De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Putten een geteisterd dorp

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Putten een geteisterd dorp

8 minuten leestijd

Wanneer ik mijn herinneringen van de bevrijding van Nederland in mei 1945 zal beschrijven, dan valt het mij op hoe scherp en helder deze herinneringen bij mij zijn blijven voortleven, terwijl andere belevenissen, die daarna hebben plaatsgehad min of meer vervaagd zijn. Wel een bewijs, hoe diep ingrijpend de gebeurtenissen uit die dagen geweest zijn.

Op zondag 12 november 1944, precies 6 weken na de beruchte razzia in Putten, werden mijn vader en ik 's morgens om plm. 8 uur in ons huis gearresteerd door Duitse Feldgendarmerie. De reden waarom wij gearresteerd werden werd ons niet meegedeeld en wij zijn die ook nooit te weten gekomen. Via Harderwijk en Apeldoorn werden wij drie dagen later naar het concentratiekamp in Amersfoort gebracht. Ongeveer half januari 1945 werd mijn vader, samen met een aantal andere oudere mannen, die tegelijk met ons die zondagmorgen op andere plaatsen van de N.W. Veluwe waren gearresteerd, uit het kamp ontslagen. De situatie in het kamp verslechterde daarna met de dag. Half februari kreeg ik een heftige aanval van dissenterie, die mijn laatste krachten sloopte. Toch heb ik daar Gods wonderlijke leiding in mogen zien. Juist daardoor werd ik niet op transport naar Duitsland gezet zoals de andere jongeman uit Harderwijk, die tegelijk met mij was opgepakt. Bij een controle door de kampcommandant, trof hij mij in een zodanige slechte conditie aan, dat hij mij de volgende dag als 'Haftling' ontsloeg. Dat was maandag 19 febr. 1945. Totaal verzwakt en uitgeput als ik was, ben ik toen door een behulpzame Amersfoorter voorop de fiets naar het Elizabeths Gasthuis in Amersfoort gebracht.

Weelde

Ik herinner mij nog als de dag van gisteren, wat een ongelofelijke weelde het voor mij betekende, voor het eerst weer in een schoon bed en tussen helderwitte lakens te mogen liggen.

De nacht daarop had ik een nachtmerrie, waarbij ik droomde, dat ik nog in het concentratiekamp vertoefde. Ik schrok wakker en moest met beide handen de zijkanten van het ledikant omklemmen, om mijzelf te overtuigen, dat het maar een droom geweest was.

De zaterdag daarop lieten mijn ouders mij met paard en rijtuig ophalen en thuis brengen. Mijn zuster was meegekomen. Één­ maal op weg naar Putten (een afstand van 20 km) gaf zij mij al gauw een beker koude melk te drinken. Ik kan mij niet herinneren, dat ooit iets mij zo verrukkelijk gesmaakt heeft als deze melk in die omstandigheden. Ziek, verzwakt en sterk vermagerd kwam ik thuis. De volgende dag, zondagmorgen, zongen mijn ouders met mijn broers en mijn zuster bij het huisorgel vóór het ontbijt Ps. 30 : 1 en 2:

Ik zal met hart en mond o Heer, Uw naam verhogen en Uw eer; Dewijl Gij mij Uw bijstand boodt, Mij optrokt uit de diepste nood; Zodat de vijand in mijn lijden, Zich over mij niet mocht verblijden.

Mijn God, Gij hebt mij op mijn klacht Genezen en mijn smart verzacht; Gij hebt mijn ziel, door angst beroerd. Als uit het graf weer opgevoerd; Gij hebt het leven mij geschonken: Ik ben niet in de kuil gezonken.

Vanaf mijn bed, maakte ik de korte huiselijke godsdienstoefening mee. Bij het zingen kwam er een brok in mijn keel, waardoor het verder meezingen voor mij onmogelijk werd. Treffender dan met de woorden van deze Psalm, kon mijn situatie niet worden getekend.

Bevrijd

Bijna 2 maanden later, op 18 april 1945, werd Putten bevrijd door een vanuit Voorthuizen oprukkende Canadese tankeenheid. De avond van 17 april zal ik ook nooit vergeten. Vluchtende Duitse legereenheden trokken in grote verwarring en zonder enig verband door ons dorp in de richting van Amersfoort. Van enige militaire discipline was geen spoor meer te bekennen. Sommigen reden op fietsen zonder banden, andere zaten op een platte boerenwagen, een verdwaald paard liep zonder enige begeleiding zo maar met de stoet mee. Min of meer in paniek riepen ze elkaar toe: 'Die Panzer kommen'. Uiteraard bedoelden zij daar de Canadese pantsertroepen mee, die de volgende morgen triomfantelijk Putten zouden binnen rijden.

Ik moet zeggen, dat ik het tafereel van de vluchtende Duitse troepen met niet weinig leedvermaak gadesloeg. Datzelfde Duitse leger dat vijf jaar lang als overwinnaars en overweldigers trots en met kletterende laarzen door onze straten had gemarcheerd, was nu tot een smadelijke aftocht gedoemd. Je had er lang op gehoopt; je had het ook vaak voor onmogelijk gehouden en nu zag je het voor je ogen gebeuren.

