De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tekenen der tijden (6-slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tekenen der tijden (6-slot)

11 minuten leestijd

Zoals wij ons uit het vorige artikel herinneren is het doel van de antichrist de verleiding. De werkzaamheden van deze antigoddelijke macht zullen wereldwijd zijn. De waarheid zal gezien worden als leugen én de leugen als waarheid. De kracht der dwaling zal zeer groot zijn. De God des hemels zal gelasterd worden en verschrikkelijke catastrofen zullen zich op aarde voordoen zoals die o.a. in Openbaring 8 : 6-13 worden vermeld. De anti-christ zal een bijzonder grote verdrukking teweeg brengen waarmee ook Gods kinderen geconfronteerd worden. De haat van de antichrist zal juist tégen hen gericht zijn. Zij zullen vervolgd en gedood worden. De nood van die dagen zal zó ontstellend groot zijn dat die dagen verkort zullen worden. Wij lezen immers in Mattheüs 24 : 22: En zo die dagen niet verkort werden, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil zullen die dagen verkort worden.

Ook Israël een teken

Het zou in het verband van ons onderwerp niet juist zijn als wij geen aandacht zouden schenken aan Israël: het volk van het Verbond. Doorgaans weten wij vele tekenen der tijden op te sommen, terwijl Israël buiten het gezichtsveld blijft. Dat zal wel zijn oorzaak hebben in het feit, dat de christelijke kerk van mening is geweest en voor een deel nog is dat zij het geestelijk Israël is en dientengevolge Israël als volk heeft afgedaan. 't Is waar dat dit enigszins generaliserend is gesproken, want de beste vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie hebben zeer zeker óók aandacht gehad voor Israël als volk. Dit laatste geldt eveneens voor de representanten van het Reveil zoals Da Costa e.a. Niettemin valt het niet te ontkennen, dat Israël als volk doorgaans bitter weinig aandacht heeft gehad in de christelijke kerk. Ik kan mij niet altijd aan de indruk onttrekken dat het 'vergeestelijken' van de Schrift hieraan debet is. Laten wij echter niet vergeten, dat ook Israël een teken, een signaal van de eindtijd is. In dit verband valt o.a. te wijzen op Romeinen 11 : 25 en 26. De apostel Paulus wijst in die verzen op de loop van de heilsgeschiedenis. Eerst is er helaas de (gedeeltelijke) verharding over Israël. Dat is een mysterie (een verborgenheid). Vervolgens is er de loop van het evangelie naar de heidenen die tot volheid zullen komen in de christelijke gemeente en alzo d.i. op die wijze zal dan ook geheel Israël zalig worden. Dr. J. A. C. van Leeuwen twijfelt er in zijn verklaring op de Romeinenbrief aan óf wij onder 'geheel Israël' het gehele volk moeten verstaan. Hij schrijft: 'onder "gans Israël" moet verstaan worden de geroepenen uit de heidenen tesamen met het "overblijfsel" van Israël'. Hoe het ook zij, óf het nu het gehele volk is of een 'overblijfsel', er zal zich een wonder aan Israël voltrekken. De ogen zullen opengaan voor de oudste Broeder, Jezus Christus als Zoon van God. Het voltrekken van dat wonder aan Israël zal op geen andere manier gebeuren dan dat het zich voltrekt aan de heidenen nl. in de weg van geloof en bekering waardoor almaar meer de ogen worden geopend voor Hem van Wie men zal zeggen: 'alles wat aan Hem is, is gans begeerlijk', Heilsordelijk gezien zal God met Israël geen andere weg gaan dan Hij met ons gaat.

Voor het zien van het heil wijst Paulus in Rom. 11 : 26 op twee teksten uit het Oude Testament nl. Jes. 27 : 9 en Jes. 59 : 20. De apostel wil er alle nadruk op leggen dat God onder de oude bedeling reeds met kracht had gezegd, dat de Verlosser uit Sion zal komen en de goddeloosheden van Jacob zal afwenden.

