'De gevangenis gevangen genomen'
Daarom zegt Hij: ls Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft de mensen gaven gegeven. (Efeze 4 : 8)
Een merkwaardig woord: De gevangenis gevangen genomen.
Midden in zijn betoog over de eenheid van het geloof citeert Paulus een psalm woord. Hij doet dat wel eens meer. In een lerend en vermanend betoog geeft dat ineens een heel nieuwe dimensie. Een betoog kan erdoor van een theoretische indruk worden bevrijd. Dwars er doorheen klinkt als het ware een jubel. Een juichtoon die alles ineens in de verhouding brengt van Gods eigen werk. Grote daden van God worden zo ingevlochten op zingende wijze in zorgvolle gemeentezaken, maar ook op heel persoonlijke manier. Het geheel van de gemeente, en daarin ook de enkeling, wordt geprikkeld tot beleving van wat God heeft gedaan en nog zal doen. Gedenken aan hetgeen Hij heeft verricht schept nieuwe verwachtingen!
Er wordt over de Hemelvaart weinig en dan nog kort geschreven in de bijbel. Onze geografische en rationele belangstelling worden klein gehouden, maar het geloof wordt erdoor gesterkt: Dat leeft bij alwat God heeft geopenbaard. Voor de apostelen en voor de gemeente van toen en nu geldt: Uit dat weinige wat wij ervan weten geeft God Zelf èen overvloed, want openbaring is: Opening van de hemel. En dat is een genadewonder.
Met de komst in ons vlees door Christus gaat de hemel open. Gods beloften worden vervuld. Met Zijn lijden en sterven is het niet uit, zodat de hemel toch gesloten blijft voortaan: Neen, Hij is opgewekt en Hij leeft. Hij kan niet meer worden gehouden door satan, zonde en dood. Ook niet door Maria Magdalena of anderen. Hij vaart op naar Zijn Vader.
Is de vreugde dan toch van korte duur? Neen, Zijn beloften zullen hun uitwerking verkrijgen. Niet ongetroost blijven de discipelen achter. Er volgt nog genoeg.
Afscheid met vreugde want de Koning komt thuis.
Was bij Zijn geboorte de hemel van boven naar beneden geopend - in de richting die ons altijd laat zien wat genade is! - nu is de beweging van beneden naar boven in triomf en veelbelovend voor de Zijnen.
De gemeente wordt met hemelvaart terug naar Jeruzalem verwezen, maar vast staat dat de gemeente tenslotte naar huis kan om de Heere eeuwig te danken. De verborgenheid der godzaligheid is groot, maar de climax ervan is: God is opgenomen in heerlijkheid (1 Tim. 3 : 16).
Daar gaat het heen.
Teruglezend in de Schrift zingt de apostel van de rijke betekenis van hemelvaart voor de gemeente. Het psalmcitaat uit psalm 68 zingt van de ark. Als overwinningstrofee was de ark in de handen van de Filistijnen gevallen. Schuld van ontrouwe priesters en ook van het volk! IKABOD! De eer is gevankelijk gevoerd. Als de Heere niet meer onder Zijn volk woont is het reddeloos verloren. In de psalm is echter van de terugkeer volop sprake.
De ark wordt 'opgebracht', heel letterlijk: omhooggevoerd naaf de berg Sion. Daar zingt het volk: Sta op, Heere, laat Uw vijanden worden verstrooid. En als de ark boven is gebracht zingt het: Gij zijt opgevaren in de hoogte. De ark terug: Personificatie van Gods terugkeer onder Zijn volk.
In psalm 68 is sprake van een vervulling, en tegelijk klinkt alles profetisch. Zoals de terugkeer van de ark de bevestiging van Gods Koningschap laat zien, zo laat de hemelvaart het Koningschap van Christus zien.
Terug, thuis. God kan weer wonen onder Zijn volk.
Zonder Jezus? Niet op aarde? Hier is toch wel verschil...
Nee, want ons zien is niet op de ark, maar de harten opwaarts: Hogerop: Christus! De genadeslag die vijanden overwint - zonde, duivel en dood teniet doet - wordt de maatslag van een psalm voor Gods kinderen: De gevangenis is gevangen.
