zijn oog op viel was een rouwstoet. Toen riep hij: 'Nee, de Messias is niet gekomen'. En hij werkte door, bad weer voort en hoopte...
Deze rabbi redeneerde consequent en rechtlijnig: gaat de Messias verschijnen, dan moet de dood verdwijnen; de Messias erin, de dood eruit! Deze twee kunnen niet samen in één vertrek. Ze verdragen elkaar niet.
Nu, daar had hij in wezen gelijk in. De Vorst van het leven en de koning der verschrikking, dat zijn aartsvijanden. En deze vijandschap wordt tot een gevecht op leven en dood, als de Messias verschijnt. De afloop is niet onzeker: de dood zal onherroepelijk het onderspit delven. Hier was die rabbi zo stellig van overtuigd, dat hij met één oogopslag constateerde: 'Een Begrafenis? Dan nog geen Messias!'.
Maar hoe vastberaden ook, het is toch niet de reactie van het geloof. Het is veeleer de reactie van het constateren en het concluderen. Tot op de huidige dag lijkt me de scheiding tussen kerk en synagoge o.m. hierop vast zitten: geloven of zien. Een van de Joodse verwijten is: als nu de Verlosser is verschenen en n.b. uitgeroepen heeft 'Het is volbracht', en als Hij de dood heeft overwonnen, hoe is het dan mogelijk dat daar niets of nauwelijks iets van is te zien? Waarom ziet de wereld er dan zo onverlost uit? Hoe kun je staande houden, dat God Zijn heilsbelofte van vrede, leven en gerechtigheid vervuld heeft, terwijl volkeren elkaar uitroeien, mensen elkaar naar het leven staan. Oost en West elkaar met totale ondergang bedreigen en de begrafenisstoeten zich aaneenrijgen?
Dit zijn klemmende vragen. Ze leven niet alleen in Joodse harten, ze dienen zich ook in christenharten aan. De dood overwonnen? Wat is daarvan te zien? Alle beloften in Christus ja en amen? Wat blijkt daarvan? Wel, laten we de vraag aan Paulus voorleggen. Vreemd komt de kwestie hem niet voor. Zijn rabbijnse verleden is hij nooit vergeten. En het opstandingsevangelie stuitte in zijn wereld op hindernissen die niet minder onneembaar schenen dan die van vandaag. De confrontatie vermijden deed hij niet. Telkens zocht hij weer de synagoge. Haarden van verzet! Neem nu de synagoge van Antiochië, die hij tijdens zijn eerste zendingsreis aandoet (Hand. 13). Hij weet hoezeer zijn volksgenoten de vervulling van de oude beloften verwachten. In de tempel en synagoge werd dagelijks reikhalzend uitgezien naar de Messias. En Paulus weet nog meer. Hij weet wat de Joden zich daarbij voorstellen: het vrederijk, verlossing uit vreemde overheersing, bevrijding van onrecht, verdrukking en dood. En Paulus weet tevens, dat daarvan nog nagenoeg niets te zien valt. Hij beseft dus zeer wel, hoe onaannemelijk en ongeloofwaardig zijn heilsboodschap moet klinken. En toch, hij schaamt zich voor dit Evangelie niet. Rechtstreeks koerst hij op de kern van de boodschap af. Het hoge Woord moet eruit. Ergerniswekkend of niet: Jezus is de beloofde. De verachte is de verwachte.
Maar telkens als Paulus de Gekruiste als de van God verwekte Verlosser meldt, voelt hij het protest ontbranden: 'Dat geloof je toch zélf niet? Want waar blijft dan de belofte van het Messiaanse vrederijk? Een Koning die de dood vond aan een vloekhout en met de grond gelijk werd gemaakt in een graf, die kan toch onmogelijk de vervulling heten van Gods belofte? '
Toch wel, gaat Paulus verder, want deze gehangen en begraven Jezus heeft God uit de doden opgewekt. Ja, maar wat is daarvan te zien en te merken? Wel, zegt Paulus, Hij is gezien, vele dagen lang. En die Hem gezien hebben, getuigen van Hem. Ook wij, wij verkondigen (evangeliseren) u de belofte tot de vaderen gedaan, namelijk dat God ons deze belofte vervuld heeft, toen Hij Jezus verwekte.