Het gevaar is niet denkbeeldig, dat wij de woorden van het Oude Testament die door Paulus worden aangehaald gaan vergeestelijken d.w.z. alleen en enkel laten slaan op de komst van Christus. Wij mogen inderdaad zeggen, dat deze woorden een geestelijke vervulling hebben gekregen in de komst van Christus, als wij dan maar het oud-testamentisch 'tegoed' voor Israël niet vergeten. Vanuit de Schrift zelf is aan te tonen dat er nog zeker een 'tegoed' is voor Israël. Laten wij dus in de eindtijd ook Israël goed in het oog houden. En dat niet alleen omdat wij aan dit volk 'een ereschuld' hebben, dat óók, maar vooral omdat God nog grote dingen met dit volk voorheeft en Zijn heil Israël zal laten zien.

Aan de andere kant moeten wij er evenzeer voor oppassen - en dat gevaar is niet minder aanwezig als het bagatelliseren of vergeestelijken van het 'tegoed' voor Israël - dat een overdreven Israël-cultus zich van ons meester maakt. Ik denk hier o.a. aan het feit dat een predikant op reis in Israël water uit de Jordaan meenam om met dat water kinderen te dopen. Ook las ik onlangs in een kerkbode, dat de naam des Heeren in het vervolg nog maar incidenteel of helemaal niet meer zou worden gebruikt, maar dat er gesproken zou worden over 'de Eeuwige'. Het zou het gesprek met de joden bevorderen. Ik denk dat het dit helemaal niet zal bevorderen. Bovendien wordt van ons niet gevraagd, dat wij 'rabbijnen' worden, maar dat wij in het gesprek met Israël christen zijn. De dialoog tussen Kerk en Israël is in geen geval gediend met een vereenzelviging van de christenen met de joden. Daarom... geen overdreven Israëlcultus, maar wel het 'tegoed' voor Israël goed in het oog houden en Israël als een signaal van de eindtijd onderkennen, want God heeft met dit volk nog veel goeds voor. Israël heeft een eigen plaats in de Schrift die wij haar mogen en moeten laten. Wie nog eens een goed gedocumenteerd artikel over de plaats van Israël in de Heilige Schrift wil lezen, kan ik het artikel van prof. dr. C. Graafland 'De plaats van Israël in de bijbel' van harte aanbevelen (Theol. Ref. Jaargang 19, sept. '76).

Verbreiding van het Evangelie

Tekenen der tijden en toekomstverwachting hebben ook alles te maken met de verbreiding van het Evangelie. Te denken valt o.a. aan een tekst als Mattheüs 24 : 4: 'En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis van alle volken; en dan zal het einde zijn'. In 'Pilaar en Kandelaar' (blz. 200) schrijft ds. L. van Nieuwpoort: 'Menselijkerwijze kunnen wij de wederkomst van Christus vertragen door geen of weinig aandacht voor de zending te hebben. Hoeveel heeft God ons toch ook in dit opzicht in handen gegeven'. Ik zou deze zin gaarne willen onderstrepen. Een gezonde gemeente is ook een gezonden gemeente. Vanuit de Missio Dei (zending Gods) zal de gemeente zich tot het uiterste moeten inspannen om het Evangelie wijd en zijd te laten uitdragen. Hierbij zullen wij niet alleen moeten denken aan de financiën, hoewel deze er helemaal bij horen. Wij zullen evenwel niet minder moeten denken aan het gebed voor de uitbreiding van het Evangelie van het Koninkrijk. In andere verbanden hoor ik nog wel eens de klacht dat er vanaf de kansel zó weinig gebeden wordt voor de zaak van Gods Koninkrijk. Als dit al het geval is, hoe kan dan een gemeente persoonlijk de uitbreiding van Gods Koninkrijk ter harte gaan? Wij kunnen niet ontkennen, dat de zaak van de zending doorgaans maar weinig onder ons leeft. Wij denken het met onze gave wel goed te maken. En nogmaals: dat is niet verkeerd! Eigenlijk moest er nog veel meer gegeven worden voor - wat zoals vroeger werd genoemd - de uitwendige en inwendige zending. Maar wij zijn met die gave alléén niet klaar. Het gebed zal er moeten zijn! Ook zullen wij zelf een evangelist óf evangeliste dienen te zijn op de plaats die God ons heeft gegeven. Wij behoeven niet allemaal uit te gaan naar een zendingsgebied, er is voldoende zendingsarbeid in onze eigen omgeving, misschien zelfs wel in heel nauwe omgeving: de familie- en kennissenkring. Wat wij opnieuw zullen moeten leren is dat wij het subject van de zending zijn en niet het object. Vooral de prediking zal ons dit moeten leren. Aandacht dus voor de zending in binnen-en buitenland, opdat wij de wederkomst niet 'vertragen'. Derhalve ook in de prediking aandacht voor de wederkomt des Heeren. Want zou een gebrek aan zendingsliefde (in woord en daad) niet een gevolg zijn van het feit dat er zó weinig uitgekeken wordt naar de wederkomst des Heeren. Misschien moet daarbij tevens de opmerking van Da Costa worden gemaakt, dat een manco van de gereformeerde theologie is dat het geen uitgewerkte eschatologie heeft. Zowel de Heidelberger als de Nederlandse Geloofsbelijdenis hebben hiertoe de aanzetten gegeven, maar zij zijn eigenlijk verder nooit geheel uitgewerkt. Ook de 'dogmatiek' heeft deze nooit geheel uitgewerkt, ofschoon dr. H. Berkhof in 'Christelijk Geloof' en dr. A. van der Beek in 'Waarom? over lijden, schuld en God' hierin verder zijn gegaan dan de meeste dogmatici. Helaas kan van hun werken niet gezegd worden dat zij voluit gereformeerd zijn, ondanks de goede dingen die ervan te lezen zijn. Hoe het ook zij: waar de toekomstverwachting in de christelijke gemeente leeft, zullen de ogen voor de zending wijd geopend zijn. Men is heilig nieuwsgierig naar de verbreiding van het heihg Evangelie alsmede ook naar de uitbreiding van het Koninkrijk Gods. Want naarmate het Evangelie van het Koninkrijk in de gehele wereld verkondigd zal worden, naar die mate zal ook de dag des Heeren dichterbij komen.

