De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Er is geen heil in oorlog

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Er is geen heil in oorlog

7 minuten leestijd

Er is een — oorspronkelijk Latijnse — uitdrukking dat wie de vrede wil zich voor heeft te bereiden ten oorlog. Er is een eveneens Latijnse uitdrukking, namelijk van de oude schrijver-dichter Vergilius, dat er in de oorlog geen heil is (Nulla salus bello).

Welnu, beide uitdrukkingen zijn waar. Ze zijn met name in de Tweede Wereldoorlog letterlijk waar gebleken. De Tweede Wereldoorlog liet zien dat de oorlog geen heil, maar louter onheil brengt. De barbarij was los. Een menselijk leven betekende niets meer. Moordwapens zaaiden dood en verderf. Een hele beschaving wankelde. Wie tot een bepaald ras behoorde werd als uitverkorene bestempeld. Wie tot een bepaald volk behoorde — waaraan met grond verkiezing verbonden is — had geen keus meer; er was nog slechts één richting: de dood.

De foto's, die in dit nummer van ons blad zijn opgenomen, zijn genomen uit het boek 'Sta een ogenblik stil. . .'(geschreven door Wim Ramaker en Ben van Bohemen; uitgave Kok, Kampen). Het is een 'monumentenboek 1940—1945'. Indrukwekkend is het te zien hoevele tekenen, standbeelden, monumenten in de jaren na de oorlog zijn opgericht als blijvende herinnering aan het onheil, dat over land en volk kwam. Indrukwekkend ook om te zien hoe in die vele monumenten kunstenaars iets van het lijden probeerden te verwoorden, dat over zovele duizenden, om niet te zeggen miljoenen kwam.

Vaak zijn het moeders die afgebeeld, of uitgebeeld zijn, rouwend over hun zonen en ook hun dochteren. Hun moederhart heeft gebeefd, is ineengekrompen onder het onheil van de oorlog, met daarachter de demon, die in deze oorlog om zich heen sloeg.

De monumenten zeggen ons: 'sta een ogenblik stil'! Sta er een ogenblik bij stil tot welk een diepte onze beschaving kwam.

Er was ook verlegenheid bij het oprichten van de tekenen: wat op te richten als teken bij zoveel leed? Bij de onthulling van het monument op de joodse begraafplaats te Muiderberg, dat herinnert aan de tienduizenden joden, die uit Amsterdam werden weggevoerd, zei opperrabijn Tal: 'Wij, de joden zelf, hebben geen gedenkteken nodig. Steeds, iedere dag en elk uur is bij ons de herinnering aan hen, die zijn heengegaan. Het gedenkteken behoeft er niet te zijn voor ons, die hen ook zónder dit teken wel herdenken. Maar het gedenkteken moet er zijn, voor wie het nodig is om dit alles in herinnering te roepen. Het is een gedenkteken van smaad, niet van smaad voor het joodse volk, maar het falen van het goede, dat mensen hadden kunnen aanrichten. Het gedenkteken herinnert de wereld aan het verzuim, dat zij gepleegd heeft.'

Het gedenkteken is er vooral voor de volgende geslachten. Opdat wij niet vergeten . . .

Oorlog is onheil

Oorlog is onheil. Is God in dat onheil? Achter de vraag ligt een diep mysterie. Het oorlogsgeweld brengt slechts ramp en onheil. In de joodse religie zegt men dat God niet in het kwade is maar het kwade wel in God (Bij God; Hij weet ervan). God was niet in Auschwitz maar Auschwitz ging niet buiten God om. Gods weg is in de zee en Zijn pad in diepe wateren. Daarbij horen ook Zijn oordelen.

Wél mogen we zeggen, in ootmoedige dankbaarheid, dat de Heere in de bevrijding was. Machtig mooi is hier de geschiedenis van de strijd van David tegen Goliath. David zei tot de Filistijn: 'Gij komt tot mij met een zwaard, en met een spies, en met een schild; maar ik kom tot u in de Naam van de Heere der heirscharen, de God der slagorden van Israël, die gij gehoond hebt.' En Davids geloofsbelijdenis is: 'en deze ganse vergadering zal weten dat de Heere niet door het zwaard verlost; want de krijg is des Heeren, Die zal ulieden in onze hand geven.' Intussen werd de kiezelsteen van Davids slinger zó bestuurd, dat de Filistijn in het voorhoofd getroffen werd. Het eenvoudige wapen was nodig. Doeltreffend werd het omdat God bestierde. Welnu, zó mocht het ook gezegd worden bij de bevrijding. En zo mag het nu nog weer een keer worden nagezegd, herdacht. De Heere verloste niet door het zwaard. Hij gebruikte echter de verzetsstrijders en de geallieerden wél en liet zo blijken dat 'de oorlog des Heeren' was.

