De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden

4 minuten leestijd

Enkele vragen over 'Actie-voeren en Gereformeerde Maatschappijvisie'

De Waarheidsvriend van 21 februari ji. bevat een artikel van ir. Van der Graaf onder de titel 'Actie-voeren en Gereformeerde maatsctiappijvisie'. De inhoud van dit artikel acht ik van veel belang voor het broodnodige gesprek in de kerk. Ik veroorloof mij dan ook enkele kanttekeningen bij dit artikel te plaatsen en enkele vragen te stellen in de hoop dat de heer Van der Graaf mij een antwoord kan geven. Ik formuleer eerst wat mijn instemming heeft, dit om de indruk te voorkomen dat er altijd en alleen maar verschil van mening is binnen de kerk.

Instemming

De opvatting van ir. v. d. G. dat het actie-voeren een uiting is van de mondigheid deel ik ten volle. Te veel wordt het actie-voeren in het teken van polarisatie gezet. Altijd moet de vraag worden gesteld: polarisatie ter zake van wat? Polarisatie om de polarisatie is natuurlijk uit den boze. Maar polarisatie als 'verantwoord handelen in het kader van onze christelijke overtuiging' (citaat uit het artikel van v. d. G.) is zeer wel denkbaar. Mijn tweede punt van instemming betreft v. d. G.'s visie, dat de samenleving doortrokken is van de zonde. 'Het kwaad - zo stelt de auteur - doortrekt alle samenlevingsverbanden'. Met andere woorden, het is te beperkt om de zonde alleen te zoeken en te zien in het individuele optreden. Ook ter zake van de vernieuwing van de samenleving is bekering tot God vereist. (Ik merk wel op dat dit een binnen-kerkelijke terminoligie is; wij kunnen er immers niet blind voor zijn, dat mensen die niets van God weten zeer wel een stukje vernieuwing van de samenleving tot stand kunnen brengen.) Hoe dan ook: het reformeren van de samenleving is opdracht van de christenen.

Mijn derde punt van instemming betreft de middelen. Van der Graaf noemt een aantal middelen, ontleend aan de publicatie van Piet Reckman. Ook mij trekken deze middelen weinig aan. Of dat allemaal marxistisch is, waag ik te betwijfelen. Binnen een marxistisch georiënteerde samenleving komt Reckman met deze middelen niet zo ver, zoals hij spoedig zou merken.

Vragen

V. d. G. staat positief ten aanzien van het handelen, maar mijn eerste vraag is, waar dit handelen zich nu op moet richten. Ik denk daarbij niet alleen aan de probleemvelden, zoals de bedreiging van het leve door armoede, racisme, vervuiling, oorlog en abortus, maar vooral ook aan de criteria op grond waarvan men tot dit handelen komt. Als v. d. G. zegt: onze maatschappij is voor verbetering vatbaar, dan zal niemand dit ontkennen, maar het is me toch te weinig.

Als V. d. G. vervolgens stelt: voor de christen geldt reformatie van de samenleving, dan lijkt het mij niet juist om direct een tegenstelling te maken tussen Woord en Daad. Na het Woord gehoord te hebben volgen mensen-woorden en dienen dezen niet samen te vallen met daden? Dit mede krachtens de Joodse visie - de visie van het Oude Testament - dat het woord en de daad één en ondeelbaar geheel zijn. De positie van de christenen is o.a. zeer hachelijk geworden, omdat zij te veel woord en daad gescheiden houden. De klachten over de ongeloofwaardiglield zijn legio.

Ten derde, waaruit leidt v. d. G. af, dat de overheid er altijd is van Godswege? Geldt dat ook voor de Spaanse overheid, die onze voorvaderen in 1581 afzworen? Geldt dat voor de nationaal-socialistische overheid, die in 1933 wettig gekozen werd en zich ontpopte als een tyran?

Ik denk over het algemeen positief over de overheid (ik vermoed heel wat positiever dan v. d. G.), maar de absolute grens van het optreden van de overheid is de gerechtigheid (zie het Wilhelmus, waaraan Koningin Beatrix op zo voortreffelijke wijze herinnerde bij haar ambtsaanvaarding).

Ten slotte, v. d. G. beschrijft bij de middelen vooral wat hij n/ef wil. Wat wil hij wel? Voelt hij voor moreel beraad in de gemeente ter zake van de samenlevingsvraagstukken, voelt hij voor het vermaan aan de overheid, voelt hij voor een gemeenschappelijk werken aan een sociale ethiek?

(hoogleraar Toegepaste Sociale Ethiek aan de Rijksuniversiteit te Utrecht)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ingezonden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's