De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het gebed in de kerkdienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het gebed in de kerkdienst

8 minuten leestijd

Als er over de inhoud van de kerkdienst gesproken wordt, gaat het bijna altijd over de prediking. Soms wordt gesproken over de liederen, vooral in verband met de gezangen-kwestie. Maar over de Schriftlezingen en het gebed wordt bijna nooit gesproken. En toch zijn dat elementaire onderdelen van de liturgie. We willen deze keer nadruk leggen vooral op het gebed in de kerkdienst.

Het is onder ons niet gebruikelijk dat kritiek geoefend wordt op iemands gebed. Het gebed is iets heel persoonlijks. Toch kan het van betekenis zijn om in het algemeen iets over het gebed te zeggen. Wij hebben allemaal op zijn tijd niet alleen correctie nodig ten aanzien van onze prediking maar ook van onze gebeden.

De plaats van het gebed

Wij kennen in de diensten, waarin één van de sacramenten wordt bediend, het zogenaamde formuliergebed. Dat heeft een eigen plaats in de eredienst, maar daarover willen wij het niet hebben. Dat geldt trouwens ook nog van andere bijzondere diensten, zoals bijv. de bevestigingsdiensten. Het gaat ons echter om de vrije gebeden: het stille gebed vóór de dienst, het eerste gebed en het slotgebed. Over de plaats van het stille gebed en het slotgebed behoeft, dacht ik, niets te worden gezegd. Het gaat om de plaats van wat men wel heel typisch noemt het grote gebed.

Velen hebben de gewoonte om dit gebed te plaatsen na de Schriftlezing(en) en vóór de prediking. Zo werd het (bijna) altijd gedaan. We waren dat van jongsaf gewoon. Waarom zou je daarin verandering aanbrengen? Alle veranderingen en vernieuwingen zijn toch geen verbeteringen? Soms zijn er echter van die dingen, waarover minstens nagedacht moet worden. Zonder daar overigens een halszaak of een kenmerk van te maken!

We moeten beginnen om ons af te vragen hoe dit gebed het beste kan worden gekarakteriseerd. Ons antwoord luidt: Het is een gebed om de verlichting van de Heilige Geest en de opening van Gods Woord.

Welnu, dan moet vervolgens de vraag worden beantwoord waarvoor die verlichting en opening nodig is. Is dat alleen nodig voor de prediking of ook voor de Schriftlezing(en)? De vraag stellen is haar gelijk beantwoorden. Wij kunnen het noch voor het ene noch voor het andere missen! Ook bij de lezing van Gods Woord hebben we nodig de verlichting met de Heilige Geest en de opening van het Woord. En dat is dan ook de reden waarom - naar ons oordeel - voor deze volgorde gekozen moet worden. Op deze wijze wordt namelijk de eenheid van Schriftlezing(en) en prediking extra benadrukt. De prediking is immers geen verhaal dat we zelf bedenken maar dat opkomt uit de Schriften. Je kunt niet dicht genoeg bij de Schrift blijven, in de liturgie en in de prediking!

Het adres van het gebed

Het adres van het gebed is God de Heere. Het kan ook gebeuren dat tot de Heere Jezus of tot de Heilige Geest. Maar over het algemeen bidden wij tot God.

Het is uiterst leerzaam om eens na te gaan hoe God in verschillende oude gebeden wordt aangesproken. Men kan dat zelf nalezen in de lijst van christelijke gebeden en in de formulieren achterin de Bijbel. En men zou de moeite ook eens kunnen nemen om te lezen in het dienstboek voor de Nederlandse Hervormde Kerk. Daarin treft men allerlei korte gebeden aan, vaak uit Engeland, Schotland, Duitsland en Zwitserland. Opvallend is met hoeveel variatie de Heere wordt aangesproken. Wel komt voortdurend de almacht, de eeuwigheid en de barmhartigheid van de Heere naar voren. Een enkele keer ook Zijn rechtvaardigheid. Maar het meest heeft mij getroffen hoe vaak de Heere aangesproken wordt als Vader. Het geloofsvertrouwen komt je als het ware uit die gebeden tegemoet.

Je vraagt je af, hoe komt dat nu? Waarom ontbreekt dat belangrijke element zo vaak in onze gebeden? Staan wij dan toch - niet alleen qua tijd maar vooral voor wat betreft de inhoud - verder af van de Reformatie dan we denken? Ik denk, dat deze laatste vraag bevestigend moet worden beantwoord. Hoe is het fijne goud van het geloofsvertrouwen verdonkerd!

Er is een weg terug. Terug naar het naakte Woord door de verlichting met de Heilige Geest. Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast.

Het stille gebed

Dat is het gebed van de dienaar, staande of knielend aan de voet van de kansel. Een gebed voor zichzelf en voor de gemeente. Een gebed om hulp, om licht en waarheid. Een gebed om zegen van Boven.

