Genade-gave Gods
Bevrijding 1945
Wanneer men mij vraagt, hoe ik de bevrijding in 1945 ervaren heb, dan zeg ik: als een wondere genade-gave Gods.
Dominee, 'we zijn weer vrij', met deze blijde boodschap begroette me één van mijn catechisanten in Huizen in de morgen van de 5e mei 1945. Deze tijding ging die dag van mond tot mond, van huis tot huis. De straten waren er mee vervuld, omdat de harten er vol van waren. Allerlei gedachten en emoties stormen op je af, tuimelen over elkaar heen, verdringen elkaar, overweldigen je. Er is bijna geen orde in te brengen. Op straat vroegen de gemeenteleden: is er vandaag nog een dienst, komen we in de kerk bij elkaar... Na enig overleg werd hiertoe inderdaad besloten. In Huizen mochten de 5e mei de vlaggen volop uit. 's Avonds stroomde de oude kerk mudvol. Er kon niemand meer bij. Ieder wilde met de gemeente uiting geven aan wat er leefde in het hart over het feit van de bevrijding. Het opmerkelijke was dat de duitse wacht nog op de toren stond. En wat nu te zeggen over wat je eigenlijk niet onder woorden kan brengen. Er moet toch wat gezegd worden in deze dienst, welke we nooit zullen kunnen vergeten. Welnu, Gods, voor ons, bevrijdend handelen drong ons te spreken, gedachtig aan Petrus' woord in Lukas 5:8: Heere, ga uit van ons, want we zijn zondige mensen!
Weldaden des Heeren
Dat woord wijst toch op een hart, dat wonderlijk, verrassend vol is over de onuitsprekelijke weldaad Gods, die we als een milde genade-gave des Heeren mochten ontvangen. Bevrijding: ja, we dachten en denken daarbij aan verlossing uit onderdrukking door de nazi-machthebbers. Aan het einde voor duizenden uit gevangenschap en concentratiekampen. Aan het einde van vrees voor arrestatie, verraad, aan 't einde van doodsdreiging van alle kant. Aan 't einde van gebrek, van kneveling van de pers, van niet te durven zeggen wat je openlijk graag wilde zeggen. Als aan dit alles een einde komt is dat ook goedheid Gods. Maar Gods genade, zo ervoeren we dat, reikte veel dieper en breder. Het nationaal socialistische regiem had met zijn anti-goddelijke ideologie zijn klauwen ook om ons land en volk geslagen. En in deze ideologie was voor de Drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest en Zijn Woord geen plaats. Maar daarin was wel volop plaats voor de 'drieëenheid' van ras, bloed en bodem.
Daarom richtte deze anti-goddelijke 'leer' zich tegen de Heere en Zijn Woord, tegen alles wat met dat Woord verbonden was. Tegen Gods Kerk, de school met de Bijbel, organisaties welke met dat Woord rekening wilden houden. Alles en ieder, niet het minst de jeugd moest in de boei van het nationaal socialisme worden geslagen. Alles wat met Gods getuigenis samenhing moest worden vernietigd. Dat was het uiteindelijke satanische doel.
Overwinning van nazi-Duitsland en bevrijding uit deze dodelijke greep betekende derhalve dat de Heere een halt toeriep aan deze duistere machten uit de afgrond en dat Hij ook ons en anderen daarvan nog wilde bevrijden.
Daarin toonde de Heere Zijn macht, Zijn Majesteit, Zijn onverwinbre krachten.
Daarom hebben we de bevrijding ervaren als een genade-gave Gods, die spreekt van Zijn heerschappij, van Zijn almacht temidden van het brallen van de vijandschap, van Zijn Recht en oordeel over allen, die zich tegen Hem verzetten.
Maar ook als een gave waarin uitschittert Zijn trouw, Zijn gunst, Zijn onuitsprekelijke genade. Zijn lankmoedigheid. Zijn gedachten des vredes.
Daarom ervoeren we de bevrijding als Zijn genadegave. Zeker, de Heere heeft in Zijn ondoorgrondelijke wijsheid daarbij van mensen, binnen en buiten onze grenzen, gebruik willen maken als Zijn instrumenten. Maar Hij deed het, Hij wierp neer en Hij bevrijdde, 'God baande door de woeste baren en breede stromen ons een pad'.
Daarom bracht de bevrijding bij ons een gevoel van onzegbare verwondering en dankbaarheid: Heere, hoe is het mogelijk, hoe kan het, dat Gij deze weldaad van Uw macht, trouw en gunst, aan ons bewezen hebt. Want: wij zijn zondige mensen!
Zo ervoeren we de bevrijding. Daarom komt dan de aanbidding, de dank en de lof aan de Heere, uit een deemoedig, verbroken, verslagen, en verbrijzeld hart. Heere, hoe kan u zo aan ons denken. Dat is door ons duizendmaal verbeurd. Deze bevrijding zijn we door en door onwaardig. We hebben verdiend dat we zouden zijn overgegeven aan de duistere en vernietigende machten.
