De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

7 minuten leestijd

Dr. K. H. Miskotte, Antwoord uit het onweer/Het gewone leven; Verzameld werk 10, Kampen 1984; red. J. T. Bakker, A. Geense, G. G. de Kruyf, prijs ƒ 81, 50.

De uitgave van het Verzameld Werk van K. H. Miskotte behoeft op zich geen nadere aankondiging. Zij is voor velen een bekende en welkome zaak. Onlangs verscheen het tiende deel, dat twee van Miskottes veelgelezen boeken bevat, nl. 'Antwoord uit het onweer' (een brede uitwerking van een eerder door hem geschreven boek 'De Verborgene') over het boek Job en 'Het gewone leven' (de neerslag van Bijbellezingen over het boek Ruth), respectievelijk uit de jaren 1936 en 1939.

Miskotte is een 'originele interpreet van het moderne cultuurleven' genoemd. Hij is hoofdzakelijk bijbels-theologisch bezig geweest (vanuit de openbaring van de Naam). En van daaruit heeft hij scherpe analyses gegeven van de cultuursituatie van zijn dagen. Daarbij heeft hij het Nationaal Socialisme ontmaskerd als geen ander. Wie eenmaal door zijn imponerend denken en diepzinnige woordgebruik is gegrepen, wordt op een ongekende wijze door Miskottes bezig zijn met Woord en werkelijkheid verdiept. Zo is het mij althans vergaan. Het lijkt mij dan ook, dat predikanten en kerkelijke medewerkers, die met de Bijbel willen bezig zijn met het oog op de culturele en geestelijke crises van onze tijd, een dankbaar gebruik kunnen maken van wat Miskotte ons indertijd in zijn beschouwingen over het Godsbestuur en de vragen van het gewone leven (Job en Ruth) heeft geboden.

Daarbij zijn de bezwaren, die ik heb tegen Miskottes theologie in zijn totaliteit niet te vergeten. Woord en wereld blijven in Miskottes theologie, zoals ook in de theologie van K. Barth, al te zeer als antipoden tegenover elkaar staan. Is de vleeswording des Woords juist niet gericht op daadwerkelijke vernieuwing van het aardrijk en het gewone leven?

Niettemin blijft het een goede zaak, dat de redactie van Het Verzameld Werk van Miskotte de twee genoemde boekwerken, waarin geworsteld wordt met de meest immense vragen van de tijd en het volle leven aan de dreigende vergetelheid heeft ontrukt en heeft gebundeld in het tiende deel van deze Verzamelde Werken. Alweer in een keurige uitgave van Kok-Kampen.

Bilthoven

C. den Boer

G. L. Goedhart, Gemeente Opbouw, Om dienende, vierende, lerende en delende gemeente te worden, 140 blz., ƒ 22, 50, Kok, Kampen 1984

De brusselse hoogleraar schreef dit boek ten dienste van allen die betrokken zijn bij het gemeente-opbouwwerk, vorming en toerusting, zowel begeleiders als gemeenteleden. Het is bedoeld als een werkboek, dat oriëntatie verschaft in de aard van veranderingsprocessen, de verschillende stappen en fasen. Als zodanig bevat het boek een groot aantal nuttige en praktische hints, die voor ieder die op dit terrein werkzaam is van betekenis zijn. Zo wordt in het hoofdstuk 'dienende gemeente' een verslag gegeven van een zestal avonden waarop een werkgroep aan de gang ging om de gemeente meer diakonale gemeente te maken. In het hoofdstuk 'lerende gemeente' beschrijft Goedhart een project 'geloven beleven'. Het boeiende van deze verslagen is dat de auteur zelf deelnemer is van de opbouwprocessen, en dat hij geen opgesmukte verhalen geeft, maar ook aangeeft waar wegen kunnen vastlopen. De bedoeling van deze verslagen is niet om op wettische wijze voor te schrijven: zo moet het, maar meer om ons een handreiking te doen in zijn of haar situatie. De waardering voor het gebodene neemt toch niet weg dat ik na lezing wel met en aantal vragen bleef zitten. Vooreerst is er een vraag met betrekking tot de compositie: De vier onderdelen zijn zo gekozen dat er tussen hoofdstuk 1 en hoofdstuk 4 nogal wat overlappingen zijn. Kan men over dienen spreken zondat het delen er bij te betrekken, en omgekeerd? In de tweede plaats is me én theologisch én praktisch niet duidelijk wat nu de gemeente is, aan wier opbouw de schrijver werkt. Is het gebodene gelijkelijk van toepassing op een goed functionerende dorpsgemeente of nieuwbouwwijk in een verstedelijkte omgeving, met een ruime kring medewerkers, of moet ik denken aan een missionaire situatie? Het laatste element, de missionaire vorming en toerusting komt expliciet niet naar voren, al zal de auteur er op wijzen dat impliciet zjn veronderstelling is, dat de gemeente in de wereld gezonden is. Ook de sociologische vragen met betrekking tot godsdienst en kerk komen nauwelijks aan de orde, al verwijst de auteur er in zijn (goede) literatuurverantwoording wel naar. Gaat de auteur uit van de gegeven gemeentestructuur? Aanvaardt hij die, en zo ja waarom? Of bedoelen de veranderingsprocessen ook structurele veranderingen en in welke zin en waarom?

