Openheid en voorzichtigheid
De kerkelijke pers en de dagbladpers
Enige tijd geleden pleitte ik in deze kolommen voor een zekere openheid in kwestieuze zaken in het kerkelijke leven. We leven in een tijd van mondigheid. Verzwijging van bepaalde problemen kan ook tot verdringingen leiden, die spanningen extra kunnen opvoeren. Verder is het zo dat wanneer vandaag de pers van bepaalde zaken lucht krijgt men er snel bij is om zelf een verhaal te brengen wanneer betrokkenen menen terughoudendheid te moeten betrachten. Bij openheid hoort intussen ook bespreekbaarheid van moeilijke, zelfs omstreden zaken.
Er is echter ook wel aanleiding om de functie van de (christelijke) pers in kerkelijke zaken nader te bezien. De pers houdt zich met de kerk bezig, althans bepaalde persorganen doen dat. Dat is op zich verheugend. Aan de andere kant rijzen hier vragen.
Het Nederlands Dagblad bracht dezer dagen een artikel van de hand van P. A. Bergwerff onder de titel 'Kerknieuws in de krant'. Kerkgebonden als het Nederlands Dagblad is staat men daar voor de vraag hoeveel plaatselijk kerkelijk nieuws men brengen moet (met name uit de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken). De plaatselijke of regionale of landelijke kerkbladen (van deze kerken) brengen immers óók het nodige nieuws. Maar wil men als kerkelijke familie met elkaar meeleven dan is het dagblad ook de plaats waar nieuws uit de kerken voor informatie over en weer zorgt.
Anderzijds kan een blad als het Nederlands Dagblad vanwege de verbondenheid in of gemeenschap mèt de kerken er niet omheen om ook inhoudelijke zaken, die kerken betreffende, aan de orde te stellen. Daarom gaat het in het Nederlands Dagblad nogal eens om dezelfde zaken als in de Reformatie, het officiële kerkelijke orgaan voor de vrijgemaakt gereformeerde Kerken. Het is daarbij zonneklaar dat men in beide gevallen, zowel in het Nederlands Dagblad als in de Reformatie, wel de nodige behoedzaamheid zal moeten betrachten en dus ook metterdaad betracht als het om zaken gaat, die intern gevoelig liggen. Terwijl het evenwel toch ook niet aan de nodige openheid ontbreekt.
Een probleem
Het is echter een groter probleem om met een dagblad een brede sector van kerken en kerkelijke groeperingen te willen of moeten omvatten. Te denken valt bijvoorbeeld aan het Reformatorisch Dagblad.
Zulk een krant heeft géén kerkelijke formule. Het brengt wel nieuws uit en van de verschillende kerken en moet zorgen dat ieder 'aan z'n trekken komt'.
In het aanbieden van nieuws (uit de gemeenten en de kerken) staat het dagblad dan wel in een gunstige 'concurrentie'positie ten opzichte van de kerkelijke bladen. Men brengt het nieuws eerder omdat de krant dagelijks verschijnt. Ongetwijfeld zal het daardoor voorkomen dat mensen menen aan hun dagblad voor het 'kerknieuws' genoeg te hebben en hun kerkelijk orgaan niet nodig hebben of het er zelfs aan geven. Het dagblad vist in de kerkelijke vijver en ligt in bepaalde opzichten vóór op de kerk(elijke)bladen.
Maar een dagblad is er niet alleen voor het 'nieuws, het houdt zich ook bezig met opvattingen, meningen, visies, verschilpunten. En daar komt toch wel een wezenlijk probleem om de hoek kijken. Elk orgaan, dat in een bepaalde kerkelijke kring verschijnt, zal behoedzaam met interne problemen, verschillen van inzicht om moeten gaan. Als dat dan maar geen verdringing betekent! Vandaar de al eerder bepleite openheid. Maar de vraag rijst: tot hoever? Hoe gaan we met interne verschillen om? Want in een tijd van polarisatie is er maar weinig nodig om vuurtjes aan te wakkeren. En als we één ding nodig hebben in deze harde tijd, waarin zoveel wankelt en op de tocht staat, dan is het wel de stok liefelijkheid en samenbinding.
Maar - en dat is een probleem en een gevaar - er is dan alle kans dat behoedzaamheid en voorzichtigheid (uit liefde en oog voor het geheel) aan de ene kant (in eigen kerkelijke kring) doorkruist wordt door onvoorzichtigheid aan de andere kant, die van de krant.
Wanneer een dagblad, dat in een bepaalde breedte van de kerken verschijnt, zich telkens oordelen aanmatigt over zaken, die in een bepaalde kerk of kring binnen de Gereformeerde Gezindte aan de orde zijn, dan wordt deze wel uiterst kwetsbaar; kan ze bovendien zelf conflict-aanscherpend of -bevorderend werken.
Een voorbeeld
Het is goed om in deze ook concreet te worden. Lange tijd heeft het R.D. geen ingezonden stukken rubriek aangedurfd. Nu deze rubriek er toch gekomen is blijkt hoe bepaalde artikelen bepaalde lezers slecht smaken. Ze liggen in de gevoelige sfeer van wat controversieel is (of wordt gemaakt) in de Gereformeerde Gezindte.
Een duidelijk voorbeeld vertonen nu de ingezonden stukken over de serie bijdragen, die het R.D. zich permitteerde en de lezers aandeed over het jongerenvraagstuk in de Gereformeerde Gezindte. Ik kan er niet aan denken om de inhoud van al die lijvige bijdragen weer te geven. Wié ze niet gelezen heeft kan ze dunkt me het beste opvragen. Maar na lezing van deze stukken blijft één vraag over: welke zaak heeft men willen dienen en heeft men ook daadwerkelijk gediend?
