De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen stiefkind maar troetelkind

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen stiefkind maar troetelkind

Met het oog op de jongeren

7 minuten leestijd

open brief aan predikanten en kerkeraden

Baarn, april 1985

Broeders, De laatste tijd bereiken mij steeds meer berichten, dat veel van onze jongeren in een afhaakproces zitten. Velen hebben dit proces al achter de rug - die zijn we kwijt. Anderen zitten er middenin - die zijn we op dit moment aan het kwijtraken. Veel predikanten en kerkeraden hebben er nauwelijks erg in wat er allemaal aan de hand is in de wereld van de jongeren. In mijn contacten met jongeren en leidinggevenden in heel het land hoor ik daar verontrustende geluiden over. Vandaar dat ik deze open brief aan u schrijf om u de zorg voor onze jongeren op het hart te binden en om u dringend te vragen royale aandacht te besteden aan het werk voor en onder de jongeren.

Het jeugdwerk komt in veel kerkeraadsvergaderingen zelden of nooit ter sprake, terwijl het naar mijn overtuiging een vast agen­dapunt zou moeten zijn. Het wordt vaak als stiefkind behandeld, terwijl het verdient een troetelkind te zijn. Meestal wordt het jeugdwerk helemaal overgelaten aan hen die een directe taak in het verenigings- en clubwerk hebben. Maar het werk onder de jongeren is geen zaak van enkele enthousiastelingen of hobbyisten, maar een zaak van heel de gemeente! Het is van bijzonder groot belang, dat dit stukje gemeentewerk daarom ook op een stimulerende wijze door heel de kerkeraad gedragen wordt.

Het zal u toch niet ontgaan, dat veel jongeren het ontzettend moeilijk hebben? En dat de zuigkracht van het moderne levensgevoel enorm sterk is? Hebt u er ook erg in, dat er ook jongeren zijn die zich teleurgesteld van de kerk afkeren (onder wie er zijn die naar vrije gemeenten gaan), omdat zij zich niet wezenlijk in hun gemeente opgenomen voelen... omdat er niet naar hen geluisterd wordt... omdat hun vragen niet worden beantwoord... Onderschat u alstublieft de ernst en de massaliteit hiervan niet! U zult ongetwijfeld te maken hebben met vragen van jongeren. Gaat u daar ook eerlijk op in? Bent u open naar hen? En komt u hen in hun behoefte aan een zekere pastorale koestering in een liefdevolle gemeenschap tegemoet?

Weet u, jongeren ervaren kerkeraden als defensief. Ze zeggen: het is net alsof kerkeraden bang zijn voor de vragen die wij stellen en de dingen die wij vragen ...alsof zij het vervelend of lastig vinden dat we er zijn en dat we zo onze eigen vragen en soms ook bepaalde wensen hebben.

Wat jongeren onder woorden brengen, dat is ook de reden waarom jeugdouderlingen het vaak moeilijk vinden om in de kerkeraad als jeugdouderling te functioneren. De positie van de jeugdouderling is in de meeste gevallen niet gemakkelijk. Hij staat tussen de kerkeraad en de jongeren in. De kerkeraad verwacht van hem, dat hij steeds het '-standpunt' van de kerkeraad uitlegt en verdedigt naar de jongeren toe, en de jongeren verwachten van hem, dat hij in de kerkeraadsvergaderingen hun stem vertolkt en voor hun 'belangen' opkomt, hetgeen vaak betekent dat ook de jeugdouderling als een lastige figuur wordt beschouwd.

Ik zou graag bij u zowel voor de jongeren als voor hen die een bijzondere taak in het jeugdwerk hebben willen opkomen. Zij hebben uw gebed, uw hart, uw begrip en uw wijze raad nodig. En ook uw spontane betrokkenheid en hartelijke steun.

Misschien mag ik u een aantal onderwerpen ter bezinning aanreiken? Ik doe dat dan met name met het oog op de jongeren, hoewel ik daar direct aan toevoeg dat we bij het werk onder de jongeren principieel midden in de gemeente bezig zijn en zo ook bijv. met ouderen te maken hebben in hun relatie tot de jongeren. Vandaar dat ik wil beginnen met het noemen van onderwerpen die betrekking hebben op de gemeente en het gemeente-zijn. Hoe het met het jeugdwerk gaat, heeft immers alles te maken met het functioneren van de gemeente als gemeenschap. En of jongeren zich bij het kerkelijk leven betrokken weten, hangt mede af van de vraag wat voor een gemeente de gemeente is waartoe zij behoren. Als ik daarom uw aandacht wil vragen voor de jongeren, dan vraag ik niet in de eerste plaats uw aandacht voor het jeugdwerk maar voor de gemeente, waar de jongeren een deel van zijn en voor het gemeente-zijn, waar het jeugdwerk een stukje van is. Hiermee geef ik gelijk de bedding voor het jeugdwerk aan.