Deze God is onze God, eeuwig en altoos! 's Vijands kop is vermorzeld.
De gezonden zoon, de tweede Adam, is niet meer op te sluiten in de gevangenis. Hemelvaart is: Gratie verlening voor gevangenen in zondeschuld en angst voor de dood. Christus maakt ze los en houdt ze vrij voor de toekomst. (Ook al worden ze om Zijnentwil ooit nog geboeid en van vrijheid beroofd!)
De discipelen loven en danken daarom in de tempel. Ze wachten op de toegezegde gaven: Vooral de gave van de Geest. Maar eigenlijk zijn zij met Christus reeds in de hemelen gezet en is hun burgerschap in de hemelen. In de tussentijd die wacht op de voleinding van Christus' werk zijn zij behalve geborgen ook op Zijn gaven aangewezen.
Kinderen Gods zijn er ook aan te herkennen: Zij steken het hoofd omhoog. En Christus heft hun hoofd omhoog wanneer ze zelf niet kunnen (psalm 3). De gaven van rechtvaardiging door het geloof en van een Godverheerlijkend leven zullen hen niet ontgaan. De Geest neemt het alles uit Christus om te geven aan wie Hem nederig te voet vallen en Sions vorst erkennen als hun Heer! En zij zeggen: Hij is ons ten goede DAAR! Zie ze eens wijzen naar boven? Nu is het met Christus echter anders als met andere overwinnaars. De laatsten ontvingen gaven voor zichzelf, maar Christus ontvangt gaven om uit te delen. De verwerving van de gaven stelt Hem in gelegenheid Zijn gaven toe te passen in het leven van 'wederhorigen'.
Nog eens: Rechtvaardiging en heiliging, maar ook ontdekking en zelfkennis en mishagen. Kennis van de gevangenis en van de Bevrijder: Kennis aan Hem door de gemeenschap des geloofs. Dat is altijd een stervend en bedelend leven. Maar: Bedeling van de Geest betekent nooit armoede, maar rijkdom uit genade! Naar de gemeente toe, want daar ging het in Efeze om: Volmaking der heiligen totdat allen komen tot de enigheid van het geloof en de kennis van de Zoon van God en tot opbouwing in de liefde.
De hemelvaart van Christus bevestigt Zijn komst en fundeert de verwachting van Zijn wederkomst. Dus kort gezegd: Hemelvaart kan niet gemist met het oog op het heil, en ook niet met het oog op de gemeente.
En als de apostel verder in deze brief over bijzondere ambten schrijft sluit dat niet uit de vervulling van de gehele gemeente met Zijn gaven. Dat er ouderlingen(-kerkvoogd) en diakenen en predikanten zijn sluit niet uit de gaven aan elk en een ieder die de Heere verwacht.
De gave der verkondiging is bijzonder en ook weer voor allen: Getuigen der hoop. Ook met name onze jonge mensen plukken de vrucht van hemelvaart! En het diakonaat moge veel taken verloren zijn aan de maatschappij: er komt een tijd en situatie dat God dit werk weer bijzonder aan de orde stelt! Nu reeds! En het koningschap door de regering van de kerk d.m.v. ouderlingen is ook heerschappij over zonde en ongerechtigheid in het alledaagse leven van ieder! Wie zich deze gaven onttrekt, wie geen hemelvaart kent, is geen echt ambtsdrager noch een christen.
Wie de betrekking tot Christus - enigermate nog misschien - kent, verwacht ook de vervulling van de gaven, en zal staan naar opwassen in al wat Hij geeft. Mondjesmaat is beneden de maat van de Hemelvaartskoning.
Temidden van allerlei gemeentevragen en zorgen is het goed om eens te zingen. 'Sion is ons burgerschap en het doel van onze lof, want Daar is de ark! Daar is Christus! Ons ten goede!' En: 'Wij steken het hoofd omhoog en bidden: Vervul ons met Uw gaven tot Uw komst!'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's