Dit is Paulus' antwoord op die knellende vraag: Wat zie je ervan? Geen antwoord dan: wij verkondigen u het Evangelie! Geen andere manier staat ons ter beschikking om de vervulling van Gods heilsbelofte te verzekeren. Wij kunnen inderdaad niet meer doen, dan wat de vrienden van die rabbi deden: het bericht vertellen, uit goede bron. Er valt hier niets te demonstreren, niets te bewijzen, niets aannemelijk te maken. Met onze zucht tot rationele bewijsvoering bevinden wij ons permanent en pertinent als de discipelen op de Eerste Paasdag: besloten achter deuren, beslopen door twijfel en vrees. Wie deze aanvechting niet kent, weet nog niet hoe ongehoord vreemd, wonderbaar en onbevattelijk Jezus' Opstanding is. In deze grot kan slechts Eén het licht onsteken: de Opgestane Zelf. En nu is na Pinksteren Zijn Geestelijke tegenwoordigheid geen andere dan die van Zijn Woord. Waar dat wordt verkondigd, wordt de Opstanding niet evident, maar is de Opgestane Zelf present. Dit nieuws laat zich slechts verkondigen, en niet verklaren; horen en niet zien.
Jawel, Jezus is gezien. Maar ook weer heengegaan. Een wolk onttrok Hem aan het oog. Vervuld is wat in Hem vervuld is. En wie nu wil constateren met de ogen en tasten met de handen, wordt met Thomas op zijn plaats gezet: 'Zalig die niet gezien en nochtans geloofd hebben'. Het is die plaats waar de zintuigen niet (be-)grijpen, maar het hart wordt gegrepen, in die wondere ontmoeting met de verkondigde Christus, als Pasen en Pinksteren elkaar kruisen...
Zeker, Pasen is een feit. Het is geschied. Maar niemand was erbij. Wij kunnen er ook niet bij. Maar Hij kan bij ons. En Hij komt bij ons. Niet door Zijn Opstanding te laten constateren en controleren, maar door Zichzelf te laten proclameren in het Woord en Zich te presenteren in de Geest. Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God...
Dit is om zo te zeggen het Kruis dat óók het Paasgeloof beheerst. D.w.z.: niet alleen op Golgotha gaat Christus' goddelijke luister schuil achter de verhulling van tegendeel en duister, ook Christus' pauselijke leven ligt in deze wereld nog verscholen, 'als in een buidel verborgen' (Luther). Men hóórt: De dood is overwonnen, maar men ziet en voelt: weer heeft de dood gewonnen! Een kind dat verdrinkt, een man die bezwijkt, een vrouw die wordt gesloopt, een volk dat verhongert... Hoe compleet onpasselijk ziet het 'leven' er vaak uit, van buiten... en van binnen! Ene stervensstoet.
En toch - zo roept het apostolische Woord ons toe - houdt in gedachtenis de verkondigde Christus, de uit de doden verwekte. In Hem is Gods belofte vervuld. Niemand late zich door de schijn van het tegendeel misleiden. Wat vervuld is, moge voor het oog nog verhuld liggen, het wordt eenmaal onthuld. Weldra. 'Wij zullen wachten en verlangen naar de verschijning en openbaring van Christus' almacht en heerlijkheid. Daar schijnt nu nog niets van te zien, veeleer het tegendeel. Daarom is het nodig dat wij vasthouden aan het Woord, en ons in geloof, geduld en hoop sterken totdat het uur van Zijn heerlijkheid en onze verlossing komt. Net zoals een akkerman gedurende de wintertijd in hope leven moet en wachten op zijn koren, totdat het in de lente uit de aarde tevoorschijn breekt en groeit en groent' (Luther). Volheid, vervuldheid biedt ons Christus in het Evangelie, en 'toch blijft de genieting altijd onder de hoede van de hoop vervuld' (Calvijn). Totdat de wade wijkt en de onthulling komt. In deze spanning van omdat en totdat, van verzekerdheid en verwachting, van voldongen vervulling en voorlopige verhulling gaan wij onze weg. Het is de kruisweg. De weg niet van aanschouwen, maar van geloven. En hoe eenvoudig dit geloof gewekt wordt, wil ik u tenslotte illustreren met een anecdote uit het leven van Kohlbrugge, het tegenbeeld van het verhaaltje waarmee wij begonnen. Op een dag kreeg hij bezoek van een vrouw, die diep ongelukkig was omdat zij niets dan zonde, dood en ondergang voor ogen had. Nu droeg zij wat eten in een doek gewikkeld bij zich. Kohlbrugge: Wat hebt ge daar? Die vrouw: Wat eten! Waarop Kohlbrugge zei: Dat kan ik niet zien! En zodra hij dat gezegd had, was ze verdwenen. Na enkele dagen kwam ze terug: 'De Heere is opgestaan!' Kohlbrugge: Hoe weet ge dat? Waarop haar antwoord luidde: Door uw woord 'Ik kan het niet zien' werd ik bestraft en verschrikt. Ik heb gekermd, geschreid, niet afgelaten en hier is nu Zijn profetisch Woord: Hij is opgestaan! Jezus leeft en met Hem leef ik ook.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1985
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1985
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's