Die nacht lag ons dorp onder Canadees artillerievuur. We brachten de nacht in de kelder door; van slapen kwam niet veel; telkens hoorden we de granaten inslaan. De schade bleek achteraf niet groot te zijn. De Canadese artillerie had voornamelijk bepaalde kruisingen van straten en wegen waarlangs de Duitsers terugtrokken onder vuur genomen.

De volgende morgen om ongeveer 11 uur, stopte de eerste Canadese tank voor ons huis. Blijkbaar was het een verkenner; er volgden er althans niet onmiddellijk meer. Ongelofelijk snel kwamen de mensen, vooral vrouwen en meisjes (de meeste mannen waren weggevoerd) uit hun huizen te voorschijn en omringden uitbundig juichend hun bevrijders. De Candezen van hun kant verbroederden zich met het enthousiaste publiek en deelden chocolade, een voor ons al die jaren onbekende lekkernij, uit. Plotseling begon een mitrailleur te ratelen. De mensen stoven uiteen. Voor de tank lagen drie vrouwen bewegingloos op de grond. Eén van hen was op slag dood, de andere twee werden zwaard gewond, waarvan er één aan haar verwondingen overleed. De derde, een nog jonge vrouw, werd bij ons binnen gedragen. Even later kwam ds. Holland binnen lopen en ik hoor haar in wanhoop roepen: 'O dominee, ik ga sterven en ik ben niet bereid'. Gelukkig is zij wel hersteld.

Wat was er nu eigenlijk gebeurd? De tank was uiteraard gevechtsklaar en de boordwapens stonden op scherp gesteld. Eén van de bemanningsleden had per ongeluk de trekker van een mitrailleur aangeraakt met drie of vier noodlottige schoten als gevolg. Ik zie nog de Canadees uit de tank komen en wanhopig met zijn handen naar zijn hoofd grijpen. Ongetwijfeld heeft niemand uit ons dorp hem een verwijt gemaakt; hij bleef voor ons één van onze bevrijders. Veeleer wekte hij ons medelijden op, omdat zijn hele houding ernstig zelfverwijt uitdrukte. Al jaren lang stuurt hij elk jaar in april een cheque naar het gemeentehuis in ons dorp met de opdracht hiervoor een krans te kopen. Op 18 april, de dag waarop Putten werd bevrijd en het tragisch ongeluk plaats vond, legt de gemeentebode de krans bij het graf van de slachtoffers.

Gevoelens

Het is moeilijk de gevoelens van opluchting, vreugde en dankbaarheid onder woorden te brengen, die zich van mij meester maakten op deze achttiende april 1945. Het afschuwelijk ongeluk, dat zich voor mijn ogen afspeelde, kon toch niet verhinderen dat deze gevoelens geheel en al de overhand namen. De definitieve bevrijding van de tyrannie van het Duitse Nationaal-Socialisme gaf mij een onbeschrijfelijk gevoel van blijde, nieuwe levenslust. Het was alsof de zon weer koesterend en verwarmend en levenwekkend ging, schijnen na een diepe donkere nacht.

Toch waren er nog schaduwen, behalve het ongeluk van die morgen. Hoe zou het nu verder gaan met het hongerende westen van ons land? Zouden de Duitsers zich achter de Hollandse waterlinie tot 'de laatste druppel bloed', zoals de Duitse legerbevel­ hebber generaal Blaskowitz in hoogdravende taal had verzekerd, blijven vechten en wat zou er dan van onze landgenoten worden, die daar toch al in uiterst zorgelijke omstandigheden verkeerden. Meer dan eens heb ik deze ontzaglijke noodsituatie voor Gods aangezicht neergelegd en ik ervoer het als een gebedsverhoring, toen de berichten binnenkwamen, dat grote hoeveelheden, door Zweden geschonken, tarwemeel boven Holland mochten worden gedropt. Dat was voor mij het bewijs, dat de Duitsers de strijd opgaven en aan overgave begonnen te denken; een overgave, die op 5 mei volgde.

Donkere dagen braken nu voor ons dorp aan. Verontrustende berichten uit de Duitse concentratiekampen begonnen binnen te druppelen. Op 10 mei 1945 (hemelvaartsdag) werd 's avonds bekend, dat er een lijst van plm. 200 overleden plaatsgenoten was binnengekomen. Ds. Holland verklaarde zich bereid, om de namen in de kerk voor te lezen. Hij schrijft er zelf als volgt over: "s Avonds, om half elf heb ik bij walmend petroleumlicht een lange dodenlijst moeten voorlezen. Ontzettend was dat. Ik moest mij hard houden om het te doen, terwijl de mensen als stomme doodsbleke beelden zaten te luisteren naar de verschrikkingen, die ze te horen kregen. En toen was het dag in dag uit, nieuwe doodstijdingen en bezoeken bij de getroffenen'.

Blijdschap en droefheid wisselen elkaar in ons leven telkens af en markeren het. De hoogte en de diepte ervan; de hevige vertrokkenheid daarbij en de felle tegenstellingen daartussen, heb ik vóór en na die tijd nooit meer zo ervaren als rondom onze bevrijding.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Putten een geteisterd dorp

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's