De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Wilhelmus - een Geuzenlied

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Wilhelmus - een Geuzenlied

8 minuten leestijd

Enkele malen is ons land in de loop der eeuwen van tyrannie bevrijd geworden. In 1648 kwamen we als land en volk onder de Spaanse dwingelandij uit. In 1815 kwam er een eind aan de franse overheersing. In 1945 werden we opnieuw bevrijd van onderdrukking en geweld toen de geallieerden definitief de overwinning behaalden op Hitler-Duitsland.

In de benarde perioden van ons volksbestaan, voorafgaande aan de bevrijdingen, heeft ons volkslied 'Wilhelmus van Nassouwe' een niet te onderschatten betekenis gehad; ter bemoediging maar ook ter opscherping in de strijd om bevrijding.

Het Wilhelmus zélf is immers een Geuzenlied, aanvankelijk op een 'vliegend blaadje' verspreid en vervolgens een plaats toegekend in het Geuzenliedboek, waarvan het oudste bekende exemplaar (1581) als titel heeft 'Een nieu Geusen Lieden Boecxken'.

Daarom is het goed thans aan ons volkslied nadere aandacht te geven, met name nu dit jaar de bevrijding van tyrannie en overheering, veertig jaar geleden, weer extra aandacht krijgt. Een bijzondere stimulans voor hernieuwde bezinning op de aard en de inhoud van ons volkslied ontvangen we wanneer we bestuderen het pas verschenen boek 'Het Wilhelmus in artikelen' (HES uitgevers, Utrecht, 1985), waarin dr. J. de Gier te Ede uit het vele, dat in de loop van de tijd over het Wilhelmus is gepubliceerd, een selectie weergeeft in de vorm van wetenschappelijke artikelen over het ontstaan, de vertalingen (in het Duits en het Frans), de auteur, de structuur en de strekking. Een uitermate boeiend boek, dat we op voorhand een brede lezerskring wensen.

Karakter

Het Wilhelmus is - laat dat voorop gezegd zijn - een hoogstaand poëtisch geheel, Martinus Nijhoff zegt: 'Geen ander volk, naar ik weet, heeft een volkslied dat deze hoogste functie van poëzie in het gedicht zelf bezit. Wij hebben een volkslied dat, afgezien nog van de meeslependheid der melodie tot de allergrootste poëzie behoort'.

Dirk Coster noemt het 'het opperste der geuzenliederen': 'geen volk ter wereld bezit een schoner hymne. Zij is de inwijding zowel van het nationaal bestaan als van de nationale literatuur'.

En tenslotte een woord van Herman Gorter: 'er waren geesten die iets gevoelden van de grootheid. Maar alleen in enkele onderdelen. Er zijn onder de geuzenliederen gedichten met een echte toon. Verheven, diep en sterk. Veel dieper en groter dan Vondel, Hooft of Bredero ooit hebben doen horen'.

Maar het Wilhelmus is intussen niet louter poëzie óm de poëzie; het is een verheven gedicht met een al even verheven doel. In het boek van dr. De Gier typeert dr. A. J. Veenendaal het Wilhelmus als afscheidslied, als troostlied, als bemoedigingslied, als opwekkingslied, als apologie en als propaganda. Elk van deze typeringen heeft een zeker recht.

Afscheidslied slaat op de op één na laatste strofe, waarin Oranje 'met hartelijke en troostrijke woorden een roerend en teder afscheid neemt van zijn verdrukte onderzaten'.

Troostlied slaat op het feit dat, toen de veldtocht tegen Alva in 1568 was mislukt, het Wilhelmus de wereld in werd gezonden om 'de Nederlanders over die mislukking te troosten en berusting te prediken'. Op vijf plaatsen wordt gezinspeeld op toekomstige bevrijding: 1. God zal de Prins regeren als een goed instrument, zodat hij zal wederkeren in zijn regiment; 2. de Prins wekt zijn onderzaten op tot voortdurend gebed, dat God hem kracht zal geven; 3. met Gods hulp hoopt hij de tyrannie te verdrijven; 4. de herder der verstrooide schapen zal niet slapen, ook al zijn ze verstrooid; 5. de Prins vergelijkt zich met David, die ook moest vluchten voor de tyran en toch later een groot koninkrijk kreeg.

De typeringen bemoedigingslied en opwekkingslied zijn, gegeven de gedachte aan toekomstige bevrijding, toegespitster dan alleen maar troostlied, omdat daarin nog de gedachte van 'berusting' na de nederlaag en onder de voortdurende tyrannie kan zitten. Het Wilhelmus is echter vervuld van bevrijdingsverwachting.

De typering apologie duidt erop dat de dichter van het Wilhelmus de Prins van Oranje zelf een verdediging in de mond legt. Maar uiteindelijk kiest dr. Veenendaal zelf voor de typering propagandalied. Het Wilhelmus maakt propaganda voor het optreden en de motieven van de prins. Het presenteert de Prins aan alle Nederlanders als de vader des vaderlands, als de edele, hooggeboren Willem van Nassau, Rijksvorst, Prins van Oranje, het door God verordende instrument in het gewapend verzet tegen Alva's tyrannie, als de op God vertrouwende vrijheids-en geloofsheld, die in gehoorzaamheid aan God alles voor zijn volk en vaderland over had, wiens hart 'standvastig is gebleven in tegenspoed'.