Onze schuld
Want, wie waren wij als volk en persoonlijk, en als kerk. Dat God ons voor een tijd bedroefde, dat God ons overgaf aan het geweld, dat wij door heerszucht werden vertreden, was niet omdat de Heere een hard en wreed God is, maar we hebben dat alleen te wijten aan onze eigen schuld. Als volk hadden wij Gods Woord opzij geschoven. Gods oordeel en tuchtiging zelf voor ons ingeroepen. En... hoe zijn we in de jaren van de bezetting geweest? Hoe hebben we ons in de smeltkroes gedragen.
O zeker, er zijn er geweest die door Gods kracht en genade zich bekeerden tot de God des levens. Er is een volk geweest dat door Gods genade met belijdenis van schuld de troon der genade aanriep, pleitend op Gods ontferming in Christus Jezus, smekend om bekering, uitredding, licht in de duisternis. Maar was er dit in ons hele volk, in 't algemeen gesproken? We kunnen beter weten. Daarom ontvingen we de bevrijding, onverdiend, louter en alleen uit Gods vrije gunst, als een genade-gave Gods. Dan kunnen we, bij zoveel weldadigheid en trouw, alleen maar belijden, met verbroken, overweldigd hart, Heere, ga uit van ons, want we zijn zondige mensen.
Beschaamdheid
Hoe ervaren we dan de bevrijding: ja, met dankbaarheid in verwondering, maar met schuldbelijdenis en beschaamdheid des aangezichts. En dat wel in de eerste plaats tegenover de Heere, in het licht van onze ontrouw en ongerechtigheden. Ook in de bezettingstijd. Hoe weinig werd vaak de satanische 'leer' van het nationaal socialisme onderkend. Hoe weinig vond vaak het krachtig getuigenis van enkelen bijval. Wat zaten velen geestelijk in de schuilkelder. Wat hebben we veel te weinig getuigd met woord en daad. En veel te weinig godvruchtig geleefd. Wat konden we ook bij de bevrijding ons schuldig en beschaamd gevoelen tegenover al die duizenden en miljoenen slachtoffers van het nationaal socialisme. Je kon je als 't ware schuldig en beschaamd gevoelen als je er betrekkelijk goed doorgekomen was, tegenover anderen, die het met de dood hadden moeten bekopen. Daarom was er bij de bevrijding ook de ervaring van de schuldige beschaamdheid en van de droefheid over zoveel leed dat geleden werd en wordt en van het meeleven met hen, die dierbaren in de oorlogsjaren hadden verloren. Wie zou niet wenen bij de gedachtenis aan zoveel ellende, zoveel nameloos leed, aan concentratiekampen en slagvelden. En wie zijn wij dan, als de Heere dan nog komt met Zijn ontferming. Dan moeten we belijden: We zijn geringer Heere, dan al deze weldadigheid en trouw, die Gij ons bewezen hebt.
Hernieuwde kans
Maar als we de bevrijding zó mochten ervaren, dan kan het niet anders, of we hebben deze ook ervaren, deze genadegave Gods als een hernieuwde kans die de Heere ons gaf om weer te keren tot Hem en Hem te dienen, als overheden en onderdanen, als volk en persoonlijk, met een volkomen hart, naar Zijn Woord.
Zo hebben we de bevrijding inderdaad ervaren.
Daarom leefde het gebed bij de bevrijding: Heere, komt Zelf mee, met de kracht van Uw Woord en Geest.
Breng ons terug tot U. Leer ons U vrezen en dienen. Persoonlijk, in ons gezin, in het kerkelijk leven, in de school, in de maatschappelijke verhoudingen, in de politiek. Leer het een ieder, ook ons volk, dat we eerst recht vrij zijn en de genade-gave van de vrijheid eerst recht zullen gebruiken, als we de vrijmaking kennen door de Zoon, de Heere Jezus Christus en door Woord en Geest ons daartoe laten leiden, vernieuwen en richten.
Want het nationaal socialistisch regiem mag door Gods macht en trouw gebroken zijn. Maar satan gaat voort. Wat moet er van worden als we in plaats van het nationaal socialisme allerlei andere anti-goddelijke machten binnenhalen en vrij spel laten. Dan zal het laatste erger zijn dan het eerste.
Daarom hebben wij de bevrijding ervaren als een genade-gave Gods, met dankzegging, ootmoedig, verwonderd, deemoedig, verbrijzeld, bedroefd over zoveel verwoesting en slachtoffers, verheugd over de daden Gods, maar met vreze, ziende op ons volk en onszelf en daarom biddend: Heere, houd ons vast, leer ons en leid ons, want Gij alleen, zijt de God van ons heil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's