De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Toen de gordijnen open gingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toen de gordijnen open gingen

6 minuten leestijd

Graag ga ik in op het verzoek om een artikel te schrijven in dit blad over het onderwerp, hoe de bevrijding in 1945 overkwam in een plattelandsgemeente, in het westen van het land, speciaal ook met het oog op het onderijwijs.

Wat velen met mij ongetwijfeld als inleiding tot de bevrijding zullen hebben gezien, is het feit geweest van de bevoorrading van de bevolking vanuit de lucht door geallieerde vliegtuigen in het voorjaar van 1945.

Dicht bij de school met de Bijbel te Krimpen aan de Lek, de school waaraan ik in die dagen als hoofd was verbonden, hadden de bezetters een paar betonnen muurtjes gebouwd, om bij een eventuele invasie van geallieerden, hun opmars daarmee te kunnen vertragen.

Die muurtjes, links en rechts van de rivierdijk gebouwd, loodrecht op de as van de rijweg, lieten slechts een smalle doorgang over.

Op een heldere aprilmorgen van het jaar 1945 verschenen de vliegtuigen om hun voedselpakketten uit te werpen.

Nooit zal ik vergeten, hoe vele van onze leerlingen op die muurtjes stonden te juichen en te zwaaien bij het zien van die vliegtuigen.

Achter de huizen van de Schoolstraat, waar toen nog alleen weiland was, werden die grote voedselpakketten uitgeworpen.

Wat een vreugde toen hun inhoud, bestaande uit blikken met kaak, Zweeds wittebrood, chocolade enz. onder de bevolking werd verdeeld. Heel goed te begrijpen was, dat bij de plaatselijke verdeling van de chocolade, niet meer dan één reep per kind kon worden toegewezen.

Na alle geleden ellende was men doorgaans heel zuinig met zo'n reep. Toch waren er uitzonderingen.

'Meester', hoorde ik op een bepaald moment naast me zeggen 'Jaap heeft met een paar happen z'n reep opgegeten. Vindt u dat niet erg?!'

Terwijl ik dit schrijf, denk ik aan de weelde van vele jongeren in 1985...

Toen volgde de eigenlijke bevrijding. Onbeschrijfelijke vreugde in ons dorp. Daar wapperde de vlag weer op de toren. Honderden Krimpenaars gingen de dijk op. Maar toen volgde er ook een dissonant. Aan de overkant van de Lek, in Kinderdijk, lagen nog duitse soldaten.

Die begonnen plotseling te schieten op onze vlag. Als hagelkorrels ketsten de kogels op het wegdek in de omgeving van de kerktoren.

Er ontstond een algemene paniek.

'Ik moet naar m'n kind!!!' riep de moeder van één van onze schoolkinderen en ze rende weg. Gelukkig vielen er geen slachtoffers, wat wel een wonder mag heten. Daar naderde in hun eenvoudige uniform: een afdeling van de Binnenlandse Strijdkrachten, kortweg de B.S. genoemd. En daar liepen tussen - ik kon m'n ogen eerst niet geloven - een paar vaders van leerlingen van onze school en ook oud-leerlingen, die vóór, maar ook nog wel tijdens de oorlog, voor pro-duits werden aangezien.

Mensen, die heel ersntig van levensopvatting waren, maar waarvan er kort voor de oorlog nog één tegen me zei: 'Nou Meester, ik geloof, dat het wel eens goed voor Nederland zou wezen, als we een paar jaren onder Hitler kwamen'.

Wat was ik toen ontsteld.

En nu, na de bevrijding, hoorden we weldra, hoe ook déze mensen hun leven hadden gewaagd als verzetsstrijders. Hoe ze bijvoorbeeld, wapens in de nacht uitgeworpen door onze bondgenoten in de polder, hadden overgebracht naar andere plaatsen, waar andere ondergrondse strijdkrachten ze nodig hadden voor bepaalde akties tegen de vijand.

Zodoende bemerkten we weer, hoe een mens kan veranderen. En hoe de Heere niet alleen het hart van koningen, maar ook van onderdanen kan neigen als waterbeken.

Ja, toen bij de bevrijding de gordijnen opengingen, kwam er veel aan het licht, ook in negatieve zin. Maar dit laatste wil ik hier maar laten rusten.

Heel het dorp vierde weldra feest. En waar kwamen ze toen toch vandaan, al die vlaggen en vlaggetjes?

Wat een feestelijk gezicht, ook al die oranje haarstrikken van de meisjes, toen de leer­lingen weer op school kwamen? Heerlijk, om de lokalen op de eerste werkelijke schooldag na de bevrijding - vanzelfsprekend ook een feestelijke herdenkingsdag - weer vol te zien lopen. Te meer, omdat van regelmatig schoolbezoek, de laatste maanden geen sprake was geweest.

Een paar onderwijzers vertoefden in de barre winter van 1944-1945 vaak elders. Ze gingen dan op voedsel uit of hadden andere 'bezigheden'.

Bovendien hielden vele ouders hun kinderen thuis met het oog op oorlogsgevaar.

Waren niet kort voor de bevrijding bij een luchtgevecht boven het dorp, overdag, projectielen op het schoolplein terecht gekomen? En waren niet op een paar honderd meter afstand van de school, twee jonge mannen, die op een strekdam van de rivier stonden te vissen bij een luchtgevecht door kogels dodelijk getroffen?

Slechts twee van de vijf schoollokalen waren de beide laatste maanden nog in gebruik geweest.

Die lokalen waren onverwarmd, maar in de overwegend zonnige maart- en aprilmaand van '45 was het verblijf er 's morgens nog dragelijk.

Dan scheen de zon vaak op de ramen en konden we er enkele tientallen leerlingen opvangen.

En toen, op een dag in de meimaand, kwamen, op een afgesproken dag onze leerlingen weer opzetten van alle kanten!

Wat hadden we de Heere te danken!

Te meer, omdat onze kinderen allen waren bewaard gebleven voor het oorlogsgeweld. En ik geloof zeker, dat velen, nadat we het vers besproken hadden, begrepen wat ze zongen:

'Een net belemmerde onze schreden, een enge band hield ons omkneld...'.

Deze kinderen wisten uit ervaring wat geweld en onderdrukking betekend hadden.

En daar klonk ook weer ons 'Wilhelmus', ons volkslied, dat we ook in de oorlog niet vergeten waren te zingen, evenmin als vele liederen uit 'Valerius Gedenckclanck'.

Nooit heb ik de waarde van deze liederen beter verstaan dan in de oorlogsjaren en tijdens de bevrijding van 1945.

Ze behelzen een rijke schat voor ons volk. Ja, ook nu nog! Onze vaderlandse geschiedenis is nauw met deze liederen verbonden. Onze vaderlandse geschiedenis, na de 2e Wereldoorlog zo vaak op de achtergrond geschoven. Niet het minst die van de periode 1940-45.

Laten we die toch vertellen, op onze scholen ook, in de geest van de dichter van Psalm 78, die zijn volk voorhield, dat de geschiedenis der vaderen moet verteld worden aan hun kinderen, opdat die ze zouden vertellen aan hun kinderen. Dus aan de navolgende geslachten.

Laten we daarom ook met onze jeugd die 78e Psalm zingen. Vooral het tweede vers:

Verborgenheên met diep ontzag te melden, die ons voorheen de vaderen vertelden, die wij hun kroost ook niet verbergen mogen die stellen wij het nageslacht voor ogen des Heeren lof uit 's lands historieblaan Zijn sterke arm en grote wonderdaan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Toen de gordijnen open gingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's