Een ander geslacht?
Met het oog op de jongeren
'Mijn ouders zeggen wèl wat ik allemaal niet of wel mag, maar ze praten nooit met me over het geloof.'
Dit is een klacht die ik erg veel hoor in mijn contacten met jongeren. Mijn indruk is, dat in de meeste gezinnen in onze gemeenten nooit echt gesproken wordt over de dingen van het geloof.
Ik aarzel gewoon bij het neerschrijven van deze woorden, omdat het zo'n schokkend bericht is. Maar ik moet het kwijt. Ik schrijf het echt niet zomaar... Het is iets wat ik zeer vaak uit de mond van jongeren hoor. 'Mijn ouders...'
Praten over het geloof... dat is toch vooral en in de eerste plaats de taak van de ouders!
Praten over God... over Zijn werk... over Zijn woorden, om ze onze kinderen in te scherpen en daarvan te spreken als wij in ons huis zitten en als wij op de weg gaan en als wij nederliggen en als wij opstaan...
opdat zij (ook zij!) de Heere, onze God, liefhebben... (Deut. 6 : 5-7).
Deze woorden uit Deuteronomium geven aan, hoe het er in onze gezinnen aan toe dient te gaan.
Mozes gaf dit onderwijs aan Israël, vlak voordat dit volk het beloofde land binnenging. De Israëlieten waren aan het dwalen geweest in de woestijn, vanwege hun ongehoorzaamheid.
Mozes laat ook een waarschuwing horen: pas op dat jullie straks... als jullie in steden wonen die jullie niet gebouwd hebben en in huizen met goederen die jullie niet gevuld hebben... en als jullie genieten van wijngaarden die jullie niet geplant hebben ... dat jullie dan de Heere niet vergeten, die 'u uit Egypteland, uit het diensthuis, heeft uitgevoerd' (Deut. 6 : 10-12).
Maar zij vergaten de Heere. Zij vergaten ook hun kinderen van Hem te vertellen. Zij praatten niet met hun kinderen over het geloof, hoewel zij best wel godsdienstig waren.
En wat was het gevolg? '.. .zo stond er een ander geslacht na hen op, dat de Heere niet kende, noch ook het werk, dat Hij aan Israël had gedaan' (Richt. 2 : 10).
Aan deze laatste bijbeltekst is de titel boven dit stukje ontleend. Er staat een vraagteken achter. Is er nu een ander geslacht bezig op te staan, dat de Heere niet kent?
Het vraagteken kunnen we voor een deel weglaten. We horen al lang van de vele jongeren die afhaken. Er zijn er die op 13-15 jarige leeftijd de kerk en 'het geloof' wel voor gezien houden. Er zijn er ook die innerlijk op deze leeftijd afhaken, maar die zich 'uiterlijk' nog aan de regels houden. Zo ongeveer in de periode waarin leeftijdgenoten openbare belijdenis des geloofs afleggen, bevestigen zij in het openbaar hun reeds lang geleden gemaakte innerlijke keus en nemen bewust afscheid van datgene waar die anderen zich bewust en vol overtuiging aan binden.
Als er van afhaken sprake is, dan is de leeftijd van afhaken over het algemeen hoger naarmate de leefregels thuis strakker zijn en de sociale controle groter is. Wat dan vaak meespeelt, is een zelfzuchtig ontzag voor het ouderlijk gezag ('als ik het huis uit ben, dan...') en voor 'wat de mensen zeggen' (hoewel dit laatste - voor jongeren althans - steeds minder 'remmend' en 'beknottend' werkt).
In onze gemeente was de gemiddelde afhaakleeftijd aanvankelijk vrij hoog. Langzamerhand komt daar echter verandering in. Die leeftijd wordt steeds lager, terwijl het percentage afhakers steeds groter wordt. 'Mijn ouders spreken nooit met me over het geloof.'
Als ouders wèl met hun kinderen over het geloof praten, dan houdt dit overigens geen garantie in, dat deze dan ook zeker tot geloof zullen komen en dat ze nooit zullen afhaken. Het is altijd het werk van de Heilige Geest, als jongeren en ouderen tot geloof komen. Maar de Geest gebruikt wel het Woord. Hij gebruikt in de levens van de jongeren ook het onderwijs van de ouders. Al zijn er ook dan vragen genoeg. waar ik het antwoord ook niet op weet. Het gezin is in ieder geval één van de werkplaatsen van de Heilige Geest.
In de Bijbel wordt als belangrijkste oorzaak van het opstaan van een ander geslacht, dat de Heere niet kent, gewezen op het feit dat ouders niet met hun kinderen praten over het geloof, over God en over Zijn beloften en geboden (wat 'wel of niet mag' heeft vaak weinig te maken met Gods geboden en nog minder met Zijn beloften).
Zien we dit vandaag niet bevestigd, als we denken aan die klacht van veel jongeren aan de ene kant en het steeds groter wordend percentage afhakers aan de andere kant? Niet dat dit altijd 'klopt'. De meeste jongeren die deze klacht uitspreken, ervaren het als een geweldig gemis dat hun ouders niet met hen over het geloof praten. Ze zijn er zelf vaak heel serieus mee bezig, samen met andere jongeren. Iets om dankbaar voor te zijn!
Maar... die andere jongeren...?
Onze kinderen... een ander geslacht...?
Hoe is het met onze gezinnen? Ervaren wij onze gezinnen als werkplaatsen van de Heilige Geest? Laten wij (ouders) ons als Zijn instrumenten gebruiken, of belemmeren wij Hem in Zijn werk in het leven van onze kinderen? Merken onze kinderen iets van de vreugde van het bezig-zijn met het Woord, en zien zij in ons leven ook iets van de gehoorzaamheid aan het Woord? Of zegt het Woord ons zelf eigenlijk ook helemaal niets?
Een kerk is nooit sterker dan haar gezinnen. Dat gaat ook op voor een natie. Als het niet goed gaat met de gezinnen, dan gaat het ook niet goed met de kerk. En dan gaat het ook niet goed met een land. Het gaat vandaag in veel opzichten niet goed! Het omgekeerde van bovenstaande uitspraken is ook waar: als het goed gaat met de gezinnen (in de zin zoals er in de Bijbel over het gezin geschreven wordt), dan gaat het ook goed met de kerk... en ook met het land.
Als wij nu zeggen, dat wij het in deze vervallen wereld bij het rechte eind hebben (ik zeg het nu maar even zo), waarom praten wij dan niet (meer) met onze kinderen over het geloof?
Ik wil ervoor pleiten, dat in de gezinnen huiselijke erediensten, godsdienstoefeningen, worden gehouden... dat er bijbelstudie met de kinderen wordt gedaan. Dat er in de gezinnen samen met de kinderen en ook dóór de kinderen gebeden wordt en voorbede wordt gedaan. Met name de jonge ouders wil ik opwekken om daar - op een eenvoudige wijze - een begin mee te maken, als de kinderen enigszins 'op leeftijd' zijn. Als ze eenmaal de 13 gepasseerd zijn, dan is het veel moeilijker om er nog aan te beginnen.
In de overgave van ons eigen leven aan God, de Heere, praten met onze kinderen over het geloof, opdat het volgende geslacht een geslacht is dat de Heere kent!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's