Bevrijding in Oosterwolde (Gld.)
Donderdagavond 19 april 1945!
Voor de kleine, wat afgelegen gelderse gemeente Oosterwolde was de voorgaande dag de bevrijding van het oorlogsgeweld gekomen. In het door bombardement gehavende kerkje, waar zo vaak tot de Heere God gebeden was om verlossing uit de grote nood destijds, mag men nu bijeen zijn om Hem te danken voor het grote wonder der bevrijding.
Het bedehuis is overvol.
Ontroerd en diep dankbaar zit de gemeente neer. En met de gemeenteleden tal van evacué's, onderduikers en mensen, die voor de honger uit het westen zijn komen vluchten.
Eigenlijk kan men het nog niet goed verwerken, dat de vreselijke tijd van spanning en angst echt voorbij is. Het laatste oorlogsjaar bracht dan ook onzegbaar veel leed. Diepe sporen lieten de twee verschrikkelijke razzia's van juli 1944 na, toen de bezetters joodse onderduikers door verraad hadden ontdekt, en de hele mannelijke bevolking als vee werd samengedreven, alle fietsen werden meegenomen, maar vooral dertig jonge mensen werden afgevoerd naar Duitsland. En nóg wist men niets van hun lot. Tijdens de hongerwinter hadden difterie en tyfus toegeslagen in het met Arnhemse evacué's en onderduikers over-bevolkte dorp. Een verdwaalde VI stortte neer vlak bij de kom van de gemeente, vernielde aan één kant alle ramen van het kerkgebouw, en richtte ook een enorme glasschade aan in de huizen en de pastorie, gelukkig zonder mensenlevens te treffen.
In de pastorie hadden wij zo onze eigen problemen.
Een er van hadden wij in 1944 al meegebracht bij onze overkomst uit Friesland in de vorm van een joods echtpaar, dat verstopt in grote kisten à la Hugo de Groot, meereisde in onze op kachelblokjes draaiende verhuisauto.
Het was een groot wonder uit 's Heeren hand, dat deze mensen tijdens de beide razzia's niet gevonden werden.
Bij de eerste razzia werd ik zelf gevangen genomen en bijna geëxecuteerd, tijdens de tweede werd mijn schuilplaats en die van onze onderduikers niet ontdekt. Na de oorlog bleek, dat de Duitsers mij reeds tot wegvoering naar 'n 'Vernichtunglager' hadden veroordeeld.
Al spoedig leefde ons gezin samen met vijf onderduikers plus vijf evacué's uit Arnhem, een gezin, waarvan de man een gedroste N.S.B.-er bleek te zijn.
In ons huis verbleven dus joden beneden en N.S.B-ers op de bovenverdieping. Dat vereiste binnenshuis strenge verkeersregels!
Alle argwaan werd echter bij onze evacué's weggenomen, doordat wij hen elke avond in onze huiskamer nodigden voor een gezamenlijke dagsluiting. Zij waren daarbij met ons gezin in de huiskamer en de onderduikers onzichtbaar achter de schuifdeuren in de suite. Zo lazen wij samen Gods Woord en droegen ons leven aan de Heere op in 't gebed. De evacué's bekenden later zelfs nooit vermoed te hebben, dat er onderduikers in ons huis waren.
Het werd ondertussen wel erg behelpen in een huis, waar zoveel mensen verbleven en waarvan het grootste deel van de ramen dichtgespijkerd zat met karton. Een donkere, koude en tochtige pastorie!
Enkele weken voor het einde van de oorlog kregen wij er nog 'n paar onderduikers bij in de vorm van twee paarden van het ondergrondse leger, die in onze schuur gestald werden. Helaas waren het van huis uit aan eIkaar vreemde makkers, die dag en nacht tonden te stampen en te snuiven... terwijl de duitsers overal naar paarden zochten! Gevaar loerde trouwens overal.
Op een van mijn onderduikerscatechisties, ergens in een afgelegen boerderij, ontdekte ik plots tot mijn schrik een... ex-SS-er onder de catechisanten!
Daarbij kwam voortdurend allerlei oorogsleed in de gemeente. Nog slechts een week voor de bevrijding maakten wij een verschrikkelijke ramp mee. De boerderij an de familie Fransman werd getroffen door een zware beschieting vanuit de lucht. Velen van de gezinsleden en evacué's werden getroffen, de enige zoon, de 14-jarige Klaas, helaas dodelijk. De boerderij brandde geheel af. Alle vee kwam in de vlammen om. Eén dag voor de bevrijding werd Klaas Fransman grafwaarts gedragen. Als dan de volgende dag de hele gemeente plotseling vol vlaggen hangt, en men op donderdagvond 19 april samenkomt in de kerk, omdat ineens alle oorlogsdreiging voorbij is, heerst er een gevoel zoals psalm 126 dit ver tolkt: 'Wij waren als degenen, die droomden'.
Hoe goed is het dan te komen onder Gods Woord, dat op zo wondere wijze diepe enrst en grote vreugde verbindt, zodat de apostel Paulus zeggen kan: 'droevig zijnde doch altijd blijde'. Onze tekst was die avond Daniël 2 : 21a: 'Want Hij verandert de tijden en stonden; Hij zet de koningen af en Hij bevestigt de koningen'. Een ontroerend samenzijn, met... nog 'n ongedacht slot!
Toen ik aan het einde van de dienst de gemeente hartelijk bedankte voor de hulp ons gezin in de afgelopen moeilijke tijd geboden, waardoor dertien pastorie-bewoners in leven waren gebleven, liet ik mij ontvallen dat ook twee paarden van het ondergrondse leger zo uit duitse handen waren gered. Toen klonk een lach op uit de stampvolle kerk alsof een spanning brak. Dat laatste zal wel hoogst zelden voorkomen in onze kerkdiensten! Mij althans overkwam dit maar één keer!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's