De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

Ditmaal min of meer opmerkelijke uitspraken van min of meer bekende personen: van her en der bijeengezameld:

• MARGARET THATCHER

Niemand zou zich de Barmhartige Samaritaan herinneren wanneer die alleen maar goede bedoelingen had. Hij had ook geld.

• MOEDER THERESA

De landen die abortus gelegaliseerd hebben, zijn de armste landen ter wereld.

Jezus zei ons: Heb elkaar lief. Hij heeft niet gezegd: Heb de hele wereld lief.

De ergste ziekte van tegenwoordig is niet lepra of tuberculose, maar het gevoel dat je ongewenst, onverzorgd en door iedereen verlaten bent. Het grootste kwaad is het gemis van liefde, de afschuwelijkste onverschilligheid voor de naaste die in de berm woont en bedreigd wordt door uitbuiting, corruptie, armoede en ziekte.

• NANCY REAGAN

Ik ben vóór de doodstraf... ik denk dat dat levens kan redden.

• GOLDAMEIR

Op een dag kwam op een kabinetsvergadering de toeneming ter sprake van het aantal nachtelijke aanvallen op vrouwen. Eén van de ministers kwam op het idee van een avondklok: na donker moesten de vrouwen in huis blijven. Maar, zei ik, het zijn de mannen die geweld plegen! Als er een avondklok moet komen, moeten de mannen in huis blijven, niet de vrouwen.

* * * Nog belangrijker dan een oorlog te winnen is het om helemaal geen oorlog te hebben.

• LUTHER

Het menschelijk hart is als een schip, varende op een onstuimige zee. Nu eens stoot de vrees, voorzorg en naderend ongeluk er tegen aan, dan weer de ontroering over het groote lijden dat alom aanwezig is. Een anderen tijd wordt het bewogen door hoop en levensmoed met het oog op komend geluk, dan weer door de rust over vreugd en over goederen, die wij bezitten. Dit alles leert ons met ernst spreken, het hart openen en uitstorten. Waar vindt men dit heerlijker dan in de psalmen: de lof- en dankpsalmen! Daar ziet men alle heiligen in het hart, alsof men in een heerlijken schoonen tuin wandelt! Maar daar vindt men ook de diepste, pijnlijkste woorden van droefheid. Ook in de klaagpsalmen ziet men de heiligen in het hart. Hoe duister is het daar bij het ervaren van den toorn Gods.

• VADER CATS

Die van een zoontje zwanger gaat, Heeft veel een schoon en blij gelaat.

Maar gaat ze van een meisje zwaar, Zo is haar wezen niet te klaar.

***

In 1938 verscheen een boek - we vonden het op een 'rommelmarkt' - van mevr. M. J. de Vrijer-Struijs, echtgenote van de bekende prof. dr. M. J. A. de Vrijer, die boeken over oude schrijvers, o.a. over Schortinghuis, schreef. Het boek, dat tot titel heeft 'Dertigjaren domineesche - herinneringen en vertellingen, beleefde in het jaar van verschijnen liefst acht drukken. Welnu, de inhoud is er ook interessant genoeg voor. Hier een passage over Amsterdam:

'Een van de aandoenlijkste begrafenissen, die mijn man in de Binnenstad leidde, is zeker wel geweest die van onze "Roeltje". "Roeltje" was een man. En "Roeltje" was niet helemaal gewoon, hoewel zijn moeder en zijn vrouw zeiden, dat hij "een beste jongen" was. Maar doordat "Roeltje" niet helemaal gewoon was, was hij, vrees ik, ook wel eens in de war met "het mijn en dijn". Daar dat in een gewone mensenmaatschappij nu eenmaal niet gaat, verbleef onze "Roeltje" wel eens in het gevang. Hij begreep per slot ook wel, dat dit zo zijn moest. Kwam hij daarna terug, dan had hij weer z'n goudvissen, z'n duiven en z'n kaart-vrinden.

Maar ziet, op een keer dat "Roeltje" weer het grootste gedeelte van zijn dag op straat doorbracht, hing hij over een brug ' 'kringetjes te spugen'' (een zeer geliefkoosde bezigheid in Oud-Amsterdam). Een "meheer" tikte hem op de schouder en zei: "Woont hier dichtbij ook een fietsenreparateur? " "O, jawel, meheer", zei "Roeltje", "kijk maar, hier schuin over".

De "meheer" met zijn fiets daarheen. Nu wilde het ongeluk, dat enige uren later die fiets gestolen was en, ik zou haast zeggen "natuurlijk", verdacht men "Roeltje" daarvan en werd hij opgehaald en in de gevangenis gezet. Maar in dit geval was hij onschuldig. Dat hij nu gearresteerd werd, griefde hem zozeer, dat hij in de cel met potlood op een stukje van een bruin boodschappenzakje schreef: ' 'Ik hep et niet gedaan". Daarna maakte hij een eind aan zijn leven.

Hoe was de buurt ontdaan. Toen mijn man naar de begrafenis ging, stond de hele omgeving vol met mensen op straat. Mijn man verkondigde het Woord Gods. In diepe, diepe afgronden staat een mens huiverend te staren. Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Barmhartig en genadig is de Heere, lankmoedig en groot van goedertierenheid.'

Het kleyn vroetwijfsboek is verschenen in de 17e eeuw en tal van malen herdrukt. Het vermeldde tal van 'wetenswaardigheden' over pas geboren kinderen en over verplichtingen voor moeders direct na de bevalling. Uit een boek over volksgebruiken in Nederland ontlenen we hiervan het volgende:

'Aan het kind kon met een oogopslag worden gezien wat voor volwassene eruit zou groeien. Hield het de vuistjes gesloten, dan werd het gierig. Een dubbele kruin duidde op koppigheid of knapheid. De eerste nageltjes moesten er door de moeder worden afgebeten, anders werd het een dief. Meten kon men het ook beter niet, want dan mat men zijn doodskistje. Verder waren roodharigen "van God getekend" en hadden een leven van plagerij en bespotting voor zich. Vrijdagskinderen stierven spoedig, terwijl woensdag-, zondags- en kerstkinderen gelukskinderen waren, waarbij de laatste twee nog in de toekomst konden zien. Dat was eveneens het geval bij hen die met de helm, een deel van het geboortevlies dat om het hoofd zat, ter wereld kwamen. Zij bezaten "het tweede gezicht", "de voorschouw" of onder wat voor plaatselijke synoniemen de gave dood, brand, misoogst, misdaad en rampen te voorzien verder bekend stond.

Zo 'n helm bracht de drager geluk, maar werd door de omgeving juist eng gevonden. Men kon die helm beter verbranden of elders weer bewaren om te voorkomen dat het kind straks daadwerkelijk onaangename tijdingen zou aanzeggen.

Tot slot waren er tal van bepalingen voor de kraamvrouw, die te maken hadden met de onreinheid die haar werd toegedicht. Gewestelijk mocht ze niet de stallen betreden, de was doen of de kleren in de kast leggen; nabij ingemaakte groenten en vers geslacht vlees komen, haar handen in koud water steken, vet uitbraden of pannekoeken bakken, of de kerk passeren vooraleer ze ongeveer zes weken na de bevalling haar kerkgang of begankenis had gemaakt, wat de periode van haar onreinheid officieel beëindigde. Overigens moest het kraambed tenminste negen (heilig getal) dagen duren; was de moeder eerder opgestaan, dan moest ze althans die dag weer in bed gaan liggen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's