Bevrijding

Hoe het ook zij, het Wilhelmus is doorstraald van de gedachte van bevrijding. De dichter - en bij alle discussies die er over het dichterschap is geweest, staat toch wel vast dat dit Marnix van Sint Aldegonde was - heeft in dit hoogstaande, verheven gedicht zijn verwachting van bevrijding de Prins in de mond gelegd en is daarbij duidelijk geïnspireerd geweest door de 'nye leer' in die zin, dat het teruggaat op bijbelse grondnoties. Dat men God meer moet gehoorzamen dan de mensen, zoals de slotstrofe zegt, is immers een specifiek bijbelse gedachte (Hand. 5 : 29). Ik citeer nu echter dr. J. de Gier in zijn conclusie over de aard van het Wilhelmus. Hij zegt:

'Anders ligt het echter als we letten op de functie van dit gegeven in het hele lied: het legitimeert geen passief maar actief verzet, verzet gepleegd door de prins, en dat is een uitbreiding van het bijbelse gegeven. Dat recht van actief verzet is er wèl voor de prins, maar niet voor het volk: de 'Ondersaten' worden alleen aangespoord 'nacht ende dach' te bidden. Deze aspecten vertonen overeenkomst met wat Calvijn in het slot van zijn Institutie over het recht van actief verzet zegt: niet het volk heeft dit recht, maar de magistraten; God kan een redder zenden ter bevrijding van het verdrukte volk. Oranje zou men als zo'n redder kunnen zien of als een bevoegde leider, die wacht op Gods tijd. De aanduiding "hoogste Majesteit" voor God komt ook niet letterlijk voor in de bijbel, maar wèl bij Calvijn: "summa majestas".

Het is een historisch gegeven dat in de 16e eeuw het recht van opstand of actief verzet zich primair in calvinistische kring ontwikkelde. Het is in beginsel door Calvijn verwoord in het slothoofdstuk van zijn Institutie, zij het aan strikte regels gebonden. Hij heeft heel voorzichtig de deur op een kier gezet.

Gelet op de ontwikkeling van het recht van opstand en de plaats van het Wilhelmus daarin - nog op de lijn van Calvijn, nog niet op de lijn van Beza en Brutus - is het geen onzindelijke gedachte om bij het Wilhelmus aan een calvinistisch dichter te denken. De overeenkomsten met Calvijns Institutie die ik noemde, mogen ons echter niet verleiden tot de uitspraak dat de dichter van het Wilhelmus per se gedachten aan dat specifieke werk heeft ontleend.'

De Psalmen

Een groot aantal beelden uit het Wilhelmus zijn intussen ontleend aan de Psalmen. Dr. S. J. Lenselink heeft de stijl van Marnix' psalmberijming vergeleken met die van het Wilhelmus. De strofe van het Wilhemus, waarin zo machtig mooi het vertrouwen in God als 'mijn schilt ende betrouwen' wordt uitgezongen, vertoont duidelijke parallellen met hetzelfde beeld van het schilt in de berijmingen van Marnix van psalm 7, 18, 28 en 144. Die parallel ligt voor de hand. Zijn de psalmen immers ook niet bij uitstek liederen van bevrijding, van Godsvertrouwen in nationale nood en diepte? Hoe zullen wij een lied des Heeren zingen in een vreemd land, klagen de Joden in Babel (Psalm 137). Maar door de klacht heen hebben ze hoop op God gehad, die hen weerbrengen zou uit de baUingschap 'Heere gedenk aan de dag van Edom, aan de dag van Jeruzalem'. En dan het opstandige, althans het verzet tegen de dwingeland, de overheerser: o dochter van Babel, welgelukzalig zal hij zijn die u uw misdaad vergelden zal, die gij aan ons misdaan hebt'. En Israël wist intussen ook in de psalmen te zingen de lofzangen van bevrijding, waarmee de Heere Zijn Volk omgaf (Psalm 32 : 7).

Is het wonder dat bij de bevrijding de grote daden des Heeren in de gemeente de diepste vertolking vonden wanneer de gemeente de psalmen - en bepaalde psalmen met name - op de lippen nam? En is het wonder dat het Wilhelmus dan óók gezongen werd op de toonhoogte van de psalmen?

In het Wilhelmus klinkt de echo van het psalmboek. Het is een lied van Gods bevrijdende daden, profetisch-verwachtend uitgezongen toen ons land en volk nog onder de tyrannie zuchtte. Maar telkens weer op de lippen genomen als de bevrijding een feit was, als vervulling van een belofte.

Voor Godt wil ick belijden
End zijner grooter Macht,
Dat ick tot gheenen tijden
Den Coninck heb veracht:
Dan dat ick Godt den Heere
Der hoochster Majesteyt,
Heb moeten obedieren,
Inder gherechticheyt.

(Eerder geplaatst in 'De Hervormde Vaan'.)

Men zie J. de Gier, Het Wilhelmus in artikelen, uitgave HES publishers, Utrecht 1985, 345 pag., ƒ 39, 50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het Wilhelmus - een Geuzenlied

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's