Niet dat wij hieruit de dag des Heeren precies kunnen dateren, maar wel dat wij eruit af kunnen lezen, dat die dag weldra komt. Daarom mogen wij volstrekt niet verslappen in onze zendingsarbeid. En onder zending versta ik dan het totaalomvattende: woord en daad. Voorop het Woord, maar heel nauw daaraan gekoppeld de daad zoals dat bijv. in het Werelddiakonaat gestalte krijgt. Dus niet alleen het Woord en ook niet alleen de daad, maar die beiden. En dan is het niet altijd uitgesloten dat de daad de invalshoek is voor het Woord, zoals dat in de zending in sommige landen het geval is. Ik denk in dit verband aan de Moslimlanden waar het verboden is om het Evangelie te prediken, doch waar door aan een bepaald project medewerking te verlenen toch - al is het soms minimaal - ingangen te vinden zijn voor het Woord. Wat dat betreft moeten wij maar alles aangrijpen wat onze hand vindt om te doen als het Woord maar ingang vindt en krijgt. Iemand maakte eens de opmerking, dat in sommige landen het diakonaat - maar dat geldt evenzeer voor ons eigen land - nog wel eens de invalshoek kon gaan worden waardoor het Woord zijn loop zal hebben. ledere invalshoek is goed als er maar jongeren en ouderen getrokken worden vanuit de duisternis tot Gods wonderbaar licht.

Slot

Ik ben mij bewust in dit artikel en in de voorafgaanden niet helemaal uitvoerig te zijn geweest. Dat was ook niet de opzet van deze reeks. Het ging er meer om, dat een aantal signalen van de eindtijd ook van pastorale notities werden voorzien. Sommigen signalen merkten wij reeds op, anderen daarentegen nog niet. De bedoeling van alles is geweest dat wij ons aan de ene kant niet terugtrekken in een isolement. Ook al zijn de tekenen waar te nemen: onze roeping en taak blijven duidelijk overeind staan! Ook is de intentie van deze reeks geweest dat wij ons niet overgeven aan allerlei eschatolische dromerijen waarvan er voorbeelden te over zijn in onze tijd. Alle signalen dienen tot waakzaamheid, bemoediging en troost. Het vermaan is om te waken en te bidden, kortom: om te volharden tot het einde. Want wie volharden zal tot het einde, zal zalig worden! Maar laten wij ook de troost en de bemoediging die van de signalen van de eindtijd uitgaan niet vergeten. Al die signalen willen immers toch ook zeggen, dat de dag des Heeren genaakt en dat Zijn komst het heil van heel Zijn Kerk volmaakt. Die hoop op die grote en doorluchtige dag des Heeren doet al ons leed verzachten. Maranatha!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tekenen der tijden (6-slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's