Het lijkt me het beste onderwerpen te formuleren als vragen die u aan uzelf zou kunnen stellen en die u als richtlijn zou kunnen volgen bij uw bezinning. Ik leg deze vragen hierbij aan u voor: Wat zegt de Schrift over de gemeente? Wat is onze gemeente voor een gemeente? Wat zijn onze rijkdommen, en wat doen we daarmee? Delen we ze ook uit? Brengen ze ons tot dankbare gehoorzaamheid en lofprijzing? Wat is onze armoede? Wat zijn de oorzaken daarvan? En wat is onze verantwoordelijkheid hierin? Hoe geven wij als ambtsdragers leiding aan en in de gemeente? Wat zijn de gaven die aan (de leden van) onze gemeente geschonken zijn? Gebruiken wij zelf onze gaven op de juiste wijze en hoe helpen wij anderen - met name belijdeniscatechisanten - hun gaven te ontdekken en ook in te zetten voor de opbouw van de gemeente? Functioneert het ambt van gelovige in de gemeente? Is er gemeenschap en liefde? Dragen wij elkaars lasten in de gemeente en staan wij elkaar bij in noden? Is er meeleven met en voorbede voor elkaar? Is er ook onderlinge schuldbelijdenis en vergevingsgezindheid? Wordt er op een goede wijze vermaand? Is onze gemeente een pastorale, diaconale en getuigende gemeenschap? Zijn daar ook de benodigde gemeenschapsvormen voor aanwezig? En worden allen die tot de gemeente behoren ook aangemoedigd daarin hun plaats in te nemen?

Van hieruit wil ik nu naar de jongeren toegaan: Wie zijn onze jongeren? Kennen wij ze? Wat is hun achtergrond? Zijn ze betrokken bij het kerkelijk leven? Zo ja, waarom? Hoe zijn ze erbij betrokken? Wat betekent de kerkdienst voor hen? En de gemeente? Weten we wel, hoe ze over de kerkdienst en de gemeente denken? Proberen wij ons in te leven, hoe jongeren een en ander ervaren? En de jongeren die niet meeleven, waarom doen ze dat niet? Waarom haken jongeren eigenlijk af? Wat is onze zorg hierin? Wat staat ons concreet te doen? Kennen wij de leefwereld en de vragen van onze jongeren? Hoe kunnen wij hen het beste toerusten en begeleiden? Wat geven wij hen vanuit het Woord mee, en hoe doen we dat? Hoe maken wij hen het beste weerbaar te midden van een wereld, die steeds meer het stempel draagt van een geseculariseerd en atheïstisch levensbesef? Hoe creëren wij voor de jongeren ruimte in de gemeente om zich uit te spreken en hoe luisteren wij hierin naar hen?

Besteden wij (voldoende) aandacht aan relatievorming en relaties, aan huwelijksvoorbereiding en huwelijken, aan gezinnen en alleenstaanden? Hoe kunnen wij ouders bijstaan in de opvoeding van en omgang met hun kinderen in de verschillende levensfasen? Hebben wij een oplettend oog en een pastoraal hart voor hen die eenzaam zijn, voor gebroken relaties (met name in huwelijk en gezin)?

Hoe is in dit alles onze persoonijke omgang met God in Woord en gebed? Weten wij ons absoluut afhankelijk van de Heilige Geest en zoeken wij voortdurend de vervulling met Hem?

Dit zijn bij elkaar heel wat vragen. Ze zijn als een handreiking voor de zo noodzakelijke bezinning in de kring van ambtsdragers bedoeld en bieden gespreksonderwerpen voor meerdere besprekingen. Wellicht kunt u er ook bezinningsstof uit putten voor uw vergaderingen.

Van harte wens ik u goede vergaderingen toe. De Heere geve u wijsheid en de leiding van Zijn Geest, opdat u uw ambtelijk werk mag doen ook met de jongeren in het hart. En is in het hart ook niet in het oog? Met broederlijke groeten,

Zie de brochure 'Met het oog op de gemeente'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geen stiefkind maar troetelkind

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's