Er zijn enkele - voor bepaalde lezers kennelijk schokkende - verhalen geweest over jongeren in de zelfkant van de Gereformeerde Gezindte of (reeds) daarbuiten. Verhalen, die in wat meer sensatie-gerichte persorganen ook niet zouden hebben misstaan. Want er zouden natuurlijk tal van andere jongeren te interviewen zijn geweest. Maar, hoe dan ook, een zodanige openheid is wel betracht, dat aangetoond is dat ook de Gereformeerde Gezindte in engere zin een jongerenvraagstuk heeft. Dan komt er ook nog een verhaal over een 'R.D.-café', waarmee een soort open huis voor jongeren op zaterdagavonden bedoeld is (de Oude Duikenburg in Echteld). Honderden jongeren uit de Gereformeerde Gezindte komen daar kennelijk hun zaterdagavonden doorbrengen. Verder zijn in al die bijdragen ook de nodige statements weggegeven over allerlei kerken en met name kerkelijke jeugdverenigingen. Ieder zal daar zo z'n eigen pijn aan hebben gehad.
Tenslotte was er dan een afrondende bijdrage, waarin drie (a.s.) pastores aan het woord waren. Welnu, dat gesprek met genoemde predikanten moest kennelijk de afsluiting zijn met betrekking tot de aan de orde gestelde problematiek. Met het gevolg: diverse kritische ingezonden stukken!
Opbouw?
Me dunkt dat nu in alle ernst de vraag gesteld mag worden wat de opbouwende functie van al deze bijdragen is geweest. Ik weet niet in hoeverre het aan de twee medewerkers toe te vertrouwen was om een dergelijk gecompliceerd en zwaarwegend vraagstuk aan de orde te stellen. Hoe was hun eigen betrokkenheid bij het jongerenwerk? In ieder geval heeft men, niet gehinderd door enige voorzichtigheid, zóveel zaken overhoop gehaald dat men evenzovele zaken néér haalde.
Kan men nog stellen dat de eerste artikelen informatief bedoeld waren, in de laatste bijdrage ging het kennelijk om een min of meer redactionele afronding. Welnu, als we dan even op een rij zetten wat er allemaal niet onder de hamer kwam: De Oude Duikenburg, het open jeugdwerk in het algemeen, het Windrooswerk, de E.O. (in bittere bewoordingen), en dat terwijl van een constructieve bijdrage in de richting van het kerkelijk jongerenwerk weinig sprake was. Bovendien werden ook nog de nodige kwalificaties weggegeven, die betrekking hebben op het al of niet tot 'Gods volk' behoren op grond van uiterlijke kenmerken, waar men zo z'n vragen bij kan hebben.
Let wel, ik ga over de kritisch aangesneden zaken geen verhandeling houden, laat staan dat ik een soort pleitbezorger zou willen zijn voor alles wat zich als jongerenactiviteiten in de kerken aandient. Maar als het jongerenvraagstuk wordt afgedaan met de suggestie (van J. G. van Aalst) dat jongeren 's zaterdagsavonds eigenlijk thuis horen dan is dat toch wel ver bij de werkelijkheid vandaan, al zal niemand de onschatbare waarde van een goed functionerend gezinsleven ontkennen. Integendeel, daar staat of valt alles mee.
Voorzichtigheid en begrip
Ik kom vanuit dit voorbeeld nog even terug op het begin van dit artikel. Elke kerkelijke kring heeft z'n eigen zorgen, met name ook over de jongeren en vóór de jongeren als het goed is. Als het goed is wordt in eigen kring zorg gedeeld, in liefde gedeeld. Niet zodra echter gaat een dagblad zich met zaken als bovengenoemde bezig houden of er is sprake van afstandelijkheid, om niet te zeggen journalistieke gewaagdheid ook. Dat leest best 'lekker'. Maar wat is het effect?
Wekelijks zijn in ons land in de kerken nog vele jongeren bezig zich te geven aan verantwoord jongerenwerk. Soms kwetsbaar, soms best vatbaar voor kritiek. Maar zou er niet alles aan gedaan moeten worden om jongeren weg te houden van plaatsen met een verpestende atmosfeer en hun een goed alternatief te bieden voor bezinning en gezelligheid! Voor de één zal dit alternatief liggen op het vlak van het gewone verenigingswerk, voor de ander op het vlak van open jeugdwerk of andere eigentijdse vormen van samen zijn, die desalniettemin volkomen verantwoord zijn (waarom werd geen eerlijke informatie daarover in de artikelen gegeven, van binnenuit geschreven? ).
Als kerk en gemeente zullen we om jongeren en hun werk heen mogen staan. Ik weet echter dat velen de pijn gevoelden van artikelen als die nu gepubliceerd zijn. Velen kwamen in feite in de beklaagdenbank, terwijl ze zich met inzet en bewogenheid geven voor een stukje werk in de dienst des Heeren.
Een dagblad, dat zaken als genoemde aan de orde stelt, mag wel weten hóe dit geschieden zal. En het is de problematiek van een dagblad, dat interkerkelijk opereert en dan kerkelijke zaken aan de orde stelt, dat men met de porseleinkast te maken heeft. Het Nederlands Dagblad heeft het wat dit betreft gemakkelijker dan het Reformatorisch Dagblad. Maar het luistert dan ook bij het R.D. nét iets nauwer als het gaat om de vraag of en hóe men kerkelijke (binnenkerkelijke) zaken aan de orde stelt.
Het is in ieder geval een veeg teken als er sprake is, telkens weer, van 'geraakte' mensen, die hun gevoelens uiten in de nu gestarte rubriek 'Opgemerkt'.
Een dagblad mag geen supra-kerkblad zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's