Is niet in alle toonaarden in de dankdiensten in 1945 uitgezongen en gedankt dat God het was, die bevrijding gaf! Zijn hand was in de bevrijding. Hij hergaf de vrijheid. Zó mogen we ook aanstaande zondag in de diensten danken voor Gods daden van bevrijding en verlossing.

Voorbereiding

Maar dan ook dat andere woord. Wie de vrede wil, bereide zich voor ten oorlog. In de oorlog brak de theorie van het gebroken geweertje stuk. De ideologie van het pacifisme moest het afleggen tegen de ideologie van het fascisme. Allerwegen werd gevoeld, dat het nazibeest gewapenderhand tegemoetgetreden móést worden, dat het ging om een strijd om vrede, gerechtigheid, recht, vrijheid.

De duizenden, die gevallen zijn, zijn ingezet om Gods verlossende daden ten uitvoer te brengen. En dan vragen we wéér: was Gods hand in het onheil dat over zovelen kwam? Gods hand was in de redding, die Hij, door de offers van zovelen héén, bewerkte. Verder zullen we in Gods raadsplan niet blikken.

Intussen geldt ook vandaag dat we ons ten oorlog hebben voor te bereiden om de vrede te bewerken. Ik weet dat de kwestie van oorlog en vrede, sinds de komst van het kernwapen, nog oneindig veel gecompliceerder is geworden. Maar toch, de andere kant is dat vandaag opnieuw een weerloosheid, een modern 'gebroken geweer', wordt gepredikt, die de poort voor de machten van deze tijd open zet. De ernst van de situatie vandaag is immers dat bevrijders van gisteren bezetters van morgen kunnen zijn.

Even een persoonlijk uitstapje. Toen de bevrijding 'uitbrak' had mijn moeder in de kortste keren een vlag voor me georganiseerd; een gele stok met de driekleur eraan. Ik had hem nog maar net of ik klom ermee op een militaire wagen van de Canadezen, die ons dorp binnen kwamen. In even zo korte tijd werd me toen echter de vlag ontnomen door de chauffeur van de auto, die hem stevig aan zijn wagen vastbond; ik had het nakijken.

Om nu in het beeld te blijven, de vlag kan ons weer ontnomen worden door hen die vrienden lijken of als zodanig worden voorgesteld, al zou ik dit niet graag van de Canadese bevrijders suggereren. Maar vrijheid is een voortdurend te bevechten goed, omdat ze altijd weer bedreigd wordt door machten van buitenaf en van binnenuit.

We zullen evenwel ook vandaag niet op wapens op zich mogen vertrouwen, op rietstokken, die de hand doorboren. Geestelijke weerbaarheid zal de voorwaarde zijn voor échte weerbaarheid.

Vandaag zien we oude verschijnselen in nieuw gewaad weer opduiken.

De macht van het communisme grijnst ons aan.

Herlevend fascisme doet ons vragen of we dan niets van de wereldoorlogen hebben geleerd.

Oplaaiend antisemitisme, allerwegen in de wereld, doet vrezen dat we ook vandaag in deze wereld niet te goed zijn voor een nieuwe volksmoord. De jodenvervolging in de Sowjet-Unie vandaag is een opgericht teken. Puur militarisme zal echter ook slechts onheil brengen en geen heil.

Wie de geschiedenis vergeet is gedoemd deze opnieuw te beleven. Als we zien waar ons vandaag de bevochten, neen de hergeven vrijheid heeft gebracht, dan moeten we met schaamte zeggen: niet dichter bij God, maar verder van Hem af. Daarom hebben we niet verbaasd te staan als nieuw onheil over ons komen zou. Het gaat dan om schuld, schuld van ons mensen tegenover een heilig en rechtvaardig God.

Nog hebben we echter de vrijheid. Maar als we ons niet voorbereiden op de oorlog tegen de machten, die mens en wereld vandaag belagen, dan zijn we als volk en natie verloren voor we het weten.

God geeft ons dan vandaag de vrijheid vooral om ons te oefenen in de geestelijke wapenrusting, waarmee we al de vurige pijlen van de boze kunnen weerstaan.

Gode zij dank was er in de Tweede Wereldoorlog in ons land (nog) zulk een weerbaarheid. De bidders waren misschien de beste strijders. Zij wisten dat de Heere niet door het zwaard verlost. Maar dat de 'krijg des Heeren is'.

Hij zal Zijn zaak beslechten. Dat heeft Hij in de Tweede Wereldoorlog gedaan. Soli Deo Gloria! Wil onze samenleving toekomst hebben dan hebben we behoefte aan mensen van gebed, als kurken van die samenleving. Laten we daarom bidden om bidders.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Er is geen heil in oorlog

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's