Pastoraat in het verborgene (2)
Alle arbeid, die er op gericht is de Boodschap van de Bijbel onder de mensen te brengen, in de vorm van de klassieke Evangelisatie, of zoals dit de laatste jaren zeer bijzonder gebeurt door de Evangelische Omroep in de meeste van haar programma's, behoeft nazorg. Deze bedoelt mensen op te vangen, door gesprekken te begeleiden, op vragen, die zijn opgeroepen door het horen of zien van de programma's in te gaan en te zoeken naar een verantwoorde response. De afdeling Nazorg van de E.O. vangt voor alle programma's de reakties van kijkers en luisteraars op, alleen het programma 'Licht en Uitzicht' heeft een wat afzonderlijke positie in het geheel, omdat alle reakties hier komen voor rekening van de samensteller/presentator. Hierdoor kon groeien dat typische 'Pastoraat in het Verborgene' met een binding aan hen, die geregeld schrijven of opbellen. Daarnaast zijn er telkens luisteraars, die voor de eerste maal reageren. Als ik het in procenten uitdruk, dan vormen de 'oude bekenden' ongeveer 65% en die zich voor het eerst melden: 35%.
In dit artikel gaan we ons wat directer bezig houden met de kontakten met de luisteraars: het eigenlijke Pastoraat, dat we bedrijven per brief, per telefoon en door middel van gebrachte en ontvangen bezoeken. Deze laatste vinden slechts incidenteel plaats, bij volledig alleenstaanden. Hier moet een sterke beperking worden toegepast, eenvoudigweg omdat de tijd ontbreekt om de bezoeken bevredigend te realiseren. Het is altijd verrassend elkaar te ontmoeten na alleen maar op afstand, ongezien, dikwijls jarenlang gecorrespondeerd te hebben. De vele ontmoetingen met luisteraars op de E.O.-Familiedag zijn daarom bijzonder prettig. Wat de bezetting van de tijd betreft, de voorbereiding van de programma's vraagt heel wat uren en vergeet niet de tijd, die genomen moet worden om elke dag weer de vaak lange brieven te lezen.
Het Pastoraat per brief
Elke dag zijn er brieven: het weektotaal ligt tussen de 25 en 30. Zij bevatten meestal uitgebreide beschrijvingen van de vragen, die door het gehoorde programma zijn opgroepen, maar toch veel meer over persoonlijke geloofsmoeilijkheden; ook over de betekenis van bepaalde Bijbelteksten, die dan weer in verband gebracht worden met eigen geloofsbeleving of... ongeloof en twijfel. Veel vragen beginnen met: Hoe? - Hoe weet ik, dat ik er ook bij behoor? Hoe krijg ik genade bij God? En, na een opsomming van zware zonden: hoe kan er voor mij nog redding zijn? Hoe weet ik, dat mijn geloof écht is, mijn bekering geen inbeelding, mijn verwachting goede grond heeft, en zo meer.
Meermalen is er ook een beschrijving van een vroegere streng kerkelijke opvoeding, die blijkbaar bezwarend gewerkt heeft om vanuit de Bijbel nog mogelijkheden van Licht en Uitzicht te zien. Opvallend is, dat mensen, die de meer of minder strakke kerkelijke opvoeding van huis uit missen, minder drempels zien om te aanvaarden, dat alleen genade in Christus bewezen, je behoudt.
Mij valt ook altijd op, dat degenen, die opgevoed zijn bij het 'niet kunnen' van de mens, en dan wel heel eenzijdig, lijdelijk, heel veel moeite hebben om eerlijk te erkennen: het 'niet willen' is de hoofdoorzaak van de uitzichtloosheid van mijn leven. Degenen, die zonder kerkelijk verleden, in bange verontrusting zijn geraakt, komen - zo is mijn ervaring - spoediger tot de aanvaarding van de onwil en dan zeggen zij niet de algemene waarheid na: de mens wil niet, maar: IK heb nooit gewild!
Moet een strenge opvoeding, ook een strak kerkelijke opvoeding worden afgekeurd. Op zichzelf niet, maar wèl die opvoeding, waarin thuis en in de kerk, in de prediking ook de LIEFDE wordt gemist. Er is bij vele zeer serieuze opvoeders in gezin en kerk vaak een zekere vrees om ronduit en royaal te spreken over Gods grote Liefde in Christus. Hierdoor missen jongeren en ouderen een geweldige troost, déze namelijk: dat in deze verschrikkelijke wereld, die door schuld van mensen, ook van onze schuld, zo geworden is, God Zijn Zoon gegeven heeft, waardoor aan alle mensen gebracht mag worden de boodschap: dat ieder, die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
Dit is toch DE boodschap van Gods liefde (Joh. 3 : 16) en daardoor van het 'Licht en Uitzicht'?