Het is ook het gebed van de gemeente vóór de dienst. Het is een gebed voor onszelf, voor de gemeente, maar ook en vooral voor de dienaar. 'O God, geef hem Uw Woord in de opening van zijn mond.'

Er is een oude uitdrukking die zegt: wie de dienaar mag vol bidden, wordt door genade vol gepreekt. De dienaar heeft het gebed van de gemeente voortdurend nodig. Als dat gebed maar gefundeerd mag zijn in de voorbiddende Hogepriester, Jezus Christus onze Heere. Want alleen in en door Hem is er toegang tot de troon van de genade.

Het grote gebed

Vaak wordt op deze wijze het gebed vóór de Schriftlezing(en) en de prediking aangeduid. Ik vermoed dat deze benaming te maken heeft met de lengte van het gebed. Het slotgebed pleegt over het algemeen korter te zijn. Toch moeten wij ons er voor hoeden het zogenaamde grote gebed al te ver uit te strekken. Ook hierin kent de wijze - als het goed is - tijd en plaats. Ik moet nog vaak terug denken aan een reeds jaren geleden overleden broeder-ouderling. Voor de dienst deed hij vaak het gebed. Het was kort en bondig. Alles zat er in. Het was vooral godvruchtig. Wat sterkte dat gebed! Het gaat in het grote gebed vooral om de verlichting met de Heilige Geest en de ope­ning van het Woord. Dat behoeft niet te betekenen, dat er geen andere zaken in kunnen of mogen voorkomen. We hebben als dienaar en gemeente vóór alles nodig de verlichting met de Heilige Geest en de opening van Gods Woord. Het maakt duidelijk, dat wij het zelf niet hebben en kunnen. Hij alleen opent het woord en de harten en Hij leidt in al de Waarheid. Dit gebed betekent onze armoede en afhankelijkheid. Dat mogen we niet alleen beleven, maar ook in ons gebed uitspreken.

Naast dit centrale moment mogen en kunnen ook andere zaken plaats in dit gebed ontvangen. Maar getracht moet worden niet altijd dezelfde dingen te zeggen en te vragen. Ook aan het gebed mag zorg worden besteed. Soms mag aandacht besteed worden aan de zege van de rustdag en aan de heerlijkheid van de dienst des Heeren. Soms ook kunnen we in ons gebed denken aan de gelezen tien geboden of aan de geloofsbelijdenis. Een andere keer kan een ingrijpende gebeurtenis een plaats in ons gebed innemen. Maar altijd denken we aan hen die niet konden opgaan of wilden opgaan onder het Woord. En altijd mogen wij vragen: Heere, leer ons bidden.

Doch ook dit gebed is geen preek. Er kan soms wel een prediking van uitgaan! Maar nogmaals, het is geen preek. Het mag ook geen preek zijn. We behoeven tegen de Heere niet te zeggen hoe Hij mensen tot het geloof en tot bekering brengt. Dat weet Hij Zelf en dat doet Hij Zelf.

Het gebed zal kort en bondig dienen te zijn en vooral gelovig. In de Naam van de Heere Jezus Christus.

Het slotgebed

Het slotgebed is een dankgebed voor wat de Heere gaf. Wegens Zijn zorg over de gemeente mag Hij worden geloofd en geprezen. Maar in dit gebed worden ook de (meeste) voorbeden gedaan. We kennen het gebed voor de nood van de christenheid. Maar kennen wij ook het gebed voor de nood van de wereld? We bidden voor weduwen en wezen, maar doen we ook voorbede voor de weduwnaars? We denken in ons gebed aan de ouders en de opvoeding van hun kinderen, maar bidden we ook voor hen die graag getrouwd zouden willen zijn en voor hen, die getrouwd zijn, maar geen kinderen kunnen krijgen? We vragen een zegen voor de jeugd van de gemeente, maar gedenken we ook de jongeren die van het evangelie vervreemd zijn? We bidden voor de werkenden, maar denken we ook aan hen die geen werk hebben? En bidden we ook voor hen die we meestal in onze gebeden vergeten? Ik denk aan langdurig zieken en aan mensen in verpleegtehuizen. In het dienstboek staan talloze gebeden na de prediking. Het zijn gebeden die waard zijn om gelezen te worden, omdat zij ons soms op het spoor zetten van zaken die we zo vaak verzuimen.

Een vergeten gebed?

Zijn er - behalve de formuliergebeden en de drie genoemde gebeden - dan nog meer gebeden in de kerkdienst? Ja, want ook de prediking kan een gebed zijn. Ik denk aan 2 Corinthe 5 vers 20: 'Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bad; wij bidden van Christuswege: laat u met God verzoenen'.

God, de almachtige Vader, beware ons er voor dat wij dit gebed zouden vergeten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het gebed in de kerkdienst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's