Ik wil er graag mee rekenen dat de auteur een werkboek gegeven heeft, maar had toch graag wat duidelijker ekklesiologische lijnen gezien. Met name in het hoofdstuk 'Vierende gemeente' mis ik deze onderbouwing. Is het toevallig dat de beschrijving van de viering van het sacrament vooraf gaat aan de paragraaf over de dienst van het Woord en de preek? Wat is het kriterium voor het al of niet gewettigd zijn van alternatieve diensten? Is het ook niet een overaccentuering van het overigens o zo belangrijke aspect van het dienen als dit vooropgaat. Diakonia ontspringt immers aan de eredienst, de vergadering rondom Woord en sacrament? Ook over de relatie ambt en gemeente, de weestanden tegen veranderingsprocessen, de polarisaties had ik graag wat meer gehoord. Maar misschien overvraag ik dan. Gemeente-opbouw is tenslotte een wijd veld. En in een boek van 140 blz. mag men niet alles verwachten. De kritische vragen dienen dan ook gezien te worden als bewijs van waardering voor het gebodene inzake een materie die voor iedere kerkewerker en ieder gemeenteUd van betekenis is.

Ede

A.N.

Dr. R. L. Haan, Reformatie en Revolutie, Over het 'nochtans' in het nucleaire tijdperk, 275 blz., ƒ35, —, Kok, Kampen 1984

In deze Kuyper-voordrachten geeft de vroegere docent aan de protestantse theologische hogeschool te Buenos Aires een diepgravende analyse van onze moderne samenleving. De Reformatie herontdekte de relatie met God als een verbond. De uit geloof gerechtvaardigde handelt 'om niet' en niet uit een op eigen belang gebaseerd contract-principe. Verkiezing heeft als keerzijde verantwoordelijkheid en dienst aan de ander. Vanuit deze reformatorische inzichten kritiseert de schrijver de moderne vertechniseerde samenleving. Achtereenvolgens komen ter sprake de technische revolutie, de economische en politieke revolutie, de ontwikkeUng van de militaire technologie. Door de militarisering wordt de democratie uitgehold.

De bevrijdingstheologie van Latijns-Amerika ziet de schrijver als terugleer naar de Bijbel, de oecumene en de economie. Juist van een anti-revolutionaire traditie is volgens de schrijver herkenning mogelijk van wat nu in het rooms-katholieke Latijns-Amerika gaande is. De kerk, die leeft uit de bezieling van haar getuigenis in en dienst aan dè samenleving, kan niet anders dan innerlijk hervormd worden.

De auteur blijkt nogal beïnvloed door de ideeën van de franse denker Jacques Ellul. Ik heb dit boek met aandacht doorgenomen. Enerzijds getroffen door de diepborende analysen van onze westerse kapitalistische samenleving. Anderzijds blijf ik toch zitten met de vraag of Haan niet te snel verbindingen legt van het denken van Groen naar de situatie in Latijns-Amerika. Merkwaardig is ook de verbinding die Haan legt tussen het denken van Calvijn en dat van de joodse filosoof Levinas. Is er toch niet een groot verschil in structuur en inhoud tussen de gereformeerde visie op het verbond en dit joodse denken? Kan men voorts volhouden, dat in het N.T. overheden en rijksgroten in verband worden gebracht met demonische macht? Dat is weliswaar één kant van de zaak, maar beslist niet de enige. Dat bij Calvijn de bestuurders van de kerk de armen zijn heb ik in Institutie IV, 3, 1 niet kunnen lezen.

De vragen en aarzelingen die dit boek oproept, met name de eenzijdige beoordeling van de bevrijdingstheologie, nemen tóch niet weg dat ik van mening ben, dat wij met name om zijn scherpe tekening van de ontwikkeling van onze samenleving, het totalitaire karakter van de westerse technologie en de bedreiging door de moderne afgoden macht en kapitaal - een bedreiging waar de derde wereld de dupe van geworden is - hier een belangrijk boek voor ons hebben dat onze aandacht verdient. De auteur gaat, getuige zijn discussie met de 'christenen voor socialisme' ook tegenover hen een eigen weg en probeert de eigenheid van de strijd tegen onderdrukking in Latijns-Amerika te laten zien.

A. N.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's