Veel vragen gaan ook over de Uitverkiezing. Het is goed, dat er telkens over geschreven wordt. Elk jaar heb ik ook meerdere programma's geplaatst onder het thema van een aspect van de Uitverkiezing. Er blijft dringend behoefte aan een allereenvoudigste uitleg.
In antwoorden op brieven met vragen over dit geloofsstuk, helaas meer gemaakt tot een vraagstuk, leg ik altijd de nadruk op het feit, dat iemand, die in een zekere innerlijke verontrusting, zoekende is en vragen stelt over de Verkiezing, zelf het teken is van Gods verkiezende genade. Alleen: dit is niet voldoende om gerust te zijn. Gehoord moet worden en gedaan moet worden wat Petrus schrijft in zijn 2e brief, hoofdstuk 1 : 10: beijveren om uw roeping en verkiezing vast te maken, want dat doende zult u niet struikelen. En: struikelen betekent daar: omkomen. Maar: reeds het zoeken en vragen is teken van Gods verkiezende genade. Immers: die verontrusting, dat zoeken kent uw buurvrouw niet; uw broer, uw neef, uw collega ook niet. Het is niet te verklaren, maar ga nooit voorbij aan het verkiezend voorrecht, dat u ten deel viel.
In deze bewoordingen schrijf ik vele malen een antwoord op brieven met vragen over geloof en geestelijk leven, waarbij blijkt, dat zo veel oprecht zoekende mensen angstwekkend verontrust zijn over hun mogelijke verwerping. Zo heb ik kunnen constateren alle jaren, dat we, wel elke week een keer gesteld worden voor vragen van beangstigde mensen, voor wie de leer van de Verkiezing, door welke oorzaak ook, is geworden tot wat een verontruste luisteraarster eens schreef: een loterij met weinig prijzen en veel nieten.
Uit het vele, dat in brieven, waarin persoonlijke geestelijke vragen voorgelegd worden, aan de orde komt, licht ik nog één telkens weer terugkerende zorgwekkende vraag uit: die van de vrees bedreven te hebben wat schoorvoetend genoemd wordt: 'de onvergeeflijke zonde',
'k Heb mij altijd tot doel gesteld, ook bij de beantwoording van de vragen, van welke aard die ook mogen zijn, evenals in het programma voor de microfoon, de boodschap van Licht en Uitzicht te moeten brengen. Dit zie ik als opdracht,
'k Heb de indruk, dat de satan mensen, die de Heere heeft staande gehouden en die aan de macht van het rijk der duisternis worden ontrukt, geroepen worden tot Gods wonderbaar licht, in verwarring wil brengen door hun aandacht te vestigen op de mogelijkheid van die onvergeeflijke zonde, waarvan de Bijbelse naam is: lastering; van de Heilige Geest. Lettend op wat de Heere Jezus ervan zegt in Mattheus 12, geef ik de vraagstellers altijd deze korte definitie door: het werk dat de Heere Jezus doet, door Zijn vol zijn van de Heilige Geest, uitmaken voor werk van de satan. Dat deden de Farizeeën.
En dan schrijven we dit antwoord: wie verontrust is deze zonde gedaan te hebben, heeft het niet gedaan. Ik haal dan wel eens een voorbeeld aan uit mijn eigen ambtspraktijk. Het gebeuren, ruim veertig jaar geleden, staat mij nog helder voor de geest. Ik werd geroepen bij het sterfbed van een man, van wie zijn vrouw en ik wisten, dat hij deze zonde had gedaan. Voor buitenstaanders was hij alleen de man, die nooit ter kerk ging, en zich ergerde aan het bidden en Bijbellezen van zijn vrouw. Zij was een trouwe kerkgangster; zij vreesde de Heere. Vanzelf woog haar zwaar dat haar man totaal vervreemd van God en de Bijbel leefde. Toch, toen hij sterven ging, vroeg zij mij te komen. Een fel verzet toonde hij - nog zie ik die vijandige ogen in het broodmagere gezicht - toen ik de Bijbel wilde openen en met zijn laatste krachten stootte hij nog uit: nee, nee, niet bidden!
Dit heeft mij als jonge predikant destijds enorm aangesproken. Toch heb ik er voor de praktijk dit uit geleerd: om met vrijmoedigheid mensen, die leven met de angst de onvergeeflijke zonde te hebben bedreven, er op te wijzen, dat wie de zonde werkelijk bedreef, niet de minste angst en onrust meer heeft. Degene, bij wie deze angst en onrust wél gevonden wordt, die vreze niet!
Tenslotte dit: behalve brieven met moeilijke vragen, gesteld vanuit een benauwd hart, komen ook geregeld getuigenissen binnen van wondere uitreddingen, opmerkelijke gebedsverhoringen, hartverwarmende tekenen van de verborgen omgang met God, mét daarbij de bemoedigende verzekering, dat aan het Nazorgwerk in verband met 'Licht en Uitzicht' in de dagelijkse voorbede wordt gedacht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's