Zwakke broeders
'Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader: Maar ga heen tot Mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God' (Joh. 20 : 17)
Die morgen waren twee woorden genoeg geweest. 'Maria!' - had Jezus geroepen. Dat was genoeg om het hele Paasevangelie samen te vatten: 'op de derde dag wederom opgestaan van de doden'. 'Rabbouni!' - had Maria geantwoord: 'Meester!'. Dat ene woord was genoeg voor haar om haar hele geloof uit te spreken. Haar tranen waren gedroogd - haar ogen geopend. In één ogenblik was haar geloof uitgegroeid tot een geloof dat over de dood heenkeek. Je stelt je voor hoe de vrouw opleefde. Hij leeft!
Maar dan klinkt er ineens iets hards in de woorden van Jezus: 'Raak Mij niet aan!'? In het voorgaande mocht Maria helemaal niet tot haar recht komen als mens. Mét al haar vragen en twijfels. Er werd geen boven menselijk geloof van haar gevraagd. Waarom nu dat harde: 'Raak Mij niet aan!'?
In één woord had Maria Magdalena haar hele geloof uitgesproken. Dat geloof moest ook gelóóf blijven. Straks zou Jezus opvaren naar Zijn Vader - dan moest ze ook het geloof alleen genoeg hebben. Daar bereidt Jezus haar op voor: 'Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader'.
'Opgevaren ten hemel' - zegt het christelijk geloof van Jezus. Dat betekent een gesloten hemel - geen direct contact. 'Naar zijn menselijke natuur is Hij niet meer op aarde' - zegt de Heidelbergse Catechismus (antw. 47). Juist als je iets van het Evangelie opgevangen hebt ervaar je de harde realiteit van die woorden: 'niet meer op aarde' ...Maar juist op die aarde heb je je weg te gaan! En wat voor een weg - op wat voor een aarde! En dan ook nog een gesloten hemel daarboven. En zelf ben je mens - zondaar. Dat is misschien wel de hardste realiteit... Onder een gesloten hemel gaat het woord 'Rabbouni!' nog heel anders klinken. Het geloof uit zich dan als de angstige schreeuw van een kind dat verdwaald is in het donker: Meester!' Dan komt het erop aan dat het wáár is wat Jezus aan Zijn leerlingen beloofd had: 'Ik zal u wederom zien, en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u wegnemen' (16 : 22). Een blijdschap die blijft - ook onder een gesloten hemel. 'Raak Mij niet aan!' Het geloof van Maria moet gelóóf blijven. De menselijke behoefte om aan te raken wordt afgesneden. De weg van het geloof gaat verder onder een gesloten hemel. Zonder tastbaar houvast - zonder hand om te grijpen... Ja! Maar je blijft toch mens! Je hebt behoefte aan een tastbaar houvast! In het donker heb je een hand nodig om te grijpen! Kan een mens zo'n weg gaan? En de blijdschap dan waar Jezus van gesproken heeft?
De weg van de aanraking is afgesneden. Maria wordt op een ander spoor gezet - op de weg naar de broeders. 'Ga heen tot de broeders' - zegt Jezus. Die wachten op haar. Die hebben op dat ogenblik een helpende hand nodig. De broeders ...dat zijn degenen die Jezus in Zijn lijden in de steek gelaten hadden. Dat was Petrus die - toen het gevaarlijk werd - driemaal ontkend had dat hij bij Hem hoorde. Dat waren die angstige leerlingen bij wie het levenslicht van de opstanding nog niet was doorgebroken. Dat was Thomas die het af had laten weten (20 : 24) en die alleen maar geloofde wat hij zag (20 : 29). Die noemde Jezus 'broeders'. Dat stelletje - om het maar eens gewoon te zeggen. Die hadden een uitgestoken hand nodig - de hand van deze vrouw.
'Ga heen tot Mijn broeders...' Dat is de weg nu Jezus is opgevaren. Die broeders vormen nu het tastbare lichaam van Christus. Maar wie is mijn broeder? Dat is de listige vraag die wij gauw stellen. Voor Maria was het dat tastbare groepje leerlingen in Jeruzalem. Wie is mijn broeder? Tot de Hervormde lezer zou ik zeggen: begin eens bij die tastbare groep mensen die bij de Nederlandse Hervormde Kerk horen. Dat stelletje? Inderdaad - dat stelletje! Die mensen die niet met Christus willen lijden maar Hem in de steek laten als het erop aankomt. Degenen die - als het gevaarlijk wordt - ontkennen dat ze bij Hem horen - desnoods nog meer dan driemaal... De gemeenten bij wie het geloof in de opstanding maar niet wil doorbreken. De Thomassen die het af hebben laten weten - die je alleen nog maar vindt in de kaartenbakken en als je ze opzoekt zeggen ze: 'Ik geloof alleen maar wat ik zie!' Jezus schaamde zich niet zulke mensen 'Mijn broeders' te noemen. Zij hebben een helpende hand nodig. En als de mannen het af laten weten is er misschien nog een enkele vrouw die dit gebod verstaat. En als je zou denken dat de Hervormde Kerk iets is - weet dat Jezus nog andere schapen heeft die van deze stal niet zijn (10 : 16). Het levend water gaat zijn weg in vele stromen vanuit Jeruzalem over de hele aarde.
Wie is mijn broeder? Met die vraag proberen we het gebod van Jezus te ontwijken. Wie iets wil wezen voelt zich te mooi voor degenen die Jezus broeders noemt. Dan zoek je je eigen broeders uit - die even mooi zijn als jezelf... Maar je bent mens - zondaar - niets meer dan dat! Als dat tot je doordringt ben je blij met alles wat je van het Evangelie opvangt. En je gaat heen tot de broeders die Hij je geeft. Zwakke broeders - ook mensen - ook zondaren. En je weet het: Zij hebben mij nodig en ik hen - om elkaar te herinneren aan de opstanding van Christus. Om het in de woorden van de Nederlandse Geloofsbelijdenis te zeggen: 'de hals buigende onder het juk van Christus' - en dat juk is zacht! - 'en dienende de opbouw van de broederen' - en niet het neerwerpen! - 'naar de gaven die God verleend heeft' - elke gave dient ook de ander! - 'als onderlinge lidmaten van eenzelfde lichaam' - het tastbare lichaam van Christus op aarde (artikel 28). Daar herhaalt zich de blijdschap van de ontmoeting met de levende Christus - 'en niemand zal uw blijdschap van u weg nemen...'
In het donker zie je telkens het gelaat oplichten van de broeders. Dat is het geheim van de 'gemeenschap der heiligen'. Dat is niet een gemeenschap van mensen die je uitkiest om samen iets te wezen. De 'gemeenschap der heiligen' is een geheimenis dat je alleen ontdekt op de weg van het geloof.
Maria krijgt een boodschap mee voor de broeders. Precies wat ze nodig hadden als bange kinderen in het donker: 'Ik vaar op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God'. Jezus gaat hen voor - maar ze zullen niet alleen achterblijven. De Vader die zijn Zoon gehoord had in zijn angsten - die Vader zal zijn bange kinderen ook horen. Mijn Vader - uw Vader. De God die Zijn sterke arm bewezen had toen Hij Zijn Zoon opwekte - die God zal ook met hen zijn tot in de dood.
Mijn God - uw God! De 'gemeenschap der heiligen' - het zijn maar zwakke broeders - maar met een sterke God!
Lexmond
J. van Eek jr., legerpredikant te Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's